Commentaar: Britse verkiezingen

Engels curiosum

Smullend, gretig en bruisend van voorpret blikte Jeremy Paxman, presentator van News night op de BBC, vorige week donderdag de camera in. Drie hoogtepunten had hij in petto voor de kijker van de Engelse broer van Nova.

Eén (in beeld), wanneer hij de straat op loopt wordt vice-premier John Prescott door een haag van demonstranten geleid. Van nauwelijks een meter afstand gooit een bonkige kerel hem een ei tegen het hoofd. Prescott reageert direct en haalt uit met een linkse. Het commentaar van een Tory: een man met zo'n kort lontje kan onmogelijk aanblijven als vice-premier en dient derhalve meteen op te stappen. Twee, Tony Blair denkt tijdens zijn campagne bij de entree van een ziekenhuis opgewekt een dame de hand te schudden maar krijgt de volle laag. Haar man is kankerpatiënt en wordt door geldgebrek niet goed geholpen. Van Blairs beloften moet ze niets hebben. Drie, Peter Mandelson, de grote man achter Blair die kortgeleden als minister moest aftreden, wordt geïnterviewd. Wanneer de interviewer hem blijft vragen of hij Blair nog adviseert, beëindigt Mandelson boos het interview.

Het lijken berichten uit een ouderwets levendige verkiezingsstrijd. Uit Engeland, vaak omschreven als democratisch veel idealer dan die saaie, door Paars platgeprate Tweede Kamer. Recht tegenover elkaar staan ze daar verwikkeld in de heftigste debatten, slechts gescheiden door een streep waarover — Engels curiosum — de verschillende partijen niet heen mogen stappen.

Eigenlijk biedt de Engelse democratie nauwelijks nog een keuze. Het stelsel waarin per district maar één iemand een zetel kan winnen, zorgt dat wie overal tweede of derde wordt uiteindelijk geen stem heeft. Oppositie bestaat niet, want binnen de eigen partij heerst de melkertiaanse fractiediscipline en het districtenstelsel heeft verhinderd dat buiten de Tories een grote andere partij is ontstaan.

En de Tories? Ach, zelfs conservatieven geven toe dat hun partij voor jaren is uitgespeeld. Blair wijkt nauwelijks van ze af. Hij geeft Thatcher alle erkenning, hun beider voorbeeld is de Amerikaanse ondernemingsgeest. De markteconomie is er, stelt Blair, en daar kun je niets aan veranderen. Je kunt hoogstens zorgen dat mensen niet uit de boot vallen. Met een uitkering zijn ze dus niet geholpen, wel met een baan. Voor onderwijs en zorg is Blair ondertussen bereid het bedrijfsleven in te schakelen. Dat is kapitalisme met een ethisch gezicht. Peter Brusse schreef afgelopen week in het blad Europa: deze verkiezingen gaan over «de keuze van het managementsteam dat het land gaat leiden».

Ongetwijfeld gaat Labour 7 juni de verkiezingen winnen. Een serieuze andere keuze is er niet.