Elvis presley een god in zijn eigen show

EERDER DEZE MAAND maakte de Amerikaanse genealogische onderzoeker Rod Stucker de vondst bekend van documenten waaruit zou blijken dat Elvis Presley en Oprah Winfrey verre neef, respectievelijk verre nicht van elkaar zijn. De connectie is Oprahs betovergrootvader Nelson Presley, een hotelhouder die de zoon was van een van de tien slaven van Elvis’ verre voorvader Lewis Presley, die niet vies was van al dan niet gewenste intimiteiten op de werkvloer. De talkshowdiva, de bestbetaalde vrouw in de geschiedenis van het Amerikaanse tv-amusement, toonde grote verbijstering over de onthulling en ging onmiddellijk weer op dieet. Eerder was het huwelijk tussen Lisa Marie Presley, het enige kind van Elvis, en Michael Jackson iedere dag dat het duurde voorpaginanieuws in de internationale showpers.

Zo blijft Elvis Aron Presley (hier houden we vast aan Elvis’ originele naam, later voegde hij na lezing van een kabbalistisch handboek een extra ‘a’ toe aan Aron om zijn naam numerologisch meer cachet te geven) ook postuum het interculturele opperwezen dat rammelt aan de poorten van de apartheid die ook in de Amerikaanse showbusiness nog altijd voortduurt. 'If I can dream of a better land/ where all of my people could walk hand in hand/ Tell me why, tell me why/ tell me why can’t my dream come true?’ zong Elvis hartverscheurend in If I can dream, opgenomen enkele weken nadat Martin Luther King in april 1968 was vermoord in Memphis, slechts een paar straathoeken verwijderd van Bealer Street, de hoofdstraat van het koninkrijk van de blues, waar Elvis als teenager spiedend door het raam de kunst had afgekeken van de zwarte bluesmannen en waar hij midden jaren vijftig in de Sun Studio van Sam Philips zijn eerste vijf platen had opgenomen.
De ode aan dominee King was een van de weinige keren dat Elvis overging tot politieke actie. Hij was geen man voor de politiek, hoewel Richard Nixon hem in 1970, tijdens een bezoek van Elvis aan het Witte Huis nog wel had aanbevolen om zelf mee te doen aan de presidentsverkiezingen, omdat de man met zijn charisma het makkelijk zou redden bij de kiezers.
Elvis Presley was een man met een missie en ook in dit geval was the medium the message. Elvis belichaamde zijn eigen boodschap. Hij was de eerste representant van een nieuwe species, die Norman Mailer later in een essay van dezelfde naam 'The White Negro’ zou noemen.
Sam Philips wordt vaak geciteerd met de uitspraak dat hij zijn hele leven had gezocht naar 'a white guy who sings like a black’. Elvis was die man en sinds hem is de muziek niet meer hetzelfde geworden. Elvis zong niet alleen zwart; hij kleedde zich zwart, hij liep zwart, praatte zwart en danste zwart. Hij was een omgekeerde Al Jolson, de blanke zanger die zich voor de oorlog zwart liet schminken om jazz te spelen. Elvis was wit van buiten en zwart van binnen.
NATUURLIJK WAS ER al rock 'n’ roll voor Elvis, maar de barrières dienden nog te worden geslecht. Blanke rock 'n’ roll-sterren van voor Elvis, zoals Bill Haley en Jerry Lee Lewis, hadden weliswaar het ritme te pakken, maar voor de rest bleven het lompe boerenpummels, hillbillies, per definitie niet hip. Zwarte rock 'n’ rollers kwamen nauwelijks aan de bak, zaten opgesloten in een cultureel reservaat met eigen zenders en eigen hitlijsten. Hun songs leverden geld op wanneer ze werden gezongen door blanke veredelde verzekeringsagenten met pommadeharen en golfbroeken.
