En oedipus doodde kain

De Rote Armee Fraktion is niet meer. Op 20 april liet ze de wereld weten definitief geschiedenis te zijn. Voor ex-Raf-lid Christof Wackernagel was ze dat al. Ruim tien jaar geleden kwam hij op vrije voeten na openlijk spijt te hebben betuigd. Nu kijkt hij nogmaals terug op de ‘Duitse Herfst’ van 1977. Een tekst die Duitse kranten niet wilden afdrukken. ..LE ONBEKEND

I. G.W.F. Hegel over Antigone, de ‘ultieme’ tragedie: ’…en eeuwige gerechtigheid betekent dat beiden (Antigone Çn Kreon - cw) ongelijk hebben, omdat ze partijdig zijn, maar daarom hebben beiden ook gelijk (…) en door die dubbelheid zijn ze in hun zedelijkheid aangetast en met schuld beladen.’
II. De moord in 1977 op de voormalige hoge SS'er en leider van de Duitse economie Hanns Martin Schleyer is een misdaad die van beslissende betekenis is geworden voor de Bondsrepubliek Duitsland.
Het gaat om een quasi-religieuze offerdaad, die bijbels-archaãsch aandoet, met in de hoofdrol een man die uitgroeide tot het belangrijkste symbool van het conflict tussen de oorlogsgeneratie en de generatie van na de oorlog.
Het was een moord in het tijdperk van de massamedia, die er een gebeurtenis van maakten waaraan alle leden van de samenleving deel hadden. De moord beeldde de verzoening uit tussen de ouders die de oorlog hadden meegemaakt en hun kinderen van na de oorlog. Schleyers offerdood, waarvoor beide, van elkaar afhankelijke generaties gezamenlijk verantwoordelijk zijn, was de daad waarmee ze de overeenkomst van hun verzoening tekenden, een overeenkomst die voor het eerst sinds 1949 de voorwaarde schiep om van Duitsland een echte natie te maken.
III. In de jaren zestig deed over de hele wereld de studentenbeweging van zich spreken. De acties van het bewuste deel van de naoorlogse generatie maakten duidelijk dat de Duitse samenleving in sterkere mate verscheurd was dan dat in andere landen het geval was. De oorlogsgeneratie, in het bezit van alle politieke en maatschappelijke macht, verdrong haar schuld aan de nationaal-socialistische misdaden of ontkende die gewoon. De naoorlogse generatie accepteerde dat niet. Ze vroegen hun moreel zwaar gecorrumpeerde ouders om opheldering van het verleden en om tekenen van berouw. En toen ze die niet kregen werden hun eigen pogingen om morele integriteit te bereiken alleen maar des te verkrampter. Het conflict ging veel verder dan het gebruikelijke generatieconflict, verzoening leek onmogelijk, en toen de vaders de staat te hulp riepen, werd de kloof alleen maar dieper.
Het conflict spitste zich wat het binnenland betreft toe op de door de regering uitgeroepen noodtoestand, en wat het buitenland betreft op de oorlog in Vietnam. Die internationale dimensie leek de opstandige jeugd een uitweg uit het dilemma te bieden. De nationale gedachte was door het nationaal-socialisme grondig in diskrediet gebracht en kon alleen maar worden afgelost door de gedachte van een alomvattende wereldgemeenschap, een gemeenschap die ook destijds al lang een economisch gegeven was. Doel, perspectief en toekomst waren duidelijk: de natie diende opgeheven.
IV. Hoewel de revolte soms hele massa’s op de been bracht, trad op den duur toch het verval in. Velen voegden zich naar de eerder bestreden maatschappij. Van de poging om de verstrengeling van de oudere generatie met de misdaden uit de nazi-tijd te doorbreken en niet verder te gaan op het pad van de verdringing bleven slechts enkele vertwijfelde resten achter in de hoofden van enkelingen. Hoe geringer hun aantal, des te onverzoenlijker ze werden. Ze geloofden het recht, ja zelfs de plicht te hebben de incidentele wetsovertredingen te verruilen voor de illegale gewapende strijd, omdat ze dachten alleen op die manier de dreigende mislukking van de wereldwijde opstand te kunnen voorkomen en het gevaar te kunnen vermijden opnieuw in een spiraal van verdringen, liegen en vergeten terecht te komen. Als zelfbenoemde buitenlandse afdeling van de Vietcong bombardeerde de Rote Armee Fraktion in 1972 computers in Frankfurt en Heidelberg die aanvalsdoelen in Noord-Vietnam hadden helpen berekenen, een actie waarbij enkele Amerikaanse soldaten om het leven kwamen.
