Elf stenen door de euroruiten het is niet een toevallig weeffoutje dat europa asociaal uitpakt, het neoliberale karakter van europa is vastgelegd in alle europese verdragen

Is het echt te laat om nee te zeggen tegen Europa? Er zijn in ieder geval genoeg gronden om te blijven ageren. Elf argumenten om de Eurotrein alsnog tot stilstand te dwingen.

VOOR DISCUSSIE is geen tijd. Voor referenda al helemaal niet. Want van uitstel zou afstel komen. Trouwens, rijdende treinen breng je toch niet tot stilstand en stilstaande fietsen vallen om. Het zijn geliefde metaforen van de Euro-voorstanders. Europa moet door, en enige demagogie wordt daarbij niet geschuwd: als we niet snel doorwerken aan Europa komt er misschien wel oorlog. Maar moet Europa wel door? Moet dit Europa wel door?
Progressief Nederland weet zich geen raad met Europa en hobbelt daarom voortvarend mee, slechts af en toe een mits en maartje roepend. Want, zo zegt de een, voor het huidige Europa hebben we geen goed woord over, maar toch is Europa onze laatste reddingsboei. Op nationaal niveau valt immers geen progressieve politiek meer te bedrijven, wie weet kan het op Europees niveau wel. Bovendien is links vanouds internationalistisch. Als dan die verdoemde grenzen eindelijk worden opgeheven, kan daar toch niets tegen zijn? Of, zegt een ander, er klopt natuurlijk niets van Europa, maar dat komt doordat Europa nog niet af is. We gaan het neoliberale en ondemocratische Europa gewoon omvormen tot een sociaal Europa. ‘Ik hoop nog steeds dat Onze Lieve Heer ingrijpt, of opa Marx’, verwoordde ex-PvdA-fractievoorzitter Wöltgens deze aan wanhoop grenzende hoop vorig jaar in De Groene.
De verleiding is groot om te denken dat het sociale Europa binnen handbereik ligt nu, dank zij de recente Engelse en Franse verkiezingen, de sociaal-democraten in dertien van de vijftien Europese lidstaten regeringsverantwoordelijkheid hebben. Maar het waren diezelfde - in meerderheid sociaal-democratische - regeringen die Europa de afgelopen jaren gemaakt hebben tot wat het nu is. Waarom zouden die mannen plotseling een heel ander Europa gaan bouwen?
Het getuigt misschien van zelfvertrouwen om te denken dat Europa nog bij te sturen is, maar vooral ook van naïviteit. Het is niet een toevallig weeffoutje dat Europa asociaal uitpakt, het neoliberale karakter van Europa is vastgelegd in alle Europese verdragen. Bovendien is er geen enkele reden om aan te nemen dat het machtsevenwicht dat er op nationaal niveau voor zorgt dat milieu en sociaal beleid het onderspit delven, op Europees niveau anders uitpakt.
Links zit in een ingewikkeld parket. De economische integratie van Europa is immers al een feit. Terugdraaien is niet gemakkelijk, en dan is de keuze voor een vlucht naar voren snel gemaakt. Méér Europa, in de hoop dat 'meer’ betekent dat er een sociale en politieke poot komt. Bovendien dúrft progressief Nederland eenvoudigweg niet tegen Europa te zijn, uit angst de rechts-nationalistische kritiek op Europa te versterken. De progressieve nee-bewegingen overal elders in Europa bewijzen echter dat die angst ongegrond is.
Er zijn, menen wij, nog altijd meer dan genoeg gronden om nee te zeggen. Elf zwaarwegende redenen waarom het met Europa spaak dreigt te lopen. En waarom pleisters plakken niet helpt.

