Engels dorp portretteert al zijn WOI-veteranen

Blackheath – Tot haar dood zou Merry Hayward de tafel voor hem dekken en de achterdeur ’s nachts op een kier laten, maar haar tweede zoon Frank kwam nooit terug uit de Eerste Wereldoorlog. Waar haar jongste zoon Henry, een koerier, overleed nabij het Franse Arras, is het lichaam van Frank nooit gevonden. In Ieper was hij voor het laatst gesignaleerd. Gelukkig kwam haar oudste zoon Sydney wel terug. Het verhaal van de Haywards staat in een bijzonder boek over de oorlogsgeschiedenis van Blackheath, een dorp van driehonderd inwoners in de heuvels onder Londen.

Aan dat boek is vier jaar lang gewerkt door Jane Barlow, een gepensioneerde huisfotografe van de koninklijke familie. Het idee kwam na een vondst op een zolderkamer bij een dorpeling: een handgeschreven boek waarin precies werd bijgehouden wat de dorpelingen stuurden naar het front: de zogeheten comfort parcels. Verrassend was dat er niet alleen sigaretten, koffie en chocolade naar de troepen ging, maar ook zalm in blik, worstjes uit Wiltshire en zelfs purée paté de foies gras. Het is nog een wonder hoe snel de liefdevolle pakketjes aankwamen.

Lang werd ervan uitgegaan dat er 35 mannen uit Blackheath aan de oorlog hadden deelgenomen – een monument aan de muur van de dorpskerk maakt daar gewag van – maar uit het boek blijkt dat het er twee keer zoveel waren. Barlow besloot over ieder van de soldaten, van de arbeiders in de plaatselijke buskruitfabriek tot de twee zonen van de bierbrouwer, een profiel te schrijven. Toen ze met portretten over laatstgenoemden bezig was, in Egypte gestorven aan malaria, verscheen een ver familielid van de twee, zoekend naar haar familiegeschiedenis, toevallig aan de deur.

In het boek is veel aandacht voor de dorpsvrouwen. Ze gingen in plaats van de mannen werken in de fabriek, vormden een voetbalploeg en leerden nieuwe ambachten, beïnvloed door de arts & crafts-traditie in het dorp, waar Virginia Woolf had gewoond. De terugkerende mannen – ‘slechts’ acht hadden de oorlog niet overleefd – troffen een ander dorp aan: met geëmancipeerde vrouwen en een onzeker bestaan omdat de fabriek failliet zou gaan. Voor hun verhalen over de gruwelen van Gallipoli, Jutland en in de Vlaamse loopgraven was weinig interesse.

Tijdens haar onderzoek sprak Barlow een oudere vrouw uit het dorp die nooit bleek te hebben geweten dat haar vader in de Eerste Wereldoorlog had gevochten en krijgsgevangene was geweest. Hij had er nooit over gesproken.