Emotionele opzwieper

JAY MCINERNEY
THE LAST BACHELOR
Bloomsbury, 216 blz., € 21,95

De rook was nog niet opgetrokken of de Amerikaanse romancier Jay McInerney schreef al in The Guardian hoezeer de aanslagen van 11 september 2001 zijn schrijverschap hadden veranderd. Hij kwam tot de cynische conclusie dat hij alleen maar blij kon zijn dat er die week geen boek van hem verscheen, want New York, al twee decennia zijn onderwerp, was voorgoed veranderd.
Maar was dat wel zo? vroeg de gezaghebbende criticus James Wood zich iets later af. In Melville’s Bartleby, Bellows Mr. Sammler’s Planet, Henry Roth’s Call it Sleep et cetera, zelfs in McInerney’s grote voorbeeld, Scott Fitzgeralds The Great Gatsby, is New York al een behoorlijk grimmige plek waar gevaar overal dreigt toe te slaan. De verminking die de aanslagen teweeg hadden gebracht zou niet allesbepalend zijn, het zou gewoon nóg een litteken zijn op een toch al getekende huid: ‘Het zijn alleen de McInerneys, voor wie Manhattan slechts een gerinkel van restaurants is, die nu opeens omringd zijn door de glasscherven van hun eigen dwaze optimisme. Voor de pessimist is alles al verpest en hij beseft het.’
The Last Bachelor is McInerney’s tweede prozawerk sinds 11 september 2001 en inderdaad, nog steeds is het Manhattan uit zijn proza weinig meer dan een verzameling cocktailparty’s, theaterpremières, museumopeningen en buitenechtelijke vrijpartijen, kortom glitterende taferelen waar de aanslagen als een kanonbal tegenaan dreunen. Dat hoeft geen punt van kritiek te zijn. McInerney’s vorige roman, The Good Life (2006), was een van de beste uit zijn oeuvre, het verhaal over Corrine Calloway (bekend uit Brightness Falls, 1992, veruit zijn beste roman) die als vrijwilligster op Ground Zero een affaire krijgt met een andere vrijwilliger, Luke. Het was een sentimentele zedenschets van de New Yorkse upperclass op een moment dat de stad zijn adem inhield en sociale mores verstoord waren. De affaire van Luke en Corrine houdt stand totdat New York een paar maanden later weer ontspant, en verder gaat zoals het dat altijd al deed.
The Good Life was een boek waarop werd gewacht, in ieder geval door deze recensent. Het 9/11-genre was in wording, en dan is de stem van een schrijver als McInerney een prominente toevoeging.
Nu, met de verhalenbundel The Last Bachelor, zorgt McInerney er echter voor dat de kritiek van Wood terecht is. In te veel verhalen is 9/11 een catch for all, die als een deus ex machina te voorschijn komt. Sleeping with Pigs is een verhaal over een rommelend echtpaar waarvan de vrouw haar hangbuikzwijn in hun bed laat slapen. Als het echtpaar de kooi met het beest een keer op het vliegveld ophaalt, staan ze ineens oog in oog met een doodskist met een Amerikaanse vlag eromheen; de aanblik van de gesneuvelde soldaat leidt tot een verzoening in hun huwelijk.
In I Love You, Honey hervindt een man na de aanslagen zijn katholieke geloof, en om hem te treiteren vanwege zijn eerdere affaires laat zijn vrouw een abortus plegen. In The March komt Corrine Calloway op de antioorlogsdemonstratie van 15 februari 2003 (de dag waarop ook Ian McEwans geweldige Saturday zich afspeelt) haar oude minnaar Luke tegen en voelt ze zich in de mensenmassa meer alleen dan ooit. Voor verhalen die pretenderen het ‘post-9/11-landschap’ te bestrijken, zoals zijn uitgever dat noemt, wordt 9/11 er wel erg aan de haren bijgesleept.
Wat niet wil zeggen dat dit een boek zonder charmes is. Het mooiste verhaal komt wanneer McInerney zich verre houdt van de zedenschets. In The Madonna of the Turkey Season wordt verteld over de thanksgivings van een gezin nadat de moeder is overleden. Elk jaar gaan de broers met elkaar op de vuist, worden meegebrachte vriendinnetjes beledigd – een soort familietraditie. Pas als een van de broers een toneelstuk schrijft dat te veel lijkt op hun leven, en dat van hun moeder, wordt er echt emotionele schade aangericht. McInerney speelt fijnzinnig met de vermenging van feit en fictie en wat die teweeg kan brengen.
Het scherpste moment zit in The March, als Corrine en haar vrienden door politie te paard worden gehinderd. Ze herkent een van hen, een agent die ze op Ground Zero van water en voedsel heeft voorzien. Ze roept naar hem: ‘We fed you, we were proud of you’, maar hij negeert haar.
Is McInerney daarmee ook een pessimist geworden? Welnee. Hij schrijft nog steeds over liefde en verliefdheden in de grote stad, en gebruikt 9/11 om de verhalen een emotionele opzwieper te geven. Een doorzichtig trucje, waardoor opeens opvalt hoe oppervlakkig en, met al hun vrijages en champagnefeestjes, hoe saai zijn personages eigenlijk zijn. In feite is de verhalenbundel net zo weinig ambitieus als de titel.