En nu zijn er ook calculerende oudjes

Nog niet zo heel lang geleden verzuchtte de directeur van een sociale dienst eens: ‘Ach, de meeste fraude wordt veroorzaakt door onheldere wetten. Kijk naar de AOW - ooit gehoord van frauderende AOW'ers?’ Inmiddels wel. Had die directeur dus ongelijk? Integendeel, dit is juist het bewijs van zijn gelijk. Toen de man zijn opmerking maakte, kreeg ieder die in Nederland woonachtig was inderdaad nog bij zijn 65ste jaar een AOW-uitkering. Samen of alleen, klussend of niet, maakte niet uit.

Daar is inmiddels behoorlijk de klad in gekomen. De invoering van gelijke behandeling van man en vrouw in de AOW in 1987 betekende voor getrouwde dan wel samenwonende gepensioneerden een halvering van de uitkering. Hadden ze samen toch nog een hele. Een alleenstaande hield de volledige uitkering. Vanaf dat moment was het dus ook voor AOW'ers lucratief om te ‘scheiden’, een postadres aan te houden en wat dies meer zij, om het inkomen met tweemaal twintig procent, zo'n 750 gulden, te verhogen. En dan is er nog de regeling dat een gepensioneerde een toeslag krijgt als de partner jonger is dan 65 en geen eigen inkomen heeft. Die partner, meestal de vrouw, houdt of op met werken of doet dat in het vervolg zwart.
Het jongste voorstel in deze reeks, afkomstig van het paarse kabinet, is de AOW inkomensafhankelijk te maken. Wie een goed pensioen heeft, zou dus weinig of geen AOW meer krijgen. Het dodelijke van die regeling is duidelijk: wie spaart er nog voor een aanvullend pensioen als hij daarmee alleen maar zijn AOW-rechten verspeelt? Als dat onzalige idee wet wordt, is de gelijkschakeling van AOW en bijstand, en daarmee ook van de fraudeproblemen, vrijwel compleet. En dus volgt nu onvermijdelijk het eerste officiele onderzoek van de landelijke sociale dienst voor ouderen, de Sociale Verzekeringsbank, naar calculerende oudjes. Het heeft eigenlijk nog lang geduurd.
Kernvraag in de hele discussie blijft of er op termijn nog wel zoiets als een basispensioen nodig is. Op dit moment zijn er 400.000 mensen die alleen AOW hebben, iets minder dan een kwart van het totaal aantal gepensioneerden. Zal dat aantal over pakweg twintig jaar zoveel kleiner zijn? Ja, zeggen sommigen geruststellend, want tegen die tijd heeft bijna iedereen wel een eigen pensioenvoorziening. Iedereen met een beetje regelmatig arbeidsverleden dan. De anderen blijven afhankelijk van een basisvoorziening. En dat is, volgens recente berekeningen, de helft van degenen die dan aan hun pensioen toe zijn. Mensen, vrouwen veelal, die niet of onregelmatig en/of in kleine baantjes hebben gewerkt en grote groepen kleine zelfstandigen.
Het grenst aan het ongelooflijke: in plaats van, zoals de WRR en een commissie onder leiding van Drees jr. al eens hebben voorgerekend, met verstandige en tijdige maatregelen te zorgen dat de AOW op termijn wel betaalbaar blijft, ziet men kans in minder dan tien jaar eendrachtig de mooiste sociale zekerheidswet in dit land om zeep te helpen en er net zo'n grote puinhoop van te maken als van de rest. Niet omdat de AOW te duur is - dat wordt-ie over een kleine twintig jaar als we nu niks doen - maar om de in het regeerakkoord beloofde lastenverlichting aan de werkenden van nu te kunnen betalen.