Engagement verdween én veranderde

In de Volkskrant van 2 januari beklaagde Jouke Turpijn, docent Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, zich erover dat in de media alleen aandacht wordt besteed aan een handjevol oudere, bekende historici (door hem consequent ‘BH'ers’ genoemd), die gezamenlijk blijkbaar zoveel zuurstof wegtrekken dat alle andere historici de verstikkingsdood dreigen te sterven. Hoewel hij ontkende dat het hier gaat om een generatieconflict pleitte Turpijn (1976) ervoor dat nu vooral eens 'jonge historici’ aan bod zouden komen. Wat deze dan anders zouden kunnen en moeten doen, werd uit dit opiniestuk helaas niet duidelijk. Gelukkig publiceerde Turpijn eind 2011 een boek, zodat hier wellicht het antwoord kan worden gevonden op de vraag met welke frisse, alternatieve visies en methodes althans deze ene jonge, academische historicus komt.
Dat 'academische’ is hier met enige nadruk vermeld, omdat Turpijn in het begin van zijn boek ingaat op de kloof tussen de geschiedschrijving zoals die aan de universiteiten wordt beoefend en geschiedschrijving die toegankelijk is voor een breder publiek. Doordat veel academici volgens Turpijn 'beroerd schrijven’ is die laatste vorm van geschiedschrijving vooral overgelaten aan historici en leken die buiten de universiteiten werkzaam zijn, wat in zijn ogen 'slecht voor het ambacht’ is. Je kunt dan wel ooit afgestudeerd zijn als historicus, of je door veel lezen en onderzoek zelf geschoold hebben, het echte werk kan natuurlijk alleen goed worden gedaan door historici met een academische aanstelling, omdat in het hoger onderwijs nu eenmaal 'de spannendste kruisbestuivingen tussen student en docent plaatsgevonden [hebben] die nieuwe ideeën mogelijk maakten’.
Het zal misschien niet verbazen dat deze historicus, die al weer een kwart eeuw geleden de deur van de academie achter zich dicht hoorde vallen, buitengewoon nieuwsgierig begon te lezen in de nieuwe 'Turpijn’, die de wereld is ingestuurd onder de op het oog curieuze titel 80’s dilemma. In het oor lijkt de titel minder vreemd, want als je het eerste woord op zijn Engels uitspreekt klinkt het bijna als 'ethisch dilemma’, en dat schijnt een begrip te zijn waarin die jaren tachtig van de twintigste eeuw gevangen kunnen worden. Samen met die 'BH'ers’ wordt duidelijk dat een bepaald soort creativiteit Turpijn niet ontzegd kan worden. Maar goed, waar bestond dat ethisch dilemma dan uit? Het zal vast een goed doordacht onderdeel van Turpijns vernieuwende aanpak zijn dat hij op zo'n simpele vraag geen duidelijk antwoord geeft. Wel goochelt hij wat met de aan Max Weber ontleende begrippen Gesinnungsethik en Verantwortungsethik, waarbij hij opmerkt dat dit in Webers ideaaltypische benadering geen onverenigbare grootheden waren en ze ook geen chronologie impliceerden, om vervolgens die benaderingen van politiek wel tegenover en na elkaar te zetten. Dat moet natuurlijk kunnen, maar wat levert het op? Juist, het beeld dat de hooggestemde idealen uit de jaren zestig en zeventig plaatsmaakten voor pragmatisme en zakelijkheid. Goh, dat is wel een heel nieuwe visie op de jaren tachtig!
Volgens Turpijn is het beeld van de jaren tachtig veel te oppervlakkig, wat hij illustreert door uit analyses van auteurs die dat tijdvak bewust hebben meegemaakt een of twee citaten te plukken, waarna de onvermijdelijke conclusie volgt dat de werkelijkheid toch heel wat ingewikkelder in elkaar zat. Dat klopt, maar dan weten we nog niet veel. Bovendien lijkt het me niet zo heel 'ambachtelijk’ om te beweren dat in 'de publieke opinie’ sommige links-radicale groepjes worden neergezet als 'volwaardige’ terreurbewegingen als dit slechts gebaseerd is op één artikel uit Elsevier.
Hoewel Turpijn af en toe met aardige wetenswaardigheden komt - bijvoorbeeld over de talrijke zendamateurs uit die jaren, of over de evolutie die de teksten van Kinderen voor kinderen doormaakte - schetst hij geen overtuigend nieuw beeld van de jaren tachtig. Om te beginnen heeft hij geen systematisch onderzoek verricht, maar heeft hij slechts hier en daar wat gegrasduind. Bovendien schrijft hij vaak tamelijk onbegrijpelijk. Zo constateert hij dat in de jaren tachtig in Nederland het engagement 'verdween en veranderde’, wat tegelijkertijd toch niet echt mogelijk is, tenzij je 'verdwijnen’ definieert als een 'veranderen naar een niet-zijn’. Ook is hij dol op metaforen die soms onbegrijpelijk zijn (de eighties als 'zwart gat’ tussen de 'supernova’s’ van de Tweede Wereldoorlog en de jaren zestig) of niet meer dan kolder (zo wil hij een 'touwbrug tussen twee kloven’ spannen).
Voor een deel liggen de jaren tachtig nu zo'n dertig jaar achter ons. Ook bij de geschiedschrijving over de jaren zestig en zeventig duurde het ongeveer drie decennia voordat die op gang begon te komen. Het is dus best mogelijk om iets zinnigs over die jaren te zeggen, maar dan moet er wel gedegen onderzoek worden gedaan, en niet slechts wat gejongleerd met beelden en begrippen. En bovendien heeft het niet zo veel zin om allerlei decennia geïsoleerd te bekijken. Zoals de jaren zestig onbegrijpelijk zijn zonder kennis van en inzicht in de naoorlogse geschiedenis van Nederland, zo kun je de jaren tachtig moeilijk doorgronden als je je niet uitgebreid verdiept in de diepgaande en snelle ontwikkelingen die de Nederlandse samenleving vanaf de late jaren vijftig doormaakte. Het volproppen van het vermeende 'zwarte gat’ met allerlei wetenswaardigheden en slordige metaforen helpt niet erg.

JOUKE TURPIJN
80’S DILEMMA: NEDERLAND IN DE JAREN TACHTIG
Bert Bakker, 255 blz., € 19,95