Griekenland na de eurocrisis

En de winnaar is: Campina

Door de politiek van de Europese Unie lijden honderdduizenden Grieken regelmatig honger, blijkt uit onderzoek van de Nederlandse ngo TNI. De trojka stelde cijfers boven mensen.

Michael Kountouris, 20 augustus. Griekenland verlaat het bailout-programma © Michael Kountouris, Greece / Cagle

Maandag 20 augustus was het bal in Brussel . Na 289 miljard euro aan steunpakketten, draconische bezuinigingen, lastenverzwaringen, hervormingen en veel politiek drama kon de trojka – dat triumviraat van Europese Centrale Bank (ecb), Europese Commissie (EC) en Internationaal Monetair Fonds (imf) dat na het uitbreken van de eurocrisis in 2010 was geformeerd – eindelijk een streep zetten onder acht jaar politiek-economisch protectoraat over Griekenland.

Volgens doorrekeningen van de drie instellingen bevond de Griekse economie zich op een pad dat voldoende uitzicht bood op economische groei, hadden de overheidsfinanciën zich genoeg hersteld om de rentelast op de Griekse staatsschulden te kunnen dragen, had de regering-Tsipras het vertrouwen van internationale beleggers herwonnen en was voor de Griekse staat de tijd dus rijp om weer zelfstandig naar de financiële markten te gaan.

De enige kanttekening was dat de doorrekeningen waren gebaseerd op de aanname dat de Griekse overheid ook daadwerkelijk alle opgelegde hervormingen, bezuinigingen en lastenverzwaringen zou uitvoeren. Om dat te garanderen zou Griekenland dus nog decennia onder het toezicht van de Europese Commissie vallen.

Daarmee stond na Ierland, Spanje en Portugal ook het laatste crisisland weer op eigen benen. Voor de Europese bestuurders was het van grote symbolische betekenis. De eurocrisis die het naoorlogse project van Europese integratie bijna uiteen had gereten, kon eindelijk in de annalen worden bijgeschreven. De politieke energie die jarenlang was gespendeerd aan nachtelijke crisisvergaderingen kon eindelijk worden gebruikt voor het dichterbij brengen van de ‘finalité’ van de Europese Unie: een federale staat.

Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad, twitterde maandag triomfantelijk: ‘Het is jullie gelukt! Mijn hartelijke gelukwensen aan het Griekse volk met de beëindiging van de financiële steunprogramma’s. Met behulp van Europese solidariteit en met immense inspanning hebben jullie het voor elkaar gekregen.’ De voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, had het op Twitter over een ‘nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Griekenland’ en presenteerde zichzelf als een ‘groot vriend van het Griekse volk’. Volgens de Franse minister van Financiën, Bruno Le Maire, bewees het einde van de Griekse programma’s het succes van diezelfde programma’s: Europese solidariteit, de ijzeren discipline van de regering-Tsipras en de economische expertise van de trojka hadden Griekenland van de rand van de afgrond vandaan gehaald.

Er is veel op dit Europese gejuich af te dingen. Zo is ook binnen de trojka lang niet iedereen ervan overtuigd dat de Griekse overheid er jaar in, jaar uit in zal slagen om een primair overschot op de begroting te boeken van 2,2 procent. En dus is er twijfel of de Griekse overheid de Griekse schuldenlast ook daadwerkelijk zal kunnen dragen. Tot op het laatste moment heeft het imf er om die reden bij zijn partners op aangedrongen om een groter deel van de Griekse staatsschuld kwijt te schelden dan in 2012 is gebeurd. Het was de voornaamste politieke inzet van de Griekse minister-voor-zes-maanden Yanis Varoufakis die, net als het imf, keer op keer op een ‘nee’ van de Europese partners stuitte.

De eurocrisis gaat de levenskansen van twee generaties Grieken negatief beïnvloeden

Het imf heeft zich gedurende de zes jaar dat Griekenland bij de trojka onder curatele stond sowieso veel kritischer uitgelaten over de nadruk op bezuinigingen en lastenverzwaringen om de Griekse overheidsbegroting op orde te brengen dan zijn Europese collega-instellingen. Waar Commissie en ecb de majeure macro-economische schade die de programma’s veroorzaakten – krimp van 25 tot dertig procent, werkloosheid van dertig tot vijftig procent – als onvermijdelijke nevenschade accepteerden en vasthielden aan de in gang gezette programma’s, daar betoonde het imf zich in zelfstudie na zelfstudie veel kritischer over de eigen aannames, de eigen modellen en de eigen rol in een van de grootste naoorlogse economische drama’s ter wereld.

