Endemol op het binnenhof

Paars beloofde ‘vier jaar politieke psychotherapie’ en ‘alsnog een Franse revolutie’. Het werd oude Lubbers-wijn in nieuwe zakken. Ditmaal hebben de kinderen hun eigen revolutie opgegeten.
WELLICHT HET MEEST beklemmende van Paars is die ijzeren blijmoedigheid die de dames en heren bewindslieden van het kabinet-Kok 1 menen te moeten uitstralen. Het wordt er waarschijnlijk ingestampt door een privé-leger van prijzige pr-consultants, maar persoonlijk word ik er als kiezer niet geruster op met al die brede grijnzen die als muilkorven rond de ministeriële monden zijn gesnoerd.

Onno Ruding lachte vroeger ook altijd. Maar dat was anders. Dat was de lach van dat ene sadistische neefje terwijl hij een worm aan een spijker reeg. Bij Paars lachen de ministers allemaal, de godganse dag lang, maakt niet uit of er nu net een bevolkingsgroep op de Balkan doorheen is gejaagd, de Rabobank er vandoor is met twee miljard gulden of het zuiden der natie kopje onder gaat door een dijkdoorbraak. Van de homerische galmen van Erica Terpstra tot de eeuwig geamuseerd opgetrokken mondhoeken van Hans Wijers is het parool steevast: keep smiling.
Op Binnenlandse Zaken loopt Hans Dijkstal continu met een brede lach ferme schouderklappen uit te delen. Iedere consternatie over weer een politiekorps dat betrapt is met een eigen huiscontainer vol drugs smoort in die mysterieuze Mona Lisa-achtige glimlach van Winnie Sorgdrager. Op Defensie blijft Joris Voorhoeve monter lachen, al schreeuwt het hele land inmiddels om zijn hoofd. Minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat klapt bij de minste gelegenheid dubbel van een eufore lachkick. Op Sociale Zaken, waar de percentages-deducerende geest van de immer ernstige Bert de Vries soms nog hoorbaar is, neemt Ad Melkert de hele dag glunderend brandalarmrapporten in ontvangst. Zelfs in het vreugdeloze hol van Financiën hangt Willem Vermeend schaterend boven zijn computer, terwijl diens minister Gerrit Zalm onder het motto ‘Paars is humor’ kwinkslagen uitdeelt bij het koffieapparaat.
Een gepokte en gemazelde Binnenhoffotograaf verzuchtte onlangs in een bui van heimwee naar het eerste kabinet-Den Uyl dat de ministers in die tijd nog 'echte mannen’ waren. Met opgerolde hemdsmouwen strompelden zij toen nog uit hun doorrrookte vergaderkamers, verbitterd en kapotgestreden, asbakken werpend naar elkaar, geurend naar oude paarden. In vergelijking met toen is het fotografisch gesproken nu maar behelpen. De politiek is onder Paars, aldus de fotograaf, 'te clean’ geworden. Zelden valt iemand uit zijn rol, houdingen zijn tot in het kleinste detail geposeerd, en zelfs de hoogst oplopende vergadering wordt gelijk geschorst als een van de ministeriële koters opbelt om verhoging van zijn zakgeld op te eisen. 'Het is soms net etalagepoppen fotograferen’, zo luidde de klacht. 'Het is allemaal zo leuk en opgeruimd, het lijkt de cast van Goede Tijden Slechte Tijden wel’.
DE PAARSE LACH, zo vrees ik, heeft vooral een zelfbedwelmende intentie. Het is de naar binnen gerichte groepscode van een collectief wiens eerste fascinatie zichzelf betreft. Het is ook een lach die van honderd kilometer afstand ruikt naar een groepstraining pers & publiciteit in de Aalsmeerse feestbunkers van John de Mol en Joop van den Ende, de Nederlanse miniplaybackshow-Berlusconi’s die een aparte BV voeren met een aan Emile Ratelband ontleende Look Happy-spoedcursus voor de hedendaagse manager. Er zit iets opgelegd-positiefs in die paarse lach. Dit kabinet maakt de hele tijd de indruk alsof het net is teruggekeerd van een Oibibio-workout in Bill Clinton-stijl, alsof men de hele dag in een bubbelbad heeft liggen weken en via een mediamieke dolfijn gecommuniceerd heeft met de geesten van Thorbecke, Willem Drees en freule Wttewaall van Stoetwegen.
