Champions League-winnaar Chelsea gaat ook zegevieren op het EK. Sort of. Bij elke halve finalist zitten spelers van de Londense club, het speeltje van Roman Abramovitsj. Sterker, het ‘Roman Empire’ leverde ook spelers aan Frankrijk, Schotland en Duitsland. Tijdens de historische winst van Engeland op Duitsland liepen er drie Chelsea-spelers op het veld en ze droegen allemaal het donkere shirt van Die Mannschaft. Geen meer kosmopoliete club dan Chelsea, waar ook nog een Amerikaan, een Senegalees, een Braziliaan en een Marokkaan rondlopen.

Hetzelfde kan worden gezegd van de andere vreemdelingenlegioenen uit de Premier League. Het grote geld heeft de Engelse clubs terug naar de Europese top gebracht, maar tegelijkertijd heerste lange tijd de vrees dat al die geweldige voetballers uit het buitenland de Engelse spelers zouden verdringen. Er was al een trend gaande van jonge Engelse voetballers die hun heil zochten in de Bundesliga. De zorg blijkt onterecht te zijn geweest. Binnen drie jaar heeft Engeland twee halve finales van eindtoernooien bereikt.

Na de 4-0 zege op Oekraïne, zaterdagavond in Rome, is Engeland nu favoriet om voor het eerst in de geschiedenis Europees kampioen te worden. Niet alleen heeft Engeland thuisvoordeel, het heeft ook de breedste selectie. Gareth Southgate kan twee gelijkwaardige elftallen het veld in sturen. Welk land zou een smaakmaker als Jack Grealish, het straatschoffie met zijn afgezakte sokken, een hele wedstrijd langs de zijlijn hebben gehouden? Of een geweldige linksachter als Ben Chilwell, van Chelsea uiteraard?

Bij het beantwoorden van de vraag waar al die kwaliteit vandaan komt, kan niet voorbij worden gegaan aan de Europeanisering. Engeland speelt geen ‘Engels voetbal’ zoals we dat gewend zijn. Het kick and rush van weleer. Het spel is degelijk, tactisch en effectief. De verdediging heeft nog geen doelpunt tegen gehad; de aanvallers benutten bijna elke kans. Er zijn klachten, zeker in Nederland, dat Engeland niet aanvallend genoeg speelt en overgegaan is op catenaccio. En dat terwijl Italië nu de aanvalsploeg van het toernooi is.

De Engelse spelers lijken zich te hebben opgetrokken aan het niveau van hun buitenlandse collega’s; de Engelse kinderen zijn geïnspireerd geraakt door de Zola’s, de Cantona’s en de Bergkamps. Belangrijker nog is de aanwezigheid van ‘s werelds beste managers. Terwijl de allerbeste spelers van de wereld – Messi, Ronaldo – voor Spanje en Italië kiezen, is Engeland voor topmanagers het beloofde land. José Mourinho heeft inmiddels drie verschillende clubs in de Premier League onder zijn hoede gehad.

Onder hen is Pep Guardiola de beste. De braafste leerling van Johan Cruijff heeft Manchester City naar een ongekend hoog niveau getild, al blijft de Champions League hem ontglippen. De Engelse bondscoach kan de Catalaan dankbaar zijn voor het spel van Phil Foden, Kyle Walker en John Stones. Het was Guardiola die Raheem Sterling na het rampzalige EK van 2016 uit een diepe put haalde. Nu is de kleine aanvaller, die speelt met een lach op zijn gezicht, de beste speler van Engeland, en misschien van het toernooi.

In Leeds heeft Marcelo Bielsa, een andere voetbalvader van Pep, wonderen verricht met Kalvin Phillips, uitgegroeid van modale speler tot motor op het middenveld. Aan de andere kant van de Pennine-heuvels heeft de Noor Ole Gunnar Solskjær de getroebleerde Luke Shaw op sleeptouw genomen. De linksback speelt nu de sterren van de hemel. En zou Harry Kane ook zo goed zijn geweest zonder Mauricio Pochettino? En Jordan Henderson zonder Jürgen Klopp, die een vaderfiguur voor hem is?

Er zijn zoveel buitenlandse topmanagers dat hun Engelse collega’s zich noodgedwongen beginnen te specialiseren in degradatievoetbal. Een Engelse manager die blij is met deze enorme aanwas van goede spelers is Southgate. De bondscoach is inmiddels zo populair dat de titel Sir Gareth een kwestie van tijd is. De vijftigjarige Southgate komt goed uit zijn woorden, vaart een duidelijke koers en is, met zijn pakken van Savile Row, gekleed als een Engelse heer. Hij heeft al zijn charme nodig om zijn enorme sterrenensemble bijeen te houden.

Hoe moeilijk dat is blijkt tijdens een interview na de winst op Oekraïne. Terwijl de natie feestviert en dronken wordt, verschijnen er emoties op het gezicht van Southgate. Zijn stem begint te kraken. Nee, het is geen blijdschap over het bereiken van de halve finale. Het is verdriet over de moeilijke beslissingen die hij heeft moeten nemen, over de goede spelers die hij door zijn luxeprobleem op de reservebank moest zetten, of zelfs buiten de selectie moest houden. Dat doet hem zichtbaar pijn.

Hij toont een kwaliteit die niet vaak meer voorkomt bij leiders in de publieke sfeer: empathie.