Wijs geworden door de schade die hardvochtig bezuinigen en lasten verzwaren in Afrika, Latijns-Amerika en Azië had veroorzaakt, was het imf binnen de trojka een wonder van bescheidenheid en weldenkendheid: de zogenaamde ‘multiplier’ die de negatieve macro-economische effecten van bezuinigingsbeleid uitdrukte, werd door het imf steevast veel hoger ingeschat dan door EC en ecb. En terwijl het imf daar publiekelijk kond van deed, wentelden Commissie en Bank zich in stilzwijgen. Oud-eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem gaf bij het uitkomen van zijn memoires voor het eerst toe dat er te veel schade aan de Griekse economie en samenleving was toegebracht. Het is de eerste Europese spijtbetuiging tot dusver. De andere hoofdrolspelers zwijgen in alle talen.

Belangrijker is echter dat de criteria van succes die de trojka hanteert veel te smal zijn. In feite gaat het maar om één vraag: houdt de Griekse staat, gegeven de verwachte uitgaven en inkomsten, voldoende over om ook in de toekomst aan de renteverplichtingen op zijn staatsleningen te voldoen? Andere criteria of indicatoren doen er niet toe: de gezondheid van het huishoudboekje van de overheid is het enige wat telt. Daaraan heeft de trojka zes jaar lang alles ondergeschikt gemaakt – en daaraan moet, als het aan de Commissie ligt, tot diep in de 21ste eeuw alles ondergeschikt blijven.

Dat nog altijd een miljoen Grieken werkloos zijn en dat een kwart van de economie definitief is verdwenen, zoals The Financial Times in een fraai overzicht een dag na de Griekse feestelijkheden liet zien, doet er niet toe. Noch dat nutsvoorzieningen als water, elektriciteit en havenfaciliteiten voor een habbekrats aan de hoogste bieder zijn verkocht en dat de revenuen ervan nu niet meer naar de Griekse schatkist vloeien maar in de zakken terechtkomen van rijke Amerikanen, Chinezen en Noord-Europeanen. Noch dat de huizenprijzen nog altijd maar de helft (!) zijn van wat ze in 2009 waren. Noch dat ongeveer de helft van de Grieken met een banklening in de schuldsanering loopt en dat de structurele armoede onder Grieken nog altijd torenhoog is. Noch dat honderdduizenden Grieken tijdens de crisis hun toegang tot dokter en tandarts hebben verloren en nog altijd niet hebben hervonden. Noch dat tienduizenden jonge, hoogopgeleide Grieken hun heil in het buitenland hebben gezocht, waarschijnlijk voorgoed, daarmee de toekomstige verdienmogelijkheden van de Griekse economie ernstige schade berokkenend.

Om de kloof zichtbaar te maken tussen de Griekse werkelijkheid en het succesverhaal van Europa heeft de Nederlandse ngo Transnational Institute (tni) samen met voedselrechtenactivist Fian International en de Griekse ngo Agroecopolis onderzoek gedaan naar de effecten van de Griekse steunprogramma’s op de toegang tot goed en betrouwbaar voedsel van Griekse burgers. Het rapport, Democracy Not for Sale, dat deze dinsdag in Brussel is overhandigd aan de voormalige rapporteur voor voedselrechten van de Verenigde Naties, Olivier De Schutter, schetst een dramatisch beeld van de sociaal-economische, mensenrechtelijke en medische gevolgen van zes jaar bezuinigen, lasten verzwaren en hervormen.

De korte samenvatting luidt dat de trojka met haar rigoureuze bezuinigingspolitiek en haar niets en niemand ontziende hervormingen de mensenrechten van het Griekse volk ernstig heeft geschaad, en dan met name het recht op adequate voedselvoorziening. Sinds 1966 bevat het Internationale Verdrag voor Sociale, Economische en Culturele Mensenrechten namelijk een passage die iedere burger recht op toegang tot adequate voeding geeft, zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin. Het verplicht overheden en multinationale organisaties om burgers en onderdanen onder alle omstandigheden voldoende middelen te geven voor het voorzien in hun levensonderhoud. Ofwel in de vorm van subsidies en andere vormen van inkomenssteun, ofwel in de vorm van noodrantsoenen, gaarkeukens of voedselbanken.

