World Cinema Amsterdam: El último país

En vervolgens gebeurt er niets…

In Cuba krijg je de indruk dat iedereen altijd alleen maar wacht. Waarop? Op iets anders, iets beters. Op het moment dat je niet meer hoeft te emigreren.

Medium el ultimo pais   still 2
El último país, regie Gretel Marín Palacio © World Cinema Festival Amsterdam

Toeristen, vooral de Europese, zeggen na hun bezoek aan Cuba steevast dat de Cubanen zo vrolijk zijn. Ik deel die constatering geenszins. Voor mij is het gros van de Cubanen vooral gedeprimeerd, en dat ben ik zelf na een paar dagen op het eiland ook altijd. Het is niet om vrolijk van te worden wanneer alles om je heen kapot is of niet werkt en er niets leuks of lekkers te krijgen is maar alleen het minimale, en dat pas na een flinke inspanning. Uitzichtloos is een woord dat het dagelijks leven van veel Cubanen aardig dekt. Gretel Marín, maakster van de documentaire El último país (Het laatste land) en tevens de vertelster, klinkt de hele film door zelf ook behoorlijk depressief.

Cuba is zo romantisch, zeggen de toeristen ook. Al die mooie oude auto’s en zo, alsof de tijd heeft stilgestaan. Maar een halve eeuw stilstand in de steden of op het platteland is geen feest. Wel is het een verademing dat je op straat niet gebukt gaat onder de schreeuwerige reclames van elders. In ruil daarvoor word je natuurlijk wel bedolven onder de ‘ouderwets-romantische’ agitprop, de revolutie-propaganda, de afbeeldingen en leuzen van Che, Fidel en Raúl.

In Cuba krijg je de indruk dat iedereen altijd alleen maar staat en zit te wachten. Wachten waarop? Op iets anders, iets beters. En wie niet wacht vertrekt. Cubanen blijven het liefst voorgoed van het eiland vertrekken, hoewel ze tegenwoordig naar het buitenland mogen reizen en weer terugkomen. Alleen al in Mexico komen ze met honderden tegelijk aan met bootjes en luxe-jachten die ze voor een forse prijs oppikken, of via de Midden-Amerika-route. Dat loopt uit op een desillusie, want de Verenigde Staten mogen ze niet meer in. Dat heeft Donald Trump met het tenietdoen van een deel van de opening die Obama bood natuurlijk niet teruggedraaid. De Cubanen kregen altijd een voorkeursbehandeling, in ruil voor de stemmen van de Cubaanse gemeenschap in Miami. Hoewel hij het (nog) niet hardop roept, denkt Trump het wel: ook Cubanen zijn immigranten en daar hebben we er al te veel van.

‘Veel mensen zien de toekomst in Cuba als onzeker’, constateert de moeder van filmmaakster Gretel Marín. ‘Daarom vertrekken ze, ze hopen dat het elders beter is.’ Ze laat doorschemeren dat ze daar haar twijfels over heeft. Emigreren als hoogste doel is de Cubanen met de paplepel ingegoten. Zegt een jongetje van een jaar of tien in de film: ‘Het zou mooi zijn als ze een brug zouden bouwen tussen Cuba en de rest van de wereld.’ Hij denkt even na: ‘Dan zou Cuba leeg zijn.’

Waar wachten al die Cubanen op die niet weggaan? Kort gezegd, op el cambio, de verandering. Die is ze in bijna zestig jaar regime van de Castro-broers herhaaldelijk in het vooruitzicht gesteld. Zoals begin jaren negentig met de komst van het massatoerisme dat welvaart zou brengen. Met het opstappen van de zieke Fidel Castro. Met het historische bezoek van Barack Obama en het herstel van de diplomatieke betrekkingen. En nu is het wachten op het vertrek van Raúl Castro, dat hij heeft aangekondigd voor volgend jaar.

