Een jaar #MeToo

En dan nu… herenleed

#MeToo bood boven alles een ‘andere blik op seks, en op macht, en op man-vrouwrelaties’, gestoeld op de vrouwelijke ervaring. Na een jaar revolutie dringt de vraag zich op: wat te doen met de mannen?

Op een vrijdagochtend in januari 1998 zat Monica Lewinsky in een winkelcentrum iets buiten Washington D.C. op haar goede vriendin Linda Tripp te wachten. Lewinsky was 24, Tripp 48: voor Lewinsky was collega Tripp uitgegroeid tot een vertrouwenspersoon, iemand bij wie ze haar hart kon luchten over haar redelijk ongelofelijke relatie met president Bill Clinton.

Ze praatte over hem, zei Tripp later, als een groupie, alsof ze veertien of vijftien was. Alsof ze geen benul had van de verschillende aantijgingen van seksueel wangedrag die Clinton – Jesse Jackson: ‘That man ain’t nothing but an appetite’ – op dat moment aan zijn losse broek had hangen. Een paar van Clintons strategen wist van Lewinsky en had hem geadviseerd tijdens zijn herverkiezingscampagne in 1996 haar niet in de buurt te hebben. Ze leidde af. Dus bezorgde hij haar een nieuw baantje op het Pentagon, met de belofte dat als hij herkozen was ze mocht terugkomen naar het Witte Huis.

In 1998 wachtte Lewinsky nog steeds op hem om die belofte waar te maken. Die ochtend kwam Lewinsky net uit de sportschool, ze had geen tijd gehad te douchen en droeg nog een legging en een T-shirt. Toen ze Tripp eenmaal op de roltrap spotte zwaaide ze, waarop haar vriendin een raar gebaartje maakte en twee strenge mannen in regenjassen op haar af schoten. Meekomen, fbi, foute boel.

Later zou Tripp zeggen dat ze het vreselijk vond dat ze haar telefoongesprekken met Lewinsky stiekem had opgenomen. ‘Maar iemand moest de volwassene zijn.’ Wat Clinton deed was immoreel, leugenachtig en het bewijs dat hij alleen aan zichzelf dacht. De fbi-agenten namen Lewinsky mee naar een nabijgelegen Ritz-Carlton-hotel, waar nog meer agenten wachtten, plus medewerkers van de speciale aanklager die Clinton onderzocht. In de hotelkamer waren alleen maar mannen. Ze zetten Lewinsky – nog steeds in haar sportkleding – onder druk: in een grootschalig onderzoek naar Clinton had ze eens een verklaring getekend dat ze geen seksueel wangedrag had gezien. De aanklager wist nu dat ze had gelogen, onder ede, dat ze de rechtsgang had belemmerd en ze voor meer dan 25 jaar de gevangenis in kon gaan. Tenzij, natuurlijk, ze bereid was een verborgen microfoontje te dragen en haar persoonlijke gesprekken met de president op te nemen…

Maar Lewinsky wilde helemaal niets. Ze was des duivels, vooral op Tripp, die was meegekomen naar het hotel. Toen de agenten door hadden dat haar aanwezigheid niet hielp, viel Lewinsky uit; ‘Laat haar kijken. I want that treacherous bitch to see what she has done to me.’ Lewinsky weigerde iets af te spreken tot haar moeder er was, die onderweg naar New York was. Om de tijd te doden keek Lewinsky naar een film in de hotelkamer en ging lunchen met een paar agenten. Ze vroeg of ze naar de wc mocht en toen ze uit het zicht van de agenten was, sneakte ze weg, vond een betaaltelefoon en belde Clintons persoonlijke assistente, de enige die ze vertrouwde en die Clinton kon waarschuwen voordat hij de volgende dag onder ede moest verklaren. Ze belde, er werd niet opgenomen.

Na elf uur in de handen van de fbi besloot Lewinsky geen microfoontje te dragen. In zijn memoires bracht Clinton zijn relatie met Lewinsky terug tot een stomme hormonale dwaling. Hoe het ook zij, op die dag redde zij zijn presidentschap.