Met een beetje goede wil zou je dat ook het vernieuwende van Paars kunnen noemen: het ongebreidelde enthousiasme dat het wil uitstralen, de drive van een eeuwig brainstormende denktank van the best and the brightest die het land even stevig onder handen nemen ter voorbereiding op de Nieuwe Tijd. Ministers keren van het kabinetsberaad terug als opgewonden groupies die net een nacht met Mick Jagger achter de rug hebben, de premier stelt tijdens de Algemene Beschouwingen een gemeenschappelijke wave aan de kamer voor, de vice-premier zwalkt in brandweerpak over het podium van een ambtenarencongres.
Het is een hoogst besmettelijke vorm van vrolijkheid. Tom Kok, de nieuwe voorzitter van D66, begon zijn maidenspeech voor het congres met een kinderliedje en liet in Vrij Nederland weten dat een hele lading politici tegenwoordig met een set tarotkaarten door het leven gaat. Karin Adelmund, de voorheen zo verbitterde ex-vakbondsvrouw die onlangs werd verkozen tot opvolgster van Felix Rottenberg, veranderde bij die gelegenheid in de Haagse kloon van Jane Fonda toen zij het sociaal-democratische congres voorging in een gemeenschappelijke stretchoefening.
Tegenover de droeve vogelverschrikkersgestalte van oppositieleider Heerma zet Paars een hogelijk geëndemolliseerd gezelschap van maatschappelijk uitverkorenen, wandelende monumenten van succes en sociale mobiliteit, een naadloos op de massamedia ingestelde publiciteitstank van maatschappelijke rolmodellen. Hans Hillen, een van de CDA'ers die zich hebben opgeworpen als de architect van de nieuwe christen-democratie, noemde deze imagokoorts van Paars al de politieke achilleshiel bij de komende verkiezingen. In een recent interview in De Groene Amsterdammer (van 22 januari) wees Hillen op de steeds bredere kloof die in zijn ogen ontstaat tussen het maatschappelijke elitekorps van Paars en de dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking. In het verschiet van deze ontkoppeling lag de christen-democratie toch nog een tweede jeugd te wachten, aldus Hillen, die zoals men weet niet behoort tot de grootste praktizanten van het verlichtingsgeloof in de christen-democratische rijen.
VERDER DAN een imago-oorlog gaat de paarse revolutie eigenlijk niet. Paars beloofde ons 'vier jaar politieke psychotherapie’ (Felix Rottenberg) en 'alsnog de Franse revolutie’ (Laurens-Jan Brinkhorst). Sinds 1976, toen het eerste Des Indes-beraad bij elkaar kwam, hadden socialisten en liberalen wilde dromen gedroomd over het leven onder een gedeconfessionaliseerd landsbestuur. Maar behalve dan in de mediatechniek heeft het kabinet nog nergens een werkelijke breuk met het christen-democratische verleden weten te forceren. Het werd de oude Lubbers-wijn in nieuwe zakken. Op economisch gebied was ons dat al min of meer voorgespiegeld, maar zelfs dan is de wijze waarop Paars nu driftig meewerkt aan de cover-up van de technolease-beerput nog choquerend in de nadrukkelijke loyaliteit die hiermee wordt gedemonsteerd aan de corrupte erfenis van de huidige hoogleraar globalistiek te Tilburg.
Hetzelfde geldt voor het supergat van acht miljard dat onlangs plotseling werd ontdekt in de sociale fondsen. En dan heeft Paars nog het geluk dat er nu bijna dagelijks een nieuwe gasbel opborrelt in de Waddenzee, zodat ook de meest draconische schuivers altijd nog financieel kunnen worden afgedekt en staatssecretaris Frank de Grave van Sociale Zaken in NRC Handelsblad, glunderend als de kerstman, toch nog 'een paar tientjes voor oude bejaarden’ kon beloven, 'zodat ze toch een cadeautje voor hun nieuw geboren kleinkind kunnen kopen’.
