Elena Ferrante ontmaskerd. Wat nu?

De onthulling van de namen achter de Italiaanse mysterie-schrijfster Elena Ferrante zegt nog niets. Wie van het echtpaar heeft De geniale vriendin nu geschreven, Anita Raja (63) of Domenico Starnone (73)?

Medium hh 5994816

Elena Ferrante is ontmaskerd op de meest teleurstellende manier mogelijk. Gewoon follow the money, de Watergate-methode die ‘Deep Throat’ er steeds bleef inhameren bij de journalisten Woodward en Bernstein. Zij kwamen uit bij Nixon. Journalist Claudio Gatti van de Italiaanse zakenkrant Il Sole 24 Ore heeft dezelfde methode gevolgd en hij kwam uit bij Anita Raja (63), freelance vertaalster van Duitse literatuur voor edizioni e/o, dezelfde uitgever als die van Elena Ferrante. Een kleine Italiaanse uitgeverij opgericht in 1979, gespecialiseerd in Oostblok- en andere dissidentenliteratuur, en nu ineens in een paar jaar tijd door het enorme succes van Ferrante’s vierluik De geniale vriendin een speler op de wereldkaart.

Het journalistieke onderzoek heeft maanden in beslag genomen en werd zondag 2 oktober unisono gepubliceerd door Il Sole 24 Ore, The New York Review of Books, Frankfurter Allgemeine en Mediapart, een Franse journalistieke onderzoekssite. Wat heeft deze internationale taskforce van onderzoeksjournalistiek ontdekt? Dat de inkomsten van het kleine edizioni e/o de afgelopen drie jaar buitenproportioneel zijn gestegen. Niet verrassend, want Ferrante’s Napolitaanse vierluik verkocht tussen 2013 en nu alleen al in Italië een miljoen boeken, op de Engelstalige markt 2,6 miljoen en dan zijn er nog de vertalingen in meer dan veertig landen. Na deze non-onthulling begint het onderzoek meteen al een beetje te haperen, want hoeveel de afgelopen paar jaar door edizioni e/o nu precies is overgemaakt aan Anita Raja is niet bekend. ‘Volgens geruchten’, schrijft Gatti, zou het maar liefst 150 procent bedragen van wat ze normaal kreeg. Dat zegt weinig, want vertalen is erbarmelijk slecht betaald werk. 150 procent van weinig is nog altijd weinig. Maar, en dat is de grote troef van het onderzoek, Gatti is ook in het kadaster van Rome gedoken. En daar is het onomstotelijke bewijs gevonden. Anita Raja en haar echtgenoot Domenico Starnone, gerenommeerd schrijver en Napolitaan, hebben vanaf 2000 groots hun slag geslagen op de onroerendgoedmarkt van een van de duurste buurten van Rome, het Quartiere Africano aan de Via Nomentana.

Eerst een schitterend appartement op haar naam in een Liberty-paleisje, vervolgens, vier maanden geleden, een nog schitterender en groter appartement op zijn naam, en dan ook nog een buitenhuis in Toscane, in een fancy plaatsje voor schrijvers en intellectuelen. Er is in weinig tijd onroerend goed ingekocht ter waarde van rond de drie miljoen euro. En dat is een groot bedrag voor een freelance vertaalster die overigens ook nog een andere baan had, als hoofd (‘direttore’ natuurlijk in het Italiaans) van de bibliotheek van het Goethe Instituut in Rome, dat, jawel, ook in de Afrikaanse buurt ligt. Vorig jaar ging ze met pensioen.

Het geld kan ook niet van Domenico Starnone (73) komen, want deze gepensioneerde leraar Italiaans is weliswaar een bekende naam in de Italiaanse literatuur, hij won in 2001 zelfs de Premio Strega, maar zulke bedragen verdien je niet bij elkaar als Italiaanse schrijver die niet een internationaal fenomeen is geworden. Over familiegeld hoeven we het al helemaal niet te hebben, want dat is er niet. Dat is in zeker opzicht de clou van dit nu opgeloste raadsel. Maar is het dat eigenlijk, opgelost?