  1. De gouden greep van Wisse Dekker Bij de start van de Europese samenwerking in 1951 was het doel vrede en het middel economische samenwerking. Maar het middel is doel geworden, de economische samenwerking is alles gaan overvleugelen. De eerste, grootste en stevigste pijler van de Europese Unie is die van de interne markt. En die komt van de tekentafel van het Europese bedrijfsleven. Het begin van het huidige Europa ligt vijftien jaar terug, bij de economische crisis van begin jaren tachtig. De Europese samenwerking stelde nog bijna niets voor toen topmanagers van Europa’s grootste ondernemingen de koppen bij elkaar staken en de noodklok luidden: om de concurrentie met Japan en Amerika te overleven moet Europa één markt worden. Onder leiding van onze eigen Wisse Dekker van Philips en Pehr Gyllenhammar van Volvo werd de European Round Tabel of Industrialists opgericht, die de Europese Commissie voorschrijft hoe het beter kan. In 1985 komt de Commissie met haar Witboek: 285 maatregelen die vanaf 31 december 1992 in Europa vrij verkeer van goederen, diensten en kapitaal moeten opleveren. Toen die buit binnen was legden de captains of industry de lat iets hoger. In het rapport Reshaping Europe (1991) pleitten ze voor een Monetaire Unie: 'Japan heeft één munt, Amerika heeft één munt, hoe kan de Europese Gemeenschap leven met twaalf?’ Toen een jaar later in Maastricht de Monetaire Unie werd voorbereid, legden de industriëlen hun laatste kaarten op tafel. In rapporten met klinkende titels als Rebuilding Confidence, Beating the Crisis en European Competitiveness schetsen ze de contouren van een neoliberaal paradijs: een gezonde economie heeft een vrije markt nodig, zonder regels en bescherming. Werkloosheid komt door institutionele obstakels (minimumloon, uitkeringen) en kan alleen worden opgelost door minder sociale bescherming en meer economische groei. Overheden moeten terug in hun hok en de regelgeving in Europa moet steeds getoetst worden aan de bijdrage aan die vrije markt. Milieu-eisen zijn concurrentievervalsend, sociaal beleid is een kostenpost en democratie is inefficiënt. De wensen van de industriëlen kregen in 1991 hun beslag in het Verdrag van Maastricht.
  2. Een democratische krater Geen oligarchischer bestuur dan het bestuur van Europa. Het zijn de Europese staats- en regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken (kortweg 'de Raad’) die, tijdens besloten vergaderingen en niet gehinderd door parlementaire controle, de beslissingen nemen. Slechts in een aantal gevallen heeft het Europese Parlement medebeslissingsrecht. De nationale parlementen hebben alleen vooraf iets te zeggen: ze kunnen de eigen minister met een opdracht op pad sturen. De Nederlandse ministers weigeren dat echter. Dit kabinet schreef onlangs in de nota Parlement en Europese Unie dat ze vooraf, vanwege de noodzakelijke onderhandelingsruimte, geen volledig inzicht willen geven in 'inzet en terugval’. De Kamer accepteert dit en laat zich daarmee monddood maken. Alleen de grote verdragen (Maastricht, Amsterdam) moet de Tweede Kamer achteraf goedkeuren ('ratificeren’), maar dat is zonder recht van amendement, dus een kwestie van slikken of stikken. Omdat agenda, voorbereidende stukken en notulen van de Raad geheim zijn, is controle achteraf door wie dan ook onmogelijk. Een ideaal klimaat voor koehandel: ik wat drugs, dan jij een strenger asielrecht. Het is de vraag of het democratisch gat nog wel een herstelbare weeffout is. De Brusselse bureaucratie en de regeringsleiders vinden het zo wel goed. Ze hebben ontdekt hoe handig het is om zonder controle te besluiten - het is lastig genoeg om onderling de neuzen in één richting te krijgen, ze moeten er niet aan denken dat er dan ook nog eens een parlement overheen moet. En het is de Raad die moet beslissen over de toekomstige besluitvormingsstructuur in Europa - en welke macht geeft vrijwillig haar voorrechten uit handen? Bovendien, waar zou die macht heen moeten? Gezien het klimaat van antifederalisme, subsidiariteit en nationalisme is het voorlopig onvoorstelbaar dat het Europees Parlement fundamenteel meer te zeggen krijgt. De andere kant op, meer controle door de nationale parlementen, is een stap terug en is daarmee politiek onmogelijk. In het Verdrag van Amsterdam geven de Raad en de Europese Commissie zichzelf op enkele punten nog meer macht (begrotingsposten krijgen het stempel 'verplichte uitgave’, waarmee het beslissingsrecht van het Europees Parlement wordt afgenomen). En waarschijnlijk zal besloten worden tot een 'flexibel’ Europa, waarbij een deel van de lidstaten al aan de slag gaat met beleid, zodat achterblijvers en dwarsliggers omzeild kunnen worden. Dit is de formule waarop de Emu van start zal gaan. Het Europees parlement heeft over al die 'flexibele’ terreinen helemaal niets te zeggen.
