De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Corona: Italië op slot

En de hemel wordt steeds blauwer

Wat Italië na China goed heeft begrepen: er is maar één manier om de bosbrand corona te blussen: isolement. De tijd van grappige filmpjes en hamsteren is voorbij. ‘Italianen luisteren alleen als ze het in hun broek doen.’

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

Napels, 13 maart. ‘Vanuit Italië bezien is Nederland een teruggespoelde film van drie weken geleden’ © Ciro de Luca / Reuters / HH

Onder een stralende zon wordt Fernanda op de vroege maandagochtend weggedragen uit haar huis. De glimmende kobaltblauwe slee van de begrafenisondernemer is het krappe, steil oplopende steegje bandenpiepend achteruit gereden tot voor het hekje van het appartementengebouw. Fernanda komt van vierhoog en wordt na langdurig geworstel met de kist in het trappenhuis zwijgend de auto ingeschoven. Eén bloemstuk van de familie ligt naast de slee en wordt op de kist gelegd. Haar drie zoons en Giorgio, haar man, stappen met kapjes voor de mond ieder in hun eigen auto en rijden achter de begrafenisondernemer aan naar de begraafplaats.

De enige dorpelinge die naast mij de moed had om toch nog even een laatste groetje te brengen, veegt met een plastic handschoen over haar ogen boven het kapje: ‘Daar gaat ze, La Cecala’, zegt ze. De Sprinkhaan, in de zin van de kletskous, omdat Fernanda de Oprah Winfrey van het dorp was, haar huishoudelijke winkeltje van Sinkel was de dorpskroeg van de vrouwen. Raad, roddel en zorgen deelde je bij Fernanda.

Ze was een mooie, donkere, zeer Italiaanse vrouw en haar optreden bij elke begrafenismis in de grote kerk van het dorp was een evenement. Fernanda kon meeleven en snikken als geen ander, handenwringend en hoofdschuddend wachtte ze de kist op op het plein voor de kerk, ze liep altijd vooraan in de stoet naar de begraafplaats en speelde met grote overtuigingskracht de persoonlijk diep getroffene – al was het iemand met wie ze nauwelijks contact had gehad. ‘Het is niet eerlijk, Fernanda heeft iedereen zo mooi naar zijn graf gebracht, en nu moet zij zo stilletjes verdwijnen. Kan je je de bloemenzee voorstellen die zíj had gekregen?’ verzuchtte Maura van de kiosk. Het was een hersenbloeding, geen corona, maar corona bepaalt alles op dit moment. Bij begrafenissen mag niemand aanwezig zijn, behalve de naaste familie.

De legendarische Italiaanse veerkracht begint een beetje op te raken, na vier weken afzien en isolement. In het begin deed men nog dappere pogingen tot humor, zoals je nu volop in Nederland ziet. Dat is de fase voor het niets.

Riccardo zette twee weken geleden nog een geestig filmpje op TikTok van hoe hij de deur van zijn volmaakt lege Osteria opent voor een lege stoep en professioneel zegt: ‘Goedendag, komt u binnen, waar wilt u zitten? Hier, perfect, ik had net nog een tafeltje voor vier. Kan ik u vast wat wijn brengen, en brood? Een moment, ik haal de menukaart.’

Dat was toen. Nu zit Riccardo thuis en is de humor verdwenen. Hij heeft al een maand niets verdiend. ‘Wel heel aardig: de eigenaar van de Osteria belde, dat ik me geen zorgen hoefde te maken over de huur’, zegt hij, terwijl hij me door de voordeur een caffè aanreikt. Ik zit buiten op een krukje, hij zit binnen. We hebben weinig te zeggen. Normaal hebben we de grootste pret, ’s ochtends vroeg in de bar, bij de gezamenlijke cappuccino. Ik had niet gedacht dat de gespreksstof tussen Riccardo en mij ooit op zou raken, maar het is toch gebeurd. Dat gaat heel snel. Als het leven stopt, stopt ook de gespreksstof.

