Kunst

Energie ja, kwaliteit nee

Beeldende kunst: Eén enorme mega-installatie van Thomas Hirschhorn

Er wordt de bezoekers van de solotentoonstelling van Thomas Hirsch horn (Bern, 1957) in het Bonnefantenmuseum meermalen op het hart gedrukt dat we het geen retrospectieve mogen noemen, hoewel er maar liefst vijftien installaties worden getoond uit de periode 1992-2004. Een retrospectieve veronderstelt namelijk dat er keuzes zijn gemaakt en dat er sprake is van een zekere hiërarchie. En als Hirschhorn ergens een hekel aan heeft, dan is het wel hiërarchie. Op het stencilpakket dat door moet gaan voor catalogus – Hirschhorn is van mening dat een catalogus te vaak als legitimering van het kunstwerk wordt gebruikt – prijkt na drukkelijk: «NO HIERARCHY! no hierarchy! one world! one world! equality now! equality now!»

De Zwitser maakte naam met enorme, ruimtevullende assemblages van goedkoop wegwerpmateriaal als tape, plastic, karton en aluminiumfolie, zogenaamd «democratisch materiaal». Zijn in stallaties bestaan uit afbeeldingen uit kranten of tijdschriften, eigen en andermans teksten, vlieg tuigjes, horloges, slingers, verpakkingsmateriaal, vitrines, kios ken, altaren en monumenten en leveren daarmee direct commentaar op de kapitalistische welvaartsmaatschappij. Maar noem hem alsjeblieft geen politiek kunstenaar, want dat zou betekenen dat de kunst in dienst staat van de politiek, en Hirschhorn wil juist de kunst «politieker» maken.

De tentoonstelling bestaat uit vier «lagen». De eerste is de schoolsetting (houten panelen, lambrisering, tl-buizen, linoleum), de tweede laag het schoolmeubilair (lessenaars, tafels, stoelen, wereldkaarten). Samen stellen ze de «An school» voor, een term afkomstig van Hirschhorn zelf: ook de school moet worden gezien als onderwerp van kritiek op hiërarchie, en dan op die van kennisoverdracht. Ook daarin schuilt immers een zekere hiërarchie. «School» verklaart bijvoorbeeld de ene oorlog belangrijker dan de andere, afhankelijk van de mate van dood en verderf. Hirschhorn valt met zijn installaties het beeld aan dat we van jongs af aan krijgen voorgeschoteld.

De derde laag bestaat uit de vijftien installaties, de vierde ten slotte wordt gevormd door de documentatie (teksten aan de muur, op flip-overs, A4’tjes om mee te nemen). Dat je je als bezoeker zult beperken tot korte spandoekstatements als «Less is less, more is more» (een variatie op Mies van der Rohe’s «Less is more») en «In art I am not for interactivity. I am for the activity of thinking», is ingecalculeerd.

De afkeer van een hiërarchie verklaart de afwezigheid van titelkaartjes, waaruit je immers een chronologisch verband zou kunnen destilleren. Het mag niet zo zijn dat één installatie meer aandacht krijgt dan de andere. De hoeveelheid materiaal doet duizelen. Het overzicht ontbreekt, evenals de loopruimte. Het blijkt lastig een onderscheid te maken tussen de verschillende installaties – je zou de tentoonstelling evengoed kunnen opvatten als één mega-installatie. Belangrijker dan de boodschap en de verpakking is de energie die ervan uitgaat. «Energie JA! Kwaliteit NEE!» Het is al met al een vermoeiende ervaring.

Thomas Hirschhorn

Anschool

Bonnefantenmuseum in Maastricht tot 11 september