Nieuwe heldinnen in de film

Engelenprotest

Geraffineerd, intellectueel, feministisch - de traditionele kenmerken van vrouwelijke durf. Maar de film toont een nieuwe heldin: alleenstaande moeder, platvloers sekssymbool, rauwe rebel van de klassestrijd.

«Anarchy makes a comeback», kopte The New Yorker onlangs naar aanleiding van de rellen in Seattle tijdens de onderhandelingen van de Wereldhandelsorganisatie en die in Washington bij het hoofdkantoor van het Internationale Monetaire Fonds. In de tijd van globalisering en aan het einde van de ideologieën zijn dit markante ontwikkelingen. Het is echter de vraag of de terugkeer van datgene wat het blad ook wel «liberal indignation» noemt, blijvend is of alleen een droombeeld. Vast staat dat linkse verontwaardiging de laatste tijd een belangrijk cinematografisch thema is, bijvoorbeeld in Fight Club van David Fincher en in Michael Manns The Insider. Hierin vraagt een producent van de tv-zender cbs aan journalist Lowell Bergman (Al Pacino): «What are you? An anarchist?» Dat is precies wat Bergman is, ook in het echte leven. Hij speelde namelijk een hoofdrol in de waargebeurde zaak van Jeffrey Wigand, die de leugens van de grote Amerikaanse sigarettenproducenten wist te ontmaskeren. Maar linkse verontwaardiging is niet meer het exclusieve domein van machohelden als Pacino. Nu treden vooral ongekunstelde, maatschappelijk bewogen heldinnen naar voren, zoals in Erin Brockovich, een schitterende nieuwe film van regisseur Steven Soderbergh over de seksestrijd, het conflict tussen de klassen in de westerse consumptiemaatschappij en de strijd van gewone mensen tegen machtige bedrijven.
Het verhaal is waargebeurd. Het bedrijf Pacific Gas & Electric Company in Hinkley, Californië, blijkt op grote schaal in het geheim de giftige stof chromium 6 te hebben gedumpt. Het gevolg is rampzalig: aan de lopende band wordt kanker geconstateerd in gezinnen die in de buurt wonen van een fabriek van het bedrijf. Erin Brockovich, een vrouw die geen enkele vorm van academische opleiding heeft, onderzoekt de zaak nadat ze als secretaresse wordt aangenomen bij een advocatenkantoor. Wanneer de rechtszaak om schadevergoeding begint, snauwt Erin op een voor haar kenmerkende manier tegen een advocate van het bedrijf: «These people don’t dream about being rich. They dream about their children being able to swim in a pool without worrying if they will have to have a hysterectomy at the age of twenty.» Erin identificeert zich volledig met de slachtoffers die allemaal deel uitmaken van de arbeidersklasse. En dat is de drijfkracht achter haar woede over de misdaad van Pacific Gas.
De sociale bewogenheid van Erin Brockovich staat in schril contrast met haar ranzige uiterlijk en platvloerse seksualiteit. Haar verschijning is shockerend: een vrouw met lange benen, minirok, zonnebril en een diep decolleté met zichtbare paarse beha-randen. Ze staat langs een verlaten weg met haar rug tegen een muur en rookt een sigaret. Ze is de personificatie van slechte smaak. Erger nog, ze is de actrice die Julia Roberts heet. Dit keer speelt Roberts geen prostituee op zoek naar een klant, maar een aan lager wal geraakte alleenstaande moeder van twee kinderen, wat misschien nog wel het allervreselijkste doet vermoeden. Toch is het gevaarlijk Erin Brockovich te onderschatten. Het betreft geen verhaal over een hoer met een hart van goud of een onwaarschijnlijk aantrekkelijke vrouw met zieke kinderen, maar een portret van een buitenissige vrouwelijke rebel: intelligent, sociaal bewogen, alleenstaande moeder die deel uitmaakt van de arbeidersklasse. Wat haar een zekere rauwe kwaliteit geeft, is dat ze zonde
r schroom haar seksuele identiteit en haar slechte smaak gebruikt als wapens om haar doel te bereiken. En dat vloekt met meer dan één feministische golf.

