Voor jou: Verhalen van K. Schippers

Elementaire voorwaarden voor het bestaan

Als ‘verhalen’ wordt Voor jou van K. Schippers aangeduid, bij gebrek aan beter neem ik aan. Ik denk dat ik er gewoon niks onder had gezet, geheel in lijn met de openheid die in Schippers’ schrijven zit. Het zijn schetsen, overwegingen, gedachten. De beste omschrijving van wat hij doet levert hij zelf, als hij in deze bundel de essayistiek van Rudy Kousbroek kenschetst. Waarover hij precies schrijft doet er niet toe.

K. Schippers.Voor jou: Verhalen

Zou je dat benoemen, dan zie je niet wat hij al schrijvende ontdekt, en wat hij terloops en terzijde opmerkt over ‘de ruimte, de duisternis, het licht, de taal en andere elementaire voorwaarden van het bestaan’. Kousbroek, schrijft Schippers, heeft een nieuwe vorm gecreëerd die in plaats is gekomen van het gedicht en de roman, iets tussen beschouwing, (reis)verhaal, documentaire en jeugdherinnering in, iets ‘dat aan elke stroming ontkomt’.

Vergeleken met Kousbroek is Schippers overigens radicaler in zijn zijdelingse opmerkingsgave, zijn richtingloze kijken. Het maakt dat je zijn stukken met gemak drie, vier keer kunt lezen, om telkens iets nieuws te ontdekken. Is er dan niks overkoepelends voor deze teksten? Jawel. Voor jou is in feite een boek van rouw. Een requiem voor de twee vrienden die ‘verdwenen’ toen hijzelf in Brussel zat om workshops te geven, en dit boek af te maken. De gedachten aan hen dringen zich op, hun stemmen worden telkens hoorbaarder, hun spookgestaltes nemen zelfs op zeker moment plaats op de bank in zijn tijdelijke schrijversresidentie. Zij bladeren door wat hij schrijft, bemoeien zich met de volgorde van de verhalen, halen hem bijna in.

Gerard Brands en Henk Bernlef kent hij al van school, Gerard vanaf zijn veertiende, Henk vanaf zijn zestiende. Als drie jongens zet Schippers hun neer, die sinds de hbs een leven lang met elkaar voort praten. ‘Alles hebben we samen met Henk ontdekt, de film, de jazz, dada en Schwitters in de zijvleugel van het Stedelijk. Met niemand heb ik zoveel gelachen.’ Aan een vriendin vertelt hij de anekdote dat hij samen met Henk in Bergen aan Zee was, en dat ze ineens op een binnenzee stuitten. Henk wilde er doorheen lopen. ‘Mag ik dan op je schouders?’ vroeg K. Schippers. Henk vond dat goed. De ochtend na de avond dat hij deze herinnering ophaalde, wordt hij in Brussel gebeld. ‘Henk is verdwenen.’

Medium schippers.totaalrv.zw c allarddewitte2011
Bij K. Schippers is het sentimentele niet aan de orde

Schippers zegt verdwijnen in plaats van doodgaan, en verbranden in plaats van cremeren. Het zijn woorden die zich even aandienen als eufemismen, omdat ze zachter lijken, maar uiteindelijk zijn ze harder, omdat ze precies de pijn treffen. Om nog maar even op de Kousbroek-vergelijking terug te komen: Kousbroek zou ongegeneerder een herinneringsboek hebben geschreven, iets dat altijd zweemt naar het sentimentele maar dat dan net niet is, of het zozeer is dat het ook weer mooi wordt. Bij K. Schippers is dat sentimentele niet aan de orde. Hij eert zijn vrienden door te schrijven over hun gedeelde fascinaties, door een bezoek te brengen aan het vroegere woonhuis van Magritte, door te schrijven over de muziek van John Cage, over ‘de stilte tussen de eenvoudigste klanken. Alles kan, niets is nog aan een verhaal vastgemaakt. ’t Is aan elke melodie ontkomen.’ Die stilte, en die ongrijpbaarheid, maakt hun verschijning in Brussel, heel daaglijks door Schippers beschreven (‘Henk heeft een biertje besteld en Gerard een glas droge witte wijn, bij de mosselen, dat sprak vanzelf’) des te indringender. Een tijdlang loopt hij met nog niet ontwikkelde fotorolletjes op zak, de materialisering van de laatste beelden van zijn vrienden nog even uitstellend.

Voor jou gaat over kijken, vergeten, herinneren. Dat is makkelijk gezegd, maar bij Schippers zijn het nieuwe werkwoorden. Het hert is een prachtige kleine verhandeling over het wonder van een eerste aanraking. Echt iets voor jou een intens verhaal over hoe de dag vol zit met van alles dat voorbijgaat. ‘De voorbijgangers die je op straat probeert te ontwijken. Even zie je hun gezicht of ze zijn alweer verdwenen. (…) Je zult het er nooit meer over hebben, of er zelfs maar aan denken. Soms is het al weg voor je het kunt betrappen.’ En ja, daar kun je om snikken.

En passant schetst Schippers een beeld van Brussel als een stad die meestal licht in overtreding lijkt, ‘dat maakt haar zo mooi, iets te veel make-up’. Waar hij ook loopt, het is altijd net even anders dan hij denkt. Al vraagt hij zich meteen af of hij deze keer niet extra gevoelig is voor de aantrekkingskracht van Brussel (dat ‘niet dat verongelijkte’ heeft van Amsterdam), vanwege zijn beide vrienden. In alle onderdelen van Voor jou is hij met hen in gesprek, om ten slotte in een droomachtig visioen samen met hen plaats te nemen in een luchtballon. ‘De stad komt onder mij tevoorschijn, ze pakt zichzelf uit, in de diepte.’ Henk navigeert, Gerard let op de brandstof, K. Schippers kijkt.


K. Schippers. Voor jou: Verhalen. Querido, 231 blz., € 19,95