Engelenhaar

Toen het nog alleen maar in Singapore voorkwam, ging er vast veel vlindervlees of hondehuid en meer moerasgras in.

Restaurant Nam Kee, het oude op de Zeedijk, had het op de kaart altijd over importbami. Was ook een leuk woord. De Singapore Mihoen Experience vereist nog een enkel bijschrift. Noodles zijn in de Chinese gedachtenwereld het symbool van het, voor mij zonder aanloop onuitspreekbare, begrip ‘longevity’.
Bij het nieuwere Nam Kee, op de Nieuwmarkt, is het leven heel lang en overvloedig. Te lang eigenlijk. Wees niet bescheiden, neem maar mee naar huis. Je kunt er als eenling wel drie keer van eten.
Gekookt Aziatisch engelenhaar met ongewassen damp van alles erin. Weinig materie. Meer de stemming van iets heets en teers. Langlijvige tubifix afgewisseld met stukgeknipte veters gekruid varkensvlees. Zachtig en zurig, krols en knapperig. De mihoen mooi gescheiden, alsof er een mihoenkam aan te pas is gekomen.
Er daalt zelfs een extra schoteltje vloeibare peper op tafel. Voorzichtig, de aangeboren Chinese chilisaus die er al staat is meer dan voldoende. Die heeft ook nog iets zouts en zoets in zich, waar de tong alarmerend goed mee omspringt.
De met gulle hand erin gestrooide ve-tsin maakt dat ophouden met eten aanzienlijk meer moeite kost dan beginnen. Je moet jezelf stevig tot stoppen dwingen om niet als een kussensloop vol dwaas gebrek aan gedachten te eindigen. Ve-tsin, het is er wel, het is er niet. Alsof je vloeibaar zand kauwt.
Heeft iemand zich wel eens afgevraagd hoe lang zo'n portie Singapore Mihoen eigenlijk is? Van waar tot waar het reikt? Hoeveel keer je er de omtrek van het restaurant mee kunt leggen?
Vroeger moesten we erg lachen om het Thaise merk dat op de plastic verpakking waar de flamboyante kronkels in zaten, in even flamboyante letters en behoorlijk groot, 'Pak Kut’ had staan. Wisten die Thaïs veel.