Interview priester Antoine Bodar

«Elke omgang met mensen is een vorm van erotiek»

De rooms-katholieke kerk beraadt zich na de zedenmisdrijven op de toekomst van het celibaat. De Nederlandse priester Antoine Bodar ondervond het dilemma van seksualiteit en priesterschap aan den lijve. Hij spreekt vrijuit over liefde, erotiek en God.

«De historicus Huizinga zei ooit: ‹Als een cultuur niet ergens naar streeft, naar iets hogers, dan verwatert die cultuur.› Dat geldt ook voor nu.» Dr. Antoine Bodar noemt de seksschandalen in Amerika die nu naar buiten komen, de verkiezingsoverwinning van het CDA en de aanslagen op 11 september door moslimfundamentalisten gebeurtenissen die het christendom en de kerk dwingen tot bezinning en herpositionering. «Er ligt een grote uitdaging voor ons», zegt de Nederlandse priester-kunsthistoricus-mediapersoonlijkheid die ruim vier jaar geleden zijn geboorteland verliet voor «studieverlof in Rome». Uit zijn columns in het Katholiek Nieuwsblad en in dagblad Trouw bleek indertijd dat de depressies die hem kwelden hem deden verlangen naar het ware «Romeinse leven» waarvoor het geestelijk klimaat in eigen land weinig ruimte bood. De jezuïeten gooiden hem wegens zijn te conservatieve houding in 1997 uit hun Krijtbergkerk aan het Singel in Amsterdam. De teleurgestelde uitgestotene voelt zich nu, in de schoot van het Vaticaan, gelukkig. Rome bevredigt zijn behoefte aan schoonheid en de wens onderdeel uit te maken van een groot, grotesk geheel. Vanuit zijn kleine kloostercel in het Oostenrijks-Duitse Huis kan Bodar zich in afzondering bezighouden met studie en contemplatie. Af en toe stapt hij vanuit de anonieme stilte de spotlights in voor een tv-debat, een lezing of een college in Nederland, waar hij zijn woning in Amsterdam heeft aangehouden.

Tijdens de verkiezingen was Antoine Bodar niet in Nederland. Maar hij had vrijwel zeker gestemd op GroenLinks. «Of misschien op het CDA, omdat het uitgebluste Paars afgestraft diende te worden. Het principiële karakter van de weliswaar wat stijve protestantse Balkenende is positief. Ik zou het CDA willen oproepen de ‹c› weer sterk om te buigen naar christelijke waarden en normen. Wat wij kunnen leren van de moslimgemeenschap is dat we trots moeten zijn op onze godsdienst.»

Sinds 11 september richt Bodar zich op het bestuderen van de islam en zoekt hij in de media het debat met imams op. «Het is vreselijk wat er is gebeurd in New York. Maar de instorting van de toren van Babel heeft een katalyserend effect gehad voor een broodnodige dialoog tussen beide geloofsgemeenschappen. Ik weet dat het wishful thinking is, maar ik denk dat de tijd rijp is om een tegenwicht te bieden tegen het hedonisme, de doorgeslagen maakbaarheidsgedachte en het enorme materialisme. Moslims, christenen en joden moeten gezamenlijk opkomen voor geestelijke waarden, juist door elkaars geloof te respecteren.»

Te midden van het hamburgers consumerende, kopende, uitgaande publiek van de Leidsestraat is Bodars appartement een eiland van esoterische vergeestelijking. In zijn woning, die lijkt op een Italiaanse middeleeuwse klooster bibliotheek, hangt een weemoedige sfeer. Op een lange neogotische tafel ligt de post strak gesorteerd op stapeltjes. Nergens staat een gemakkelijke stoel. De kleine keuken en sobere slaapkamer verwijzen naar de lichamelijke behoeften eten en slapen; de rest van de ruimtes bestaat uit wanden met enkele tienduizenden boeken, gesorteerd op vakgebied. De werken van Karl Marx, de gebundelde columns van atheïst Ronald Plasterk, Russische literatuur of kerkelijke geschriften — Antoine Bodar leest het allemaal met een onstilbare honger naar kennis en verdieping, zoals hij dat voor het eerst ervoer toen hij zes jaar oud was. Op die leeftijd ontstond ook de droom om priester te worden. Dat «altijd broeiende verlangen» leidde pas na drie universitaire studies — geschiedenis, kunstgeschiedenis en theologie — en een kunsthistorische promotie in 1985 tot het besluit de priesteropleiding te gaan volgen.