Elvis had het allemaal wel: de stijl, de kleren, de schoenen en de motoriek, en vooral de stem, die hij nauwgezet kopieerde van de zwarte radiostations die hij als kind avond aan avond beluisterde. Op het podium was Elvis cool en gevaarliljk, uit zijn met ogenzwart omtrokken ogen straalde een zwoele arrogantie, heel zijn lijf trilde met zijn muziek mee, zodanig dat de makers van de Ed Sullivan Show, het tv-programma waarin hij in 1956 en 1957 doorbrak naar wereldfaam, zich om redenen van publieke eerbaarheid gedwongen zagen Elvis alleen boven het middel in beeld te brengen, zodat alleen het publiek in de zaal schokkende bewegingen van zijn onderstel konden bewonderen. De motoriek van de jonge Elvis was een grote ode aan de vrijheid van lichamelijke expressie. Hij was een rebel zonder het zelf te weten.
Elvis Presley werd geboren op 8 januari 1935 in Tupelo, een gehucht zo'n honderd mijl ten zuidoosten van Memphis, Tennessee. Zijn wieg stond in de twee kamers tellende houten keet die zijn vader Vernon Presley, boerenknecht, naast het huis van zijn ouders had getimmerd. Elvis’ tweelingbroer Jesse Garon stierf bij de geboorte. Zijn moeder Gladys Love omringde haar enige kind met alle zuidelijke zorg die ze hem als armlastige vrouw kon geven en gaf hem een ferme dosis religieuze extase mee. In de kerk zong Elvis de gospels mee in het koor. Al op vijfjarige leeftijd won hij een zangconcours. Hij was dertien toen zijn vader in 1948 besloot zijn geluk in de grote stad te proberen. Zo kwam Elvis in Memphis terecht. De familie woonde in Lauderdale Fords, toen nog een buitenwijk voor white trash, zoals dat zo fijnzinnig heette. Elvis stevende af op een bestaan als vrachtrijder toen Sam Philips hem ontdekte. Eerder had Elvis zijn eerste plaatje in eigen beheer laten maken. Het was een ode aan zijn moeder voor haar verjaardag. Zij eerste echte single was That’s allright mama, met aan de achterkant de redneck-klassieker Blue Moon of Kentucky. WDIA, een lokaal zwart radiostation in Memphis, draaide de plaat de hele dag en Elvis werd als eerste blanke artiest uitgenodigd voor een interview.
Daarna ging Amerika staat voor staat door de knieën. Extatische taferelen deden zich voor tijdens zijn tournees. Het leek of er een soort verlosser was opgestaan. De Ku-Klux-Klan-afdelingen in het diepe Zuiden gooide zijn plaatjes op de brandstapel en in de kerken oreerden de dominees over de duivelse gevaren van deze nieuwe muziek.
De jonge Elvis had dezelfde onbestemde rebellie over zich als James Dean en Marlon Brando. Maar waar de laatste twee hun gevaarlijke imago almaar verder uitdiepten, ging er bij Elvis zo snel mogelijk de schaar in. Een en ander moet op het conto worden geschreven van de uit Nederland afkomsitge emigrant 'Colonel’ Tom Parker. Parker had al de meest uiteenlopende klusjes geklaard in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Hij opereerde als hondenvanger voor het asiel, verkocht hotdogs met alleen maar worst aan de buitenzijde van het broodje. Vóór Elvis had hij de countrysterren Eddy Arnold en Hank Snow onder beheer. Met Elvis haalde hij de jackpot binnen.
In menige Presley-biografie wordt Parker afgeschilderd als een dionysische figuur: niet alleen omdat hij tussen de 25 en de vijftig procent van Elvis’ geld opstreek, maar ook omdat hij ervoor zou hebben gezorgd dat Elvis nooit buiten Amerika zou optreden. Dat laatste simpelweg omdat de 'Colonel’ als illegaal zelf niet over een paspoort beschikte. Parker, die januari dit jaar op 87-jarige leelftijd overleed in Las Vegas, heeft die aanklachten altijd verworpen. 'Vandaag de dag wordt Elvis meer geëxploiteerd dan ik ooit heb kunnen doen’, zo vertelde hij kort voor zijn dood aan een verslaggever van de Las Vegas Sun.
