Een Napolitaanse ontmaskering

Elena Ferrante is een man!

Ruim tien jaar geleden riep professor Vittorio Loreto het al: Elena Ferrante is Domenico Starnone. Maar Ferrante zou een vrouw zijn en Starnone ontkende bij hoog en bij laag. Inmiddels is het bewijs onomstotelijk.

Medium grootstarnone gettyimages 695801602

De gong voor de zoveelste ronde ‘Wie is Elena Ferrante?’ klonk vorige week in de Aula Magna van de universiteit van Padua. Acht internationale tekstanalisten en taalwetenschappers hebben zich deze zomer gezet aan een vergelijking van 150 recente teksten van veertig nog levende Italiaanse auteurs. Het onderzoek heette aanvankelijk ‘Quantative Analysis of Textual Data’, maar de resultaten die op 7 september in de aula van Padua werden gepresenteerd hadden een andere naam gekregen: ‘Drawing Elena Ferrante’s profile’. Want dat is wat het tekstonderzoek uit Padua onomstotelijk heeft opgeleverd volgens de onderzoeksgroep: de ware Elena Ferrante.

En zij is? Domenico Starnone (74). Man. Een bekende Italiaanse auteur, in 2001 winnaar van de belangrijkste literaire prijs van Italië, de Premio Strega, en al zo lang als het mysterie van de identiteit van de Italiaanse schrijfster Elena Ferrante bestaat een van de ‘hoofdverdachten’. Het enige wat Starnone de afgelopen 25 jaar – Ferrante’s debuut Kwellende liefde verscheen in 1992 – nog een beetje uit de wind heeft gehouden is het feit dat hij een man is. Want dat kon niet, Elena Ferrante een man. Zelfs de wereldwijd klakkeloos overgenomen onthulling van een jaar geleden, het onderzoek van de Italiaanse journalist Claudio Gatti voor de financiële krant Il Sole 24 Ore, ging voetstoots uit van het feit dat Elena Ferrante in ieder geval een vrouw moest zijn.

En dus kon het niet anders dan dat het Anita Raja was, de echtgenote van Domenico Starnone, het adres waar de follow the money-methode van Gatti naartoe had geleid: de miljoenen euro’s die het immense succes over de hele aardbol van de vierdelige De geniale vriendin-cyclus hadden opgeleverd, waren naar die bankrekeningen gegaan. En Anita Raja was een vrouw. Dus.

De enige die toen al, in oktober vorig jaar, sceptisch was, was professor Vittorio Loreto, hoogleraar natuurkunde aan de universiteit van Rome La Sapienza. Op zijn naam staan twee belangrijke onthullingen op literair gebied. In mei 2002 was het professor Loreto (50) die dankzij een door hem ontwikkeld computerprogramma Arnon Grunberg achter het pseudoniem Marek van der Jagt ontdekte in opdracht van NRC Handelsblad. En in 2006 was het opnieuw Loreto die met zijn computerprogramma wist aan te tonen dat achter Elena Ferrante met honderd procent zekerheid Domenico Starnone schuilging. Maar ook onthullingen zijn afhankelijk van het momentum. Sommige ‘doen’ het meteen, al zijn ze onjuist. Andere onthullingen moeten jaren in de wachtkamer blijven voor ze gemeengoed worden. En wat ook niet hielp is dat Domenico Starnone, in tegenstelling tot Arnon Grunberg in 2002, al deze jaren tegen de klippen op is blijven volhouden dat hij niet Elena Ferrante is.

Je zou bijna kunnen zeggen dat het een literair project van Starnone is geworden, het ontkennen dat hij Ferrante is. Hij heeft er zelfs een uitvoerig hoofdstuk aan gewijd in een merkwaardig boek uit 2011, dat Autobiografia erotica di Aristide Gambía (Erotische autobiografie van Aristide Gambía) heet: ‘Ik ben niet Elena Ferrante, Ik Ben Niet Elena Ferrante, IK BEN NIET ELENA FERRANTE!’ roept hij uiteindelijk tot het uiterste getergd uit voor een publiek dat kwam voor de schrijver Starnone, maar uiteindelijk altijd de onvermijdelijke Ferrante-vraag stelt.