Voetstoots wordt aangenomen dat Anita Raja de ware Elena Ferrante is. Het geld van de uitgever ging naar haar bankrekening, al is niet bekend hoeveel. En ze is een vrouw, ook niet onbelangrijk. Maar ze is niet de vrouw die ze zou moeten zijn, want in de verste verte lijkt ze niet op de mysterieuze Napolitaanse die geboren is in een armoedige sociale-woningbouwwijk ver buiten het centrum en die zichzelf op het tandvlees uit de sloppen omhoog heeft gewerkt. Om zich er vervolgens weer in terug te laten zuigen door de fascinerende Lila en de fatale Nino. Anita Raja heeft slechts de eerste drie jaar van haar leven in Napels gewoond en is afkomstig uit een keurig gezin, een Pools-Duitse moeder die aan de holocaust was ontsnapt en Duits onderwees op een chique privé-school in Rome, een Napolitaanse vader die onderzoeksrechter was en op haar derde werd overgeplaatst naar Rome. Een keurige familie, een keurige jeugd in Rome, slechts één jonger broertje, alle kansen om te studeren, aan tafel at men met mes en vork, er werd niet gevloekt en gemept. En tweetalig opgevoed.

Op naam van Anita Raja staat geen enkele literaire tekst; ze is een gelauwerd vertaalster van Duitse niche-literatuur. Haar echtgenoot Domenico Starnone schreef negentien romans (bij andere uitgevers) en ruim dertig scripts en scenario’s voor anderen. Zijn sociale/Napolitaanse/achterstand-thematiek schuurt vaak rakelings langs die van Elena Ferrante. Zíjn levensverhaal, en niet dat van Anita Raja, is het verhaal van de ik-figuur die in verschillende gedaantes opduikt bij Ferrante, vooral in het debuut Kwellende liefde uit 1992. De mooie, sensuele Napolitaanse moeder die thuis aan de keukentafel bijklust als naaister, de vader die werkt bij het spoor maar eigenlijk artiest (schilder) wil zijn en die haar uit razende jaloezie voortdurend in elkaar slaat, de vele kinderen, de armoede, de slums van Napels: het is de jeugd van Domenico Starnone. Hij staat exact zo omschreven in Via Gemito (‘De Kreunstraat’, de straat in Napels waar hij is opgegroeid) waarmee Starnone de Premio Strega won. Dezelfde jeugd, eerst bezien vanuit vrouwelijk perspectief in Kwellende liefde (in 1992 genomineerd bij de laatste vijf voor de Premio Strega), tien jaar later vanuit mannelijk perspectief in Via Gemito.

'Hoeveel interessanter was de stilte, de geen-naam, het niet-gezicht, de niet-foto'

Het was de naam van Domenico Starnone die te voorschijn kwam uit het Italiaanse computertekstprogramma dat in 2000 Arnon Grunberg alias Marek van der Jagt in opdracht van NRC Handelsblad ontmaskerde. Dezelfde groep wiskundigen van La Sapienza, de universiteit van Rome, ontdekte Starnone’s hand in Elena Ferrante. Volgens professor Dario Benedetto, de bedenker van het programma, laat elke auteur een onuitwisbare vingerafdruk na in zijn teksten. Zijn wiskundige programma kijkt niet naar inhoud, betekenis of woordgebruik (dat zou ook lastig zijn geweest voor een Italiaans programma, in het geval van Grunberg), maar alleen naar de opeenvolging en combinatie van letters. Geen twijfel mogelijk: Elena Ferrante was Domenico Starnone, aldus Benedetto’s conclusie van een paar jaar geleden.