Zijn wijding in 1992 zorgde in Nederland voor grote commotie. Het was moeilijk te rijmen: Antoine Bodar manifesteerde zich door middel van zijn vele baantjes bij de radio en televisie niet alleen als een academisch zwaargewicht, ook stond hij tot dan toe bekend als praktiserend homoseksueel. En uitgerekend híj koos voor trouw aan de paus. Zijn gedragen stijl van celebreren en zijn mystieke wijze van geloven wekten vooral verbazing en spotlust op. Hij gold als een ijdele man van wie de motieven voor het geloof egoïstisch zouden zijn. Bodar zou niet vallen op de essentie van het geloof — de onbaatzuchtige naastenliefde — maar verslaafd zijn aan het grotere spel van het kerkelijk machtsinstituut vol zalvende rituelen en hiërarchische positionering. Terugkijkend zegt hij: «De vuilspuiterij in de pers was vreselijk. Ik werd gedwongen me voortdurend te verantwoorden voor mijn seksuele leven.»

Uit de schrijfstijl die hij hanteert in zijn artikelen komt de 53-jarige Antoine Bodar over als een merkwaardig soort anachronisme, als iemand die leeft in een tijd ver voor de Verlichting. Als hij spreekt over zijn weg naar het priesterschap en de functie daarin van het celibaat is hij open en direct. Bodar: «Na school was het niet bepaald in om te kiezen voor het seminarie. De vernieuwingsdrang van de Acht Mei-beweging drukte zwaar op de kerk. Bovendien was het een politieke tijd van links maatschappelijk denken. Haaks daarop stond mijn belangstelling voor cultuur en mijn hang naar de klassieke wereld. Ik dacht het te vinden binnen de universiteit, maar gedreven door een innerlijke behoefte koos ik uiteindelijk voor het priesterschap.»

De stap was toch nog zwaar, want hij had een bloeiende liefdesrelatie met een man. «Terwijl ik nog steeds, ook fysiek, van hem hield, besloot ik een einde te maken aan mijn relatie. Met als gevolg een langdurig, zwaar rouwproces. Afscheid nemen van de lichamelijke liefde is gelukt door veel te praten en te troosten, hoe onmogelijk dat ook blijft vanuit de positie als ex-geliefde. Toch wist ik zeker dat ik mijn bestemming gevonden had.»

Als Bodar over zijn weg naar de ware liefde praat, draaien zijn ogen automatisch naar het plafond, alsof God van bovenaf naar hem kijkt. Met zijn verlichte blik — die iets lodderigs heeft, als bij dronkenschap, maakt de kleine magere man in zijn gitzwarte priesterkleding met boven het witte boordje een engelengezicht waar nooit een straaltje zon op lijkt te schijnen, een broze en kwetsbare indruk. Zijn handen, bleek en dooraderd als marmer, vouwt hij telkens onder zijn kin. Uit zijn standpunten spreekt geen enkele twijfel aan het geloof, wel een ongrijpbare tegenstrijdigheid.

Bodar: «Als je naar de traditie van alle godsdiensten kijkt, dan speelt daar de liefde — die bij Plato aanvangt bij Eros, maar Eros is natuurlijk ook geestelijk — een centrale rol. De weg naar de ultieme geestelijke liefde betekent als vanzelfsprekend afstand nemen van het lichamelijke. En zo komen we automatisch uit bij hetgeen waar nu de crisis in de kerk om draait: het celibaat.»

Over de oorsprong van het celibaat zijn de meningen verdeeld. Het zou geen enkele theologische fundering hebben — zo waren Petrus en Johannes getrouwd — en uit praktische overwegingen pas in de zestiende eeuw als wet zijn ingevoerd omdat het seksuele gedrag van geestelijken de spuigaten uit liep. Bovendien kwam het de clerus, bang voor machtsverlies, goed uit om de erfgelden van ongehuwde priesters te kunnen innen. Bodar heeft echter een andere interpretatie: «Het celibaat werd al in de vierde eeuw kerkelijke wet, maar er zijn aanwijzingen in de Schrift, zoals bij Paulus en Mattheüs, dat er mensen zijn die van nature ongehuwd zijn of zich ongehuwd maken, ter wille van het rijk der hemelen. De problemen die in Amerika, maar ook bij ons in Nederland, aan het licht komen, hebben alles te maken met het volgende: de kerk wenst volgens het Latijnse model het ideaal hoog te houden en tracht tegelijk mild te zijn tegenover de realiteit. De wetgeving is heel streng, maar tevens wordt erkend dat de werkelijkheid niet een rechte weg is maar een kronkelig pad. Daarover oordeelt in mijn ogen de kerk te mild.