De ontmaskeraar van literaire schuilnamen, professor Vittorio Loreto dus, zei in oktober 2016: ‘Ik lees uit dat onderzoek van de journalist Gatti maar één gegeven: dat het geld naar dat huishouden is gegaan. Het huishouden van het echtpaar Starnone-Raja. Verder zie ik in zijn onderzoek niet één bewijs dat Anita Raja de schrijfster Elena Ferrante zou kunnen zijn. Op basis van wat? Ze heeft nog nooit een literaire tekst geschreven, Anita Raja. Ze is vertaalster van Duitse literatuur en gepensioneerd directrice van de bibliotheek van het Goethe Instituut in Rome. Een originele, eigen tekst van Anita Raja bestaat niet, een enkele academische inleiding voor de Duitse literatuur die ze heeft vertaald daargelaten. Ik weet het precies, want ik ben het nagegaan op verzoek van nog steeds de journalist van Il Sole Claudio Gatti. Hij had zijn onderzoek naar de bankrekeningen van het echtpaar Starnone-Raja al in juni rond en heeft mij deze hele zomer gesoebat en gesmeekt om nog een keer mijn tekstanalyseprogramma los te laten op Ferrante, maar dan nu met Anita Raja als vergelijkingsmateriaal. Los van het feit dat ik wetenschapper ben en dus niet werk volgens het u-vraagt-wij-draaien-principe, kun je onmogelijk beweren dat Anita Raja Elena Ferrante is om de simpele reden dat er niets van Raja’s hand bestaat waar je het uit zou kunnen distilleren. Het geld is naar het huishouden Starnone-Raja gegaan, dat is het enige wat vaststaat.’

Professor Loreto lijkt nu slachtoffer te zijn geworden van de wet van de remmende voorsprong. Zijn onderzoek uit 2006, waar Domenico Starnone uit te voorschijn kwam als de hand achter Elena Ferrante, ging uit van Ferrante’s werk van vóór De geniale vriendin. Loreto baseerde zijn onderzoek vooral op twee teksten; Ferrante’s debuut uit 1992 L’amore molesto (Kwellende liefde) en Via Gemito (De straat der klachten) uit 2000 van Domenico Starnone. Met Via Gemito won Starnone in 2001 de Premio Strega. Beide boeken zijn destijds ook vertaald in het Nederlands, maar hebben weinig tot niets gedaan. Pas nu Elena Ferrante’s De geniale vriendin-cyclus een wereldwijd bestsellerfenomeen is geworden, is haar debuut Kwellende liefde opnieuw uitgegeven door de Wereldbibliotheek en nu loopt het wel. En Starnone is in Nederland (net zoals elders op de wereld) een onbekende schrijver van wie alleen dat ene boek, De straat der klachten, in 2003 is uitgebracht door Bert Bakker en allang weer uit de handel is. Dat deze twee boeken iets met elkaar te maken zouden hebben weet haast niemand, ook in Italië niet.

De boeken zijn elkaars exact gespiegelde wederhelft – vrouwelijk en mannelijk. Ze gaan over dezelfde gewelddadige, traumatische jeugd in het Napels van de jaren vijftig. In Kwellende liefde van Ferrante is de hoofdpersoon een jonge vrouw, Delia, die tot haar afschuw terug wordt geroepen naar het Napels van haar jeugd in verband met de raadselachtige, morbide dood van haar moeder die aanspoelt als lijk aan de vloedlijn van Napels met slechts een bh aan.

‘Volg de sporen van Elena Ferrante en je komt uit in de Via Gemito, huize Starnone’

In De straat der klachten van Starnone, dat acht jaar later verschijnt, is sprake van een mannelijke ik, ‘Mimì’ – afkorting van Domenico –, een jongetje dat opgroeit in het arme Napels van na de Tweede Wereldoorlog onder de knoet van een doodenge, obsessief jaloerse vader met zeer losse handen. Via Vincenzo Gemito is een echt bestaande straat in Napels, vernoemd naar de Napolitaanse beeldhouwer en tekenaar Vincenzo Gemito (1852-1929). De toevallige betekenis van de achternaam Gemito is ‘kreun’ of ‘klacht’, en Starnone speelt ook met de dubbele zin door de voornaam Vincenzo weg te laten in de titel. Want Via Gemito, De straat der klachten, is zíjn verhaal, het autobiografische verhaal van zijn getormenteerde jeugd in Napels, ‘het boek dat ik met de meeste moeite en pijn heb geschreven’, aldus Starnone.

