Ellen pasman advocaat van journalist willem oltmans

‘Oltmans háát vrouwen, zeiden sommigen toen ik hem ging verdedigen. Nooit iets van gemerkt. Hij is juist heel galant. Alle deuren gaan voor je open, hij helpt je in en uit je jas. “Hij belt je bij nacht en ontij uit bed, hij zal lasterlijk over je schrijven”, zeiden ze. Volstrékte onzin. Echt kwaadsprekerij.

December 1995 zag ik Willem Oltmans op televisie, zeer ontstemd. De minister van Binnenlandse Zaken moest Oltmans stukken ter inzage geven, maar hij had alleen maar wat krantenknipsels gekregen. Peter Nicolai, die zijn zaak deed, was in het buitenland. Ik werkte bij hetzelfde advocatenkantoor, dus heb ik zelf Oltmans gebeld en gezegd dat we er meteen werk van moesten maken. Dat eerste contact was direct goed. “Wat lief”, gilde hij door de telefoon. “Ik wist niet dat Peter jou had!”
Hij is altijd vrolijk, absoluut niet verbitterd. Als ik mijn bontjas aanheb, noemt hij me de freule in haar palingvel. Daar moet ik ontzettend om lachen. Vrouwen die hij aardig vindt zijn voor hem “freules”. Hij mag mijn secretaresse ook wel, geloof ik. “Dag kleine freule, mag ik de grote freule spreken.” Schitterend toch?
Willem is niet makkelijk. Mensen zeggen: hij is knettergek. Maar dan zeg ik: nee hoor, hij weigert zich te corrumperen. Hij zal met stemverheffing altijd zeggen waar het op staat. Hij wordt wel eens razend in de rechtszaal als getuigen iets onwaars beweren. Zijn woede is terecht, maar daarvoor is de rechtszaal niet de juiste plaats. Om het dan goed te maken gaat-ie naar de kantine, haalt van zijn bijstandsuitkering zes kopjes koffie, loopt met zijn dienblaadje naar de rechter en zegt: “Excuseer excellentie, mag ik u dit aanbieden namens de sociale dienst van Amsterdam?” Dat is toch énig! Maar ja, de pers laat meestal alleen maar zijn schreeuwerige kant zien.
Gilt hij weer eens hoge C, dan zegt hij soms: “Sorry, mijn grootmoeder was Braziliaans.” Dan merk je dat hij het verschrikkelijk vindt dat hij zo'n slechte reputatie heeft. Als je hem beter leert kennen, zie je een onafhankelijke geest, een ontzettend waardevol persoon. Daar zijn er veel te weinig van. Dus heb ik hem gezegd: Willem, laat je in godsnaam klonen.’