Tripp vond het vreselijk dat ze de gesprekken met Lewinsky stiekem had opgenomen. ‘Maar iemand moest de volwassene zijn’
***

Een fijne debatvraag voor geschiedenisliefhebbers: wie heeft enkelhandig de loop van onze geschiedenis veranderd? Noem drie redenen waarom en drie redenen waarom juist niet. De Napoleons, de Bismarcken, de Grote Mannen van de Geschiedenis. Een interessantere debatvraag voor historiografen is wie onze blik op de geschiedenis heeft veranderd. Karl Marx is het voor de hand liggende antwoord, iemand die met zijn klassenstrijd een denkraam bedacht dat je op elke maatschappelijke verschuiving kunt toepassen.

#MeToo is niet door één iemand bedacht, er gaan geen academici achter schuil, geen grote denkers. Het gebeurde gewoon. In oktober is #MeToo een jaar oud en het is nog steeds niet helemaal duidelijk hoe we het precies moeten noemen. Een hashtag, sowieso. Een hype. Een maatschappelijke correctie. Een feministische vloedgolf. Een olifantenkerkhof, waar de geraamtes van de carrières van talloze handtastelijke mannen in de zon wegbranden.

Bovenal is #MeToo een andere blik op seks, en op macht, en op man-vrouwrelaties, een denkraam waaraan je door de eeuwen heen relaties kunt toetsen.

Vorig jaar rond deze tijd waren de talkshow hosts in Amerika zo keurig als je maar kon verwachten. Geen harde grappen over #MeToo, geen orale-seksgrappen, geen plantenbakgrappen, maar serieuze verontwaardiging. In de tijd van Lewinsky daarentegen, niet eens zo heel lang geleden, was het elke avond bal. Geen genade. Niet voor Clinton, niet voor Hillary, niet voor Monica. In de laatste dagen van Clintons presidentschap had talkshow host Jay Leno elke avond een rubriek ‘vintage Lewinsky’, waarin hij de grappen hervertelde waar indertijd het hardst om was gelachen.

Tijdens de laatste aflevering van Zomergasten van dit seizoen liet de Belgisch-Amerikaanse psychotherapeut Esther Perel een fragment zien van Bill Clinton. Het fragment was het bekende waarop de president tijdens een persconferentie die over totaal iets anders ging, zich opeens met grote adrenaline-ogen tot de camera’s richtte, zei dat hij druk aan de slag moest met ‘the business of the nation’, maar dat the nation nu goed naar hem moest luisteren: ‘I did not have sexual relations with that woman, miss Lewinsky.’

Perel zei dat ze de Lewinsky-zaak niet als een #MeToo kon zien. Ze had haar te vaak horen vertellen dat het geen simpel seksding was, niet slechts draaide om ontlading van een gestresste president. Het kwam van twee kanten, er waren gevoelens, het was echt. Er was dus geen dwang en dus geen misbruik. Maar, voegde Perel daar aan toe, ze begreep het als jongere vrouwen dit wel als een #MeToo’tje zouden zien.

Hoe hebben ze ooit een jong meisje kunnen laten ondervragen over seksuele handelingen door alleen mannelijke agenten?

Kan iets #MeToo zijn en het tegelijk niet zijn? Bill Clinton bleef president van de VS, groeide uit tot elder statesman, een graag geziene spreker die op congressen over de hele wereld miljoenen ophaalt. Lewinsky daarentegen moest de eerste tien jaar na de zaak allerlei ordinaire klusjes aannemen om haar advocaten te kunnen afbetalen. Ze vertrok naar Londen, getraumatiseerd, omdat ze in de VS niet meer over straat kon. >

In de nu lopende podcast Slowburn, van het Amerikaanse slate.com wordt Bruce Udolf, een van de openbaar aanklagers, gevraagd hoe hij op de zaak terugkijkt. Hij heeft er spijt van, van alles eigenlijk, maar het meest van die dag in dat hotel. Hoe hebben ze ooit een jong meisje, zonder enige support, kunnen laten ondervragen over seksuele handelingen door alleen maar mannelijke agenten?

