WIJKRAADVERGADERING IN UTRECHT

Enkel wat voorgevelwerk

De Utrechtse wijk Overvecht is een Vogelaarwijk. Maar wat levert dat etiket op behalve negatieve publiciteit?

‘ER IS ZOVEEL negatieve publiciteit. Er hoeft maar iets slechts te gebeuren en het staat in alle kranten. Van goede ontwikkelingen hoor je nooit wat. Mijn vrienden denken dat het hier vreselijk is, maar eigenlijk heb ik nooit ergens last van’, zegt Gülseren Urker, inwoonster van Overvecht, een van de vier Utrechtse Vogelaarwijken.
Het is koffiepauze tijdens de maandelijkse wijkraadvergadering in verzorgingstehuis Huis aan de Vecht. Aan het plafond bungelen paddenstoelen en grote grijnzende eekhoorns. De aanwezigen vinden het druk: naast de vijftien wijkraadsleden en de delegatie van het wijkbureau zijn er acht belangstellenden uit de wijk. De raadsleden vertegenwoordigen hun 32.000 wijkgenoten.
Overvecht werd in de jaren zestig en zeventig gebouwd en reflecteert een vervlogen maakbaarheidsdroom: gestapeld wonen in flats van drie, vijf of tien verdiepingen, met daartussen grote terreinen collectief groen. Driekwart van de woningen in deze wijk is sociale huur. Overvecht mag zich met trots de groenste wijk van Utrecht noemen. Maar helaas is dat niet het enige lijstje dat Overvecht aanvoert. Het is ook de armste wijk, de ongezondste wijk, de wijk met het hoogste schoolverzuim. In een cijfer uitgedrukt is de algemene waardering voor de wijk door de bewoners een 5,3. Een onvoldoende.
Daar moet het beleid van minister Vogelaar iets aan gaan veranderen. Onlangs was de minister hier op bezoek om de bewoners moed in te spreken. Ze plantte ook een boom. Maar wat levert het etiket Vogelaarwijk op, behalve negatieve publiciteit?
‘Er gebeurt al zo veel, ik kan wel vijftig projecten noemen’, zegt Bart Andriessen, wijkmanager van Overvecht en verantwoordelijk voor de uitvoering van het Wijk Actie Plan (WAP). Doe mee in Overvecht bevat maar liefst 66 projecten, variërend van het sluiten van onveilige portieken tot uitbreiding van de naschoolse opvang. Het nieuwe beleid van Vogelaar betekent voor Andriessen extra vrijheid, maar ook extra werk. ‘Geld is er genoeg, maar het blijkt moeilijk om mensen met geschikte capaciteiten te vinden. Voor een project zoeken we bijvoorbeeld hoogopgeleide Marokkaanse vrouwen met kennis van de wijk. Die zijn er gewoon niet.’
Behalve nieuwe projecten is er ook een aantal bestaande projecten in het WAP opgenomen. Zoals Big Move, een programma waarbij wijkbewoners met gezondheidsklachten in groepsverband gymmen. Dit project is net als allerlei andere initiatieven gestart met zogenoemde Pechtoldgelden, een financiële injectie voor probleemwijken die in 2006 werd toegediend, toen Alexander Pechtold in de nadagen van kabinet-Balkende III even minister van Bestuurlijke Vernieuwing was. Op verzoek van bewoners hebben de wijkmanagers er nu op aangedrongen zoveel mogelijk bestaande projecten op te nemen in het WAP. Andriessen moet voor ieder project apart budget aanvragen bij Antoniek Vermeulen, de stedelijk manager Krachtwijken. Vermeulen is de schakel van alle bij de krachtwijken betrokken partijen: wethouders, wijkmanagers en de drie deelnemende corporaties: BoEx, Portaal en Mitros.
Een jaar geleden maakten de corporaties nog stampij. Minister Vogelaar had aangekondigd dat ze gezamenlijk 21,5 miljoen euro per jaar in de Utrechtse Vogelaarwijken moesten pompen. Wethouder Wonen Harrie Bosch riep alle partijen bij elkaar. ‘We zijn rond de tafel gaan zitten. Om acht uur ’s ochtends, omdat niemand op een ander moment tijd had. We móesten wel.’ Toen een patstelling dreigde, nam hij de corporatiedirecteuren apart. Er is hard gediscussieerd over de balans tussen bestaand en nieuw, fysiek en sociaal beleid. Portaal en Mitros, de twee grootste corporaties in Utrecht, hadden zelf al goed uitgewerkte ideeën over het verbeteren van de leefbaarheid in sommige wijken. Ze ervoeren het Vogelaar-beleid als een streep door hun rekening. Afgesproken werd dat de corporaties de helft van hun bijdrage zouden investeren in projecten waarover al afspraken waren gemaakt. De andere helft gaat nu naar nieuwe projecten. ‘Maar de winst hiervan is wél dat gemeente en corporaties nu veel nauwer samenwerken.’
De ‘flinke ruzies’ van vorige winter staan Karin Verdooren, voorzitter van corporatie Mitros Utrecht, nog helder voor de geest. Van de elfduizend sociale-huurwoningen in Overvecht bezit Mitros er zesduizend. Verdooren is als gastspreker aanwezig op de wijkraadvergadering. Het door Mitros en Portaal gezamenlijk gefinancierde Wonen en kansen onderzoek biedt de bewoners van zevenhonderd sloopflats een gesprek aan met een maatschappelijk werker over hun woon- en leefsituaties. Zonodig wordt er een vervolgafspraak met een ‘casemanager’ gemaakt. ‘Dat lijkt een succes’, vertelt Verdooren, ‘maar het kan financieel volledig uit de klauwen lopen.’ Natuurlijk staat ze achter sociale projecten, bezweert ze later. ‘Om de wijk te verbeteren moet je ook in de bewoners investeren. Maar als ik niet uitkijk, ben ik een wandelende pinautomaat.’
Vermeulen is er echter zeker van dat er geen geld wordt verspild. ‘Mij wordt verweten dat ik een bijna militaristisch beleid voer. Het is niet alleen plannen maken, de uitvoerders moeten zich er ook aan houden.’ De langetermijnvisie vindt Vermeulen de grootste winst van de Vogelaar-aanpak. ‘Beleid moet de tijd krijgen om aan te slaan. Meestal worden alweer nieuwe plannen gemaakt voordat de vorige zijn uitgevoerd. Als die beleidsmatige hijgerigheid verdwijnt, verandert er misschien echt wat. Maar de illusie dat de problemen over tien jaar opgelost zijn, heb ik natuurlijk niet.’
En wat merken de bewoners ervan dat hun wijk een krachtwijk is? In de wijkraad heerst daarover onenigheid. ‘Helemaal niets’, zegt iemand. Een ander meent ‘hier en daar al wat voorgevelwerk’ te zien. ‘Maar het gaat om de groepjes jongeren die voor die gevel hangen. En dat verandert niet.’