Elizabeth schmitz

Ze is ‘een vrouw van het volk’, zeggen de junkies en de zwervers van Rotterdam. Heel haar loopbaan lang kwam Elizabeth Schmitz op voor de verdrukten. Nu wordt ze als staatssecretaris van Justitie verscheurd tussen hoofd en hart.

ELIZABETH SCHMITZ was gewaarschuwd. Toen Wim Kok haar het staatssecretariaat voor Justitie aanbood, sprak hij onomwonden van ‘de emotioneel zwaarste portefeuille’. De PvdA-politica, op dat moment nog burgemeester van Haarlem, realiseerde zich terdege dat het geen sinecure zou worden. Met afgrijzen had ze gezien hoe de VVD binnen de paarse constellatie steeds grovere eisen ging stellen op het gebied van de illegalenafweer. De houding van Bolkestein en de zijnen bracht haar zelfs nog even aan het twijfelen of ze Koks aanbod wel moest accepteren. 'Het is balanceren op die evenwichtsbalk van star beleid en wat je uit menselijk oogpunt en vanuit rechtvaardigheid wilt’, zo omschreef ze direct na haar jawoord aan Kok haar nieuwe functie tegenover een ANP-verslaggever. 'Ik denk dat ik af en toe voor beslissingen kom te staan die ik zelf met pijn en moeite zal nemen. Dat ontken ik niet, daar denk ik ook over na. Beslissingen die anderen misschien niet begrijpen. En ik hoop dat ik dan mijn beleid kan uitleggen. Het meest vrees ik dat mensen straks zeggen dat ze me niet meer herkennen. Ik weet dat dat ook voor Aad Kosto een ontzettende spanning is geweest, dat mensen vonden dat hij zichzelf en zijn zaak verloochende.’
Elizabeth Schmitz als poortwachter van Nederland, het is even wennen. Het is alsof je Roel van Duijn benoemd ziet tot voorzitter van de Slagersvakbond, of Andries Knevel ziet headbangen bij een concert van Black Sabbath. Toegegeven: haar voorganger Kosto had zich als parlementarier ook altijd laten kennen als een progressieve mensenvriend, maar kringen die hem beter kenden, wisten altijd al dat nummer een op zijn prioriteitenlijst toch altijd Aad Kosto zelf bleef. Vandaar dat hij zich zonder al te veel hoofdbrekens wist te profileren tot een der meest enthousiaste illegalenjagers aller tijden.
Het moet wel heel raar lopen als Elizabeth Schmitz dezelfde metamorfose zal doormaken. Inmiddels heeft ze haar eerste confrontatie met de Tweede Kamer achter de rug: haar nog niet eens zo genereuze idee een 'generaal pardon’ te verlenen aan illegalen die al zes jaar meedraaien in de formele economie, werd met name door VVD en D66 honend weggeblaft. In het kabinet Kok-Dijkstal zal niemand zo worden vescheurd tussen hoofd en hart als deze bewindsvrouw.
ELIZABETH MARIA Alida Schmitz is wat je noemt een selfmade politica. Ze kwam op 20 mei 1938 ter wereld in een rooms-katholiek middenklassegezin te Rotterdam. Haar vroeg overleden vader was werkzaam in de tabakshandel. Na het doorlopen van de middelbare meisjesschool was ze een jaar au pair in Engeland, waar ze aan de universiteit van Cambridge het lower certificate behaalde. Na enige tijd op een Rotterdams scheepvaartkantoor te hebben gewerkt, kreeg ze een baan als documentaliste en onderzoekster bij de Stichting Samenwerkende Kerken. Later werd ze voorzitter van die instantie. Ze combineerde haar kerkelijke activiteiten met lesgeven aan een nijverheidsschool en een experimentele havo, terwijl ze aan de Erasmusuniversiteit bestuursrecht en politicologie studeerde.
In 1968 werd ze politiek actief. Ze trad toe tot de gelederen van D66, gelokt door Van Mierlo’s perspectief op de vorming van een progressieve volkspartij. In 1972 werd ze gemeenteraadslid in haar geboortestad. Een jaar later stapte ze over naar de PvdA-fractie, namens wie ze in 1974 wethouder van Sociale Zaken werd in een college dat voor de rest exclusief bestond uit mannelijke PvdA'ers. 'Toen de verbinding tussen PvdA en D66 niet tot stand bleek te komen, beperkte ik mijn lidmaatschap tot de PvdA, omdat ik meen dat slechts in grotere verbanden werkelijk maatschappelijke veranderingen tot stand kunnen worden gebracht’, zo legde ze haar politieke overstap uit. Als wethouder ontmoette ze voor het eerst Ien Dales, op dat moment directeur van de sociale dienst in Rotterdam. Dales werd haar hartsvriendin.