Hier op het platteland van Hoog-Lazio, zo’n zestig kilometer van Rome, is eigenlijk nog heel weinig aan de hand. Ons dorp heeft geen coronagevallen, je kunt, als je wilt, lange solitaire wandelingen maken in de omringende heuvels. Gek genoeg doet niemand dat. Normaal zie je de wandeldames de hele dag in hun strakke fluorescerende broeken voorbijkomen naar de rozzo, de bron, waar je met een precies goed stijgend en dalend pad in het bosrijk groen je dagelijkse portie kilometers kunt maken. Nu is het stil. Geen wandeldames. Zelfs dat voelt eng: in je eentje buiten lopen.

Op veel nog half grappige filmpjes wordt getoond wat de hele dag met z’n allen thuis hangen doet: je gaat vreten. ‘Elke dag een kerstmaaltijd’, verzucht Twitter-personality Selvaggia Lucarelli vanuit Milaan, met een foto van haar en haar vriend boven minstens vier rijkgevulde schalen. De vriend ziet eruit of hij op ploffen staat. Het tegenovergestelde effect kan ook: mijn maag zit al twee weken op slot, op zich fijn, maar ook verbazingwekkend. Van alles waar vlees of vis in zit draait mijn maag om, geen ‘levend’ materiaal alstublieft. Het voelt alsof daar ook corona in kan zitten. Alleen wat groente, sla of pappa al pomodoro, de kinderpasta, pasta, tomatensaus met boter en Parmezaanse kaas. Zelfs yoghurt is eng.

De dappere poging tot humor, zoals je nu in Nederland ziet, is de fase voor het niets

‘Dat is de angst’, zegt Riccardo. Hij kan goed analyseren. Lamlendig vraagt hij, zoals alle dorpelingen steeds vragen, ‘en, wat zeggen ze in Nederland over ons hier?’ ‘Dat jullie fantastisch jullie best doen’, zeg ik. ‘We staan versteld van hoe gedisciplineerd de Italianen reageren op deze crisis.’ Hij denkt er even over na en komt dan met: ‘Angst, pure angst. Italianen luisteren alleen als ze het in hun broek doen. Dan gaan we op onze rug liggen met onze pootjes in de lucht en doen even heel braaf. Maar geef l’essere italico (de Italiaanse menssoort) één kans tot ontsnapping, en hij lapt de regels aan zijn laars. Daarom zijn al die sloebers uit het zuiden met hun armoedige klotebaantjes in Milaan toch allemaal op de trein terug gesprongen naar papá en mamma in Campania, Apulië, Basilicata, Calabrië, Sardinië en Sicilië. En daarom zijn dat nu ook besmettingshaarden geworden. Denk echt niet dat we zo braaf zijn als er ook maar één manier is om er onderuit te draaien.’

Het meedogenloze oordeel van een Italiaan over de Italianen is interessant. Maar om helemaal eerlijk te zijn: ze zijn wel heel goed te begrijpen, de sloebers uit het zuiden met hun armoedige klotebaantjes in Milaan. De vijand rammelt aan de poorten van de stad, heel Lombardije is één lazzareto, zoals in vroegere eeuwen de afgezonderde dumpplekken voor pestleiders werden genoemd. De aantallen in het noorden stijgen en stijgen, van de 28.000 besmette gevallen in heel Italië zit ruim 23.000 in het noorden, met voorop Lombardije, in zijn eentje goed voor bijna 15.000 coronabesmettingen. De regio Lombardije is in handen van een doodeng aandoende Lega-vertegenwoordiger met de onheilspellende naam Attilio Fontana. Attila de Hun.

Terwijl iedereen in binnen- en buitenland het erover eens is dat de regering-Conte het prima doet en dat we allemaal luisteren en meewerken, heeft Attilio Fontana toch kans gezien om van de benoeming van de speciale regeringscommisaris voor de coronacrisis weer een politieke kwestie te maken. Hij wilde zijn eigen corona-commissaris voor Lombardije, ‘omdat ze het niet snappen daar in Rome’, en heeft Guido Bertolaso weer van stal gehaald. Dit is een naam die voor heel Italië gelijkstaat aan de aardbeving in L’Aquila en Berlusconi, aan dingen regelen buiten de democratische controle om, aan misbruik maken van een crisis om meteen maar even alle openbare werken naar je toe te trekken.