In de panische reactie hierop werd de oorzaak van die radicale manier van denken en doen, te weten de naoorlogse verdringing van de nationaal-socialistische misdaden, geheel uit het oog verloren. Men nam zijn toevlucht tot de onzalige traditie van arrogantie en onfeilbaarheid. Men sloot de ogen voor een mogelijke analogie, men nam de geweldsuitbarsting niet als aanleiding om eindelijk eens te doen wat men al die tijd had nagelaten, de politieke en morele motieven van de daders werden niet in de maatschappelijke discussie betrokken. Met alle mogelijke vormen van massamanipulatie en sociaal-maatschappelijke druk werd het beeld geschapen van de Raf als een stel dolgedraaide burgerkinderen, waar je hooguit vanuit psychologisch standpunt enig begrip voor zou kunnen opbrengen.
In de poging snel een einde te maken aan de spookbende werden bij opsporingsacties talrijke onschuldigen doodgeschoten, werden bij de processen van de gepakte daders principes van de rechtstaat met voeten getreden, en werd er een maatschappelijk klimaat geschapen van angst, verraad en uitsluiting. In reactie daarop en als protest daartegen verscheen in 1977, als het ware met natuurwetmatige noodzakelijkheid, de volgende 'generatie’ op de bÅhne van het gerechtigheidstheater. Op haar beurt mat die generatie zich het recht en de plicht aan de inmiddels dubbele maatschappelijke verdringing met praktische kritiek op te blazen. Hanns Martin Schleyer werd als gevangene van de naoorlogse generatie tot symbool gemaakt van de nooit verwerkte nazi-tijd, een symbool dat de generatiekloof zichtbaar moest maken opdat die zou kunnen worden overbrugd.
Inderdaad was de ontvoering van Hanns Martin Schleyer de diepst ingrijpende gebeurtenis in de Bondsrepubliek v¢¢r de val van de Muur in 1989. Ook al ontbeerden de daders iedere politieke en morele rechtvaardiging, hun actie reet met volmaakte trefzekerheid de wond open die de samenleving al die tijd met zich had meegedragen. Ineens werd duidelijk dat de Bondsrepubliek Duitsland, na oorlog, deling en massale verdringing van schuld, onmogelijk de coherente gemeenschap, de staat en de democratische samenleving had kunnen worden die bij machte was geweest het nazi-verleden op te helderen en de generatiekloof te dichten. Bijna tastbaar werd hoe, door al die weggedrukte tegenstellingen, de Bondsrepubliek in de provisorische toestand was blijven steken waarin ze zich bevond toen ze werd opgericht, en dat niet ten gevolge van de deling maar van de generatiekloof.
V. Niets brengt mensen dichter bij elkaar dan een gezamenlijke misdaad. In haar boek On Revolution schrijft Hannah Arendt: 'De oorsprong van de broederschap is de broedermoord.’ Al vanaf de oertijd staan de mythen over de stichting van staten bol van oorlog, moord en genocide: Aeneas stichtte Rome door de Latijnen te verslaan, Karel de Grote legde het fundament voor het Eerste Duitse Rijk door de Saksen af te slachten, het Tweede Duitse Rijk kwam voort uit de oorlog met Frankrijk, enzovoort.
Het is dus niet de 'overwinning in de strijd’, noch het veroverde land of de onderworpen bevolking waardoor de zegevierenden tot een eenheid, een staat worden gesmeed. Evenmin zijn het de genen of de huidskleur, en al helemaal niet de zo vaak aangeroepen 'culturele identiteit’. Het zijn de gezamenlijke slachtoffers die mensen tot bloedbroeders maken. De gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de doden schept onverbrekelijke banden. De onherroepelijkheid van de dood ketent de daders aan elkaar. Wat mensen van dieren onderscheidt is de wraakzucht, of, vanuit een omgekeerd gezichtspunt, de utopische hoop op gerechtigheid. Of men gaat net zo lang door met elkaar af te slachten tot er nog maar ÇÇn mens over is, of men bevrijdt zich uit de ketenen der natuur. Dat is de onontkoombare keuze. Zolang de daders de misdaad uit hun bewustzijn verdringen, leeft ze voort in het collectieve onbewuste, waar ze met haast natuurnoodzakelijke dwangmatigheid verder woekert - althans, zolang ze verdrongen blijft.
