Mijn ideaal was ooit zwaar gedrogeerd in een busje vervoerd te worden, god-weet-waar aan te komen, de plaatselijke bevolking in vervoering te brengen met zang & dans, nadouchen met de jongens, en vort maar weer met de geit.
Ok, Tokyo! South-America!
Het is een taai ideaal.

Hoe taai merk ik vooral als ik op vakantie ga, en me een autoroute lang tussen waken en dommelen bevind door muziek begeleid. Of ik nu naar Mumford & Sons luister of naar Florence & The Machine, eigenlijk ben ík het steeds die excelleert.
Australia!
Hoe oud moet je worden voor een beetje realiteitszin? In het diepst van mijn gedachten heb ik een gitaar op m'n rug, blote voeten, tatoeages all over the place. Terwijl eigenlijk ik die vrouw ben in dat fleecejack, die ik dromerig (France! Germany!) vanuit de auto gadesla als we stoppen bij een rustplaats. Ze is een monument van soliditeit, zoals ze daar aan de picknicktafel zit. Haren in de wind, een beetje te dik, grote plastic zak waaruit ze de vanochtend gesmeerde boterhammen opdiept. Vier kinderen maar liefst darren om haar heen. De een is met een tennisbal in de weer, de ander draait haar stijve vlechten nog stijver om haar vinger, de twee jongsten rennen rondjes achter elkaar aan over de parkeerplaats. Alleen de hond ontbreekt nog aan dit tafereel. De man komt er net aan lopen, de kaart half uitgevouwen voor zich uit. Hier jongens, wie wil er pindakaas, ja er is appelsap maar vanochtend zei je nog dat je karnemelk wilde. En leg nú die bal weg.
UK! Africa!
Onder mijn huid leeft een gevangen dier dat wild beweegt en zich een uitweg bijt en ze heet Kim Deal. Ze was bassiste in The Pixies, en had samen met haar tweelingzus Kelley een eigen band, The Breeders. Of misschien heeft ze die nog wel. The Pixies zag ik jaren geleden in Bradford, toen ik op weg was naar het huis van de Brontë-sisters in Haworth, daar vlakbij, voor een literaire pelgrimage. De aanblik van zwartharige Kim, onnoemelijk stoer en sexy met haar straffe gitaaraanslag en hese stem (Hey! Been trying to reach you… Oehoehoehoehoehoe…), stelde iedere literaire bedevaart voorgoed in de schaduw.
In 2002 was er een documentaire over The Breeders te zien bij de VPRO. Zus Kelley was als een bezetene aan het breien om maar niet aan heroïne te hoeven denken. Onvergetelijk, zoals ze daar op de bank zat in een of ander ieniemieniehuisje in de outskirts van LA met dikke breinaalden en een doos vol wol, terwijl Kim in de keuken voordeed hoe je kon drummen alsof je nog nooit gedrumd had. Want dat was je ware: vooral niet laten zien dat je iets heel goed kunt. Aan dat dogma is pas echt een generatie ten onder gegaan. De mijne om precies te zijn.
Mooiste nummer van The Breeders: Do you love me now?
Do you think of me
Like I dream of you?
Klinkt al te bekend, maar niet zoals Kim en Kelley het eruit knallen, gruizig en stiekem perfect tweestemmig.
In de kiosk bij het benzinestation koop ik de Paris Match. De verkoper snapt meteen waarom - la rockstar! morte! -, zeker nadat hij even heeft gecheckt dat ik uit Nederland kom. Vervolgens denk ik dat hij me persoonlijk verantwoordelijk wil stellen voor de dood van Amy Winehouse, maar het omgekeerde blijkt het geval. Had heel Europa maar het drugsbeleid van Nederland, dan was het zo ver niet gekomen. Ik verlaat de zaak met het gevoel onterecht ergens mee gefeliciteerd te zijn geworden.
In het blad staan heel veel foto’s. Vroeger zou ik me ervoor geschaamd hebben, maar nu bekijk ik ze gewoon alsof ze daar ook voor mij zijn neergezet. Amy met staartjes, verlegen lach, Amy met pet, geconcentreerd in een studio. De foto waar ik het langst naar kijk is die met haar moeder. Ze heeft een of andere Grammy gewonnen en haar moeder omknelt haar. De foto doet me denken aan de foto van Connie Palmen die de AKO Literatuurprijs won met De vriendschap, en door haar moeder werd omhelsd. Moeders: uiteindelijk moeten zij met hun veilige voorkomen bewijzen dat jij van aardse komaf bent.
Terug op de parkeerplaats is het gezin net bezig weg te gaan. Ik probeer het nummerbord nog te zien. Zijn het Belgen? Wat maakt mij het verder uit? En toch moet ik het weten. De vrouw, de man, die kinderen. Het vertrouwen dat eruit sprak, en de onschuld.
Does love ever end
Or does it go on?
Ze rijden weg, voorgoed uit beeld, maar o! Ze stoppen. Een van de jongetjes springt eruit, poep aan de schoen, hop tegen de boom aan slaan met het geval. En dan die auto die zogenaamd alvast wegrijdt, de zwaaiende handen vanuit het raam - daaaag, we gaan hoor! -, het meisje met de vlechten die de vlechten nog wat stijver om haar vinger draait. Zo gelukkig.