Guido Bertolaso is er halsoverkop voor teruggevlogen uit Afrika, waar hij blijkbaar iets te doen had. ‘Met slaande trom’, belooft hij, zullen binnen tien dagen de twee lege jaarbeurshallen van de Fiera van Milaan tot één enorm coronakamp zijn ingericht. Met privégeld, want die prutsers van de regering, daar gaan we niet op zitten wachten. Attilio Fontana en Guido Bertolaso gaan eens even laten zien hoe je dat aanpakt, zo’n crisis.

Wie zou niet de trein naar het zuiden hebben genomen, waar je kunt inblenden bij je familie en dan maar even afwachten wat er gaat gebeuren? Desastreus voor het zuiden, waar nu de onafhankelijke bestemmingshaarden als paddenstoelen uit de grond schieten en geïsoleerd moeten worden. Egoïstisch, ja, natuurlijk. Maar wie had het niet gedaan? Voor de meeste klotebaantjes in Milaan geldt dat ze er straks misschien helemaal niet meer zullen zijn.

Nederland is vanuit Italië bezien een teruggespoelde film van drie weken geleden. Ach ja, de bestorming van de supermarkten. Die is hier al lang voorbij. Je staat netjes in de rij buiten te wachten op je beurt, vijf meter afstand van elkaar, mondkapjes op. Bij de ingang staat een grote man met een pet van een privébewakingsdienst en verdeelt de beurten. Eén eruit, één erin. Van hamsteren is geen sprake meer, omdat de Italianen hebben gesnapt dat er echt genoeg is voor iedereen. En bovendien voelt het heel lullig, om onder de ogen van de wachtende rij met een hoog opgetaste kar naar buiten te komen.

Sociale controle, het was er nooit in Italië, maar nu ineens wel. Boodschappen doen duurt lang, maar er wordt niet gehamsterd. Bij de kassa wacht je achter een streep tot de voorganger helemaal klaar is met de boodschappen inpakken. Dan pas mag de volgende zijn spullen op de loopband zetten. Zelfscannen is in Italië een nog zo goed als ongekende praktijk.

Aan ieders handen hangen de vellen erbij. Het voortdurende wassen leidt tot droge, schilferige handen. Daar smeer je dan weer de hele dag crèmepjes op, waardoor je toetsenbord vies en vet wordt. Verzorgingstehuizen zijn gesloten bastions. Er mag geen bezoeker in of uit. Het personeel is van top tot teen in pakken en maskers gestoken en glipt door de hekken naar binnen en buiten alsof het het roofdierenverblijf van Artis is. In de stad Macerata is een heel bejaardentehuis besmet geraakt doordat één bewoonster van de eerste hulp is teruggestuurd terwijl ze besmet was. Het bejaardentehuis is in totaal isolement, het is wachten op de doden.

Er is geen andere oplossing dan isolement, dat is wat Italië in navolging van China heeft begrepen. De ‘epidemie uitsmeren’ in de veronderstelling dat op die manier zestig procent van de bevolking ‘groepsimmuniteit’ zal opbouwen, is vanuit Italië bezien waanzin. Je hebt er niets over te zeggen, over corona. Het is een bosbrand die ineens om zich heen grijpt. Er is maar één manier om te blussen: isolement. Dat is wat heel Italië nu doet.

Keihard klinkt door de invallende avondlucht ineens: ‘Ma il cielo è seeeeempre più blu’. Het is een prachtig lied, ‘En de hemel wordt steeds blauwer’, van Rino Gaetano. Een protestsong uit 1975, waarin de maatschappelijke tegenstellingen worden afgezet tegen de hemel, die almaar blauwer wordt, en die nog altijd van iedereen is. We komen naar buiten, we kijken naar het balkon van de mooiste zoon van Fernanda. Daar komt het vandaan. Hij had de steriele aftocht van zijn moeder met strakke kaken geleid, alsof het ging om een goederentransport. ‘Zakken nou met die kist!’ had hij ongeduldig naar boven geblaft. Hij doet de deuren van zijn balkon open en zet de muziek nog wat harder. Het is zijn afscheid van zijn moeder, de onvergetelijke Cecala.