En hoe zit het met de zorgplicht van de overheid?

Deze week presenteerde het College Toekomst Studiefinanciering haar adviesrapport. Het college onder leiding van VVD'er Hermans heeft zich ten doel gesteld het studiebeurzenstelsel te moderniseren. Flexibiliteit, eenvoud en duurzaamheid zijn de sleutelwoorden. Duurzaamheid van het beurzenstelsel staat al lang op het verlanglijstje. Gezien de wijzigingen in de afgelopen jaren is het niet gelukt die ook te realiseren. De in 1986 ingevoerde basisbeurs zou de onafhankelijkheid van studenten bevorderen. Maar door de bezuinigingen in de jaren daarna werden ze juist afhankelijker van ouderlijke steun. En doordat deze steun niet wettelijk vastgelegd was, kwamen veel studenten in de problemen.

Aan de bezuinigingen moet een einde komen, adviseert het college. En het bedrag waarmee de student de maand moet doorkomen, moet met honderd gulden omhoog. Maar wie betaalt dat? Niet de overheid, vinden Hermans cs. Het ministerie stelt aan het begin van de studie een vast bedrag beschikbaar, waarvan de student elke maand zijn geld kan ‘trekken’. Ouders die zich dat kunnen veroorloven, worden wettelijk verplicht mee te betalen tot hun kind 21 is. Betalen de ouders niet, dan kan de student hen aanklagen.
De ouders zijn na de eenentwintigste verjaardag van hun kind niet langer wettelijk verantwoordelijk voor hun kind. Dus gooit het college het op de morele verantwoordelijkheid. Meer dan ooit zal de student na zijn eenentwintigste verjaardag afhankelijk zijn van de welwillendheid van zijn ouders. Als die niet willen of kunnen betalen, moet de student een lening afsluiten. Daarom heeft de commissie-Hermans voorgesteld de aflosregeling te versoepelen. Eindelijk een punt om mee in te stemmen.
Een van de uitgangspunten van het voorgestelde stelsel is een flexibilisering van de studiefinanciering. Studenten mogen zomaar een jaartje stoppen met hun studie. Dan 'trekken’ ze gewoon een tijdje wat minder beurs. Dat klinkt mooi, maar de grens van 21 jaar nadert even snel wanneer je besluit een jaartje te freewheelen. En dan moeten degenen met weigerachtige of minder draagkrachtige ouders gaan lenen of werken.
Ook over het 'bijbeunen’ van de student heeft de commissie-Hermans haar oordeel klaar: 'Enige uren arbeid per week kan structurerend werken en ook de sociale ontwikkeling van de student ten goede komen.’ Gelukkig maar. De student werkt zich dan wel een ongeluk, maar met zijn sociale ontwikkeling zit het goed.
Minister Ritzen heeft de voorstellen van de commissie niet enthousiast ontvangen. Hij vreest een forse inkomensachteruitgang voor de studenten. Hiermee raakt Ritzen de kern van het probleem. Het voorstel van het college zal uiteindelijk alleen maar op een verslechtering van de positie van studenten uitlopen.
De overheid spreekt liever studenten en hun ouders aan dan zelf in het onderwijs te investeren, zo blijkt uit het rapport. Ondanks mooie woorden als 'het collectieve belang van kwalitatief hoogstaand en toegankelijk onderwijs’ weigert ze de portemonnee te trekken. Heeft de overheid eigenlijk geen zorgplicht voor studenten?