Film - The Sense of an Ending

Elke dag zondag

Julian Barnes’ roman The Sense of an Ending lezen is als een klasje schrijven volgen. Ritesh Batra’s gelijknamige film is een klasje ‘hoe verfilm ik een boek’.

Medium the sense of an ending st 2 jpg sd high
Jim Broadbent als Tony Webster en Charlotte Rampling als Veronica Ford, Websters eerste liefde © Cinemien

De glimmende binnenkant van een pols. Stoom die van een hete koekenpan slaat als die lachend in een natte wasbak wordt gesmeten. Zaad dat wegloopt in een gootsteen. Een rivier die opwaarts stroomt. Nog een rivier. Een afgekoeld bad. Met die elementen, flarden van herinneringen, opent The Sense of an Ending, de roman waarmee Julian Barnes in 2011 de Man Booker Prize won. Het boekje is klein en knotty, zoals ik het ergens mooi omschreven zag: knoestig, vol knopen, complex. Barnes roept ideeën op over ouder worden, over terugkijken op het verleden, over geschiedenis en herinnering. Het verhaal wordt verteld door Tony Webster. Het eerste deel bestaat uit Tony’s herinneringen. In het tweede deel moeten die herinneringen, onder druk gezet door gebeurtenissen in het heden, worden herzien. Ergens in Tony’s geheugen ligt – pols, koekenpan, gootsteen, rivier, bad – de waarheid verborgen. De knoestige plot wordt steeds strakker getrokken, tot de knoop met geen mogelijkheid meer los te krijgen is.

De verfilming van The Sense of an Ending, die nu in de bioscoop te zien is, legt de focus op het heden. Samen met gescheiden zestiger Tony kijken we terug op zijn schooltijd in de jaren zestig toen hij, zo bespiegelt hij nu, dacht dat het leven nog moest beginnen. Verwikkelingen in het nu worden aan herinneringen aan toen geregen. Zo herinnert hij zich zijn pedante vriendenclubje en zijn serieuzere vriend Adrian. Hij herinnert zich zijn eerste liefde Veronica en het ongemakkelijke weekend dat zij doorbrachten bij haar ouders in Chislehurst. Het beeld van de stomende pan in de wasbak blijkt te horen bij Veronica’s moeder, de licht labiele Sarah, die lachend een mislukt ontbijt wegsmeet. In het heden krijgt Tony bericht van een notaris. Na dat ene weekend heeft hij Sarah nooit meer gezien maar nu ze is overleden, blijkt ze hem iets te hebben nagelaten in haar testament. Dat ‘iets’ is vooralsnog in het bezit van Veronica. En zij was niet alleen Tony’s eerste geliefde, ze bezorgde hem tevens zijn eerste gebroken hart.

Ritesh Batra, een van oorsprong Indiase regisseur met één eerdere speelfilm op zijn naam, kleurt het leven van Tony in waar Barnes het leeg liet. Hij geeft Tony een winkeltje met vintage Leica-camera’s. Een zwangere dochter. Een ruime, lichte woning waar hij espresso zet met een percolator. Acteur Jim Broadbent maakt het personage af. Hij speelt Tony als een mopperende en onbenullige oude man. Iemand die, zoals in het boek, keer op keer wordt verweten dat hij er niets van begrijpt, en dat hij er ook nooit iets van zál begrijpen. De Tony Webster uit de film maakt een ontwikkeling door: van passief naar actief, van gefrustreerd naar sympathiek. Eerst merkt hij de vriendelijkheid van zijn postbode niet eens op, later benadert hij diezelfde man zo amicaal dat het ongemakkelijk wordt. In het boek begin je je juist steeds vaker af te vragen: is deze man eigenlijk wel zo sympathiek?