Verderop in de podcast praat presentator Leon Neyfakh met gerenommeerd journaliste Hanna Rosin, die toentertijd voor The New Republic verslag deed. Ze hebben het erover waarom Clinton het in godsnaam deed, er gingen al geruchten over hem, hij werd al onderzocht voor seksueel wangedrag – Rosin lacht en schrikt vervolgens dat ze lacht. Het is niet grappig, zegt ze en zucht: vroeger werden er zoveel grappen over de zaak gemaakt. ‘We denken er nu zo anders over. Ik denk dat het Monica Lewinsky-schandaal een kantelpunt was in “feminist shame”. Mijn god, de manier waarop er toen over haar werd gepraat, hoe we haar behandelden, hoe blind we waren voor de machtsdynamiek.’

Toen Lewinsky op het hoogtepunt van het schandaal haar appartementencomplex verliet, omdat het dag en nacht omsingeld was door hongerige journalisten, stuurde ze aan elk van de bewoners een handgeschreven briefje. Om haar excuses te maken voor de overlast die ze hen had bezorgd.

***

Op de beste momenten zorgde #MeToo voor een gevoel van collectieve steun, waardoor vrouwen dingen durfden uit te spreken waarover ze altijd hadden gezwegen. Misschien niet eens omdat ze niet durfden, maar omdat ze het gevoel hadden dat het geen nut had. Nu was dat nut evident; wie vorig najaar opstond en de krant opensloeg kon dagelijks nieuwe namen lezen van machtige mannen die die macht hadden misbruikt. Carrières werden gebroken, toneelvoorstellingen gecanceld, boeken teruggetrokken, uitnodigingen ingetrokken.

Ik schrijf nu in de verleden tijd, maar dat is natuurlijk maar een vorm; het mag duidelijk zijn dat het nog lang niet afgelopen is.

Dankzij #MeToo is er nu ook het nieuwe journalistieke genre ‘ik weet hoe puntjepuntje echt is, want ik ben zijn ex’

Het voelt cru het een eyeopener te noemen, want die ogen zouden al lang open moeten zijn. Natuurlijk is Harvey Weinstein een varken en Louis C.K. een kneus, en natuurlijk moeten de Jan Fabres van deze wereld lekker opzouten naar de vorige eeuw, toen hun ranzige gedrag nog werd bedekt met de mantel van het ‘grensoverschrijdend kunstenaarschap’. Maar #MeToo maakte inzichtelijk hoe wijdverspreid seksuele agressie is, hoe geïnstitutionaliseerd, hoe achteloos het plaatsvindt, hoe onbevraagd het blijft door omstanders. Hoe groot een kleine opmerking kan zijn voor degene die ze voor haar kiezen krijgt.

Revoluties draaien altijd om macht en hoewel het te vroeg is om te zeggen dat #MeToo een radicale machtsverandering heeft veroorzaakt, heeft het in ieder geval gezorgd voor een radicaal machtsbewustzijn. Het heeft laten zien dat voor de stagiaire een flirt een andere betekenis heeft dan voor de ceo; dat de filmproducer zich vrij voelt een actrice een blauwtje te laten lopen, maar dat de actrice zich omgekeerd een stuk minder vrij zal voelen – want die producent bepaalt of zij de volgende rol krijgt.

MeToo had ook gênante momenten, meestal wanneer het een excuus werd voor narcisme, in de vorm van lange ik-verhalen op de blogosfeer waarin niet méér werd gedeeld dan de lullige afloop van een date. #MeToo is ook verantwoordelijk voor het nieuwe journalistieke genre ‘ik weet hoe puntjepuntje echt is, want ik ben zijn ex’. (Ik zoek naar een goede woordgrap voor het genre: ‘ex-says’?)

En #MeToo had ronduit slechte momenten. Dit waren de momenten die Ian Buruma wilde onderzoeken in een themanummer van zijn New York Review of Books, ‘The Fall of Men’; de momenten waarop #MeToo een online volksgericht werd, waarin de wereld rechtlijnig werd opgedeeld in jager en prooi, in fout en goed, waarin er zo’n druk was het verhaal van het slachtoffer te onderstrepen, dat de beklaagde zonder enige vorm van tegenspraak schuldig werd bevonden.

Juist het informele van dit ostracisme zorgt voor een dilemma dat moet worden beantwoord nu geschorste journalisten en weggehoonde komieken weer langzaam terugkeren naar de openbaarheid: wat te doen met de gevallen mannen?