  3. Het grensoverschrijdende milieu Omdat het milieubeleid veel last heeft van het concurrentiealibi ('Als Nederland in haar eentje strenge normen instelt, gaat alle bedrijvigheid naar het buitenland’), is de milieubeweging voorstander van Europese samenwerking. Vaak tegen beter weten in. Want Europa voert geen milieubeleid en is ook niet van plan dat te gaan doen. Brussel beschouwt milieuregels als een barrière voor een vrije markt. In haar rapport The Single Market and Tomorrow’s Europe (1996) schrijft de Europese Commissie: 'Het doel van milieubescherming - op zichzelf lovenswaardig - zorgt voor nieuwe obstakels.’ Belangrijker nog dan het uitblijven van milieuregels, zijn de funeste gevolgen die de interne markt heeft voor het milieu. Door de open grenzen neemt de handel, en daarmee het transport, enorm toe. De verwachting is dat het totale vervoer (personen en vracht) in Europa over de periode 1995-2010 zal verdubbelen, en de milieuvervuiling door het verkeer groeit navenant. De Europese Commissie heeft uitgerekend dat de eerste twee jaar van de interne markt vijftien procent aan extra vrachtvervoer over de weg heeft opgeleverd (dus bovenop de normale groei). Om handel en dus transport extra te stimuleren gaat Europa fors investeren in infrastructuur. Onder de naam Trans-European Networks ligt er voor de periode tot 2005 voor 800 miljard gulden aan plannen voor HSL-lijnen, vliegvelden en snelwegen (twaalfduizend kilometer erbij, dat is 35 procent meer snelweg). Door de verplichte Europese liberalisering van onder meer de luchtvaart en de energiesector dalen de prijzen van energie en vliegreizen, met als gevolg meer vliegverkeer en meer energieverbruik. Het milieu heeft juist baat bij hogere prijzen, bijvoorbeeld via een eco-tax. Over belastingmaatregelen beslist de Raad echter met unanimiteit, en daarmee is zoiets als een eco-tax onhaalbaar.
  4. Mag ik uw paspoort even zien? Het was een van de eerste dingen waar de euroburger lekker mee werd gemaakt: voortaan geen grenscontroles meer op weg naar het vakantieoord! De buitengrenzen van Europa zouden sterk bewaakt worden, maar daarbinnen was iedereen vrij. In de praktijk betekent het echter dat de controles nu overal plaatsvinden. De identificatieplicht, de koppelingswet en het mobiel vreemdelingentoezicht zijn een rechtstreeks gevolg van het afschaffen van de Europese binnengrenzen. Hierbij zijn vanzelfsprekend vooral zichtbare buitenlanders de klos. De bevoegdheden van Europol, nu nog slechts een Haags kantoor waar de nationale politiediensten informatie uitwisselen, worden verder uitgebreid. Als het aan de hoogste Europese ambtenaren ligt, groeit Europol uit tot een Europese FBI, met eigen onderzoeks- en opsporingsbevoegdheden. Niet gehinderd door enige democratische controle of bevoegd gezag, want er bestaat geen Europees Openbaar Ministerie en het Europees Parlement heeft er niets over te zeggen. Europol krijgt niet alleen de bevoegdheid om dossiers aan te leggen van verdachten en 'mogelijke toekomstige verdachten’, maar ook van potentiële slachtoffers, potentiële getuigen en potentiële informanten. Kortom, van iedereen. In de dossiers mag ook ras, religie, politieke opvattingen, gezondheid en seksueel gedrag van de persoon in kwestie worden genoteerd.