Aan het slot van Het laatste land trekt een clownsfiguur in een theatertje van leer tegen de allernieuwste belofte van verandering: ‘Ik ben een Cubaan die hetzelfde hoort al sinds vóór de perestroika.’ In de film keert Gretel Marín terug naar haar eigen Cuba om een documentaire over de stand van zaken te maken. Ze is al lang weg, maar komt elk jaar een keer terug, en elke keer moet ze Cuba herontdekken, hoewel er in essentie nauwelijks iets verandert.

Medium el ultimo pais

‘La apertura’, ‘de opening’, is een centraal thema in de film. 17 december 2014, houdt een schooljuf haar klas voor, ‘is een datum die de geschiedenis van iedere Cubaanse revolutionair markeert’. Data zijn altijd van groot belang voor ‘revolutionaire regimes’. In Cuba hebben 26 juli (eerste mislukte opstand Fidel Castro in 1953) en 1 januari (de guerrilla trekt de hoofdstad binnen in 1959) gezelschap gekregen van 17 december, de dag van de officiële bekendmaking door Raúl Castro en Barack Obama van het herstel van de betrekkingen tussen Cuba en de VS. Nu komt de cambio echt, heette het. Met name Amerikaanse toeristen snelden naar het eiland om te kijken wat er over is van het ‘authentieke Cuba’. ‘Ze dachten: dit is het einde van Cuba’, zegt de moeder. ‘Alles is voorbij, alles komt in handen van de VS.’ Nou, dat viel reuze mee. De film is gemaakt voordat Trump de ‘opening’ weer gedeeltelijk terugdraaide waardoor deze als sleutel voor de cambio weer aan waarde heeft verloren.

Niet veel Cubanen willen voor de camera praten. ‘Misschien was praten met mensen op straat niet zo’n goed idee’, zucht de interviewster (er wordt veel gezucht in de film). ‘Soms voelde ik me tegenover hen verlamd, en dat is precies wat je hier in Cuba vindt: een soort verlamming. Alles heeft hier zijn eigen ritme, die traagheid die maakt dat beweging bijna onmerkbaar is, minuscuul.’ Een enkele aangesprokene houdt de moed erin, al blijft deze bijzonder vaag: ‘Ik heb hoop. Er komt verandering. Het is nog ver weg, maar het komt.’

‘Ik heb hoop. Er komt verandering. Het is nog ver weg, maar het komt’

De filmmaakster gaat naar de nieuwe vrijhandelszone in de haven van Mariel, vol containers en kranen die met hun bedrijvigheid de indruk van de toekomstige ontwikkeling van het eiland moeten bevestigen. De meeste geïnterviewden zeggen niet te weten wat er hier gebeurt. Een man durft openlijk te klagen: ‘Veel geschreeuw en weinig wol.’ Maar sommigen zeggen: er is hoop, werpt de interviewster tegen. Ja, zucht de man, ‘van hoop leeft de arme, nietwaar?’ Mariel was het symbool van de Cubaanse exodus, de golf van bootvluchtelingen, begin jaren negentig, toen de crisis losbarstte na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, de voornaamste sponsor van Cuba. ‘Nu ligt de hoop voor de ontwikkeling van Cuba in dezelfde baai.’

Alleen heel oude Cubanen, zeg maar boven de zeventig, hebben de revolutie en de tijd daarvoor meegemaakt. Het zegt jongeren hoegenaamd niets, die horen alleen retoriek. Het zo gepropageerde patriottisme is al lang uit de mode. Marín zelf is van de generatie van negentig, geboren in de tijd van de uittocht van Mariel. ‘Wij voelden niet het gewicht van de geschiedenis op ons drukken.’

Ze filmt een betoging in Havana. ‘Als student was elk excuus goed genoeg om niet naar een betoging te gaan. Elders demonstreren mensen om ergens tegen te protesteren. Ik heb in Parijs ook tegen van alles en nog wat gedemonstreerd. Hier zijn de marchas om dingen te bevestigen die we misschien niet eens voelen. En voor anderen is het puur patriottisme.’ Ter illustratie laat ze beelden zien van de schooljuf die haar klas verveelt met de afgekloven clichés van revolutie en patriottisme. ‘De woorden hebben hun betekenis verloren. Gezondheid, onderwijs, gratis, vrijheid, democratie, land, natie, revolutie, Cubanen. Het is mond houden en wachten.’

