Ivoorkust verdeeld tussen presidenten

Elk geluid een geweerschot

Contact krijgen met Alassane Ouattara, volgens het buitenland de rechtmatige president van Ivoorkust, is niet mogelijk. Een vleugje opvangen van het kamp van Laurent Gbagbo, de president die blijft zitten waar hij zit, kan wel.

ABIDJAN - Wil je Laurent Gbagbo interviewen? Zijn vrouw? Wil je een rondtoer door de haven? Mijn Zuid-Afrikaanse collega grijnst. Ik kijk hem ongelovig aan. Schei uit zeg. Sinds de verkiezingen afgelopen november is Laurent Gbagbo praktisch onbereikbaar. Hij verschuilt zich in het presidentieel paleis, laat zich omringen door een horde beveiligers en komt alleen nog naar buiten als het echt niet anders kan.
Gbagbo verloor de verkiezingen volgens de internationale gemeenschap, maar weigert zijn verlies te aanvaarden. Hij vond dat er gemanipuleerd is met stemmen in het noorden en vocht de uitslag aan bij het Grondwettelijk Hof en dat annuleerde vervolgens de noordelijke stemmen, waardoor Gbagbo toch meer kiezers had dan zijn rivaal Alassane Ouattara. Oud-premier Ouattara heeft van oudsher vooral steun in het islamitische noorden.
Mijn Zuid-Afrikaanse collega heeft intensieve contacten met het Gbagbo-kamp omdat Zuid-Afrika lid is van het Afrikaanse bemiddelingspanel en een van de weinige landen die zich vierkant achter Gbagbo schaarden. De collega is in Ivoorkust op uitnodiging van mevrouw Simone Gbagbo en heeft zelfs de beschikking over een van haar auto’s met chauffeur. Hij heeft binnen de Gbagbo-gelederen een soort heldenstatus en als ik wil mag ik daar een graantje van meepikken. Na enige aarzeling - het zal onmogelijk zijn om met het kamp van Ouattara contact te maken - besluit ik om het Gbagbo-kamp van dichtbij te bekijken.
Dus rijden we de volgende dag naar de haven om een rondvaart af te spreken, maken we een afspraak met de Gbagbo-minister van Budget en lunchen we met een van de invloedrijkste mannen van Ivoorkust, oud-minister Laurent Dono Fologo. Maar eerst ga ik met mijn vrouwelijke fixer Eve - zeer pro-Gbagbo - naar de voorzitster van Les Femmes Patriotes. Die is enorm populair en goede vriendin van meneer en mevrouw Gbagbo. Het kamp van Ouattara beschuldigt haar van gewapende samenwerking met de Jeune Patriotes, de jonge patriotten die vol testosteron en ongeduld en bewapend met stokken, machetes en kalasjnikovs door de straten van Abidjan patrouilleren en wegversperringen bemannen. Ze moet erom lachen. ‘Zie je mij lopen met een machete? Maar inderdaad, ik heb regelmatig contact met de Jonge Patriotten. Goeie jongens die goed werk verrichten.’
Een paar uur later worden we geconfronteerd met die goeie jongens. Onze auto wordt bij een wegblokkade aangehouden en naar de kant gedirigeerd door jongens met een zakdoek voor het gezicht, kalasjnikovs over de schouder en stokken in de hand. De kofferbak moet open. Eruit, gebaart een jongen. Eve laat zien dat er alleen twee gasflessen in staan, klaar om gevuld te worden. We zijn niet de enigen die de kofferbak open moeten maken. Vooral de gele taxi’s, de woroworo’s, worden binnenstebuiten gekeerd. Het gerucht gaat dat met deze taxi’s uit de wijk Abobo de kalasjnikovs en machetes worden verdeeld onder de Ouattara-aanhang.