  5. Fort Europa Het zou te veel eer voor Nederland zijn om Europa de schuld te geven van het steeds strengere asielbeleid. De Europese en Nederlandse wensen - het zoveel mogelijk buiten de deur houden van asielzoekers - lopen keurig parallel. Aangezien dit een van de weinige terreinen is waarover de Europese lidstaten het aandoenlijk eens zijn, wordt het asielbeleid in het nieuwe Europese verdrag waarschijnlijk overgeheveld naar het gemeenschappelijk beleid (alleen Engeland wil niet meedoen). Dan verliezen de landen hun veto en wordt er met meerderheid over besloten. Daarmee geven de nationale parlementen hun zeggenschap op (je kunt immers als volksvertegenwoordiging je minister wel opdracht geven om dwars te gaan liggen, maar deze kan overstemd worden door zijn collega-ministers), terwijl het Europese Parlement slechts een adviserende rol krijgt. Toch zijn veel vluchtelingenorganisaties vóór, omdat ze hopen dat op termijn het Hof van Justitie en het Europees Parlement alsnog wat te zeggen krijgen. Het Verdrag van Amsterdam brengt een paar forse verslechteringen voor vluchtelingen met zich mee. Zo wordt het begrip 'vluchteling’ versmald. Een asielzoeker is pas een vluchteling als hij vervolgd wordt door 'de staat waartoe hij behoort’. Pech voor bijvoorbeeld Liberianen, want in Liberia is geen sprake van een overheid, en pech ook voor Tamils die achternagezeten worden door de Tamiltijgers. Het Nederlandse parlement nam onlangs een motie aan tegen deze versmalling, maar Van Mierlo is niet van plan daar iets mee te doen. Afgelopen december spraken de regeringsleiders in Dublin al af dat burgers uit EU-lidstaten voortaan geen asiel meer kunnen aanvragen in een ander EU-land. Pech voor Griekse dienstweigeraars en Baskische politieke gevangenen.
  6. De anorexia van de Emu Heel Europa is als een dolle aan het bezuinigen op uitkeringen en collectieve voorzieningen om aan de criteria voor de Economische en Monetaire Unie te voldoen, de Emu die in 1999 van start moet gaan. De criteria (onder meer een staatsschuld van minder dan zestig procent en een financieringstekort van maximaal drie procent) zijn volkomen willekeurig gekozen. Wie straks de normen overschrijdt, moet boetes betalen - aan de rijke lidstaten - waarmee de financiële misère verder wordt vergroot. In het zogenaamde 'stabiliteitspact’ spraken de Europese leiders bovendien af dat het financieringstekort helemaal naar nul moet, zodat men in slechte tijden niet over de drie procent heen gaat. De bezuinigingen gaan daardoor nog jaren door. Op dit moment is het gemiddelde financieringstekort in de EU 4,4 procent. Het idee achter de strenge Emu-criteria is dat een lage inflatie vanzelf zorgt voor economische groei en werkgelegenheid. Dat is een sprookje. Extreem hoge inflatie is inderdaad slecht (daar heeft echter geen enkel Europees land mee te kampen), maar een beleid dat monomaan gericht is op het verlagen van de inflatie eindigt in anorexia. Een Europese recessie is zelfs niet uitgesloten omdat door de bezuinigingen in heel Europa de koopkracht daalt - en Europa moet het voor negentig procent van alle verdiensten hebben van de Europese afzetmarkt. Theoretisch hoeft er voor de Emu-criteria niet per se bezuinigd te worden: je kunt het financieringstekort ook verlagen door de belastingen te verhogen. Maar doordat alle Europese landen elkaar juist proberen te overtroeven met lage belastingen (zie ook onder 'Uitkleedwedstrijd’) is dat slechts theorie. In Nederland is weinig kritiek op de Emu omdat Nederland (als een van de weinige landen in Europa) al aan de criteria voldoet. De Nederlandse bezuinigingen van de afgelopen jaren veroorzaakten minder pijn doordat de rest van Europa toen nog niet bezuinigde: