En plein public

Het aardige van Felix Rottenberg, PvdA-voorzitter in ruste, is dat hij vaak zinnige en soms onzinnige dingen pleegt te beweren.

Zo vindt hij het Rotterdamse Schouwburgplein ‘het eerste plein der muzen, het mooiste plein van Nederland’.
Dat eerste klopt min of meer, gegeven het feit dat in de flanken van het plein zowel een schouwburg als een concertzaal rusten. Voor de rest is het Schouwburgplein voornamelijk een tochtgat, met veel beton en weinig mensen, want Rotterdammers zijn wel goed, maar niet gek.
Hoe komt Rottenberg bij zijn vreemde opvatting? Spreken wij werkelijk over Felix Rottenberg, de man die met de Amsterdamse grachtengordel is getrouwd en wiens eigen Leidseplein, begrensd door de Stadsschouwburg en De Balie, de muzen waarachtig niet in de kou laat staan? Een plein met bovendien twee bioscoopcomplexen, een voor het volk en een voor de Balie-habitués, twintig restaurants en dertig cafés, terwijl het Rotterdamse Schouwburgplein het voornamelijk moet doen met die pseudo-poffertjeskraam, ergens in de zuidoosthoek.
Felix Rottenberg en ik zijn beiden kenners van de provincie. Hij heeft stad en land bereisd teneinde de zieltogende Partij van de Arbeid te reanimeren, ik ben op mijn beurt een groot kenner der plaatselijke bibliotheken, van Twisk tot Culemborg, waar ik met regelmaat mijn stukjes mag voorlezen.
Dus wij weten allebei: het mooiste plein van Nederland is misschien de Markt in Den Bosch, misschien het Hofplein in Leeuwarden, misschien de Grote Markt in Haarlem, misschien het Muntplein in Kampen, maar niét, in géén geval, het Schouwburgplein in Rotterdam.
Hoe komt Felix Rottenberg erbij? Dat zal ik u vertellen. Hij presenteert sinds kort het programma 'Een middag met…’ voor Radio Rijnmond en pendelt uit dien hoofde elke dag tussen ’s lands hoofdstad en ’s lands eerste havenstad. En al pendelend heeft deze 'ras-Amsterdammer’ grote affectie voor de Stad van Werken en van Bouwen opgevat. 'Ik kan het ook niet helpen’, zegt Rottenberg, 'maar ik sta steeds meer aan de kant van Rotterdam.’
Zo zie je maar weer: Amsterdammers, ook Felix Rottenberg, zijn genereus en onchauvinistisch en kijken over de stedelijke grenzen heen. Ondertussen heeft de jonge radiopresentator, dunkt mij, nèt het verkeerde voorbeeld gekozen om de eer en glorie van Rotterdam te bezingen.
Zelf ben ik overigens inmiddels een aanhanger van het Koninginneplein in Venlo. Ik geef toe: lelijker kan het niet. Het wordt door een zielloos stadion begrenst, de aansluitende straten zijn uit katholieke laagbouw opgetrokken en in het midden van het plantsoen staat een kunstwerk van het soort dat duidelijk uit de vijf-procentregeling is gefinancierd. Maar begeef je je op een van de vier voetgangerspaden, dan wordt er gestopt. Gewoon gestopt. Ik vond het zo fascinerend dat ik een complete ronde langs die vier paden heb gemaakt om het verschijnsel te bestuderen. En verdomd, er werd gestopt, gewoon gestopt, iets wat ik de laatste twintig jaar, in Amsterdam noch Rotterdam mee heb mogen maken.