En als het nou geen satire is?

‘Gefeliciteerd, pa. Je bent een Duitser geworden.’ De dochter die met deze zin een brief aan haar vader begint, heeft heel wat op haar lever. Zij is soldate in het Israelische leger en, zich vereenzelvigend met het land van haar keuze, noemt ze de deserteurs hét verdriet van Israel. Je hebt degenen die met stille trom of slaande deuren vertrekken, maar de ergsten zijn de mensen die zich buigen voor het volk dat de joden het grootste leed heeft berokkend, de Duitsers - haar vader is zo'n verrader.

De vader, de verteller in het boek, werd, toen de Russische bezetters en de Litouwers elkaar na de oorlog elkaar in het antisemitisme vonden, gedwongen naar Israel te emigreren. Hij ging er samen met zijn dochter heen. Maar hij kon er niet aarden, omdat hij het gevoel had in één groot getto te wonen, en vooral omdat in Israel het socialisme werd opgebouwd. Hij vluchtte naar West-Berlijn, waar hij in contact kwam met Russische joden die valse sovjetpapieren vervaardigden voor mensen die graag Duitser wilden worden. Op het eind zit hij in de Moabit-gevangenis in afwachting van zijn uitwijzing naar… Israel. In zijn nieuwe geboortebewijs staat een andere moeder vermeld, met als nationaliteit ‘Duits’, wat voor de dochter een reden is hem te schrijven: 'Je hebt je bloedeigen, natuurlijke moeder weggedaan…’ Daarop slaat de titel van de roman, die ook nog naar een ander, ouder geval verwijst van een communistische activist in Litouwen die om deportatie te ontgaan bereid was zijn moeder die een boerderij bezat als 'bourgeoismoeder’ te verloochenen. De roman hangt van verraad aan elkaar, wat soms nauwelijks te onderscheiden is van pure overlevingsdrift of je reinste opportunisme. Zo veel te kiezen heeft men niet, want het lijkt wel of het lot een sadistische grappenmaker is die iedereen naar zijn pijpen laat dansen. Zo is de levensloop van de hoofdpersoon een aaneenschakeling van bizarre coïncidenties.
Samen met zijn zusje werd hij door de Duitsers uit het getto gehaald omdat ze het bloed van kinderen wilden gebruiken. Hij springt van de vrachtwagen af, weet met behulp van een priester het ouderlijk huis te bereiken, dat inmiddels bewoond wordt door een man die 'strafvoltrekker’ voor de Duitsers is en in het joodse jongetje een vrijbrief ziet voor het geval de oorlog slecht afloopt. Met diens dochtertje, een beeldschoon prinsesje, zal hij later trouwen, omdat zij zijn naam goed kan gebruiken. Dat is des te navranter aangezien het verwende kreng een geboren antisemiet is. De grap is dan dat zij tegen haar zin van de man een dochter krijgt die 'lelijk is van joodsheid’. Maar op haar vijftiende verandert zij in een blonde schoonheid, die evenwel gruwt van haar moeder en de gruweldaden van haar grootvader.
Het ligt er allemaal flink dik bovenop en het is me niet helemaal duidelijk of de schrijver bewust op zulke grove effecten uit is geweest omdat hij een satire op het antisemitisme in een Oost-Europees land heeft willen schrijven. Maar wat als dat effectbejag helemaal niet satirisch bedoeld is?