Op 'immaterieel gebied’, alwaar volgens de beloften de ware kracht van Paars zou liggen, is de opstelling van Paars van een benepen conservatisme dat in geen enkel opzicht doet denken aan al die heroïsche dagdromen van Des Indes. Hier geen spoor van een waarlijk neoliberaal temperament, integendeel. Dit terwijl de temperamentvolle roaring nineties schreeuwen om fundamentele veranderingen en grote gebaren. Topondernemers confereren over de afschaffing van de monarchie, het Gooi en de Grachtengordel verenigen zich in een gemeenschappelijk offensief ter legalisering van alle drugs. Maar Paars toont al koudwatervrees bij de miniemste zwenkingen, en maakt hier en daar zelfs terugtrekkende manoeuvres in het evolutieproces der burgerlijke emancipatie. De met veel bombarie aangekondigde paarse drugsnota werd in plaats van de eerste schrede op weg naar legalisering van de hennepteelt de prelude op een politiek van opperste repressie, zodat nu zelfs de Duitse deelstaten een straatlengte voor liggen op Nederland in de strijd om een door redelijkheid en gezond verstand gekenmerkte wetgeving.
Zelfs de positie van de constitutionele monarchie is onder paars bestuur verwilderd geraakt. Beatrix liet onder Kok en Van Mierlo voor het eerst ongegeneerd haar tanden zien in de kwestie rondom het privéleven van onze man in Zuid-Afrika, en de bewindslieden bogen hun ruggegraten als het soepelste christen-democratische bamboe voor de toorn der vorstin.
Tot overmaat van ramp ontpopt Paars zich ook nog eens als een onvervalste zedenmeester, die via de geweldchip en de emotionele-intelligentiequotiënt het gezinsleven probeert binnen te dringen om ons tot oppassende burgers te heropvoeden, geheel in de geest van de grote herder Ernst Hirch Ballin en zijn morele opvoedingspakketten voor de basisschooljeugd. Nergens is ook maar een vonkje te zien van die grote culturele stap voorwaarts in de emancipatie van de vrije burger die Paars in embryonale fase nog pretendeerde te forceren.
Om nog maar helemaal te zwijgen over de gevolgde methodieken inzake het vreemdelingenbeleid, alwaar de ons als zachtmoedig en gewetensvol gepresenteerde Elizabeth Schmitz inmiddels is veranderd in een verbeten uitzetmachine in wier schaduw een vroegere gevreesde haaibaai op vreemdelingenzaken als E. Haars met terugwerkende kracht nog iets krijgt van een van compassie overstromende Onze Lieve Vrouwe van de Illegale Medemens.
OP BEVEL van Wim Kok heeft Paars zich gezet aan een zo geruisloos en behoedzaam mogelijk vervolg op het tijdperk-Lubbers. Daarbij heeft Kok geschuwd om ook maar een enkel eigen element toe te voegen of iets af te schaffen. Het levert internationaal lof op van Duitse bankiers en de Wall Street Journal, complimenten vanuit een hoek die in een nog niet zo heel grijs verleden tot acute crisis en opstand hadden geleid in het PvdA-bestuur.
Toegegeven, Kok haastte zich bij zijn aantreden in het Catshuis te verklaren dat het socialisme wat hem betreft begraven mocht worden op de eeuwige jachtvelden van de negentiende-eeuwse ideologie. Maar dat hem daarbij zo'n kameleontische instant-metamorfose voor ogen stond zoals we die de afgelopen drie jaar hebben mogen meemaken, had zelfs de grootste misantropische dissident in de sociaal-democratische gelederen niet durven te voorspellen.
Voor het moreel van de progressieve krachten op het Nederlandse politieke toneel was het waarschijnlijk beter geweest als de droom van Des Indes als maagdelijke utopie intact was gebleven. Dan was er in ieder geval nog hoop op een betere toekomst mogelijk geweest. Nu is ook die illusie definitief verwoest en lijkt er een grote uittocht op handen van geëngageerde geesten uit de sferen van de mainstream-politiek richting semi-obscuur gekonkel in besloten kring, de enige plek waar het ware paarse temperament nog een gedoogstatus geniet. Dit keer hebben de kinderen hun eigen revolutie opgegeten.