‘Ik was vastbesloten om beleefd te zijn, ongenaakbaar, vervelend, vriendelijk: kortom, om te liegen’

‘Ik was vastbesloten om beleefd te zijn, ongenaakbaar, aanhoudend, vervelend, vriendelijk: kortom, om te liegen.’ Om zijn erfstuk los te krijgen, benadert Tony Veronica ‘alsof ze een verzekeringsmaatschappij is’. Dat Veronica een oude vriendin is, en geen zakelijk contact, lijkt hij zich niet te realiseren. Dat zij net haar moeder heeft verloren ook niet, zelfs niet wanneer de notaris hem daarop wijst. Hij begrijpt het niet, wordt hem in het boek verweten. Of kíest hij ervoor om het niet te begrijpen? Het is een wezenlijk verschil. In de film laten Tony’s dochter en ex-echtgenote hem doorlopend weten dat hij uit de pas loopt met de tijd. Regisseur Batra maakte een technofoob van hem, zonder mobiele telefoon of sociale-media-account. In zijn nauwe winkeltje verschuilt Tony zich letterlijk achter zijn analoge Leica’s, een interesse die hij ooit – hoe symbolisch – overnam van Veronica. Niet alleen de camera zelf is anachronistisch, het hele concept van fotograferen draait om het bevriezen van de tijd.

‘Tony Webster – He Never Got It’. Barnes laat Tony schertsend opmerken dat ze het wel in zijn grafsteen mogen beitelen. Of nee, liever kiest hij voor de titel (en enige songtekst) van een punknummer waarover hij hoorde: ‘Tony Webster – Every Day Is Sunday’. Er zit een venijn in Tony dat niet standhoudt in de film. Er zit een venijn in zijn schijnbare onwetendheid, in zijn onhandigheid, in zijn falende geheugen. Als jongen droomde hij van een avontuurlijk en turbulent leven; het leven van een romanpersonage. In plaats daarvan was het iedere dag zondag. Terwijl de levens om hem heen voortijdig eindigden of tragisch verliepen, weigert Tony in te zien hoeveel geluk hij heeft gehad. Weigert hij in te zien dat hij misschien zelf een hand heeft gehad in hoe die levens verliepen. De jongens van Tony’s vriendenclubje droegen hun horloges altijd verkeerd om, met de klok aan de binnenkant van hun pols. Het is een van Barnes’ opzichtige symbolen over een soort naïviteit – specifiek ten opzichte van tijd – dat koppig is, en arrogant. Anno 2017 zouden we waarschijnlijk zeggen dat niet willen weten ‘hoe laat het is’ een white privilege is.

De pols. De pan. De gootsteen. Een rivier, nog een rivier. Een bad. De herinneringen waarmee Barnes zijn roman begon, blijven gedurende het boek terugkeren. Er zitten rijm en ritme in die elementen en hun herhaling: cirkels, water, stroom, kolk. Tony’s herinneringen draaien rond in zijn geheugen, rond en rond en rond en rond. ‘Is this about closing the circle?’ vraagt Veronica aan Tony. Barnes zinspeelt op een raadsel in Tony’s verleden, waarbij niet alleen Veronica en haar moeder Sarah maar ook zijn jeugdvriend Adrian betrokken zouden zijn. Hij zinspeelt ook op een oplossing van dat raadsel; een ontknoping van de knots. Hij doorspekt Tony’s gemijmer met heuse clues, de lezer aansporend om voor detective te spelen. Er duikt zelfs een raadselachtig dagboekfragment op, met wiskundeformule en al. Maar wanneer Barnes op de laatste pagina’s met zijn ontknoping op de proppen komt, blijft de lezer onbevredigd achter. Wetend dat Tony, onze onbetrouwbare verteller, ‘het niet begrijpt en het ook nooit zal begrijpen’, realiseert hij zich dat het raadsel niet te ontrafelen is.

Tony Webster is als een Russische matroesjka-pop: in zijn naïviteit zit tragiek, in die tragiek zit kwaadaardigheid

‘Wil je de cirkel sluiten?’ Het is mooi dat dit boek, dat gaat over de cirkelbewegingen van de tijd, de lezer aanspoort om aan het einde direct opnieuw te beginnen. Op internetfora delen teruglezers koortsachtig hun theorieën over het slot, over de herinneringen waarmee het boek begint, over de symbolen waar Barnes zo gul mee strooit. Een consensus is er niet. Er is geen oplossing. De titel The Sense of an Ending, die Barnes overnam van een boek van literatuurwetenschapper Frank Kermode, verklapt dat hij nooit van plan was om een bevredigend slot af te leveren. Daarmee beantwoordt hij ook meteen de vraag die Veronica stelde: Tony wil de cirkel niet sluiten. Hij wil geen closure. Hij wil alleen het idee hebben dat er iets besloten is. Hij wil niet weten hoe het zit, hij wil zijn ogen dichtdoen en vieren dat het zondag is. Zijn horloge naar binnen draaien. Aan zijn Leica’s prutsen.