DE ECONOOM Allasane Ouattara was begin jaren negentig minister-president. Na zijn aftreden in 1993 heeft hij geen regeringsfunctie meer gehad. Gbagbo is sinds 2000 president en overleefde in 2001 en in 2002 een militaire staatsgreep. Sinds die tijd is het onrustig in Ivoorkust, ondanks een vredesverdrag. Eigenlijk hadden de presidentsverkiezingen al in 2005 moeten plaatsvinden, maar Gbagbo wist het uit te stellen tot november 2010. Ze wonnen allebei, althans volgens henzelf. En nadat beide 'presidenten’ begin december hun eigen eed hadden afgelegd, is in verschillende constellaties geprobeerd te bemiddelen, om een gewelddadig conflict te vermijden. Tot nu toe echter zonder resultaat, beide kampen staan lijnrecht tegenover elkaar.
Het pro-Gbagbo-kamp haat de Fransen en de Verenigde Naties. Ze zijn er heilig van overtuigd dat deze er alles aan gedaan hebben om hun president uit te schakelen. Waren de Fransen en de VN niet als eersten met de uitslag naar het hotel gegaan waar Ouattara verbleef om zijn overwinning bekend te maken? En was het niet merkwaardig dat de uitslag van hún verkiezingen eerder op de Franse tv te zien was dan op hun eigen staatstelevisie?
Het grote struikelblok voor het Gbagbo-kamp is het Pacte colonial, het verdrag dat Frankrijk en Ivoorkust sloten met de onafhankelijkheid in 1960. Dat pact regelt de rechten en plichten tussen de voormalige Franse kolonie en Frankrijk. Door dat pact heeft Frankrijk nog steeds enorme belangen in Ivoorkust. Veertig procent van het Ivoriaanse staatsinkomen gaat rechtstreeks naar de Franse schatkist. Ongeveer 45 procent van de grond is in Franse handen. De meest invloedrijke bedrijven zijn Frans, de waterleiding en de elektriciteit zijn Frans, de grote banken zijn Frans, de ambtenarenopleiding is Frans. Zelfs het presidentieel paleis van Gbagbo is Frans bezit, Gbagbo betaalt huur aan Frankrijk. Gbagbo vindt dat Ivoorkust door deze belangen meer lijkt op een slavenstaat van Frankrijk dan op een onafhankelijk land en hij wil de economische invloed van Frankrijk dan ook drastisch verminderen. Rivaal Ouattara heeft minder moeite met de positie van Frankrijk.
IVOORKUST IS het rijkste land van de regio en speelt een belangrijke economische rol in het hele gebied. Cacao, koffie en rubber vormen belangrijke bronnen van inkomsten. Rijkdom betekent in dit geval dat Gbagbo genoeg geld heeft om wapens te kopen en de economie oppervlakkig draaiende te houden. Daarom probeert Europa de economie van Ivoorkust langzaam te verstikken met onder meer een handelsembargo. Ook gingen de twee grootste banken (van Franse eigenaren) van de ene op de andere dag dicht; veel andere banken waren gedwongen te volgen, waardoor zonder een enkele waarschuwing vooraf de mensen niet meer bij hun geld konden komen. Ivoorkust werd bovendien uit de Economische Unie en uit de Monetaire Unie van de CFA gegooid. Die munt is gekoppeld aan de euro.
Door het handelsembargo blijven de cacaobonen liggen bij de boeren en in de haven. En ook Ouattara probeert Gbagbo met een embargo op de cacaohandel op de knieën te dwingen. Hij verlengde onlangs het exportverbod op cacao met een maand. Gbagbo probeert te redden wat er te redden valt: hij heeft de cacao genationaliseerd en zoekt nu zelf kopers op de internationale markt. De boeren krijgen een vastgestelde prijs.
Het Pacte colonial en de enorme Franse belangen in Ivoorkust vormen de komende dagen een steeds terugkerend onderwerp. De minister van Budget krijgt tranen in zijn ogen als hij erover vertelt, oud-minister Fologo maakt zich boos. Mevrouw Gbagbo slaat nog net geen kruis als ik vraag wat zij van de Fransen vindt. Door het koloniale pact is de onafhankelijkheid van Ivoorkust een farce.
De minister van Budget, Katinan Koné, spreekt, net als Gbagbo, van slavernij. Hij is nog maar een paar maanden minister en door Gbagbo gekozen vanwege zijn onbevlekte verleden; hij was directeur van het kadaster. Hij weet me door zijn tranen bijna van zijn oprechtheid te overtuigen. Tot na het interview. Dan trekt hij een bureaulade open. Daar puilen de bankbiljetten uit. Hij haalt er een fiks pak uit: 'Niet om jullie om te kopen hoor, maar ga er maar een keer lekker van lunchen.’
Ik draai me om en loop de kamer uit. Wat mijn Afrikaanse collega’s doen wil ik niet weten.
Later hoorde ik dat het zo'n vijftienhonderd euro bedroeg. Een fortuin in een stad waar duizenden mensen elke dag weer in de rij staan om geld te pakken te krijgen, omdat de meeste banken zijn gesloten.
DE VOLGENDE dag, zondag, gaan we rond zes uur ’s avonds op weg naar het presidentieel paleis. Het kost twee wegversperringen, twee wachtposten en een kwartier wachten om in deze gevangenis van Gbagbo te komen. Het is donker en er is weinig te zien. Het zaaltje waar de katholieke kerkdienst wordt gehouden is niet echt imposant. Meer type crematiezaal in klein dorp. Er kunnen zo'n zestig mensen in en die zijn er ook. De band zingt een oorverdovend halleluja. De ministers, staatssecretarissen, familie en vrienden laten zich er door inspireren; het duurt niet lang of er wordt enthousiast gedanst en gebeden. Het wachten is op de president met zijn vrouw: als bij een echt koninklijk paar kan de mis pas van start als ze er zijn.
Gbagbo ziet er slecht uit. Hij is afgevallen maar zijn gezicht is opgeblazen. Hij heeft zich niet geschoren en maakt een beetje wezenloze indruk. Hij kijkt nauwelijks om zich heen, zit vaak met zijn ogen dicht of staart naar de grond. Er zijn geruchten dat hij last heeft van epilepsieaanvallen. Zijn vrouw Simone is wat uitbundiger. Zij staat af en toe op om een paar danspassen te maken. Twee beveiligers kijken bewegingloos toe. De preek van Gbagbo’s biechtvader is niet echt vredelievend. Het is één grote aanklacht tegen Ouattara en bevat de omineuze waarschuwing dat het Ivoriaanse volk zal moeten lijden om vrij te kunnen zijn.
En dan opeens, zonder uitdeling van de hostie, de afronding van een katholieke mis, verdwijnt het paar met de beveiligers. De band speelt nog een nummer, dan is het over. Er worden afspraken gemaakt met de woordvoerder van Simone Gbagbo en met die van Gbagbo zelf. Overmorgen kan ik met Simone mee naar de internationale vrouwendag, een dag later zou Gbagbo een half uur bevraagd kunnen worden.
Twee dagen later druk ik de hand van Simone Gbagbo. Het is een stevige hand van een grote vrouw. Ze mompelt iets wat ik niet kan verstaan en gaat dan zitten in een speciale stoel die al de hele morgen onder een hoes op haar heeft staan wachten. De organisatie van het feest is Afrikaans, dat wil zeggen dat de minst belangrijke mensen zich al heel vroeg, om zeven uur moeten melden. Simone Gbagbo betreedt om half twaalf het ommuurde feestterrein. Mij was gevraagd om half tien aanwezig te zijn. Ik mocht vrijelijk het podium op en af om foto’s te maken van mevrouw Gbagbo. Een hele eer, zo hoor ik later van lokale collega’s. Zij werden hardhandig door de vele zwaarbewapende beveiligers weggehouden.
Zo af en toe kan ik een paar woorden met haar wisselen. Zijn de eerste nog plichtmatig - 'Erg blij dat er zoveel vrouwen zijn gekomen om hun steun aan mijn man te betuigen’ - later ontdooit ze wat en vertelt dat ze zich zorgen maakt over haar echtgenoot. Hij staat onder veel spanning. Ze houdt een strijdbare speech, waarin ze opnieuw de vloer aanveegt met Ouattara, de Fransen, het koloniale pact en de VN-troepen.
Het hele feest heeft een bizar karakter: dansende en zingende vrouwen onder het toeziend oog van sluipschutters, heel veel soldaten en een helikopter die rondjes draait. Verder weg in de wijk zijn grote, zwarte rookwolken te zien. Echt veilig voelt het niet: een enkele granaat of molotovcocktail kan enorme gevolgen hebben omdat het terrein ommuurd is en maar één echte in- en uitgang heeft. Als er wat gebeurt, zitten we als ratten in de val.
Na het feest met de dames staan de vluchtelingen uit de wijk Abobo op haar programma. Ik hoop op een ritje in haar gepantserde auto, maar zo ver gaat de gastvrijheid toch niet. Bij de kerk, waar zo'n duizend vluchtelingen een veilig heenkomen vonden, behoor ik plots ook tot de journalisten die worden weggeduwd.