In het verhaal van The New Yorker komt actievoerster Juliette Beck, aan het woord. Beck (27) was een van de organisatoren van de actie tegen de Wereldhandelsorganisatie. «The Spirit of Seattle…» zegt ze enthousiast, «your body just tingled with hope…» Het gaat haar om de strijd tegen de «iron triangle of corporate rule». Juliette Beck, vrouw op de barricades. Sterker nog, ze is een bloedmooie vrouw op de barricades, te oordelen naar een foto in het blad. Dit beeld uit de werkelijkheid is bijzonder, niet alleen omdat het blad in de regel nauwelijks foto’s van «gewone mensen» plaatst, maar ook omdat het goed gesynchroniseerd is met de wijze waarop de voluptueuze actrice Julia Roberts ten strijde trekt tegen dezelfde «corporate rule» in Erin Brockovich.
Even belangrijk als een Hollywood-actrice wier wanstaltige verschijning een subversieve uitwerking heeft, is de wijze waarop de mythologie van vrouwelijke bevrijding in de cinema bijna automatisch gekoppeld lijkt te zijn aan seksuele aantrekkingskracht. Typisch is het erotisch-lyrische gedicht van beeld en geluid in de vorm van de titelsequentie van Quentin Tarantino’s film Jackie Brown (1998). We zien een vrouw die haast onaantastbaar zweeft op de maat van soulmuziek tegen de achtergrond van een blauwe mozaïekmuur. Minutenlang liefkoost de camera haar sterke profiel, een karaktervolle neus, lang, sensueel haar en slanke vingers die een handtas vasthouden. Zelfverzekerd knippert ze met haar ogen; een halve glimlach krult om haar mondhoeken. Dan stapt ze van de roltrap af en loopt verder, perfect in ritme met Bobby Womacks sensuele Across 110th Street. De camera filmt haar vanuit een lage positie, om de ondergeschiktheid van de (mannelijke) kijker te accentueren. Ze is Pam Grier, vergeten icoon van vrouwelijke bevrijding en koningin van de «blaxploitation», de populaire zwarte cinema uit de jaren zeventig. Lang voor de feministische golf in de reguliere Amerikaanse cinema speelde Grier op onvergetelijke wijze sterke vrouwelijke personages in blaxploitation-films. Bij het zien van Tarantino’s geniale visuele poëzie herinneren we ons haar als vechtjas, maar de kracht van de beelden ligt in de wijze waarop Grier nu vooral als middelbaar sekssymbool wordt neergezet. Hier is geen sprake van het evangelie van het yuppie-feminisme zoals verkondigd door de damesbladen. Grier is geen saaie, intellectualistische feministe, maar een vrouw die de littekens van het echte leven draagt, evenals het Julia Roberts-personage in Erin Brockovich.
Jackie Brown en Erin Brockovich behoren allebei tot een groep arbeidersklasseheldinnen die sinds de jaren zeventig elitaire beelden van het feminisme verdringen. De belangrijkste van deze filmkarakters zijn Bree Daniels (Klute, 1971), Norma Rae (Norma Rae, 1979) en Karen Silkwood (Silkwood, 1983). Ze zijn evenals Jackie Brown en Erin Brockovich realistische personages die niets mythologisch hebben, anders dan in films waarin ‘bevrijde’ vrouwen fallische fantasieën uitleven, bijvoorbeeld Ripley in de Alien-serie. De heldinnen van de arbeidersklasse leven in de echte wereld, de wereld van macht en onmacht, corporate rule en sociale bijstand, patriarchale heersers en vrouwelijke onderdanen. En in de woorden van de gedesillusioneerde Winston Smith in Orwells Nineteen Eighty-Four zijn ze «proles», mensen die door hun lage afkomst in principe niet in staat zouden zijn tot maatschappelijk protest.