The Sense of an Ending lezen is als een klasje schrijven volgen, zo slim zit het boek in elkaar. Opzichtig slim. De verfilming is op zijn beurt een klasje ‘Hoe verfilm ik een boek’. Boek en film verhouden zich tot elkaar als – we blijven bij Barnes’ eigen symboliek – twee rivierstromen die dan weer parallel lopen, dan weer kruisen en dan weer bij elkaar vandaan leiden, om uiteindelijk op hetzelfde punt uit te komen. Zelfs waar Batra van het boek afwijkt, blijft hij trouw aan het bronmateriaal, aan de toon, aan het verhaal, aan de personages. Woorden worden beelden, abstracte ideeën worden concrete plot. Om de valkuil van valse nostalgie wordt behendig heen gemanoeuvreerd. Toch mist er iets. En hoewel het boek ontegenzeggelijk superieur is aan de verfilming mist er óók iets in het boek. Juist dat vernuftige, dat technisch bewonderenswaardige dat zowel boek als film typeert, zit het verhaal in de weg. Het metselt het dicht.

Medium the sense of an ending st 5 jpg sd high
Tony Webster en Harriet Walter als Margaret Webster © Cinemien

The Sense of an Ending_ wil verschillende dingen zijn: een vat vol ideeën, de schets van een personage en een ironische speurtocht voor de lezer, waarbij de puzzelstukjes niet passen en de opgeroepen vraag onbeantwoord blijft. Om dat laatste voor elkaar te krijgen, doorzeeft Barnes zijn plot met gaten. Maar het is alsof die gaten op de verkeerde plek zitten, alsof de vragen die hij oproept de verkeerde zijn. In plaats van de plot open te laten, had hij ervoor kunnen kiezen om zijn gedachten en ideeën onvolledig te laten. Om de lezer ze af te laten maken waar hij ze openliet. Nu dienen de gaten in de plot als wijsneuzerig voorbeeld van het punt dat Barnes wil maken. Zelfs de lezer is er onderdeel van. Hoewel Barnes expliciet aanstuurt op een afgerond slot wordt de lezer weggehoond als hij er daadwerkelijk een verwacht. Natúúrlijk is het verhaal niet rond, is de conclusie. Al Barnes’ intrigerende ideeën worden gereduceerd tot een anekdote, met de lezer zelf als punchline.

Want intrigerend is The Sense of an Ending zeker, maar Barnes laat na om de échte schat van het verhaal buit te maken: het hoofdpersonage. Tony Webster is als een Russische matroesjka-pop: in zijn naïviteit zit tragiek, in die tragiek zit kwaadaardigheid. Barnes suggereert weliswaar dat Tony’s onwetendheid kwalijk is (‘There is a responsibility’, concludeert Tony aan het slot, zonder bewijs dat hij zelf die verantwoordelijkheid neemt), maar het is een vrijblijvend soort suggestie. Het schrijnt niet. Het schuurt niet en het stinkt niet. Het blijft zonder consequenties. In handen van regisseur Batra blijft ook de verfilming aan de oppervlakte. Sterker nog, de film benadrukt het formele, vrijblijvende karakter van het boek. Alleen in Jim Broadbents spel, in zijn blik, schuilt een wrang soort ambiguïteit. Tijd om daarbij stil te staan is er niet. De plot dendert al weer voort, richting een ontknoping die bevredigend is, en tegelijkertijd helemaal niet. Boek en film eindigen op hetzelfde plotpunt, maar laten hun publiek met een ander gevoel achter, passend bij het respectievelijke medium. Het boek sluit quasi-wrang af; de film met een happy ending.


The Sense of an Ending is nu in de bioscoop te zien