Elke tijd zijn eigen kleur

Na De avonden, Kort Amerikaans en Kaas lijkt nu De aanslag inderdaad de zoveelste verstripping van een Nederlandse klassieker. Alleen is nu niet de routinier Dick Matena verantwoordelijk, die wel de integrale verstripping van eerder genoemde titels voor zijn rekening nam, maar de jonge Milan Hulsing.

Verder is er nog niet zo gek veel Nederlandse literatuur verstript. Dus waarom niet meteen Mulisch’ bestseller, die ook al zo stijlvol, en Oscar-winnend, werd verfilmd door Fons Rademakers.

Hulsing gooide eerder al hoge ogen met Stad van klei, een verrassende bewerking van het verhaal Onder de brug van de Egyptische Mohamed el-Bisatie. Dat boek kreeg redelijk veel aandacht, omdat de verschijning samenviel met de Egyptische opstand. Het was echter toeval dat Hulsing op dat moment een boek uitbracht over Egypte en dat hij ook in Egypte woonde (waar zijn vrouw werkt). Inhoudelijk kreeg Stad van klei weinig aandacht en dat was onterecht. Hulsing liet fraai en volwassen schilderwerk zien in een beklemmend, magisch-realistisch verhaal.

De aanslag van Mulisch verstrippen is ambitieus en moedig. Veel mensen hebben het gelezen en kunnen het vergelijken met het origineel. Bovendien komen bijna ieder jaar, ergens begin mei op een tv-kanaal, de beelden wel weer voorbij die Rademakers maakte van het boek. Dan moet je van goeden huize komen om hier iets aan toe te voegen. En dat doet Hulsing, in ieder geval op grafisch gebied. Wie het omslag ziet en de afwerking van dit fraaie boek zal direct benieuwd worden. Een unieke tekenstijl, die een combinatie is van fel gekleurde aquarel en pentekening. Die belofte van zorgvuldig gecomponeerde pagina’s, waarbij alles wat het stripmedium te bieden heeft wordt ingezet, maakt Hulsing helemaal waar.

Medium hulsing de aanslag bw 26

Het verhaal begint in een donkere gevangenis, waar de twaalfjarige Anton Steenwijk zit opgesloten met een gewonde vrouw. Ze vertelt hem van alles, maar Anton snapt er nog niet zo veel van. Pas jaren later zal hij doorgronden wat ze precies bedoelde en wie ze eigenlijk was. Dan springen we naar 1952 en maken we kennis met de adolescent Anton. Hij heeft het er nog moeilijk mee dat zijn familie die nacht is gedood door de Duitsers en dat hun huis in brand is gestoken. Gedurende het hele verhaal is Anton bezig om de gebeurtenissen van die nacht exact te reconstrueren. Wie heeft destijds nsb’er Ploeg doodgeschoten? En waarom werd het lijk voor hun deur neergelegd en door wie? De eerste puzzelstukken verzamelt Anton wanneer hij voor het eerst in jaren terugkeert naar Haarlem. Nadat hij een feestje heeft bezocht, loopt hij terug naar zijn oude buurt en spreekt hij een van de buren. Mevrouw Beumers vertelt hem een aantal zaken, die de gebeurtenissen in een ander licht stellen. Die speurtocht naar de waarheid gaat het hele boek door. We springen naar 1956, 1959, 1976, 1981 en van Londen naar Athene. Telkens spreekt Anton iemand die hem iets nieuws vertelt, tot het raadsel eindelijk is opgelost en duidelijk is dat de scheidslijn tussen goed en kwaad niet zo duidelijk was tijdens de oorlog.

Hulsing kiest ervoor om de verschillende tijdsgewrichten hun eigen kleur te geven. Zo blijft het springen tussen de tijden helder en het geeft meteen spectaculaire contrasten. Wanneer Anton een oud-verzetsstrijder spreekt tijdens een begrafenis worden de herinneringen in het groen weergegeven. Als in het verleden iets gebeurt, zien we soms ook ‘flashforwards’ naar de toekomst in een andere kleur. Het slimme gebruik van kleuren is ook wel noodzakelijk, anders zou het chronologische verhaal, dat vol staat met flashbacks en flashforwards, een onduidelijke brij worden. Hulsings eenvoudige, maar elegante oplossing maakt dat je als lezer nergens de weg kwijtraakt.

Als lezer puzzel je mee met ‘detective’ Anton, die op zoek is naar de waarheid. Uiteindelijk ontdekt hij het geheim, maar dat drukt een stempel op zijn hele leven. Zelfs de keuze voor zijn partner wordt erdoor bepaald, zij lijkt namelijk precies op de vrouw die hij in de gevangenis heeft gesproken.

Het is erg knap dat Hulsing Mulisch’ 250 bladzijden vol tekst terugbrengt naar 176 getekende bladzijden. Hij voegt veel toe in de tekeningen, maar moet nog veel meer weglaten. Dat zorgt ervoor dat het personage Anton Steenwijk niet zo veel diepte krijgt als in de roman. Hij heeft iets vreselijks meegemaakt en zoekt naar de waarheid. Die zoektocht is bijzonder fraai weergegeven, Hulsings schilderijen zijn echt de moeite waard, en bevat voldoende suspense om het spannend te houden. Bovendien schetst Hulsing een interessant beeld van Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw. Van de oorlog tot de anti-kernraketdemonstraties in Amsterdam (waar Hulsing als kind van communistische ouders ook zelf in meeliep). Als lezer blijf je echter aan de buitenkant van Anton, die een wat kleurloze, tragische detective is. Ik zou ook niet weten hoe Hulsing dit had kunnen veranderen, zonder het boek twee keer zo dik te maken.


Beeld: De aanslag van Harry Mulisch nu als strip getekend door Milan Hulsing (Milan Hulsing)