de export ving de afname van de binnenlandse vraag op, en de werkgelegenheid groeide vooral door herverdeling van bestaand werk. Overigens: de toegenomen sociale ongelijkheid en armoede uiten zich niet in macro-economische cijfers. Met de Emu krijgt de Europese Centrale Bank alle macht over het monetaire beleid in Europa; het is regeringen zelfs bij wet verboden de Europese Bank te beïnvloeden. Detail: de directie van de Europese Bank is niet herbenoembaar, uit angst dat de directie anders in de aanloop naar herverkiezing landen monetair zal paaien om stemmen te winnen.
  7. Uitkleedwedstrijd Door de vrijere markt neemt niet alleen de concurrentie tussen bedrijven toe, maar ook tussen landen. Lagere belastingen, slappere milieuregels en lagere (minimum)lonen worden in de strijd geworpen om investeerders te trekken. 'Beleidsconcurrentie’ heet dit in jargon. Deze spiraal naar beneden leidt tot een volkomen uitgeklede publieke sector en grote sociale ongelijkheid. Voor zover overheden überhaupt nog belasting durven heffen, komt die steeds meer te liggen op arbeid (werknemers verhuizen immers niet zo snel) in plaats van op milieu en kapitaal. Slecht voor het milieu en voor de werkgelegenheid.
  8. Het twintig-miljoen-banenplan Een paar jaar geleden was het idee nog dat Europa dank zij de interne markt dusdanig aan concurrentiekracht zou winnen dat er als vanzelf miljoenen banen bij zouden komen. Het omgekeerde blijkt het geval. Er zijn nu ruim twintig miljoen werklozen in de Europese Unie. De Emu-criteria kosten werkgelegenheid in de publieke sector en de concurrentiedruk en schaalvergroting zorgen voor werkgelegenheidsverlies in de marktsector. Bovendien hebben landen waar het tijdelijk economisch minder goed gaat, straks niet meer de mogelijkheid hun munt te devalueren (er is dan immers één Europese munt) om daarmee hun produkten goedkoper te maken voor de export. Met toenemende werkloosheid als gevolg. En verlaging van lonen en uitkeringen als enige remedie tegen die werkloosheid. De Europese Commissie heeft onlangs verklaard een voorstander te zijn van grotere loonverschillen in Europa. Eigenlijk kan één munt niet zonder een gezamenlijk belastingstelsel en een gezamenlijke begroting - zodat de regio’s waar het goed gaat, geld overdragen aan de regio’s waar het minder gaat. Zoals in de Verenigde Staten ook gebeurt. Maar dat is juist waar Europa helemaal niet aan wil. De Nederlandse vakbeweging kwam vorige week met een 'twaalfsterrenplan’ om Europa in sociale zin bij te stellen, en progressieve partijen roepen regelmatig om een 'werkgelegenheidshoofdstuk’ in het nieuwe Europese verdrag. Daarmee tonen ze zich blind voor de fundamentele aard van Europa. Zo pleit de vakbeweging voor minder belasting op arbeid en meer belasting op kapitaal, maar Europa is juist opgericht om het kapitaalverkeer vrij te laten. Dat de Nederlandse vakbeweging ondanks alles nog steeds een groot voorstander is van Europa (Stekelenburg zat zelfs in de promotieclub voor de euro) heeft, behalve met de angst om geassocieerd te worden met nationalistisch rechts, vooral te maken met eigenbelang. De Nederlandse vakbeweging vindt het maar niks dat landen als Spanje, Italië en Griekenland de afgelopen jaren regelmatig hun munt devalueerden om daarmee hun exportprodukten goedkoper te maken. Dat ging, aldus de FNV, ten koste van de concurrentiepositie (en daarmee de werkgelegenheid) van Nederland. Dus is de FNV voor de Emu. Een nogal egoïstische motief, dat bovendien op drijfzand berust. Nederland handelt nauwelijks met zuidelijk Europa, en bovendien wordt het werkgelegenheidsaandeel van de export schromelijk overschat - voor de werkgelegenheid is de binnenlandse markt veel belangrijker.