De overeenkomsten in de romans zijn zo talrijk dat het bijna onvoorstelbaar is dat überhaupt nog de vraag bestaat of Starnone en Ferrante misschien dezelfde zijn. De enige reden moet zijn dat de miljoenen Ferrante-lezers geen Starnone-lezers waren. Het geldt ook voor wie dit schrijft. Pas toen in oktober vorig jaar een zeer gedetailleerd schema van drie pagina’s broadsheet in de Corriere della Sera (Italië’s NRC) stond, ging het me dagen. ‘Volg de sporen van Elena Ferrante en je komt uit in de Via Gemito, huize Starnone’, heette het schema.

Een stortvloed van parallellen die het toeval ver overstijgen. Een rijtje: Lila en Lenù, de twee vriendinnen van De geniale vriendin, zijn geboren in 1943 in Napels, en groeien op in een volksbuurt waar klappen in het gezicht een normale vorm van communicatie zijn en mannen het recht hebben hun vrouw te verkrachten, best direct vanaf de eerste nacht ‘om ze te temmen’. Domenico Starnone is geboren in 1943 in Napels en groeit op in een volksbuurt waar klappen in het gezicht een normale… enzovoort.

Zowel in Ferrante’s debuut als in Starnone’s Via Gemito is de centrale figuur de moeder, die voor het kind raadselachtig en onweerstaanbaar is. De mooie, sensuele, jonge moeder is naaistertje – in beide boeken – en klust thuis bij op de naaimachine aan de keukentafel terwijl de onophoudelijke aanwas van jong grut rond haar voeten speelt. De vader werkt bij het spoor – in beide boeken – maar beschouwt zichzelf als een miskend kunstschilder. Dit leidt tot voortdurende uitbarstingen van frustratie en woede thuis, en tot het spenderen van zijn karige loontje aan dure verf, doeken en schildersmateriaal. De vader zit – in beide boeken – altijd obsessief aan een doek te werken in de echtelijke slaapkamer, dat hij tot zijn persoonlijke atelier heeft gebombardeerd. Zijn andere obsessie, de mooie, sensuele moeder, achtervolgt hij met de achterdocht van Othello waar ze maar gaat. Als de kolder weer in zijn kop slaat – ettelijke malen per dag – mept hij haar vol in het gezicht met de gevreesde manrovescio (back- en forehand) die brandende handafdrukken achter laat op haar wangen. De term komt in beide boeken voor, net als de sprookjesachtige namen van de tubetjes olieverf die bij de ezel van de vader liggen: ‘Pruisisch blauw’, ‘Verbrande aarde van Siena’, en de stank van terpentijn die altijd hangt in het armetierige appartementje dat door veel te veel mensen wordt bewoond.

Alweer in beide boeken heeft de hoofdpersoon visioenen van de moeder die met zwaar bollende buik in een aftandse groene ochtendjas met haar armen voor zich uit over plafonds en daklijsten als een spook bovenlangs komt zweven. De bollende buik, wordt in beide boeken uitgelegd, had ze permanent, omdat ze permanent zwanger was, en later, rond haar voortijdige dood (44) omdat de jarenlang over het hoofd geziene kanker inmiddels overal in haar buik was uitgezaaid. Beide boeken zijn een eerbetoon aan de moeder, in Kwellende liefde nog implicitiet, in De straat der klachten van acht jaar later expliciet. ‘Voor Rosa, Rusinè’, luidt de opdracht voorin. Rusinè is de Napolitaanse verbastering van Rosa, de naam die voortdurend dreigend door het appartementje schalt als er weer iets nu en onmiddellijk nodig is voor de miskende artiest: ‘Rusinè!’ en alles waarmee ze bezig is moet ze uit haar handen laten vallen voor Zijn Noden.

Medium hh 66532194
Maria Rosaria Cardamone, 13, wacht op haar beurt tijdens een casting in Napels voor een HBO-productie gebaseerd op De geniale vriendin van Elena Ferrante © Nadia Shira Cohen / The New York Times / HH

De gehate vaderfiguur die zich miskend artiest voelt verhuist verder mee naar Ferrante’s De geniale vriendin (2011-2014). In de laatste twee delen wordt hij zeer gedetailleerd fysiek omschreven. De ‘lange tanden’, het ‘magere pezige lijf’ en de ‘uitstaande neusvleugels’ worden door zoon Mimì (De straat der klachten) en zoon Nino (De geniale vriendin) met argusogen bestudeerd. Beide zoons zijn het fysieke evenbeeld van hun vader en vrezen de gelijkenis als de dood. Beiden doen er alles aan om althans innerlijk anders te zijn dan de onuitstaanbare, luidruchtige machovader, slungelen over straat met het hoofd weggedoken tussen de schouders, vermijden te lachen om de lange tanden niet te laten zien en proberen hun uitstaande neusvleugels voor de spiegel naar binnen te knijpen.

