Kunst: Rabobank

Enfant terrible voor de Rabobank

Beeldende kunst: Marc Bijl versus de massacultuur

Omdat de jongste generatie Nederlandse kunstenaars nagenoeg ontbreekt in de Rabobank-kunstcollectie – te zien in de tentoonstelling HxBxD in het Haags Gemeentemuseum – heeft conservator Roel Arkesteijn in samenspraak met de Rabobank-kunstcommissie in het naastgelegen GEM een kleine expositie georganiseerd van het veelbelovende jonge drietal Marc Bijl, Iris van Dongen en Hadassah Emmerich. Het mes snijdt aan twee kanten: de expositie biedt een interessante aanvulling op de brave HxBxD-tentoonstelling, en de Rabobank komt in aanraking met een drietal jonge kunstenaars die ze in de toekomst in haar collectie zal gaan opnemen. Van Emmerich en Van Dongen wist de Rabobank nog weinig, over Mark Bijl waren ze aanvankelijk niet erg enthou siast.

Dat zal niemand verbazen. Bijl wordt beschouwd als het enfant terrible van de Nederlandse kunstwereld. Met zijn video’s, acties, beelden en installaties richt hij zich op de symbolen van de massacultuur, politiek en religie en de rol die slogans, logo’s, en codes spelen. Bijl, afkomstig uit de krakershoek, bedient zich van guerrilla-achtige tactieken en gebruikt beeldelementen afkomstig uit het anarchisme, de punk en de gothic-cultuur. Met zijn interventies in de openbare ruimte stelt Bijl de rol van instituten als Nike en Adidas aan de kaak, bijvoorbeeld door een Adidas-embleem aan te brengen op een door Nike geclaimd basketbalveld. In het GEM zien we van Marc Bijl twee oudere werken, waaronder Porn (2002), gebaseerd op het van pop art-kunstenaar Robert Indiana bekende Love uit 1967.

Daarbij maakte hij speciaal voor de tentoonstelling een installatie. Tegen de achtergrond van een projectie, getiteld Afterhours, van een verlaten New York bij nacht zien we een in nevel gehuld verlaten basketbalveld. De lijnen van het speelveld zijn verlicht door neontubes, het geheel is omgeven door een hekwerk met prikkeldraad en voorzien van een dikke laag plastic. Bijl stelt de vraag wat moet worden verstaan onder de openbare ruimte: «Wiens ruimte is dat en bij de gratie van welke criteria wordt aan het publiek toegang verleend?» De straat blijkt het do mein van de grote multinationals. Zonder dat we er notie van hebben, zijn de entreevoorwaarden (kleding, schoeisel) uitgedacht in de burelen van het kapitalisme. Bijl gaat nog één stap verder: hij beschouwt zelfs de lijnen van het speelveld als commercieel element. Voor zover Arkesteijn weet, heeft de Rabobank tot op heden nog geen beslissing genomen over welk werk ze van Bijl in de collectie zal gaan opnemen.

HxBxD

Gemeentemuseum in Den Haag

Marc Bijl, Iris van Dongen,

Hadassah Emmerich

GEM in Den Haag

Tot en met 8 mei