Toch blijkt de combinatie van seksualiteit, sociale bewogenheid en lidmaatschap van het proletariaat grote potentie te hebben. Julia Roberts’ voorbeelden zijn de actrices Sally Field in Norma Rae en vooral Meryl Streep in Silkwood. In Mike Nichols’ film is Karen Silkwood een onverbeterlijke flirt. Ze is erop uit zichzelf te schandaliseren; een sigaret hangt uit een mondhoek terwijl ze koketterend door de kantine marcheert, in cowboylaarzen en minirok. Haar seksualiteit is platvloers, haar opstandigheid rauw.
Minder opvallend, maar losbandiger en tragischer dan Karen Silkwood is Norma Rae in Martin Ritts film over de werkers van een katoenfabriek op het platteland. Anders dan de vrije seksualiteit van Karen Silkwood en Erin Brockovich is die van Norma Rae onderdrukt en pijnlijk. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk waarom Norma, alleenstaande moeder, in een hotel seksuele ontmoetingen heeft met een getrouwde man die overduidelijk niets voor haar voelt. De wrange suggestie is dat ze dat doet om een sjieke maaltijd te kunnen nuttigen. In de hotelscène overheerst een bepaald soort fatalisme dat aanwezig is in al deze films. Karen, Norma en Erin zijn personages die gevangenen zijn van hun omstandigheden. Hun realiteit wordt gecontroleerd door zowel hun eigen afkomst als de grote bedrijven waarvan ze financieel afhankelijk zijn. En dan moeten ze ook nog vechten tegen de onderdrukking van echtgenoot of vriend. De rol van de heldin is in opstand komen tegen deze stand van zaken; het doel is lichamelijke en geestelijke vrijheid.

Het is verleidelijk de mogelijkheid te onderzoeken dat de onkuise voorstelling van de vrouwelijke rebel een foute fantasie is van de mannelijke producers en regisseurs. Zou Tarantino zijn Jackie Brown bijvoorbeeld niet even krachtdadig kunnen laten optreden z ónder haar als een engelachtig sekssymbool af te beelden? Dat valt te betwijfelen, want er is iets interessanters aan de hand dan alleen mannelijke droombeelden. Losbandigheid, schreeuwende seksualiteit en wansmaak zijn voor deze vrouwen een opstap naar bevrijding. Rebellie betekent weigeren te beantwoorden aan de seksuele fantasie ën van mannelijke heersers: de vrouw als volgzame moederfiguur of als leeghoofdige, Barbie-achtige Playboy-pinup. En zo worden de opgepompte borsten van Julia Roberts, haar lange benen en haar korte rokjes omgevormd tot potente wapens. Haar seksuele vrijheid doet denken aan Jane Fonda in de rol van de high class hooker Bree Daniels in Klute van Alan Pakula. Bree, onvergetelijk zelfverzekerd lachend tegen een nerveuze klant: «Do
n’t be afraid. I’m not.»

De verschijning van een heldin van het proletariaat in de door mannen overheerste burgermanswereld van het grote geld geeft haar iets engelachtigs. En dat heeft alles te maken met archetypen van de vrouw en van de arbeider, zoals te zien is in Norma Rae. De plek waar Norma en haar familie werken wordt afgebeeld als een magische omgeving waar nobele mensen hun dagtaak verrichten. Sterker nog: hier staan vrouwen te werken die omringd zijn door de machines van de grote corporatie, evenals Karen Silkwood en haar vrienden. Het protest van de engelen is een opstand tegen corporate rule.
Het schrille contrast tussen de vrouw als arbeider binnen de technologische omgeving en het idee van moeder-zijn op het platteland is pervers en onnatuurlijk. Evenzo is het beeld van de vrouw met glad gekamd haar, in een strak, zwart pakje, nu definitief verleden tijd - juist omdat deze iconografie lidmaatschap suggereert van de heersende klasse. In Erin Brockovich filmt Soderbergh daarom zijn personage tegen de achtergrond van het Amerikaanse landschap. Het land en het gezicht van Julia Roberts smelten samen. Het is een stil, geruststellend beeld, alsof Erin Brockovich wil zeggen: «Wees niet bang, ik ben dat niet.»