Natuurlijk zijn er ook positieve geesten, en natuurlijk is er in Cuba een hoop veranderd. ‘Mensen vergeten veranderingen’, zegt een jongeman van rond de twintig. ‘Je kunt nu reizen, je kon niet gay en tegelijk lid van de partij zijn, je kon geen religie aanhangen en partijlid zijn. Nu zijn we meer gay dan ooit, opener dan ooit.’ Maar ook hij is berustend: ‘We moeten afwachten wat er gebeurt, of dit echt een historisch moment is. Ze kunnen zeggen dat de verandering komt en vervolgens gebeurt er niets.’ Kunnen de Cubanen zelf ook iets doen om de gewenste verandering teweeg te brengen? ‘Zeg maar wat we kunnen doen’, antwoordt een vrouw met de karakteristieke apathie. ‘Debatteren over de toekomst? Waar dan?’

Medium el ultimo pais   still 1

Een evidente verandering was de komst van het massatoerisme, ingezet in de jaren negentig. Maar daar profiteerde slechts een minderheid van. ‘Het werd ons aangepraat dat het goed was voor de ontwikkeling van het land, dat er investeringen kwamen’, vertelt Maríns vader. ‘Maar het is een hard gelag als je een bus met airco ziet passeren vol mensen die plezier hebben terwijl jij niet naar het strand kunt in je eigen land en niet kunt genieten van dat restaurant. Toen stopten de mensen te geloven en te vertrouwen.’

Het massatoerisme maakte een einde aan de revolutionaire mythe dat alle Cubanen gelijk zijn. De welvaart kwam er alleen voor Cubanen die toegang hadden tot de dollars van de toeristen en later, na het verbod van de dollar, tot de cuc, de ‘convertibele Cubaanse peso’, bijgenaamd de Cubaanse dollar. Dat zijn nog steeds de enige biljetten die worden geaccepteerd in winkels waar wel iets te koop is. De cuc is inmiddels uitgegroeid tot een soort alternatief betaalsysteem van mensen die voor zichzelf werken, waarin zo’n honderd miljoen dollar zou omgaan. Voor het eind van dit jaar moet de cuc zijn afgeschaft, maar of dit ook daadwerkelijk gebeurt moet worden afgewacht.

Het laatste land laat ook de moderne versie van het toerisme zien, de Airbnb-versie, die op het eerste gezicht zo slecht nog niet is. Wat elders in de wereld tot een plaag is uitgegroeid, lijkt op Cuba een groot goed. Cubanen mogen sinds vorig jaar huizen kopen. Van het geld dat familie uit het buitenland stuurt of dollars die mensen verdienen in de toeristenindustrie kunnen ze die huizen of appartementen opknappen. Dat stimuleert anderen om hetzelfde te doen. En dat is hard nodig, want het meeste onroerend goed in Cuba staat op instorten.

Cuba is wachten, wachten, wachten. ‘In de Cubaanse film’, vertelt Gretel Marín, ‘herhaalt het onderwerp verveling en wachten zich voortdurend. Meer dan een heroïsch volk zijn wij een volk dat weet te wachten.’ De film vertoont dan ook voortdurend shots van wachtende mensen, op de bushalte, in het park, op de zeeboulevard, waar dan ook. En het meest gehoorde antwoord op haar vragen? ‘We moeten afwachten.’

World Cinema Amsterdam

Van 17 t/m 26 augustus vindt in filmtheater Rialto en in De Balie het zomerfestival World Cinema Amsterdam plaats met films uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika. De ruggengraat van het programma wordt gevormd door een competitie waarin negen films strijden om een speciale award. Daarnaast zijn er ook gratis openluchtvoorstellingen in het Vondelpark, het Oosterpark en de binnentuin van café De Tropen. Meer informatie en tickets: worldcinemaamsterdam.nl