Ik heb het rapport gelezen dat is uitgevaardigd naar aanleiding van het bezoek van de Amerikaanse kardinalen aan Rome. Daar spreekt een grote naïviteit uit. Men dacht dat als priesters berouw toonden nadat ze een keer waren ‹gevallen›, het wel helemaal over zou zijn. Nu beseft men pas dat voor sommige mensen geldt dat als ze eenmaal aan seks hebben geproefd, de drang niet minder maar méér wordt. Zij moeten uit hun ambt worden gezet. Het gaat om een generatie kardinalen en bisschoppen die seks geheel terzijde hebben geschoven. Ze gingen als twaalfjarige jongen het seminarie in, het lijf werd seksueel rijp, ze leerden met hun handen boven de deken te slapen, maar ze leerden niet over al die verwarrende gevoelens te praten. Het goede van het slechte is nu dat de kerk wordt gedwongen zich te herbezinnen. Er móet over seksualiteit gepraat worden. In ons land is dat al anders. Mannen die opteren voor het priesterschap zijn doorgaans ouder en hebben de nodige seksuele ervaringen achter de rug. Ze weten waar ze voor kiezen.»

Waarom wordt het celibaat niet afgeschaft? Het onderdrukken van een fundamentele menselijke behoefte leidt toch juist tot een obsessie?

Bodar: «Freud leerde al dat je die kunt sublimeren. Maar ik erken heus wel het gevaar daarvan. Persoonlijk geldt voor mij dat als je niet doet wat je geacht wordt te doen als priester — bidden, luisteren naar mensen, de rituelen van de kerk volgen — je te veel op de wereld georiënteerd raakt en je verbintenis met de persoon van God verliest. Als je op weg bent naar die liefdesrelatie, dan moet je afscheid nemen van de lichamelijke liefde. Afzien heeft een functie in de ultieme liefde voor God.»

Maar Bodar erkent ook dat je goed met God kunt verkeren terwijl je een directe seksuele relatie hebt met iemand: «Zoals in de protestantse kerk. Daarmee is het voor mij duidelijk dat er niet een causaal verband bestaat tussen het celibaat en seksueel misbruik. Ook onder dominees vinden op grote schaal excessen plaats, net als in andere beroepsgroepen die zich vanuit een machtsrelatie heel direct met mensen bezighouden. Psychiaters scoren bijvoorbeeld vele malen hoger dan priesters. Alleen: het wordt — terecht — zwaarder gewogen daar waar een hogere moraal over dit onderwerp centraal staat, zoals bij ons in de rooms-katholieke kerk.

Ik ben er geen voorstander van het celibaat op te heffen; dat zou betekenen dat je een groot ideaal opgeeft. Maar wél kan ik me voorstellen dat je het celibataire leven facultatief gaat stellen. Je laat mensen van tevoren of tijdens hun priesteropleiding kiezen of ze een celibatair leven willen leiden. Als je het celibaat niet wenst, dan trouw je eerst en kun je diaken worden. Je behoort dan tot de geestelijken die de kerk bedienen. Degenen die wél het celibaat eerbiedigen, kunnen priester en bisschop worden. Zij die onhuwbaar zijn om wille van het rijk der hemelen voor het verspreiden van het evangelie, hebben een andere roeping.

Voor veel priesters is het celibaat een hol begrip. Voor degenen die meer de mystieke kant opzoeken, heeft het juist méér betekenis.

Door ascese verdwijnt de behoefte aan seks en elke kans op misbruik. Je moet als kerk streng durven zijn bij de selectie voor de priesteropleiding.»

Dan zou er een tweedeling ontstaan, een lagere en een exclusieve, hogere kaste?

Bodar: «Ja, dat zie je in de kerken uit het Oosten, de Grieks- en Russisch-orthodoxe kerk. In het Westen bestaat het ook al enigszins. Sinds het Tweede Vaticaanse Concilie valt de opleiding in drie stappen uiteen, de diakenwijding, de priesterwijding en de bisschopswijding. De diaken kan getrouwd zijn, maar kan geen priester worden. De kerk zal zich op een andere manier gaan inrichten. Er gaan stemmen op in het Vaticaan om het systeem sterk te veranderen naar oosters model. Maar ik zie dat niet gebeuren: de paus heeft opgeroepen de gelederen in de kerk te zuiveren van al diegenen die seksueel misbruik plegen. Ik denk dat het stelsel niet verandert, ook niet onder een volgende paus. Deze paus heeft bisschoppen en kardinalen benoemd die in zijn geest denken. De zuivering die de paus wil doorvoeren, zal ertoe leiden dat mensen vrijwillig uit hun functie stappen.»