OMDAT GBAGBO de zittende president was, lijkt zijn regering nog het meest op een 'echte’. Zijn ministers zitten in de officiële kantoren, zijn ambtenaren bevolken de officiële instituties, zoals de haven van Abidjan. Leger en politie staan (nog) achter hem, hoewel er berichten komen over soldaten die de grens met Liberia over zijn getrokken.
Ouattara heeft zijn eigen presidentieel paleis: het Golfhotel, zwaar bewaakt door VN-troepen. Ouattara en zijn mensen kunnen zich alleen hier vrij bewegen. We staan op het terras van oud-minister Fologo en zien in de verte de lichtjes van het Golfhotel. Eve snuift. Beesten zijn het daar. Ze hebben er een smeerboel van gemaakt. Hoe ze dat weet? Ze haalt haar schouders op. Dat weet toch iedereen? De zwaarbewaakte villa van Fologo met zwembad, binnentuin en watervalletje doet sprookjesachtig aan. Dat er in Abobo op datzelfde moment mensen worden neergeschoten, lijkt onbestaanbaar.
Fologo was minister in een groot aantal regeringen en wordt door zijn lange staat van dienst ook wel 'het geschiedenisboek van Ivoorkust’ genoemd. Hij is overigens niet van Gbagbo’s partij, maar heeft zich na de verkiezingen -fanatiek - achter hem geschaard, omdat ook hij af wil van de Franse invloed in zijn land. De grote man laat echter op zich wachten. Het vasten is begonnen en Fologo blijkt in de kerk te zitten. Na een uur houden we het voor gezien. Weer worden we onderweg aangehouden door de Jonge Patriotten. Weer kijken de jongens me vanachter hun zakdoek wantrouwend aan.
Op de laatste dag wil ik naar Abobo, oftewel Bagdad, zoals de wijk door de bewoners wordt genoemd. Ik wil weten hoe deze oorlogszone er in werkelijkheid uitziet. In een groot deel van Abidjan lijkt het leven namelijk zijn gewone gang te gaan: mensen die werken en winkelen. Wel zijn er lange rijen voor de banken en voor de benzinepompen, er is een tekort aan geld om eten te kopen en gas om te koken. Ook zijn de bewoners angstig. Elk geluid wordt uitgelegd als een geweerschot.
In Abobo, de pro-Ouattarawijk met ongeveer één miljoen inwoners, staan de twee presidenten letterlijk tegenover elkaar. Het stille commando van Ouattara tegenover het Gbagbo-gezinde leger. Hier werden zeven vrouwen tijdens een vreedzame demonstratie neergeschoten. Hier vind je de meeste wegversperringen. Hier vluchten de meeste mensen vandaan.
Het wordt ons sterk afgeraden, maar Eve en ik gaan toch, zonder mannelijk escorte, we denken dat twee vrouwen minder agressie oproepen. We rijden stapvoets. Eve kijkt alert om zich heen. De winkels zijn allemaal dicht, de huizen leeg. Hier en daar ligt een uitgebrande auto op z'n kop. In de verte horen we iets wat lijkt op geweerschoten. De sfeer is dreigend, benauwd. Vrouwen zijn er nauwelijks te zien. Wel veel jongens en mannen. Sommigen met een zakdoek voor hun gezicht. Als een groepje onze richting uit komt, maakt Eve rechtsomkeert. 'Wegwezen.’
Later zegt ze: 'De wijk komt meer en meer in handen van Ouattara. Ik zie elke dag de grens verschuiven. Dat is angstig. In de veilige wijken lijkt alles normaal te gaan, maar we zijn bang. Diep in ons hart zijn we heel bang.’

