Engels

‘Hanny wil liever dom blijven’, zegt Gerard als hij Mario Praz’ ‘The Romantic Agony’ aan het lezen is. Als hij het boek uit heeft, leest hij het opnieuw. En daarna weer. Romantiek, decadentie, homoseksualiteit, katholicisme. De wereld van Praz is de wereld van Gerard.

Opeens vielen voor hem allerlei puzzelstukjes in elkaar, een puzzel die zelfs zijn psychiater niet kon oplossen. Opeens brak het licht door. Eindelijk stond hij in een traditie. Dat gaf hem zekerheid en steun. Gerard heeft er altijd aan gehecht in een traditie te staan; vandaar zijn voorkeur voor mensen als Toergenjev; vandaar zijn latere overgang naar het rooms-katholicisme. Traditie betekent voor Gerard zekerheid.
Om thuis te komen. En zo simpel is de gang Om tot dit moeilijk inzicht te geraken: Dat ik geen kind meer ben; dat ik verlang
Zoeken naar zekerheid is bij hem een constante. In zijn jeugd hebben alle mensen hem de rug toegekeerd die hem zekerheid zouden kunnen verschaffen. Zijn broer Karel bijvoorbeeld. Ouder dan Gerard, iemand aan wie hij zich optrok, maar die dat niet wilde; Karel ging snel zijn eigen weg. Daar werd Gerard hoogst onzeker van. En dan is er Gerards vader, de oude Vanter. Een man van wie Gerard misschien wel hield, maar die hem niet begreep. Vader was iemand die ook veel affaires buiten zijn huwelijk had; iets wat Karel en Gerard wisten en wat met name Gerard walgelijk en onbegrijpelijk vond. Ook dat was verraad. Gerard hield hartstochtelijk veel van zijn moeder, maar kon haar niet helpen. Ook daar werd Gerard onzeker van. Het communisme - het enige gedachtengoed waarmee de broers waren opgegroeid en dat als het ware geloof werd gezien - bleek niet alleen in eerste instantie hun eigen vader te verraden, maar het bleek ook een grote leugen. Dat konden de intelligente jongetjes Van het Reve makkelijk vaststellen. Dan had je daartussen door nog de oorlog, midden in zijn puberteit. En uiteindelijk was daar de seksualiteit - anders dan die van zijn weinige vriendjes, maar wel duidelijk aanwezig.
Angst en onzekerheid, dat zijn de pijlers van zijn werk. Altijd de angst verlaten te worden. Als Gerard na ‘De avonden’ geen aandacht meer krijgt voor zijn volgende verhalen, ziet hij dat ook als een vorm van verraad, zowel van de critici als van zijn lezers. Hij besluit in die tijd ook alleen nog maar in het Engels te schrijven. Afgezien van de commerciele aspecten van deze stap, voelt hij zich hoe langer hoe meer thuis bij de Angelsaksische literatuur. Kwam dat door de invloed van Praz? Misschien wel. Om goed Engels te leren schaft Gerard zich een 'King James’ aan, de klassieke Engelse vertaling van de bijbel. Hoofdstuk voor hoofdstuk vertaalt hij, met behulp van een woordenboek, de hele Heilige Schrift. Daarna neemt hij 'The American Language’ van H. L. Mencken, vervolgens het boek 'Sexual Behaviour in the Human Male’ van Kinsey, Pomeroy en Martin, dan 'The Golden Bough’ van sir James Frazer, en daarna 'The Varieties of Religious Experience’ van William James. Uiteindelijk bestudeert hij de Lagerhuisvertalingen. Pas dan meent hij genoeg Engels te kennen om in deze taal te spreken en te schrijven. Op diezelfde manier - domweg vertalen van boeken met behulp van woordenboeken - leerde zijn vader Duits en zijn broer Duits en Russisch. (En onlangs haalde Karel ook weer zijn Grieks op door Homeros maar weer eens te lezen en te vertalen.)