Dat gebeurt toch niet. Wat nu naar buiten komt, is niet nieuw. Het gaat toch om een systeem van machtsmisbruik en hiërarchische chantage, geestelijk dan wel seksueel. De verhalen zijn toch allang bekend hoe een sfeer in een seminarie misvormend kan zijn voor jonge jongens?

(met zachte stem): «Dat weet ik ook wel. Maar ik vraag me al zo lang af: zou het allemaal veranderen als het celibaat wordt opgeheven? Ik zou de kerk willen oproepen: start een onderzoek door een groep psychiaters, psychologen, sociologen, theologen met als vraag of er een causaal verband bestaat tussen seksueel misbruik en het celibaat. Die plicht zou de kerk op zich moeten nemen.»

Bodar valt stil. Voor het eerst stokt zijn woordenstroom. Dan: «Ik denk dat het misbruik erg is toegenomen, omdat in de westerse samenleving seks zo belangrijk is. Van buitenaf vindt iedereen het maar raar dat er nog mensen zijn die dat afwijzen. Je zou juist kunnen zeggen dat het celibaat in deze hedonistische wereld meer bestaansrecht heeft dan ooit in de geschiedenis. Als een soort contrapunt.»

Hoe gaat u zelf om met seks?

Bodar: «De behoefte vangt aan in het hoofd, in de imaginatie. Dat moet je tegengaan.»

En hormonen dan? Mannen kennen toch een drang die zich opdringt?

«Ja, dat schijnt bij mannen veel lastiger te zijn dan bij vrouwen.»

Dat weet u toch zelf ook wel?

«Ik ben ook een man, ja. Het is inderdaad ook een ontlading van het lijf.»

Dat is toch niet verdwenen uit uw leven?

«Nee, maar toch laat het zich in het hoofd reguleren. Er komt iets in je op, dat verbindt zich onmiddellijk met iets wat in je hersenen gebeurt, en zodra je je dat bewust bent, kun je dat in je hersenen terugdringen. Dat klinkt misschien rationeel, maar we hebben niet een ratio gekregen om ons lijf zijn gang te laten gaan. Dat betekent dat je iets wél of niet toelaat. Dat is niet zo makkelijk, maar dat kun je leren beheersen.»

Wat voor technieken heeft u daarvoor?

«Bidden is een mogelijkheid, maar ook jezelf niet blootstellen aan verleiding.»

Voel je je schuldig als het toch gebeurt?

«Het hangt ervan af of je verleiding opzoekt. Als het je overkomt, dan zou ik het niet onder ‹zonde› willen scharen. Geestelijken die het allemaal zo krampachtig opzijzetten, kunnen iets heel verdords krijgen in hun omgang met mensen. Uiteindelijk is elke omgang met mensen een vorm van erotiek.

Om het paradoxaal te stellen: een priester moet wel het vermogen hebben een minnaar te zijn, anders snapt hij het wezen van gewone mensen niet. Maar op den duur moet dat wel overgaan in geestelijke liefde.»

Daarom moet je het dus wel hebben meegemaakt?

«Ja, toch wel. Maar weer voor mezelf sprekend, zeg ik: ik had het mooier gevonden als ik als maagd priester was geworden.»

Dat meent u toch niet echt?

«De liefdesrelatie met Christus is zodanig dat ik alles wat daarvan afleidt van mindere waarde vind. Tegelijk ben ik ook echt een kind van de liefde geweest. Daar ben ik dankbaar voor, want daarom ben ik een ‹heel mens› gebleven en geen verdorde priester. Maar ik zeg eveneens: als een liefdesrelatie zo mooi en puur is, zijn alle daaraan voorafgaande liefdeservaringen zonde.»

Hoe zit dat dan met het lichamelijke aspect van de relatie met God?

«De transpositie, de sublimatie, heeft alles met erotiek te maken. Erotiek is iets wat de hele liefde bevat. De aantrekkingskracht tussen twee mensen speelt zich op alle niveaus af. Als wordt afgezien van de lichamelijke liefde kan de verbinding met God het uiterste van het hele erotische spectrum worden. Je moet het lichaam wel verzorgen, maar het lichaam wordt instrument van iets groters. Dat is wel degelijk een erotische aangelegenheid, in de geestelijke betekenis.

Het heeft te maken met een soort overgave die heel totaal is. Een extase. Daar past geen vleselijke overgave bij.»