En had ik de liefde niet

Leve de komkommertijd! Het is juli, maar zelden koos onze Groene-jury vier zulke bijzondere boeken ter beoordeling. De vorm is steeds bepalend en de aan die vorm gekoppelde inhoud doorwrocht. Bij Toon Tellegen gaat het als altijd over de liefde. ‘(…) ik ben een dichter/ die over liefde schrijft en over niets, niets anders,/ ooit’. Zo luidde de slotregel uit Over liefde en over niets anders, zijn vorige boek, een dichtbundel. Hij maakt het zijn lezers, jong en oud, makkelijk in ieder geval van hem te houden en hem erkentelijk te zijn voor de verrassingen die hij in petto heeft. Je hoeft bij hem nooit bang te zijn voor sleur, al gaat het dan altijd over hetzelfde. Zie nu weer de roman Dora. Een liefdesgeschiedenis.

Wat Tellegen doet is het moeilijkste wat je kunt doen: hij speelt met clichés. Wil dat lukken, dan moet je heel goed zijn. En dat is Tellegen. De angsten en verlangens die zijn figuren verbeelden zijn die van iedereen, en de hoofdrol is weggelegd voor onze hunkering naar liefde. Welnu, die liefde bestaat, maar ze neemt de kleur aan die we er zelf aan geven. In dit boek heet de liefde ‘Dora’, een lieverd met een rode jurk aan. Ze wordt omringd door gelijkblijvende elementen die zich kleuren naar de stemming of de aard van de betrokkenen.
De hoofdstukken heten naar een wisselend adjectief dat twee, drie bladzijden lang de toon zal gaan bepalen. Met adjectieven moet je voorzichtig zijn, vinden we in letterenland, maar Tellegen weet dat ze de sjeu van onveranderlijkheden bepalen. Dus worden we geconfronteerd met titels als 'eigenaardig’, 'gezellig’, 'haatdragend’, 'onderdanig’, 'saai’ en, heel mooi, 'vergeetachtig’. Het verhaal is eender maar wordt steeds anders verteld, in overeenstemming met dat adjectief.
De vaste en enige ingrediënten zijn: Vink, die soms nog in bed ligt; de heer Leenderts, die Vink opgewonden voor het laatst komt waarschuwen en die daarbij een vaas met gladiolen en ook bijna een schilderij met een jachttafereel breekt; Dora, die van Vink houdt en verschijnt met een picknickmand aan haar arm maar weer in haar eentje vertrekt omdat Vink niet goed reageert; een dirigent, buiten, die wanhopig probeert zijn koor de poesiealbumschlager 'Bloemen verwelken, schepen vergaan, maar onze liefde…’ op de juiste toon te laten zingen; twee jongens die naar binnen gluren, rare dingen zien en maar weer gaan voetballen; een motorrijder die langsscheurt. En dat 52 keer, een hoofdstuk per week, met als apotheose een slot waarin gewoon door Dora én Vink naar het strand wordt gegaan. Het voorafgaande bestond uit muizenissen, nachtmerries, dromen. De liefde was er gewoon.
Het zijn stijloefeningen rond één thema, in de lijn van wat Raymond Queneau in 1947 deed in Exercises de style. Daarnaar wordt impliciet maar ook expliciet verwezen. Maar Tellegen biedt meer dan vernuft en esprit: hij geeft emotie toe. Je verandert als lezer met Vink en de dirigent mee van stemming en voelt net als zij de hartverscheurende hoop: de zuivere liefde, die zal toch wel bestaan? Want had ik de liefde niet… Voor wie er gevoelig voor is - en moeilijk is dat niet - heeft Dora. Een liefdesgeschiedenis bijbelse allure.