POPMUZIEK: Japandroids

Elvis uit de hel

De terecht alom geprezen Jack White speelde afgelopen weken in Europa, op grote festivals en in inmiddels ook grote zalen. Hij heeft nu een band. Sterker: twee. Een met alleen maar mannelijke leden en een met alleen maar vrouwelijke.

Popmuziek gaat voor White over historisch bewustzijn, maar ook over esthetiek, zelfs over design. Alles – kleding, decors, hoezen – aan zijn oude tweemansband, The White Stripes, oogde conceptueel volledig doordacht. En fraai. Hetzelfde geldt voor zijn nieuwe bands: de vergelijking tussen de combinatie van White en zijn vrouwenband met de legendarische videoclip van Robert Palmers Addicted to Love (vaak aangehaald ook om de vrouwelijke lijfwachten van Moamar Kadhafi te beschrijven) is geregeld gemaakt.

Het klonk strak en rijk, Jack White met een volledige band. En tegelijk viel op dat sommige nummers die beroemd werden met The White Stripes er niet per se op vooruit gingen in zeggingskracht nu ze door meer dan twee mensen werden uitgevoerd. Dat gold zelfs in het bijzonder voor het beroemdste nummer van The White Stripes, het veelvuldig gecoverde en als zowel protestnummer als voetballied ingezette Seven Nation Army.

Ook die andere beroemde en invloedrijke tweemansband, The Black Keys, gebruikt tegenwoordig gastmuzikanten. Kennelijk komt er onvermijdelijk een punt waarop een bezetting van slechts twee tot beperkingen leidt en schreeuwt om uitbreiding. De bassist is (uitzonderingen daargelaten, vooral in de funk en in het geval van zingende bassisten als Sting) niet zelden een zo weinig gezichts- en op het eerste gehoor geluidsbepalend onderdeel van een band dat je je de verleiding kunt voorstellen hem dan maar gewoon weg te laten. The Black Keys, The White Stripes, Blood Red Shoes en The Kills bewezen de afgelopen jaren met verve hoeveel dynamiek en zeggingskracht er dan nog steeds mogelijk is.

Het nieuwe bewijs daarvan heet Japandroids. De twee leden, Brian King (gitaar en vocalen) en David Prowse (drums en vocalen) komen uit Vancouver en maken sinds 2006 samen gruizige rock, stevig geworteld in de punk en noise. In bescheiden kring werden hun eerste twee albums al opgepikt en bewierookt, maar met hun nieuwe album Celebration Rock haalden ze zelfs de Amerikaanse albumlijsten, terwijl niets aan de band of haar geluid daartoe gepolijst werd. De slechts acht nummers dampen van geestdrift, Brian Kings stem klinkt continu overstuur wanneer hij zingt over lege flessen en de kleur van de stad bij een ondergaande zon: ‘sexual red’. Hij speelt alsof drummer Prowse hem onophoudelijk opjaagt. Het is van het type onstuimigheid dat schreeuwt om een live optreden; niet voor niets zijn alle foto’s in het cd-boekje gemaakt tijdens hun shows. Tegelijk zijn ze erin geslaagd om die energie vast te houden in de opnamestudio, en vast te leggen. Zeven nummers hebben ze zelf geschreven, een is een cover van de legendarische punkbluesband The Gun Club. Met deze licht maniakale dictie als wijlen de zanger van die band, Jeffrey Lee Pierce, spuugt Brian King de eerste zin in de microfoon: ‘You look just like an Elvis from hell.’

Zijn eigen plan was duidelijk om zo ook te klinken, en dat is gelukt.


Japandroids, Celebration Rock. Label: Poly­vinyl Records/Sonic Rendezvous. Live te zien op 16 september (Incubate Festival, 013, Tilburg), 18 september (Paradiso, Amsterdam) en 19 september (Rotown, Rotterdam)