De fysieke omschrijving is de exacte omschrijving van het uiterlijk van Domenico Starnone: een lang, pezig, mager lijf, lange, paardachtige tanden en uitstaande neusvleugels. ‘Mimì’ is een kinderverbastering van de naam Domenico, ‘Nino’ is een andere, volwassener afkorting. Domenico Starnone wordt in intieme kring Nino genoemd, door zijn vrouw Anita Raja en vrienden. De naam ‘Nino Sarratore’, de fatale man in De geniale vriendin die zowel Lila als Lenù verleidt en in de steek laat, verwijst naar Domenico Starnone. Nino is Domenico en Sarratore is een samenvoeging van ‘Narratore’, ‘de Verteller’ in het Italiaans, en de S van Starnone. Nino Sarratore, Nino de Verteller, is dus een anagram van: Domenico Starnone.

‘De enige levende ­Italiaanse auteurs die het woord “inabolibile” gebruikten zijn Ferrante en Starnone!’

En zo zijn er nog behoorlijk wat diepere, thematische overeenkomsten, zoals de smarginatura, ‘ontmarginalisatie’, het psychische syndroom van Lila uit Ferrante’s De geniale vriendin waarbij dingen en mensen hun contouren verliezen. De ‘ontmarginalisatie’ staat voor Lila’s verlies van grip op de wereld, de voorbode van haar uiteindelijke definitieve verdwijning. Ook in de romans van Domenico Starnone (twintig in totaal) is vaak sprake van meubels, plafonds en vloeren die opensplijten en solide voorwerpen die hun contouren verliezen. Het is de omschrijving van een geestestoestand, niet een reële situatie.

Of de verdwijnthematiek, die ook op en neer kaatst tussen Ferrante, Starnone en weer Ferrante. De vrouwelijke hoofdfiguur, de moeder in Kwellende liefde en De straat der klachten, Lila in De geniale vriendin, is de onbereikbare vrouw die te mooi, te intelligent, te fijngevoelig is voor het brute leven waartoe ze is veroordeeld. Alledrie verdwijnen ze voor de wurggreep van het leven ze definitief heeft verstikt. De dood van de moeder in Ferrante’s Kwellende liefde blijft raadselachtig, maar lijkt toch het meest op een bewuste keuze, een zelfmoord. Ze verdwijnt naakt in zee in het holst van de nacht, hol schaterlachend. De moeder in Starnone’s De straat der klachten krijgt kanker en verdwijnt op haar 44ste uit haar helse bestaan. Ook zij ontkomt in zeker opzicht aan haar lot, want kanker lijkt bijna een betere oplossing dan het leven uitzitten met de geobsedeerde Othello-vader. En Lila heft zichzelf als het ware op, nadat haar dochtertje Tina zogenaamd onverklaarbaar in het niets is verdwenen. Het antwoord van alle drie de vrouwen op hun door mannelijke wreedheden verpeste bestaan is verdwijnen.

Maar al deze inhoudelijke overeenkomsten komen niet eens aan bod in het soort tekstonderzoek dat is bedacht door professor Loreto, en nu uiteindelijk voor zijn neus is weggekaapt door de onderzoekers van de universiteit van Padua. Loreto was ook uitgenodigd voor de workshop ‘Drawing Elena Ferrante’s profile’, daar niet van, maar hij had even wat anders te doen. Hij is een wetenschapper, geen najager van showresultaten. Al een jaar lang zou hij beginnen aan het tweede deel van zijn tekstvergelijkende onderzoek Ferrante-Starnone, het deel waarin hij De geniale vriendin-cyclus zou meenemen. Al een jaar lang zeurde ik hem, samen met vele andere Italiaanse journalisten, geregeld aan het hoofd. Maar professor Loreto bleef ons vriendelijk uitleggen dat hij echt eerst moest afmaken waar hij aan begonnen was.

Wel had hij een gouden observatie, nadat ik hem op zijn verzoek de originele Italiaanse tekst had toegestuurd van het ‘interview’ met Elena Ferrante dat mij in 2015 werd toegestaan. Elena Ferrante interviewen betekent vragen inleveren via de mail van de Italiaanse uitgeverij Edizioni E/O, en dan wachten op de antwoorden die opnieuw via de mail van de uitgeverij worden gestuurd. Minimalistische antwoorden, die de wellicht overdreven hoffelijkheid van de journalist narrig van zich afslaan. Slijm niet zo, is eigenlijk een beetje de ondertoon van een schriftelijk interview met Elena Ferrante. En dan ben je nog een van de weinige uitverkorenen.

