Emotioneel

Twintig jaar geleden lagen emoties niet op straat voor het oprapen en alleen met een vergrootglas kon je nog, tussen twee stoeptegels, een vergeten traan of een snik van ontroering ontdekken. Het was de goeie ouwe tijd. Nederland leek op een naoorlogse roman van Gerard Reve, collectebussen die in de bioscoopzalen tijdens de pauze circuleerden waren de enige bron van ontroering, terwijl Fred Emmer vanuit de zolder van Madame Tussaud het Journaal presenteerde. Hoewel ik er nog aan moest wennen omdat ik uit een land van schreeuwers en huilebalken schijn te komen, werd ik op dit volk van stijve calvinistische harken bijna verliefd. Wel ondervond ik wat problemen in mijn integratieproces.

Zo kreeg ik snel door dat tijdens diepgaande discussies iedere stemverheffing van mijn kant mij van de zijde van mijn Nederlandse gesprekspartners een vracht aan rode kaarten opleverde. Misschien troffen mijn argumenten wel doel, maar werd ik, vond men, domweg door mijn ‘emotionele’ presentatie gediskwalificeerd. Verbeten besloot ik elke vorm van menselijke aandoening over de haag te smijten. Passie en hartstocht verdwenen uit mijn vocabulaire. Ik werd koel en kil, zakelijk en onberoerd, ging bij voorkeur naar Nederlandse films om eentonig te leren praten, nam een abonnement op NRC Handelsblad en viel elke avond in een droomloze slaap tijdens de eerste minuten van Den Haag Vandaag.
Maar terwijl ik zorgvuldig aan mijn mutatieproces werkte, ging mijn omgeving precies de andere kant op. 'Emotioneel’ werd tot mijn grote schrik plotseling 'in’ en Nederland veranderde in een tranendal. Hans Wiegel, Gerrie Knetemann, Henny Huisman en tal van anderen saboteerden met hun vloeibare gedoe de eeuwenoude dammen die men in het land van het gezond verstand tegen goedkoop sentimentalisme had opgeworpen. Besproeid, bevloeid en geïrrigeerd door menige dijkdoorbraak spoten de mannenpraatgroepen en andere curiositeiten uit een steriel geachte bodem. Later, met de komst van de commerciële televisie, werd het larmoyantisme definitief uitgevonden dat in de polders janken en schreien in het openbaar tot hoogste deugd maakte. Geen gesprek, geen feestje, geen ontmoeting met een kennis bij de slager, of ik werd vermanend toegesproken. 'Toe nou, laat je gaan. Wees emotioneel, toon je sentimenten, schreeuw je woede uit als je wilt.’ Hordes adviseurs en analisten van de zielenbeurs besprongen me, in koor brullend: 'Huil maar, huil maar, het is goed voor jou!’
Ik kon het niet meer. Deze collectieve gedaanteverwisseling kwam voor mij te laat: ik was ongemerkt een geharde asociaal geworden en meed voortaan als de pest de alomtegenwoordige meligheid. Dat ik me als een teleurgestelde minnaar van een gesmolten ijskast voel, zal intussen wel duidelijk zijn. Maar dit wil niet zeggen dat ik het permanent misbruiken van menselijke sentimenten door mijn omgeving zomaar over me heen laat gaan. Het voortdurend appelleren aan de zwakte in de mens om kromme zaken recht te praten is te ver doorgeschoten. Met name bij bepaalde overheidssectoren die juist geacht worden gevrijwaard te zijn van parasitaire sentimentele aanstellerij wordt emotionaliteit als dekmantel gebruikt. Hiermee bedoel ik vooral de politie, die te pas en te onpas het woord 'emotioneel’ te voorschijn tovert om ongure handelingen en misstappen te rechtvaardigen.
Elf jaar geleden werd politiebureau Warmoesstraat voor het eerst massaal geëmotioneerd. Toen kon ik het nog enigszins begrijpen. Op 5 augustus 1986 was op de Zeedijk een diender, Peter Lugten, door een junk die hij probeerde te overmeesteren in de borst gestoken. Hij overleed voor hij in het ziekenhuis aankwam. De agent stierf omdat hij tegenover een getrokken mes geen gebruik van zijn dienstpistool wenste te maken. Tegenwoordig laaien op de Warmoesstraat de emoties op, vooral wanneer een agent in de kraag gevat wordt omdat hij zich aan zinloos geweld met dodelijke afloop schuldig heeft gemaakt. 'Wij voeren geen actie. Wij zijn gewoon veel te geëmotioneerd om ons werk nog te doen’, zei een actievoerende agent dit weekend. Kort daarop, in Capelle aan den IJssel, werden op een ongewapende autodief acht politiekogels afgevuurd. Tegen de protesterende vrienden van het slachtoffer zei de burgemeester van Capelle dat ze ook rekening moesten houden met de emoties van de twee agenten die de ongewapende autodief hadden koudgemaakt. Kan ik ook inkomen. Persoonlijk houd ik bij elke overtreding van de snelheidslimiet op de weg ook altijd rekening met de emotionele lading van de politieradar die mij heeft gesnapt. Nee, weg met al die cover-ups van valse sentimenten, weg met de geëmotioneerde politieman. Ik ben traditioneel ingesteld en wil geen valse nichten als cops die in mijn rug schieten, maar echte macho’s die mijn leven gaan redden. Kille, koele en rationele Schwarzeneggers in uniform of desnoods Robocop Peter R. de Vries met een verborgen camera in de aanslag.