De rk-kerk bleef aan haar trekken. Al in 1970 was ze gevraagd als adjunct-secretaris van het bisdom Rotterdam, maar dat aanbod wees ze van de hand, uit onvrede met de benoeming van de aartsconservatieve monseigneur Simonis tot bisschop van het diocees. Ze zou nog vaak met Simonis c.s. in aanvaring komen, onder meer als voorzitter van de Stichting Eduard Schillebeeckx en vice-voorzitter van Pax Christi. Voortdurend over woog ze een overstap naar de hervormde kerk, zo verklaarde ze in 1990 tegen Hervormd Nederland. 'De overstap heb ik nog niet willen doen, al sluit ik die niet uit. Het mag niet uitmaken tot welke christelijke kerk je behoort. Ik heb een hekel aan bekeringen. Maar ik kan wel een uurtje commentaar leveren op de manier waarop de rk-kerk nu wordt bestuurd en op de vervreemding van de samenleving. Het Vaticaan denkt beter te zijn dan wie in welke kerkprovincie dan ook. Het wil de koers bepalen, ongeacht land of cultuur en dat botst natuurlijk geweldig. Het heeft geen kans gezien met de tijd mee te groeien. Ik heb ook mijn twijfels over de centrale plaats van het ambt in de kerk, uitsluitend voor mannen ook nog, met de vanzelfsprekendheid alsof er niets anders te verzinnen valt. Dat zou een reden kunnen zijn er uit te stappen. Kunnen vrouwen die zichzelf respecteren nog bij zo'n gemeenschap blijven? Dat is bijna een breekpunt voor me, vooral als ik zie hoe vrouwen die hun sporen hebben verdiend op theologisch gebied door de leiding worden benaderd.’ Over de paus merkte ze op dat ze hem hooguit wenste te zien als een 'primus inter paris, niet als een soort topfiguur met onfeilbaarheidsgeneigdheid en dat soort grappen’. Meer dan de paus neemt ze protestantse geestelijken als de anti-nazidominee Bonhoffer als voorbeeld.
IN 1982 RAAKT Schmitz uit de gratie bij de Rotterdamse PvdA. Ze vat haar achtste plaats op de kandidatenlijst op als een belediging en neemt afscheid. 'Schmitz moet blijven’, roepen de organisaties voor drugsverslaafden en daklozen. 'Ze is een grandioze vrouw, een vrouw van het volk.’ Zelf is ze daar wat verlegen mee. 'Vrouw van het volk, die benaming zal velen verbaasd hebben’, merkt ze op. 'Ik weet dat ik vaak als afstandelijk word ervaren. De mensen vinden me dikwijls moeilijk te peilen en te benaderen.’
Terwijl ze werkt als persoonlijk assistent van Ien Dales, profileert Schmitz zich steeds meer als pleitbezorgster van de bevrijdingstheologie. Van het 'nieuwe realisme’ binnen de PvdA moet ze niets hebben. 'Geld en bezit zijn nog steeds de privileges van enkelen’, meent ze. Al in haar Rotterdamse tijd verzette ze zich met hand en tand tegen de almaar oplopende bezuinigingen op de sociale zorg. 'We kunnen de burgers niet verder belasten’, verkondigt ze.
De verdrukten van de aarde vinden in haar een onvermoeibare medestrijdster, ook nadat ze in 1985 burgemeester van Haarlem wordt. Ze sympathiseert hevig met de Sandinisten van Nicaragua, komt op voor de Turkse Koerden, protesteert op een kistje bij de Amerikaanse ambassade tegen de agressieve taal van George Bush aan de vooravond van de Golfoorlog, ontpopt zich als een voorstander van een economische boycot van Israel ten gunste van de Palestijnen, voert actie tegen de opening van het rk- klooster bij Auschwitz. Keer op keer strijdt ze tegen de verharding van het asielzoekersbeleid, onder meer vanuit haar functie als voorzitter van de stichting Oppressed People, verbonden aan de Vrije Universiteit.
ONDERTUSSEN WORDT de roddel- en achterklap over de aard van Schmitz’ relatie met collega-burgemeesteres Ien Dales steeds groter. Schmitz’ onvermoeibare inzet voor de minderheidsgroeperingen in het land wordt door psychoanalytici van de koude grond nogal eens in verband gebracht met haar praktizering van de damesliefde. In juni 1989, aan de vooravond van de Roze Zaterdag in Haarlem, besluit Henk Krols Gaykrant de geruchten te toetsen. 'Stel dat u zelf lesbisch zou zijn, zou u daar dan in Haarlem voor uitkomen?’ vraagt de verslaggever, die meldt dat de 'burgemeester reageert alsof ze die vraag al het hele interview had zien aankomen’. 'Terwijl ze een antwoord formuleert, kijkt ze in een hoek van 110 graden haar werkkamer in. “Dat weet ik niet zeker. Het is inderdaad een stelvraag, want ik ben het niet.” ’ De verslaggever wil nog steeds van geen wijken weten, en sleept er zelfs Schmitz’ huiskat bij, Jonathan genaamd. Zegt David in het bijbelboek Samuel uiteindelijk niet tegen Jonathan: 'Uw liefde was mij wonderlijker dan liefde van vrouwen’? Schmitz geeft zich nog steeds niet gewonnen: 'Het is voer voor psychologen, denk ik, dat ik die poes zo genoemd heb.’ Ondanks die ontkenning blijft Schmitz genoemd worden als de levenspartner van Ien Dales. Tijdens de begrafenis van de minister van Binnenlandse Zaken zoemen de camera’s van de roddelbladen bijna exclusief op haar in.
Als staatssecretaris van Justitie staat Elizabeth Schmitz nu zelf volop in de schijnwerpers. De hoop van progressief Nederland is op haar gevestigd. Tegelijkertijd mag haar positie worden gezien als een van de minst stabiele binnen het paarse kabinet. 'Als het om werkelijke levensvragen gaat, verloopt mijn leven eerder in horten en stoten dan in een evenwichtige lijn’, verklaarde ze ooit. Moeilijker dan dit had ze het niet kunnen kiezen.