  9. Een koud kernleger Als het aan Frankrijk en Duitsland ligt krijgt Europa een grote gezamenlijke legermacht. De Fransen zuchten binnen de Navo onder het juk van Amerika, en Europa is dè kans om daar onderuit te komen. Rechtse krachten in Duitsland hopen via Frankrijk, en dus via Europese samenwerking, kernwapens binnen te halen. Engeland is sterk gekant tegen deze plannen omdat ze het Atlantisch bondgenootschap niet op het spel wil zetten, maar alles wijst erop dat dat EU-leger er op termijn wel komt. De basis voor een gezamenlijke defensie is al vastgelegd in het Verdrag van Maastricht. Uitgangspunt voor die defensiemacht is de Weu (de West-Europese Unie). De Weu, waarin tien Europese landen samenwerken op het gebied van veiligheid en defensie, is net zoals de Navo een produkt van de Koude Oorlog en dus van het denken in veel, groot en duur. Het is de vraag of een omvangrijk en zwaarbewapend leger inclusief kernwapens het juiste antwoord is op de Europese veiligheidsproblemen van dit moment. Europa’s potentiële veiligheidsproblemen zijn regionale conflicten op het eigen continent. Dat vraagt om conflictpreventie en economische integratie. Het is tekenend voor het oude machtsdenken dat de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking) gepasseerd wordt. De OVSE komt voort uit het Helsinki-akkoord (en later Parijs) en is verbonden met ontspanning en het einde van de Koude Oorlog. De activiteiten van de OVSE, waar alle Europese landen plus Amerika en Canada lid van zijn, liggen op het gebied van versterking van de democratie en mensenrechten. Zo is er een hoge commissaris voor nationale minderheden (op dit moment is dat oud-minister Van der Stoel) en dat is precies waar Europa behoefte aan heeft. De OVSE is nu een onmachtig apparaat zonder middelen, maar dat kan worden uitgebouwd. En waarom niet de Raad van Europa een rol geven, de organisatie uit wiens schoot het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens komt, evenals het Hof voor de mensenrechten en het Sociaal Handvest uit 1961.
