Interview met Laila Aboezaid

‘Elke minuut was een strijd’

De Marokkaanse schrijfster Laila Aboezaid vocht, net als haar personage Aisja, haar hele leven om vrij te kunnen zijn.

Rabat – ‘Mannen’, zucht Laila Aboezaid zachtjes. ‘Als ik getrouwd was, had ik veel dingen verloren.’ De Marokkaanse schrijfster, 57 jaar oud, heeft haar hele leven gevochten om vrij te kunnen leven, net als de hoofdpersoon Aisja in haar semi-autobiografische roman Het laatste hoofdstuk.

‘Binnen de regels van de maatschappij heeft ze kunnen doen wat ze wilde’, aldus Aboezaid. Maar voor Aisja is het een gevecht dat al op de eerste schooldag begint. Niet gewend aan vrouwen op straat, laat staan meisjes in de klas, maken de jongens haar leven tot een hel. Kan ze in de klas met haar intelligentie de jongens pareren, buiten de klas beginnen de treiterijen en scheldpartijen. ‘Elk uur, elke minuut was een strijd’, herinnert Aboezaid zich. Ze zat met drie meiden en 37 jongens in een klas. Laila Aboezaid: ‘Er bestonden ook middelbare scholen voor meisjes, maar ik wilde klassiek Arabisch leren en dat kon alleen bij de jongens.’

Voor haar vader, een intellectueel en voormalig verzetsstrijder, sprak het voor zich dat ze naar school ging. Het waren de jaren zestig en Marokko was nog maar net onafhankelijk. Het onderwijs was nu eindelijk voor iedereen toegankelijk – ook voor de autochtone bevolking – maar er waren amper leraren voorhanden. ‘Mijn leraar klassiek Arabisch kwam uit Egypte’, vertelt ze. Vanwege het tekort aan goede leraren besluit ze de studie klassiek Arabisch – de taal van de Koran en de hadiths, haar grote liefde – te vergeten. Ze studeert Engels en dwingt bij haar vader af dat ze na haar studie naar Londen mag. Laila Aboezaid: ‘Een jaar lang heb ik gestaakt om op reis te mogen. Ik deed helemaal niets meer. Mijn moeder had nog nooit alleen gereisd, niet eens naar Kenitra, dertig kilometer hier vandaan, laat staan het buitenland. Dat was een revolutie.’

Het zijn de twee vrijheden die Aboezaid het meest koestert: de vrijheid om te reizen en de vrijheid om te studeren. Haar hele leven doet ze dat. Overal op de wereld neemt ze deel aan congressen en seminars. In de jaren tachtig vertrekt ze naar de VS en doet een Bachelor of Arts aan de Universiteit Texas in Austin. Eenmaal terug in Marokko werkt ze bij de televisie en de radio en later als perswoordvoerster op verschillende ministeries.

Ondanks de grote vrijheid om te kunnen doen wat haar het meest na aan het hart ligt – studeren, werken en uiteindelijk schrijven – spreekt er een grote eenzaamheid uit haar boek. Al op bladzijde 8 vertelt Aisja dat ze besloten heeft nooit meer een vrouw te vertrouwen. Dit nadat haar vriendin het boek waaruit Aisja moet leren voor een filosofie-examen heeft afgepakt. ‘Een vrouw accepteert niet dat een andere vrouw intelligenter is dan zijzelf. Dat heb ik overal gemerkt: op school, maar ook op mijn werk’, vertelt ze. Maar openlijk spreken over dit onderlinge wantrouwen tussen mensen, dat volgens haar zo sterk aanwezig is in de gehele Marokkaanse maatschappij, doet niemand: ‘Ik ben de eerste die het opschrijft.’

De teksten van Aboezaid zijn direct en confronterend, wat zeer ongebruikelijk is in de Arabische literatuur. Laila Aboezaid: ‘De invloed van het Westen, en dan met name de Amerikaanse literatuur, heeft me ertoe aangezet om de realiteit te beschrijven in mijn eigen woorden.’ Daarbij schuwt ze het niet kritiek te leveren op het systeem. Corruptie en vriendjespolitiek brengen hoofdpersoon Aisja ertoe ontslag te nemen van haar post bij een ministerie. Haar directeur, een onintelligente, vrouwenbeluste man die dankzij goede connecties gepromoveerd is, kan ze niet langer verdragen. Laila Aboezaid: ‘Ik noem de dingen bij naam, iets wat nog nooit was voorgekomen in de Marokkaanse literatuur.’

In het boek vertelt de schrijfster over de verschillende affaires van Aisja met mannen, een opeenstapeling van teleurstellingen. Op een dag reist ze af naar Madrid en gaat langs bij Kariem, haar laatste aanbidder, die onlangs vanuit Marokko terugkeerde naar Spanje. Aan de deur treft ze een Spaanse vrouw aan, met op de arm een gezonde baby. ‘Ik was acht maanden zwanger toen Kariem naar Marokko vertrok’, vertelt de vrouw aan Aisja.

Voor de Arabische man blijven vrouwen seksuele objecten. Seks is altijd de achterliggende gedachte. Laila Aboezaid: ‘De vrouw weet waar de Arabische man toe in staat is.’ Desondanks is de onderlinge competitie om de gunst van de man altijd aanwezig. Het maakt het wantrouwen tussen vrouwen groot. En een ongetrouwde intelligente vrouw als zijzelf is helemaal een gevaar voor de maatschappij. Die moet zo snel mogelijk worden ondergebracht bij een man. ‘Anders bestaat het risico dat ze een van de grootste zondes begaat: seks buiten het huwelijk.’ Zelf is Aboezaid diepgelovig. Ze heeft geen behoefte aan die éne vrijheid die in het Westen vanaf de jaren zestig zo hard is bevochten: de seksuele vrijheid. Ook de hoofdpersoon Aisja is een vrije vrouw. Ze kan doen wat ze wil. Studeren, reizen en werken, het druist niet in tegen de regels van de islam. ‘Het is een vrijheid die is afgebakend’, aldus Aboezaid.

In tegenstelling tot de meeste andere Marokkaanse auteurs schrijft ze niet in het Frans maar in het klassiek Arabisch. Laila Aboezaid: ‘De ik-persoon Aisja is een allesomvattende “ik”. Ze kan praten namens de anderen.’ Het publiek herkent zichzelf in haar. Aboezaids eerste boek Het jaar van de olifant, dat het leven van haar moeder vertelt, is aan zijn vijfde editie toe. Laila Aboezaid: ‘Dat is ongehoord voor de Arabische literatuur.’

Laila Aboezaid, Het laatste hoofdstuk: Een Marokkaans vrouwenleven_, Bulaaq, 160 blz.,_

€ 16,50, ISBN 90 5460 0691 I/ Nur 302