… en wij betalen de prijs

Toen sommige Amerikaanse economen vorig jaar schreven dat Europa er economisch gezien slechter voorstond dan de VS werd hier vooral meewarig gekeken. President Obama moest destijds met absurde hoeveelheden geld smijten om de Amerikaanse economie draaiende te houden, er gingen al maandenlang twee banken per week failliet en ontslagen en huisverlies ontwrichtten het leven van miljoenen Amerikanen. Echte economische pijn, dat leek in Europa toch beperkt tot randgebieden als IJsland en Letland. Maar deze week stemmen Europese parlementen over veruit het grootste financiële reddingsplan dat ooit voor een land werd opgesteld, zonder enige zekerheid dat dit Europa’s monetaire problemen insnoert.

De afgelopen anderhalf jaar hebben de inwoners van rijke landen geheel nieuwe dimensies te zien gekregen van risico en verantwoordelijkheid. Zij bleken verantwoordelijk voor financiële risico’s waar zij nooit bij hadden stilgestaan, zoals de IJslanders met IceSave. In praktische zin bleken burgers de verantwoordelijkheid te dragen voor nog veel meer financiële risico’s. Voor de bedrijfsvoering van ‘s werelds grootste ondernemingen bijvoorbeeld, als die binnen hun landsgrenzen gevestigd waren: ABN Amro in Nederland of General Motors in de VS. En uiteindelijk ook voor de risico’s die aasgierfondsen en hun marginaal nettere Wall Street-collega’s namen. Burgers droegen de kosten van de reddingsplannen om die bedrijven overeind te houden, en als die reddingsplannen er niet waren geweest, hadden zij de prijs voor de faillissementen op een andere manier betaald.

Dat het 'omvallen’ van een grote bank of conglomeraat een nationale recessie zou betekenen, blijkt in de praktijk te betekenen dat de eindverantwoordelijkheid voor de bedrijfsrisico’s bij burgers ligt. Op dezelfde manier blijken burgers ook verantwoordelijk voor de financiële stabiliteit in andere landen. Toen Midden-Europese landen vorig jaar in moeilijkheden kwamen, werd al vastgesteld dat de rijke eurolanden de prijs zouden betalen - ofwel via een reddingsplan, ofwel via een failliete buur die aan de Europese benen zou hangen.
De Griekse crisis biedt weer nieuwe perspectieven op risico en verantwoordelijkheid. Voor de Europeanen, die via de euro aan de Grieken vastzitten, maar meer nog voor de Grieken zelf. In Zuid-Europa werd entree in de euro wel voorgesteld als het wegstrepen van alle monetaire risico’s tegen een Duitse welvaartsgarantie. Nu blijkt dat landen die eenmaal zijn ingestapt het belangrijkste instrument hebben opgegeven om uit een schuldencrisis te komen: het devalueren van hun nationale munt. Zo'n land rest alleen nog de hardste bezuinigingen, maandelijks gecontroleerd in Berlijn, zonder dat dit op termijn nieuwe groei stimuleert.
De eerste maal dat in de VS een bedrag van honderden miljarden dollars aan overheidssteun werd genoemd, was de scepsis groot. Uiteindelijk moest de knip driemaal open, maar de VS lijken nu het ergste te hebben gehad.
Het is nu Europa dat voelt hoe lang de staart is van de wereldwijde schuldencrisis die in 2008 begon. Ook hier zal de portemonnee de komende maanden wellicht nog een paar maal ver open moeten. Wat politici er ook stellig over beweren: de verantwoordelijkheid voor de risico’s ligt bij de burgers van Europa.