En ook rellerigheid in Amerika?

New York - De meest recente Amerikaanse analogie van de Britse rellen is het Rodney King-oproer uit 1992, dat zes dagen lang Los Angeles in de greep hield. Net als onlangs in Londen sloeg destijds in LA de vlam in de pan na een aanvaring tussen blanke politieagenten en een zwart slachtoffer. Alleen vielen in LA niet vijf doden, zoals in Londen, maar 53.

In de maanden na de rellen vormde LA een commissie die tot taak kreeg te formuleren hoe de stad voortaan dergelijke rellen zou kunnen voorkomen. In het rapport To Rebuild Is Not Enough kwam de commissie met een heldere aanbeveling: LA diende een einde te maken aan de financiële en educatieve ongelijkheden die de stad langs raciale lijnen verdeelden. De ernst van de rellen was immers ‘versterkt door een zeer zichtbare toename van rijkdom boven in de inkomensschaal, in een periode waarin de mensen onder in de inkomensschaal het met almaar minder steun van overheidswege moesten stellen’, zo concludeerde het rapport. Met andere woorden: de rellen leken wellicht door raciale spanningen te zijn gedreven, maar ras was lang niet zo'n sterke motivator als klasse. In hetzelfde rapport omschreef LA’s politiechef Michael Yamaki de rellen simpelweg als ‘haves versus have-nots’.
Sindsdien is het LA niet of nauwelijks gelukt om de geschetste kloof te versmallen.
Volgens cijfers over 2010 van de non-profitorganisatie United Way leefden 1,47 miljoen van de 10,4 miljoen inwoners van de agglomeratie LA in armoede - een jaarinkomen van 22.000 dollar of minder voor een gezin van vier personen. Bijna honderdduizend van die gezinnen verdienen minder dan tienduizend dollar per jaar. Ondertussen groeide in datzelfde jaar het aantal miljonairs met negen procent.
Vergelijkbare demografische ontwikkelingen zijn ook zichtbaar in andere grote Amerikaanse steden. De stad New York heeft nu aangekondigd om de komende drie jaar 130 miljoen dollar te besteden aan het verbeteren van de omstandigheden van de 315.000 New Yorkers die in disproportionele mate te weinig opleiding hebben genoten, geen werk kunnen vinden of met het strafrecht in aanraking komen. Van dit bedrag komt dertig miljoen uit de zak van burgemeester Bloomberg zelf, nog eens dertig miljoen van hedgefundmanager George Soros.
In de meeste grote Amerikaanse steden, inclusief LA, gebeurt echter het tegenovergestelde: in naam van begrotingstekorten wordt juist bezuinigd op programma’s voor achterstandsgroepen. Dat deed het tijdschrift GOOD verzuchten: ‘Herinneren we ons nu, twintig jaar later, de fouten van LA nog? Beseffen we dat als we onze maatschappij niet drastisch herconfigureren, een Amerikaanse stad niet ver achter Londen zit?’