PARKER MAAKTE Elvis tot Amerika’s meest geliefde zoon van de jaren vijftig. Dat ging via een radicale verandering in het imago van de jonge zanger. Hij werd een modelburger. Elvis ging in dienst in Duitsland. Somber keek hij in de spiegel toen de kapper van de kazerne de tondeuse in zijn haardos zette. Elvis werd een wandelend reclamebord voor het Marshallplan en het prestige van de Verenigde Staten in Europa. Hij liet het zich allemaal welgevallen. Graag zelfs. Elvis wilde niets liever dan aardig gevonden worden.
Gedurende bijna de gehele jaren zestig vergooide Elvis zijn talent aan een marathon van B-films. Love Me Tender uit 1956 was de eerste Elvis-film, er volgden er meer dan dertig. Elvis als voorbeeldige militair, Elvis als babysit, Elvis als badmeester. Ze zijn bijna niet om aan te zien, maar ze leveren hun geld meer dan op. De 'witte neger’ wordt ondergedompeld in een fontein van onschuld. Zijn beeltenis word een icoon van comfort en overvloed. De muziek wordt allengs zoeter. Elvis zingt zelfs Duits, in Wooden Heart. Rock 'n’ roll is verder weg dan ooit.
Als de Beatles doorbreken, is Elvis ver van zijn pad. Hij is bezig aan een slopende populariteitsrace met Frank Sinatra als All American Hero. En nu staan daar opeens vier bleke jongens uit Liverpool die de muziek maken waar hij tien jaar eerder mee begon, en die gelijk tien keer zoveel verdienen. John, Paul, George en Ringo leggen bij hun eerste tour in de Verenigde Staten gelijk een bezoek af aan the King, maar deze zit gedurende het gehele onderhoud glazig naar ze te staren, alsof ze van Mars zijn komen overvliegen. Elvis heeft geen weet van de muzikale revolutie die hij zelf in Europa in gang heeft gezet, en met de repercussies ervan heeft hij al helemaal geen rekening gehouden. De muziek van de jaren zestig had er zonder Elvis nooit kunnen komen, maar hijzelf stond buiten spel.
LAS VEGAS had Elvis Presley weinig goeds gebracht toen hij in 1969 een contract tekende dat hem voor de rest van zijn leven aan de stad zou binden. Zijn twee weken durende Las Vegas-debuut in 1956 in het Frontier Hotel was desastreus verlopen. De gemiddelde Las Vegas-ganger in de jaren vijftig zag veel meer in Dean Martin, en Elvis belandde aan het eind van zijn verblijf in het gokparadijs helemaal onderaan de affiche. Hij had zich daarop voorgenomen nooit meer in de stad te spelen. Dat hij uitgerekend hier zijn comeback wilde maken, was in feite vragen om problemen.
Op 31 juli 1969 komt Elvis gekleed in een zwart leren pak met karateriem het podium op van het reusachtige, net gebouwde International Hotel in Las Vegas (later het Las Vegas Hilton), om duidellijk te maken dat hij terug is in de rock 'n’ roll. Het concert begint met Blue Suede Shoes en daarna volgde de ene na de andere Elvis-hit uit de jaren vijftig. Maar het publiek reageert lauw, een casino is geen plek voor teenagerleed. Elvis en Colonel Parker zien het snel in. Wat nodig is, is spektakel op mega-niveau.
Bij het volgende optreden in het hotel verschijnt Elvis in een totaal andere gedaante. Hij draagt zijn eerste, met edelstenen en mayasymbolen getooide showpak. Voortaan wordt zijn show aangekondigd met de klanken van Richard Strauss’ Also sprach Zarathustra. Elvis staat als een god in zijn eigen show.
