© Meskerem Mees

Opeens was er deze zomer Joe, in Vlaanderen een enorme radiohit op Studio Brussel.

Eerste regels als de intrigerende opener van een roman, of de inleidende voice-over van een film. ‘There was a man not long ago/ He was nice but kinda slow/ His hair was long, his name was Joe.’ Een akoestische gitaar, en een stem. Meer niet. Maar wat voor een stem. Lucide.

Dit was dus de twintigjarige Meskerem Mees. Geboren in Ethiopië, geadopteerd, woonachtig in Gent. Gevormd door zowel de platenkast van haar vader (Randy Newman, Deep Purple, Warren Zevon) als de Britse jazzsaxofonist Shabaka Hutchings, met wie ze mocht werken nadat ze op het festival van Montreux de Jazz Talent Award won. Waarna ze ook Humo’s Rock Rally won, de legendarische popwedstrijd die in Vlaanderen in het verleden onder meer Novastar, Gorki en Das Pop op de kaart zette.

Nu haar debuut Julius uit is, blijkt Joe de toon te hebben gezet.

Julius is een album dat schoonheid uit kalmte put, van een zangeres die verhalen vertelt zonder ooit uitroeptekens te hoeven plaatsen. Ze haalt niet uit, blaast geen lucht, zet niet aan. Ze zingt bijna fluisterend, alsof ze naast je zit met haar gitaar, waar ze rustig op tokkelt. Het veranderen der seizoenen in Seasons Shift is een metafoor voor een relatie die op z’n einde loopt, met een knipoog naar Salinger: ‘It might be easier for a sinner but you’re no catcher in the rye/ It might be easier for a saint though without a halo you won’t fly.’ In het nummer zwelt een cello aan, net als in The Writer, waarin ze de schrijver analyseert die ze haar hele leven al wilde zijn, en nu is geworden, maar dan op muziek. ‘Drama makes my world go round, but you’ll never see me cry/ I am but a writer, they only ever sigh’.

En inderdaad, dat is wat ze vaak is in haar nummers: een toeschouwer, een buitenstaander, die observeert en noteert. Niet voor niets bezingt ze de ultieme toeschouwer: de astronaut, die zwevend door de ruimte de aarde beziet. ‘An astronaut floating through space/ I had a plan but no rocket, so I said “Fuck it/ I’ll just ask NASA, they’ll love it” so I did.’ In de linker kontzak van de astronaut zit een portemonnee, en in die portemonnee zit een foto. ‘A picture/ Of the human race’, zingt Meskerem, voor ze aftelt, en een vrolijk koor inzet. Zwieriger wordt ze ook in A Little More About Me, waarin je onwillekeurig de jonge Joni Mitchell en Joan Baez ziet meeluisteren.

Ze sluit haar debuutalbum af met een belangrijke les: in eenzaamheid. Op de achtergrond van How To Be Alone klinken weliswaar geluiden van spelende kinderen, maar het is precies daar waar die zich bevinden: op de achtergrond.