Maar niemand had er zin in, in die uitslag. Bij Grunberg was dat wél het geval, en hij gaf het zelf in 2000 ook meteen toe. Domenico Starnone heeft talloze keren kribbig en blasé-verveeld in Italiaanse interviews ontkend dat hij iets met Elena Ferrante te maken zou hebben. Als de hypothese van een soort geniale literaire Nicci French-constructie tussen Starnone en zijn vrouw Anita Raja zou kloppen, heeft hij dat dus glashard gelogen. Maar iedereen wílde ook zo graag dat het niet waar zou zijn. Het was onverteerbaar dat de Napolitaanse mysterie-schrijfster die op het nachtkastje van Hillary Clinton ligt een slimme constructie zou zijn van een gepensioneerd echtpaar dat al tientallen jaren meedraait in het politiek correcte intellectuele circuit. Hoe saai! Zoals Michele Serra, commentator van de krant La Repubblica schrijft: ‘Wat me het meest verbaast, is dat ook ik erg teleurgesteld ben dat er nu niets meer te raden valt, geen poëtische verten meer om van te dromen. Ik wilde ook denken dat Elena Ferrante misschien een kapster was, of een non, of portier van een ziekenhuis. Hoeveel interessanter was de stilte, de geen-naam, het niet-gezicht, de niet-foto. Ik heb nu al enorme heimwee naar het mysterie Elena Ferrante.’

Woedende commentaren op alle mogelijke communicatiekanalen volgden op de onthulling. Dat het deze keer raak is, bewijst het verbeten commentaar van haar uitgever: ‘Ik vind deze vorm van journalistiek, die de privacy niet respecteert en een schrijfster behandelt of ze lid van de camorra is, weerzinwekkend. In iemands bankrekeningen gaan wroeten, zo diep zijn we gezonken!’ Dat is een heel andere toon dan de olympische schaterlach waarmee ‘de twee Sandri’ (Sandro Ferri en zijn vrouw Sandra Ozzola van edizioni e/o) de Ferrante-hypotheses tot nog toe als roos van de schouders poeierden. Ze hebben het mysterie nu een kwart eeuw (1991-2016) als trouwe Cerberus-honden bewaakt. Vanaf het eerste briefje van ‘Elena Ferrante’, waarin ze haar besluit om nooit voor het voetlicht te treden als een gebod voorlegt aan haar twee toekomstige uitgevers. De twee Sandri waren ook degenen die ‘haar’ mochten interviewen voor het lentenummer van Paris Review in 2015, als enigen ter wereld vis-à-vis met Elena Ferrante, in Hotel Royal Continental aan de Golf van Napels.

Je denkt je de scène in. Misschien zaten ze tegenover Domenico Starnone, of misschien tegenover Starnone met zijn vrouw Anita Raja. Of misschien, dat moet je ook niet uitsluiten, hebben ze het hele interview met z’n vieren per computer gedaan. Of, dat kan ook nog, hebben Starnone en Raja het interview met z’n tweetjes gefabriceerd en doorgestuurd naar de uitgever. Of, waarom niet, heeft Domenico Starnone het helemaal in z’n eentje geschreven. Of anders Anita Raja. Als je eenmaal begint met zo’n hoog spel met de waarheid is alles geoorloofd. Het gaat ook niet om de waarheid, zegt ‘Elena Ferrante’ in het interview, dat overigens prachtig is. Het gaat om de literaire waarheid van een tekst.

Maar waarom geef je dan een interview? En waarom zeg je in dat interview nadrukkelijk dat je vrouw bent, dat je uit Napels komt, dat je jeugd in de sloppenwijken traumatisch was, dat je emancipatie als schrijfster/vrouw een heel zwaar bevochten overwinning op jezelf was, dat we kortom te maken hebben met de hoofdpersoon uit je romans? Het raadsel Elena Ferrante is nog niet opgelost. Alleen heeft ze nu twee gezichten.


Deel 4 van De geniale vriendin: Het verhaal van het verloren kind (Wereldbibliotheek) komt op 10 oktober uit in Nederlandse vertaling

‘Hoeveel interessanter was de stilte, de geen-naam, het niet-gezicht, de niet-foto’

Beeld: Napels, 1962 (Wim van der Linden / Mai / HH