Dat een kwart van de economie definitief is verdwenen doet er voor de trojka niet toe

De Griekse overheid is daar sinds het uitbreken van de eurocrisis in 2010 in afnemende mate in geslaagd. Buiten de steden is de structurele armoede door toegenomen werkloosheid en onzekerheid scherp gestegen, met desastreuze gevolgen voor individuele voedingspatronen. Sinds de crisis zijn de voedselprijzen in Griekenland harder gestegen dan de inflatie in de eurozone, terwijl het inkomen per hoofd van de bevolking met een kwart tot een derde is gedaald. Daardoor gaat momenteel meer dan een vijfde van de consumptieve bestedingen van een gemiddeld Grieks gezin op aan voeding, terwijl dat in Nederland rond de veertien procent is. De reactie was voorspelbaar: de Griekse consument kocht minder en slechtere voedingsmiddelen. At in 2008 maar één op de veertien huishoudens minder dan drie keer per week vlees, vis of het vegetarische equivalent daarvan, in 2016 was dat gestegen tot één op de zeven huishoudens. Ruim veertig procent van alle Griekse gezinnen met kinderen kende in 2016 grote materiële en sociale achterstanden. En het percentage Griekse kinderen dat niet dagelijks een proteïnerijke maaltijd kreeg voorgeschoteld is tussen 2009 en 2014 verdubbeld, van vijf naar tien. Het zijn de harde cijfers achter de vele schokkende anekdotes van schoolkinderen die met een lege maag naar school moesten die destijds onze kranten verluchtigden.

Het rapport concludeert dat de door de trojka afgedwongen bezuinigingsmaatregelen hebben geleid tot een zichtbare verschuiving in het eetpatroon van de gemiddelde Griek. En dat is een eufemisme voor minder en slechter eten, met alle consequenties voor de Griekse volksgezondheid van dien. Net zoals de hongerwinter een generatie Nederlanders fysiek heeft getekend door onvoldoende toegang tot goed voedsel, zo gaat de eurocrisis de levens- en gezondheidskansen van ten minste twee generaties Grieken negatief beïnvloeden.

Minstens zo kwalijk zijn de gevolgen voor de Griekse voedselautonomie. Van netto voedselexporteur is Griekenland een voedselimporteur geworden. Tijdens de crisis is het Griekse voedselsysteem veranderd van een productieketen die werd gedomineerd door kleine, lokale producenten in een keten die zwaar afhankelijk is geworden van buitenlandse voedselproducenten, terwijl de distributie is verschoven van kleine Griekse middenstanders naar grote buitenlandse supermarktketens. Volgens de Grieken is dat het bedoelde effect van de markthervormingen die de trojka Griekenland heeft opgelegd.

Berucht is het voorbeeld van Joseph Stiglitz in zijn woedende aanklacht tegen de trojka, De euro (2016). Volgens de Nobelprijs winnende Amerikaanse econoom is onder druk van onder andere Campina, de Nederlandse zuivelreus, in de nieuwe Griekse marktwetgeving die de trojka had opgesteld de definitie van ‘verse melk’ opgerekt van vijf naar tien dagen. Zo werd de Griekse melkmarkt opengesteld voor de goedkope gepasteuriseerde melk van Campina en andere hyperefficiënte Noord-Europese zuivelfabrikanten. Volgens Stiglitz kon je de vingerafdrukken van het Noord-Europese grootbedrijf op vrijwel alle nieuwe marktwetgeving aantreffen.

De makers van het rapport nagelen de internationale gemeenschap, de trojka en de regeringen van de andere Europese lidstaten aan de schandpaal. De Griekse overheid is door de trojka gedwongen om de verzorgende plichten jegens haar eigen burgers die zij onder internationaal recht heeft op grove wijze te schenden. Daarmee zijn de trojka en haar Europese handlangers primair verantwoordelijk geworden voor het leed dat Griekse burgers is aangedaan, zowel door wat zij hebben gedaan als door wat zij hebben nagelaten.

In de woorden van het rapport: ‘De lidstaten van de eurozone hebben (…) hun buiten territoriale verplichtingen om het recht op adequate voedselvoorziening van Griekse burgers te respecteren met voeten getreden.’ En: ‘De lidstaten hadden onder internationaal recht ook moeten aandringen op een onafhankelijk oordeel over de verenigbaarheid van de afgedwongen maatregelen met internationale mensenrechtenverdragen.’

De makers concluderen dat het tijd wordt dat de Europese Unie eindelijk de mensenrechten van burgers prioriteit gaat geven boven de belangen van internationale beleggers.

Terug naar maandag 20 augustus. In het licht van dit rapport wordt het triomfalisme van die dag namelijk tekenend voor een technocratisch ethos dat cijfers boven mensen stelt. Want aan de hand van de gegevens die de onderzoekers bij elkaar hebben gesprokkeld kun je als lezer niets anders dan concluderen dat de Griekse crisis allesbehalve afgelopen is en dat de programma’s allesbehalve een succes zijn geweest: de operatie is weliswaar geslaagd, maar de patiënt is overleden.