Elk land zijn eigen internetje

Het gaat niet over kinderporno, niet over seksueel geweld, niet over gewoon geweld. Het gaat over seks. En over abortus. Nu in het Amerikaanse Congres de nieuwe Telecomwetten zijn aangenomen, is het voortaan verboden om via het Internet materiaal de Verenigde Staten binnen te brengen dat zich laat omschrijven als ‘obscene, lewd, lascivious, or filthy’ - ontuchtig, wulps of smerig. Naar de letter van de Communications Decency Act geldt dat verbod ook voor ‘drugs, medicijnen, apparaten of andere zaken die kun nen worden gebruikt om een abortus op te wekken’, evenals voor informatie over waar en hoe zulks te verkrijgen is. En wel op straffe van maximaal tienduizend dollar of tien jaar gevangenis.

Dat zou betekenen dat niet alleen blote plaatjes verboden zijn, maar ook adressenlijsten van abortusklinieken. Volgens pro choice-activisten op het Internet is paniek echter vooralsnog onnodig: de abortusparagraaf is overgenomen uit de oude Telecomwet, waarin werd bepaald wat Amerikanen wel en niet per post en telefoon mochten doen. Sinds in 1973 abortus is gelegaliseerd in alle Amerikaanse staten, heeft die paragraaf geen gelding meer - dat zou pas weer zo zijn als het Hooggerechtshof zich ooit anders uitspreekt over abortus.
Blijft over al het obscene en wulpse. Als president Clinton binnenkort zijn handtekening zet onder de wet, promoveert het Internet van het meest ongereguleerde medium tot het meest gecensureerde. Wat mag in boeken en films, mag niet op Internet. En het gaat niet alleen om porno, maar ook om boeken als The Catcher in the Rye en Ulysses - alles waar de zogeheten seven dirty words in voorkomen: shit, piss, fuck, cock, cocksucker, motherfucker, tits. Hoe men zo'n wet denkt uit te voeren - en wat de internationale consequenties zijn - zal pas na vele rechtszaken duidelijk worden. Digitale-burgerbewegingen willen de wet om te beginnen door de rechter aan de Amerikaanse grondwet laten toetsen.
Er voltrekt zich momenteel een bizarre digitale balkanisering op Internet. Terwijl Amerika alle seks van het Net probeert te weren, zorgen enge nazi-clubjes en bijvoorbeeld de Nederlandse CP86 dat hun spullen op Amerikaanse Internet-computers staan. Want als het gaat om racisme, is Amerika juist weer wat ruimdenkender dan Europa. Deutsche Telekom, de grootste Internet-aanbieder in Duitsland, heeft onlangs dan ook de toegang tot een Amerikaanse Internet-site afgesloten voor haar abonnees, omdat daar nazi-propaganda te vinden was. Ook al het andere materiaal op die site is daarmee ontoegankelijk geworden voor een miljoen Duitse gebruikers.
En zo heeft elk land wel iets wat ze hun digitale burgers willen onthouden: in China, Saoedi-Arabie" en Iran is kritiek op de regering verboden, in Frankrijk maakt men zich zorgen over Le grand secret, het verboden boek over Mitterrands kanker, dat onlangs opdook op het Net. Als er niet snel internationale afspraken komen over de vrijheid van informatie op het Internet, heeft dadelijk elk land zijn eigen gecensureerde Internetje. En dan kunnen we het wereldwijde Internet wel opdoeken.