Hoewel het Gerard duidelijker wordt wat er met hem aan de hand is, neemt de angst eerder toe dan af. De eerste zware depressies doen hun intrede, evenals de eerste grote drankgelagen. Angst gaat zijn leven beheersen. Onzekerheid. Onzekerheid over alles.
Hij vindt het moeilijk relaties te onderhouden. In zijn latere brievenboeken is het net of hij expres een vorm van afstandelijkheid schept, omdat hij het eigenlijk niet goed aankan wanneer iemand te dicht op zijn huid gaat zitten. Het lijkt een gedrag dat geconditioneerd is door de ervaringen uit het verleden.
Zo is Gerard in het begin altijd tamelijk dubbel geweest over zijn homoseksualiteit. Eerst heette hij 'pseudohomofiel’ te zijn - een term die zijn psychiater had bedacht. Als hij een vriend heeft (Wimie) en nog steeds getrouwd is, proberen Hanny en hij tot een compromis te komen. Dat lukt aardig, hoewel Hanny er toch soms moeite mee heeft en hem uitscheldt voor alles wat mooi en lelijk is. Ze mag Wimie en was niet jaloers: 'Van een vrouw had ik het toch erger gevonden. Je ziet ze toch als mannen, je kunt ze niet zien als rivalen.’
In die tijd wil Gerard alleen nog maar naar oorlogsfilms. Als de film toevallig een romantische wending krijgt, loopt hij de zaal uit. Het mooist vond hij, althans volgens Hanny Michaelis, kerels die aan parachutes hingen, met vliegende schotels als goede tweede.
Vragen kwellen hem. Moet hij van Hanny af? Moet hij proberen van zijn homoseksualiteit te genezen? Moet hij het Nederlands helemaal afzweren? Moet hij weg uit Amsterdam? Moet hij helemaal weg uit zijn milieu?
Het enige waaarin hij zich prettig voelt is de stoel achter zijn schrijfbureau.
In 1951 schrijft hij inderdaad een verhaal in het Engels - het verhaal 'Melancholia’.
Het centrale thema: angst.
Een onderduiker houdt zich tijdens een Duitse razzia verborgen op een kast. Men vindt hem niet. Hij komt vervolgens op de Linnaeusparkweg terecht bij een vriend, met wie hij een diep gesprek voert.
Het is een bijzondere novelle. Voor het eerst schrijft Gerard direct over seks. Voor het eerst suggereert hij iets van sado-masochisme. Voor het eerst komt het 'revisme’ om de hoek kijken. Als Andree op de kast zit en hoort hoe de Duitsers het huis onderzoeken, bevoelt hij zijn lid:
'Now fear overwhelmed him so that he had to breathe through his mouth, drolling particles of spittle, but at the same time a strange delightful sensation took possession of him; it was spreading an ineffably pleasurable itching all over his body, creating a frenzy of lust.
He lost control over his muscles, his knees began to tremble convulsively. His hand caused a voloptuous smarting of the skin. “They’ll get me,” he whispered, “they’ll get me. We must have you, dear Andree. You’ve been very naughty.” “We’ll put you down from the wardrobe by your feet,” he said soundlessly, shaping the words with his lips only.’
Bijzonder verhaal of geen bijzonder verhaal, merkwaardigerwijs is het tot op de dag van vandaag niet in het Nederlands vertaald.
Het eerste deel van het verhaal werd afgedrukt in het mei/juni-nummer van Podium. Dat nummer werd in beslag genomen. Niet om het werk van Gerard, maar om een fragment uit 'Ik heb altijd gelijk’ van W. F. Hermans, waarin hoofdpersoon Lodewijk Stegman zich nogal openhartig uitliet over katholieken.
Gerard zal door 'Melancholia’ in een affaire terechtkomen die zijn angst en haat versterkte en waarin hij zich andermaal door de hele wereld verraden zou voelen.