VI. En zo werkte deze natuurwet ook in 1977, zoals ze overal werkt waar het onbewuste regeert. De patstelling bij de gijzeling van Schleyer werd niet doorbroken doordat de betrokken partijen het conflict oplosten en zich met elkaar verzoenden, maar doordat het recht van de sterkste werd ingezet; niet wederzijds begrip zegevierde, maar wederzijds vergrijp, niet logica maar irrationaliteit. (Niet voor niets werd het aanbod van Andreas Baader om de gegijzelden uit te ruilen, waarna de Rote Armee Fraktion zichzelf zou opheffen, door de regering niet eens besproken en door de gijzelaars van Schleyer botweg afgewezen.)
De Rote Armee Fraktion leefde in de veronderstelling dat het wel op vrijlating van Schleyer zou uitlopen omdat hij een oud-nazi was; de solidariteit van de oorlogskameraden, zo geloofde de Raf ten onrechte, zou er wel voor zorgen dat ze hem niet zouden laten vallen. Alsof het lidmaatschap van de SS iemand onaantastbaar maakte.
Juist dat lidmaatschap zorgde ervoor dat men de dood van Hanns Martin Schleyer op de koop toe nam: hem beschermen zou zijn hele generatie verdacht hebben gemaakt. De voormalige soldaten uit de Tweede Wereldoorlog hadden op dat moment de politieke leiding over de Bondsrepubliek en sloten, in de noodsituatie van Schleyers ontvoering, de rijen over de partijgrenzen heen. Omdat zij niet konden toelaten dat hun verstrengeling met de nationaal-socialistische misdaden open en bloot zou komen te liggen, offerden zij een van hen. Niet omdat de rechtstaat gered moest worden, maar omdat niet zichtbaar mocht worden dat de onrechtstaat die eraan voorafging in personele zin nog altijd voortleefde.
En juist omdat de hoofdrolspelers van beide partijen zich deze samenhang niet bewust waren en ze zich zo in hun posities hadden ingegraven dat ze onmogelijk concessies konden doen - in dat opzicht waren ze elkaars volmaakte spiegelbeeld -, moesten ze wel in de historische fuik lopen waarheen ze zichzelf met hun strategie van escalatie hadden gemanoeuvreerd.
Beide partijen waanden zich uitvoerders van een bovenmenselijke wetmatigheid waaraan men slechts te gehoorzamen had. Tot op de dag van vandaag benadrukken beide partijen dat ze niet anders konden dan ze deden. Ieder voor zich leggen ze de verantwoordelijkheid voor de moord op Hanns Martin Schleyer bij de ander neer, met als gevolg dat beide partijen even verantwoordelijk zijn.
VII. De zogenaamde 'Duitse Herfst’ sloot aldus de naoorlogse geschiedenis van de provisorische Duitse Bondsrepubliek af. Vanaf dat moment verliep alles weer zoals de wet van de herhaling als gevolg van voortgaande verdringing het voorschrijft. Sedert het einde van de jaren zeventig werd het denken - en kort daarop ook het 'voelen’ - in nationale categorie‰n weer bon ton. Alsof ze plotseling hun geheugen weer terugkregen - want eigenlijk wilden ze niets meer weten van wat ze nooit meer wilden vergeten - vonden de Duitse wereldburgers van voorheen hun 'Volk’ terug, en 'opnieuw beginnen er grote tijden’ (Vergilius).
De begrippen 'links’ en 'rechts’ belandden op de vuilnisbelt van de geschiedenis, om plaats te maken voor het begrip 'nationale identiteit’, dat werd bevrijd uit de stofnesten van het rechts-extremisme. Terwijl er in 1977 nog meisjes waren die een foto van Raf-terrorist Christian Klar boven hun bed hadden hangen, zie je daar nu een foto van de bondspresident.
Eropuit getrokken om een einde te maken aan de waanzin van het nationaal-socialisme dat men in 1945 vergeten had op te ruimen, bereikte de Rote Armee Fraktion, dankzij de naadloze samenwerking met haar tegenstanders, precies het tegenovergestelde: Deutschtum in plaats van wereldburgerschap, regressie in plaats van bevrijding, bewusteloosheid in plaats van bewustzijn.
Een antieke tragedie.