‘Baudet slaat andere toon aan’, kopte RTL Nieuws over het FvD-congres eind november. Naast verwijten aan tegenstanders (de echte ‘intoleranten’) en de pers (die FvD verkeerd begrijpt) had de partijleider op het congres de ‘tolerantie, inclusie en openheid van geest’ van zijn partij benadrukt. Er was zelfs een hand in eigen boezem: ‘Wij erkennen dat we wel eens fouten maken en dingen te scherp benoemen. Die uitspraak over reptielen had ik beter niet kunnen doen.’ De nos was opgevallen dat Baudet een aantal keren ‘al dan niet grappend’ andere FvD’ers corrigeerde. ‘Als Gideon het heeft over in verzet komen, dan is dat niet fysiek.’ Het Algemeen Dagblad had een Baudet gezien die zich uitputte te onderstrepen dat FvD geweldloos en binnen de grenzen van de rechtsstaat opereert.

Twee dagen na het FvD-congres bracht NRC het nieuws dat er binnen de FvD-top strijd zou zijn over de koers van de partij. Baudet erkende dat er een verschil van inzicht bestond en plaatste zichzelf in de groep die wil bijsturen. ‘Shit jongens, zijn we niet ons doel aan het voorbijschieten?’ aldus Baudet. En: ‘We merken dat we net iets te veel hebben geduwd, waardoor een grimmig sfeertje is ontstaan.’ Sindsdien is het relatief rustig gebleven rond FvD.

Wat gebeurt hier? Vorig voorjaar publiceerde Baudet nog een essay over het belang van ophef voor Forum: ‘Waarom die provocerende tweets? Wat heb je daarbij te winnen?’ Wel: ophef is niet een bijeffect, maar een bestaansreden van de partij – steeds moeten taboes doorbroken worden, omdat de ‘gevestigde macht’ via taboes ‘bewust’ de spelregels van het debat zou bepalen. Die taboes worden bewaakt door ‘frames’, zoals ‘Poetin-fanboy’. Cruciaal in de Forum-filosofie is dat je nooit op je woorden terugkomt. ‘Wanneer een frame wordt gehanteerd is de normale menselijke reactie om weg te kijken. Om te zeggen: o, oeps, sorry! Maar wij moeten elke keer tóch kijken. (…) En nooit “sorry” zeggen. Nooit! Want dan erkennen we de morele macht van degenen die het ophefframe creëren. Dan winnen zij.’

‘Die uitspraak over reptielen had ik beter niet kunnen doen’? ‘Net iets te veel hebben geduwd’? Ho eens even, zijn dit nu toch concessies? Of een electorale strategie, ‘met de verkiezingen voor de Provinciale Staten in aantocht’, zoals RTL Nieuws suggereerde? Een waarschijnlijker verklaring is te vinden bij de radicaal-rechtse collega’s van FvD in Duitsland.

Alternative für Deutschland (AfD), in 2017 als eerste radicaal-rechtse partij na de Tweede Wereldoorlog in het Duitse parlement gekomen, radicaliseert in rap tempo en trekt al een tijd nadrukkelijk de aandacht van de Verfassungsschutz. Die veiligheidsdienst verzamelt bewijs over ‘anticonstitutionele activiteiten’ en is een belangrijke schakel in de uitgebreide Duitse democratieverdediging, met als eindstation het in de grondwet geregelde partijverbod. Kortom: in beeld komen bij de Verfassungsschutz is slecht nieuws.

Het is denkbaar dat FvD goed naar radicaal-rechts bij onze oosterburen keek

En dat weet AfD. Sterker nog: de partij ontwikkelt actief ontwijkingsstrategieën. Dat konden we natuurlijk wel vermoeden, maar recent politicologisch onderzoek van Franziska Brandmann laat dat helder zien. Brandmann promoveert in Oxford en timmert aan de weg als voorzitter van de Duitse Jonge Liberalen. Haar onderzoek verscheen in een set artikelen die we met een groep internationale collega’s maakten over actuele uitdagingen voor weerbare democratieën – dit is er daar een van. Brandmann noemt het ‘frontstage moderation’: het strategisch creëren van een gematigd gezicht voor de buitenwereld.

Brandmann baseert zich niet alleen op partijdocumenten, maar ook op interviews met onder meer prominente AfD’ers. Haar conclusie: de ‘buitenkant’ van AfD wordt aangepast wanneer overheidsingrijpen dreigt. Zo gaf AfD precieze instructies aan partijfunctionarissen en leden over de matiging van hun woordgebruik.

De nazi-term ‘omvolking’ lijkt bijvoorbeeld actief door AfD vermeden te worden – in Nederland zendt Ongehoord Nederland het op de publieke omroep gewoon uit. Die ‘frontstage moderation’ heeft twee voordelen. Een gematigd gezicht als ‘reguliere’ politieke partij maakt overheidsingrijpen juridisch lastiger, maar tast ook de legitimiteit van ingrijpen aan. ‘De Verfassungsschutz heeft een belangrijke taak. Partijpolitiek hoort daar niet bij’, aldus een AfD-slogan.

De eensgezinde politieke reacties op de uitspraken van FvD’er Gideon van Meijeren over het optrekken naar het parlement, het onderzoek ernaar van het Openbaar Ministerie, het (nogal bruuske) d66-voorstel voor een eenvoudiger partijverbod, een besloten overleg van fractievoorzitters over de FvD – naar buiten gekomen op de dag van het partijcongres. Oftewel: daadwerkelijk overheidsoptreden wordt reëler.

Het is niet ondenkbaar dat FvD goed naar radicaal-rechts bij onze oosterburen heeft gekeken. Het congres aangrijpen voor een gematigder toon, het ingrijpen bij al te ronkende retoriek en het vervolgens (daarmee) verdacht maken van critici (de werkelijk ‘intoleranten’!) passen in ieder geval prima in het AfD-draaiboek. ‘Dus FvD zal ophef zijn – of zal niet zijn. Enjoy the ride’, aldus de uitsmijter van Baudets ophef-essay destijds. Als het onderzoek van Brandmann één ding laat zien: AfD wil echt heel graag niet verboden worden. Dat lijkt ook voor FvD te gelden.