DE VOLGENDE dag vertrek ik met gemengde gevoelens. Blij dat ik weg kan, omdat een burgeroorlog onafwendbaar lijkt. Met spijt, omdat ik de belangrijkste ontwikkelingen zal moeten missen. Ik ben net thuis als de voorman van de Jonge Patriotten, Charles Blé Goudé, zijn jongens oproept tot oorlog. Ik zie beelden van mijn Zuid-Afrikaanse collega. Mijn haren gaan recht overeind staan. Dit is werkelijk een oproep tot oorlog aan duizenden en duizenden bewapende jongens die tot alles in staat zijn. Maar de ogen van de wereld zijn gericht op Libië en Japan. Van ingrijpen is hier geen sprake, al belooft Nederland wel een miljoen euro om de vluchtelingen te helpen.


Een oplossing voor Gbagbo
Sinds de presidentsverkiezingen eind november lopen de spanningen steeds verder op in Ivoorkust. Geen van beide 'presidenten’ wil van wijken weten. Alassane Ouattara weet zich gesteund door de internationale gemeenschap en sinds kort ook door de Afrikaanse Unie. Zuid-Afrika, lid van het bemiddelingspanel van de Afrikaanse Unie, draaide 180 graden en erkende plots de overwinning van Ouattara na een bezoek aan Parijs. Laurent Gbagbo is echter niet van plan het presidentschap op te geven. Daardoor staan beide kampen lijnrecht tegenover elkaar. Inmiddels loopt het directe dodental op, net als het aantal vluchtelingen. Onuci, de VN-vredesmacht in Ivoorkust, noemt vijfhonderd doden. Het aantal mensen dat de stad Abidjan ontvlucht, wordt op één miljoen geschat. Afgelopen week dienden Frankrijk en Nigeria een nieuwe concept-resolutie in bij de VN; hierin wordt gevraagd om meer sancties. Deze week wordt hierover gesproken. Ook heeft de Afrikaanse Unie dit weekend een nieuwe bemiddelaar benoemd: José Brito, de voormalige minister van Buitenlandse Zaken van Kaapverdië. Deze stelt Ouattara voor om een regering te vormen en een oplossing te zoeken voor Gbagbo. Maar Ouattara heeft al laten weten niet te willen praten met Brito. Hij vindt de onderhandelaar volstrekt ongeschikt.