‘en een heleboel liefde’ (2 en slot) toneel

De aanwijzingen voor de decorontwerper die Anton Tsjechov bij de aanhef van ieder bedrijf in De meeuw opschrijft, maken in elk geval één ding duidelijk: de speelruimte wordt steeds benauwder. In de eerste akte is sprake van een park met uitzicht op een meer. In het tweede bedrijf zijn we ook nog buiten, maar het meer is verder weg, het huis van de centrale personages is op de achtergrond nu prominent aanwezig. In de derde akte zijn we ín het huis - het landgoed van Sorin, de doodzieke broer van de toneelspeelster Arkadina. We zijn er niet echt in, want overal staan koffers: er gaan mensen weg, maar ze willen niet echt - de fuik van de mislukte levens begint zich te sluiten. En in het vierde bedrijf is het voornamelijk donker, clair-obscur - het duistere einde voor enkele van de figuren nadert.

Decorontwerper Jean Marie Fieviez heeft voor deze versie van De meeuw een even wonderschone als eenvoudige vormgeving gemaakt. Op het toneelpodium is een speelvlak gebouwd van stalen roosters - ik schat vijftig centimeter hoog - waarop in de loop van de vier bedrijven wat meubels heen en weer worden geschoven. De ruimte oogt aanvankelijk vrij open, met een prachtig panorama op de achtergrond, per bedrijf zakken uit de kap kooiconstructies die de personages gevangen houden. De weidse achtergrond wordt somberder. Midden links is in de coulissen vanaf het derde bedrijf de opgezette meeuw zichtbaar, de meeuw die de aanstormende auteur Kostja in het tweede bedrijf voor zijn vriendin Nina heeft afgeschoten. Nina waant zich een meeuw. Het beeld van die (afgeschoten) meeuw is de verbinding tot haar twee minnaars: de jonge schrijver Kostja en de oudere succesauteur Trigorin. Het opgezette dier is een icoon, een betekenisloos naar het speelvlak - een ingekooide arena - starend ding. De zinderende metafoor is tot levenloos symbool geworden. De vormgeving van deze voorstelling vertelt haar eigen verhaal. Dat geldt overigens niet alleen voor het decor van Fieviez, maar ook voor de onhandige hobbezakken van kostuumontwerpster Elly op ’t Landt en voor het licht van Marc Heinz. Ze ‘schrijven’ op de speelvloer mee met de regie en de spelers. En ze spelen een fundamentele rol in het creëren van een eenheid in deze productie. Ze scheppen de voorwaarden op basis waarvan de acteurs hun vertelling kunnen maken. Ook in de zogeheten 'bij-rollen’. Zo'n 'bij-rol’ in De meeuw is Masja, de beheerster van het landgoed die de bijna-openingszin van het stuk uitspreekt: 'Ik ben in de rouw om mijn leven.’ In deze enscenering wordt ze gespeeld door Veerle van Overloop. Ik heb haar vaak zien spelen, ook en vooral in regies van Koos Terpstra, en nu herkende ik haar aanvankelijk niet. Ze had klaarblijkelijk een transformatie gevonden voor de rouw om Masja’s leven die zó ver gaat dat de actrice erachter verdwijnt. Het omgekeerde was aan de hand met Peer Mascini, die Sorin, de zieke broer van de steractrice Arkadina speelt. Hij acteerde deze nukkige rolstoelpatiënt zo aanstekelijk dat ik elk moment een Melkunie-koe op het podium verwachtte. Godzijdank kwám die niet - Mascini was Sorin en koe in één persoon: veel slapen, af en toe ontwaken, een bot opgraven en koesteren, en dan weer begraven. Ik heb in tijden niet zo gelachen om een Tsjechov-personage. Chapeau! Een diepe buiging ook voor de slotscène tussen de gemankeerde schrijver Kostja (Frank Lammers) en de gemankeerde actrice (Nina Deuss). Er hangt een lange regensluier over dit fragment: twee mensen die aan elkaar ontfutselen dat de werkelijkheid niet is wat anderen deze mensenkinderen wijsmaken. Ze zijn allebei een meeuw, ze moeten allebei dood. Het is aan anderen om hen op te zetten en tentoon te stellen. Met een lege blik zullen ze dan kijken naar alle overlevenden. Blij dat het voor hún niet meer hoeft. Wat Nina Deuss en Frank Lammers in die scène doen grenst aan keelsnoerende magie. Ik heb ondertussen begrepen dat de dagbladkritiek gehakt heeft gemaakt van deze Meeuw. Het zal weer eens niet zo wezen! Oordeel zelf en ga vooral kijken. + Shakespeare voor jongeren, je moet maar durven. Het MUZ-theater durft. Vijf jaar geleden maakten ze Othello, nu Een Macbeth. Theo Fransz bewerkt, doet mee aan de regie en neemt de titelrol voor zijn rekening. Allan Zipson is eindverantwoordelijk voor de enscenering. Begin maart première in Zaandam, daarna tournee in Nederland en Vlaanderen, langs scholen en in theaters. Inlichtingen: 075-7715770.