***

Überhaupt: wat te doen met de mannen? Het dilemma van #MeToo is dat de mannen er eigenlijk niet in mogen voorkomen. Dat is ook wat Buruma de kop kostte, dat hij te laconiek reageerde toen hij werd gevraagd naar de aantijgingen tegen de essayist die hij over zijn ervaringen als #MeToo-dader had gevraagd, de Canadese radiopersoonlijkheid Jian Ghomeshi. Of de vrouwen die Ghomeshi aanklaagden gelijk hadden wist hij niet, ‘en dat is ook niet mijn zaak’.

Wat Buruma bedoelde – denk ik – is niet dat de ervaringen van de vrouwen hem koud lieten, maar dat die deze keer niet het onderwerp van discussie waren. Hij wilde onderzoeken wat er gebeurt wanneer er een streep door je leven wordt gezet, zonder dat enig bewijsmateriaal gewogen wordt, of enig verweer mogelijk is. Hij maakte er een intellectuele exercitie van, terwijl de kracht van #MeToo juist uit een opschorting van intellectualiteit komt. De slagkracht van de beweging is de onvoorwaardelijke steun van vrouwen aan elkaar. Onvoorwaardelijk in de zin van: niet eerst vragen stellen, want vragen verhogen de drempel voor vrouwen om hun verhaal te doen. In de Volkskrant schreef Asha ten Broeke vorig jaar een sentiment op dat je op veel plekken tegenkwam: ‘In deze morele kwestie kan ik me niet verstoppen achter het strafrecht. Om Edward Snowden te citeren: “The law is no substitute for morality.” Het vraagstuk verlangt dat ik een persoonlijke, principiële keuze maak: geloof ik mensen die vertellen dat ze zijn misbruikt wel of niet? In de wereld die ik voor ogen heb, bestaat er maar één antwoord: geloof slachtoffers.’

In zekere zin is de argumentatie van Ten Broeke waterdicht. Seksueel misbruik is zelden te bewijzen, al helemaal als het jaren terug plaatsvond, dus om wettelijk bewijsmateriaal kun je niet vragen. Maar dat betekent ook dat vrijspraak niet mogelijk is. De beschuldiging wint altijd.

Het probleem van principes is dat ze alleen principes zijn als ze consequent zijn. En daarin zit nu juist de crux, sinds deze zomer ook meer mannen met hun #MeToo-ervaringen kwamen, over vrouwen. De jonge acteur Jimmy Bennett vertelde dat hij als zeventienjarige in een hotelkamer tot seks werd gedwongen door Asia Argento, een van de actrices die nota bene Harvey Weinstein ten val had gebracht. Een veelbesproken stuk in The New York Times beschreef hoe een mannelijke student, Nimrod Reitman, zijn vrouwelijke hoogleraar gender studies Avital Ronell – ‘one of the very few philosopher-stars of this world’ – beschuldigde van seksueel wangedrag. In beide gevallen was er behoorlijk wat bewijs (Argento’s partner had bijvoorbeeld Bennett al eens 380.000 dollar betaald; Reitman kon talloze expliciete mails overleggen), maar in beide gevallen konden de slachtoffers niet op onvoorwaardelijke steun rekenen.

Zowel Bennett als Reitman werd door verschillende prominente feministen weggezet als opportunist, er werd gesuggereerd dat ze het zelf hadden uitgelokt en erin meegingen. Eigenlijk reageerden deze feministen precies zoals ze altijd mannen verweten te reageren: door de rangen te sluiten en het vermeende slachtoffer zwart te maken.

Wat hier zo pijnlijk aan is, is dat door het zo op te vatten het niet meer om macht en misbruik gaat, om slachtoffers versus daders, maar om vrouwen versus mannen. Dit is precies wat je niet zou moeten willen. Het is wel vaker gezegd: om het feminisme te laten slagen moeten mannen zich aangesproken voelen en mee willen doen. Die conclusie is in dit geval natuurlijk precies de meest ironische. #MeToo draaide om het primaat van de vrouwelijke ervaring. Maar om van de feministische beweging een breder maatschappelijke te maken – de opgave van #MeToo Jaar Twee – zal iemand de grote vraag moeten beantwoorden; wat te doen met de mannen?