Professor Loreto vond het buitengewoon interessant om nu eens een tekst van ‘Elena Ferrante’ te kunnen inzien waarin ‘zij’ zich van een andere kant zou laten zien dan wanneer ze zich hult in de Vesuvius-rook van haar Napolitaanse auteurschap. Ik stuurde hem de tekst. Per ommegaande kreeg ik terug: ‘Bedankt! Terwijl ik er even diagonaal doorheen las, viel mij het woord “inabolibile” op. Ik heb het even nagezocht op Google. Daaruit blijkt dat de enige nog levende Italiaanse auteurs die het woord “inabolibile” hebben gebruikt Ferrante en Starnone zijn! Verder in het verleden alleen nog Gabriele d’Annunzio (overleden in 1938) en Ferruccio Masini (overleden in 1988). Interesting! Groet, Vittorio’.

Het was inderdaad een woord geweest dat ik had moeten opzoeken, ‘inabolibile’. Op een vraag over het specifiek Napolitaanse aan haar teksten, kreeg ik als antwoord van ‘Elena Ferrante’: ‘Ik houd niet van verhalen en personages die overal ter wereld identiek zouden kunnen zijn. Wat voor zin heeft een verhaal als het niet zijn eigen, onontkoombare specificiteit heeft?’ Onontkoombaar, dat was dat ‘inabolibile’, een Italiaans woord dat ik ook niet kende.

Op deze dingen let een natuurkundige die een computerprogramma heeft ontwikkeld dat alleen gaat over de lettercombinaties en specifieke woordkeuzes van een auteur. ‘De vingerafdruk in een tekst’ heet dat, iets wat ieder van ons onbewust achterlaat. Daarom ook kon het computerprogramma van professor Loreto net zo goed Nederlandse teksten van Grunberg en Van der Jagt naast elkaar leggen als Italiaanse. Zijn programma kijkt alleen naar het algoritme van een tekst, niet naar de inhoudelijke betekenis. Desalniettemin heeft Loreto inmiddels heel Starnone en heel Ferrante gelezen, en constateert hij bij beide auteurs ontwikkelingen die de tekstvergelijking bemoeilijken.

Zowel Starnone als Ferrante kenmerkt zich door een door de jaren heen sterk veranderende stijl. Ferrante’s debuut Kwellende liefde valt qua literaire stijl haast niet te vergelijken met de veel rauwere De geniale vriendin-cyclus. En Starnone’s De straat der klachten is ook heel anders geschreven dan andere Starnone’s. Minder afstandelijk, minder ironisch. Alsof hij in zijn autobiografische boek alle afstand heeft laten varen voor een één-op-één lamento om de mishandelde, verwaarloosde, te jong overleden moeder waar hij zielsveel van hield. Al die verschillende stijlen maken een vergelijking tussen de twee auteurs dus extra lastig, zegt Loreto.

De reden dat hij nu even niet aan de wieg van de zoveelste ‘Wie is de echte Elena Ferrante’-onthulling in Padua kon staan is dat op hetzelfde moment zeshonderd kilometer zuidwaarts in Rome de tweede editie van zijn Kreyon Days begonnen. De vorige editie was in oktober 2016. In een grote ruimte in de kelder van het futuristische gebouw van het Palazzo delle Esposizioni aan de Via Nazionale speelden vele mensen en kinderen met legosteentjes. Ze mochten spelletjes doen en werden door middel van opgeplakte sensoren gevolgd. Samen een grote legobouwplaats inrichten. Samen een muziekstuk maken op de computer, opnieuw door legosteentjes op het scherm te verschuiven waar klanken en ritmes achter schuilgingen. Met zo min mogelijk platte legosteentjes op een plankje een concept uitbeelden, dingen als ‘zon’, ‘strand’, ‘zee’, ‘bloem’. Creatieve processen waar professor Loreto al zijn aandacht op heeft gefocust. De kwestie Elena Ferrante-Domenico Starnone is wat hem betreft niets meer en niets minder dan een creatief proces dat zich waarschijnlijk in hetzelfde hoofd ontwikkelt. Als Starnone bereid zou zijn om zich een paar sensoren op te laten plakken onder het schrijven, zou professor Loreto al het andere werk opzij schuiven.