Elvis bleef de rest van zijn leven in Las Vegas. In totaal zou hij er meer dan zevenhonderd shows geven. Per avond konden er zestienhonderd mensen à vijftien dollar per persoon neerstrijken aan de tafels. Echt rijk kan Elvis er dus niet van zijn geworden. Niettemin hield Parker staande dat Elvis de best betaalde artiest van zijn tijd was, in ieder geval in Las Vegas. Niettemin was het een slopend bestaan. Al snel leefde Elvis op een dieet van pep en downers. Het mag meer dan ironisch worden genoemd dat hij in 1970 uit handen van Richard Nixon een penning kreeg als erelid van de Drug Enforcement Administration.
In zijn roemruchte biografie van Elvis schreef de onlangs overleden Albert Goldman dat Elvis zo trots was op zijn onderscheiding dat hij ’s nachts over de snelweg in zijn roze Cadillac kon worden gesignaleerd om hippies te checken op dope, gekleed in een Batman-achtige uitrusting en zelf hallucinerend van de pillen.
HET GAAT helemaal mis als Elvis in 1973 echtgenote Priscilla ziet vertrekken met haar karateleraar. Hij zinkt weg in steeds diepere depressies, is een gevangene van zijn eigen rock 'n’ roll-paleis Graceland waar hij aan de lopende band astrologen consulteert en tv-toestellen kapotschiet als het programma hem niet bevalt. Ook krijgt hij last van dwangmatige vraatzucht, waarbij hij vooral roomijs en hamburgers naarbinnen werkt. Na autopsie op zijn lijk komen de artsen tot de conclusie dat Elvis de ingewanden heeft van een man van twee keer zijn leeftijd. Elvis ging van het ene bacchanaal naar het andere. Een van zijn trouwste makkers was een van een casino gekochte circusaap.
Meestal wordt er nogal schamper gedaan over Elvis in de jaren zeventig, alsof hij in het laatste decennium niet meer dan een karikatuur van zichzelf was geworden. Het is in ieder geval te betreuren dat Elvis in 1976 een aanbod van Barbra Streisand afsloeg om mee te spelen in een remake van A Star is Born. Elvis deed niet mee omdat Streisand erop stond als eerste aangekondigd te worden, en dat was meer dan de koning kon verdragen. Jammer, want Elvis had met de mannelijke hoofdrol als verloederde rock 'n’ roll-ster zijn zachtjes overleden filmcarrière ongetwijfeld weer leven kunnen inblazen. Hij hoefde alleen maar zichzelf te zijn. Nu ging de rol naar Kris Kristofferson, die er veel lof voor kreeg.
Muzikaal zorgden de jaren zeventig wel degelijk voor hoogtepunten. In Las Vegas was Elvis uitgegroeid tot een nationaal monument, iets als de Grand Canyon, en dat gaf hem genoeg zelfvertrouwen om muziek te maken die in zijn hart zat. Vooral de gospels die Elvis ten gehore bracht, behoren tot de meest ontroerende momenten van de Amerikaanse muziek. Luister bijvoorbeeld naar American Trilogy, een haast wagneriaans gearrangeerd spektakelstuk, zo krachtig dat zelfs de meest agnostische luisteraar er in een klap een reborn christian van wordt.
OP 16 AUGUSTUS 1977 was het afgelopen. Naakt en in foetushouding liggend werd Elvis Presley gevonden in een badkamer van zijn Graceland. Officieel heet het dat hij aan een hartstilstand is overleden. Hij werd 42 jaar.
Na zijn dood kreeg hij dan eindelijk de credits die hij verdiende. Hij werd de god van een nieuwe religie, waar sinds kort zelfs een officiële kerk voor in het leven is geroepen, de The First Preslytarian Church of the Divine Elvis. Bij zijn graf in Graceland worden regelmatig ufo’s gesignaleerd. Iedere dag regent het meldingen van mensen die Elvis ergens hebben zien rondlopen. Meestal in de buurt van een Burger King.