  10. De kosten en baten van Oost-Europa Het Europese idealisme leek zo groot, vlak na de val van de Muur. Zodra de voormalige Oostbloklanden de markteconomie invoerden, zouden ze mogen meedoen met de Europese Unie. Doel was natuurlijk deze landen definitief weg te halen uit de invloedssfeer van Rusland. Nu oostelijk Europa voortvarend lid wordt van de Navo, is die druk van de ketel en is het EU-lidmaatschap van Oost-Europa slechts een kwestie van kosten-batenanalyse. Als de Oosteuropese landen lid worden kost dat de EU scheppen aan landbouwsubsidies en geld uit het structuurfonds voor arme regio’s. Geld dat nu vooral naar Zuideuropese landen gaat, die dan ook niet enthousiast zijn over het binnenhalen van Oost-Europa. Een mogelijke tussenstap is een douane-unie: wel vrije handel maar geen volledig lidmaatschap met alle financiële rechten. De EU heeft dan wel de lusten maar niet de lasten. Voor Polen, Tsjechië en Hongarije, de Oosteuropese landen waar het in eerste instantie om zou gaan, is dat een onaantrekkelijk scenario, want de eigen bedrijvigheid zal het loodje leggen tegen het efficiënte Westen, terwijl er nauwelijks compensatie tegenover staat. De lobbyclub van Europese multinationals, de European Round Table of Industrialists (ERT), is groot voorstander van lidmaatschap van Oost-Europa. Oost-Europa biedt een grote afzetmarkt, belangrijke grondstoffen en goedkope arbeidskrachten. 'Het is alsof we een nieuw Zuidoost-Azië op de stoep hebben’, zo zegt een woordvoerder van de ERT in het vorige week verschenen boek Europe, Inc.: Dangerous Liaisons between EU Institutions and Industry. Oost-Europa is een goedkoopte-eiland waarmee lonen, belasting en milieubeleid in West-Europa onder druk kunnen worden gezet.
  11. Europa op zoek naar burgers 'Het Europa van de burger’ is de nieuwe pr-slogan van Brussel. Maar de Nederlandse voorlichtingsfolder (Wij & Europa) komt niet veel verder dan dat sinds de interne markt 'betaalbare aardbeien uit Spanje al in maart in de winkel liggen’. Toen in 1992 en 1993 bij referenda in Denemarken en Frankrijk de weerstand tegen Europa zichtbaar werd, was Brussel in nood. Een geschrokken Europese Commissie stelde een 'reflectiegroep’ in, die concludeerde dat er fundamentele verbeteringen moesten komen op het gebied van democratie, sociaal beleid en milieu, anders dreigde een totale kloof. Maar de Euro-crisis waaide over en de onderhandelingen over verdragsaanpassingen op genoemde onderwerpen leverden niets op. In het Verdrag van Amsterdam komt een leeg hoofdstuk over werkloosheidsbestrijding, krijgt het woord 'duurzaamheid’ een mooi plekje in de inleiding, en wordt het democratische gat groter gemaakt. Europol wordt aan de man gebracht als 'vergroting van uw veiligheid’. De vrije vestiging van personen in Europa is aan voorwaarden gebonden (inkomen), en het vrije verkeer is er wèl voor goederen, diensten en kapitaal, maar slechts gedeeltelijk voor personen. De twaalf miljoen in Europa wonende migranten zijn zelfs van dit kleine beetje Europees burgerschap buitengesloten. Inderdaad, dank zij de ene munt hoeven vakantiegangers straks geen geld meer te wisselen. Maar dank zij giromaat en chipknip is geld wisselen ook nu al verleden tijd. Om het de burgers uit te leggen stuurt de Europese Commissie onafhankelijke wetenschappers op spreekbeurtentournee. Uit Nederland was dat onder andere Blankert van het VNO/NCW. Deze 'onafhankelijke wetenschappers’ moesten wel een overeenkomst ondertekenen waarin ze beloofden niets te zeggen dat tegenstrijdig was met de belangen van de Commissie. DEZE ELF BEZWAREN zijn niet recht te breien met een beetje meer macht voor het Europees parlement of een sociaal protocolletje. Het zijn de intrinsieke gevolgen van hoe Europa is opgezet, namelijk als groots neoliberaal project. Meer Europese samenwerking hóeft niet strijdig te zijn met een sociaal, mensvriendelijk beleid, maar dan moeten wel eerst het Verdrag van Maastricht en de criteria voor de Emu op de helling. Kortom, dat is geen kwestie van een beetje bijschaven maar van andere uitgangspunten. Een eerste stap naar een democratischer Europa is een referendum in alle lidstaten, om te beginnen in Nederland. Dat fietsen omvallen als ze stilstaan is geen argument om blind door te gaan met Europa, want Europa is nog altijd geen fiets. En een fiets valt niet om als de berijder beide benen op de grond zet.