België, hofleverancier van jihadisten

Enkele reis Antwerpen-Aleppo

Volgens de Belgische justitie ronselde leider Fouad Belkacem van Sharia4Belgium honderden jonge Belgen voor de strijd in Syrië en Irak. De massale jihadgang wordt door velen echter vooral verklaard uit xenofobie en uitsluiting. ‘Het is traumatisch op te groeien in een land waar één op de drie mensen op een racistische partij stemt.’

Medium jihad

Tussen de tweehonderd en vierhonderd Belgische moslimjongeren hebben zich in de afgelopen twee jaar bij IS en andere jihadistische strijdgroepen aangesloten, zo wordt geschat. Daarmee levert België van alle westerse landen relatief de meeste strijders. Om korte metten te maken met deze bedenkelijke reputatie startte het Belgische Openbaar Ministerie eind september het grootste terrorismeproces in de Belgische geschiedenis.

Voor het Antwerpse gerecht moeten 46 leden van het inmiddels opgeheven radicale netwerk Sharia4Belgium zich verantwoorden voor uiteenlopende aanklachten, variërend van ronselen tot ontvoering. De grootste blikvanger in het proces is de leider van Sharia4Belgium, Fouad Belkacem (32), een Belgische moslimradicaal. Als inspirerend leider zou hij andere leden van Sharia4Belgium klaargestoomd hebben voor de strijd in Syrië en Irak.

Critici van het proces zetten vraagtekens bij de grote rol die Belkacem wordt toegedicht. De andere leden van Sharia4Belgium hadden niet veel overtuiging nodig om hun heilige plicht, de jihad, in Irak en Syrië te vervullen. Daarbij: de grote Belgische rol in de jihadgang kan volgens hen niet alleen verklaard en begrepen worden uit het islamitisch radicalisme. De moeizame relatie die België altijd heeft onderhouden met haar minderheidsgroepen speelt ook een grote rol. Het islamitisch radicalisme heeft daarvan alleen de vruchten geplukt.

‘De aanhang van Sharia4Belgium bestaat uit jongeren die vaak geen plek hebben in de maatschappij, geen perspectief’, zegt Ali Al Moussaoui (39) in een café aan de Turnhoutse Baan in de Antwerpse wijk Borgerhout. In deze achterstandswijk – waar Sharia4Belgium een grote aanhang heeft – werkt Al Moussaoui sinds 1994 als jongerenwerker. ‘Zij zoeken een groep als Sharia4Belgium waar ze bij kunnen horen en door aanvaard worden. Met een van de leden van Sharia4Belgium ben ik in 2007 nog naar Spanje geweest. We hadden daar een voetbaltoernooi. Het was een normale, beschaafde jongen. We gingen vaak op stap. Een aantal jaren later kom ik diezelfde jongen samen met Fouad Belkacem tegen. Hij had een enorme baard. Zo iemand sluit zich aan bij Sharia4Belgium omdat hij al vroeg te maken krijgt met discriminatie op school, tijdens politiecontact, op arbeidsgebied.’

De uitleg klinkt sleets. Een overvloed van recente data bewijst echter dat Belgische moslimjongeren zich met enig recht buitengesloten mogen voelen. De werkloosheid onder Belgische allochtonen ligt al jaren op een hoger peil dan onder allochtonen in andere Europese landen. Xenofobie en racisme, hoewel de laatste jaren afnemend, hebben in België nog altijd een zorgelijke omvang. Op het gebied van arbeid, politiek, onderwijs en justitie worden de jongeren gediscrimineerd, met als resultaat dat in 2013 twee derde van de Belgische moslimjongeren in een enquête aangaf dat zij zich niet aanvaard voelen door de Vlaamse samenleving.

Toch voldoet slechts een deel van de aangeklaagden aan het stereotiepe beeld van de werkloze ontspoorde moslimjongere/bekeerling die een organisatie als Sharia4Belgium nodig heeft om weer richting in het leven te vinden. De meerderheid volgde een opleiding of had een respectabele baan. Dat verandert echter weinig aan de motivatie voor hun betrokkenheid bij Sharia4Belgium. Ook zij wijzen naar de vermeende uitsluiting en vernedering van hun mede-allochtonen en geloofsgenoten door de Belgische samenleving. Voor veel Belgische moslimjongeren zijn die uitsluiting en vernedering al decennia gaande en zijn ze de bron voor veel radicaal activisme in de afgelopen tien jaar.

‘Ik denk dat Vlamingen nog altijd enorm onderschatten wat een traumatiserende ervaring het is geweest om op te groeien in een land waar sinds de jaren tachtig één op de drie mensen keer op keer op een expliciet racistische partij – Vlaams Belang – stemt’, zegt de Belgische schrijver Tom Naegels, auteur van Los (2005), dat de raciale spanningen in Antwerpen als decor heeft. ‘Heel veel allochtone leeftijdgenoten zeggen dat ze bang waren voor die partij. Een grote teleurstelling voor veel politiek bewuste allochtonen is ook dat andere partijen niet radicaal tegenover het Vlaams Belang zijn gaan staan. Ze begaven zich – ondanks het cordon sanitaire – altijd in het midden. Bij veel allochtonen leidde deze houding tot teleurstelling. Zij voelen zich niet verdedigd. Allochtone jongeren waar ik politiek groot mee ben geworden beginnen interviews vaak met: “Zelfs al zegt een Vlaming dat hij progressief is, dan is dat niet waar, hij liegt. Want hij zal nooit echt tegen racisme opkomen.”’

In 2002 scharen veel jonge Antwerpse allochtonen – grotendeels van Noord-Afrikaanse afkomst – zich achter de ael, de Arabisch Europese Liga. Aan het hoofd van deze grassrootsorganisatie staat de jonge Libanees Dyab Abou Jahjah. Hij oogst bewondering onder zijn achterban vanwege de provocatieve en zelfbewuste manier waarop hij het establishment te lijf gaat. Jahjah, die zichzelf graag aan de militante burgerrechtenactivist Malcolm X spiegelt, komt niet alleen in het verweer tegen racisme, hij stelt ook eisen. Meer respect voor de islam, integratie met behoud van cultuur en grotere aandacht voor het lijden van het Palestijnse broedervolk. De ael verdwijnt snel van het toneel door politieke en juridische tegenwerking en eigen onkunde, maar ze doet wel een militant activisme ontwaken bij moslimjongeren. Het op compromisloze wijze eisen van gelijkheid en respect maakt blijvende indruk.

‘Sharia4Belgium is uiteindelijk iets totaal anders dan het seculiere ael’, zegt Al Moussaoui, die de opkomst en ondergang van de ael van nabij heeft meegemaakt. ‘Maar je kunt wel zeggen dat er toen met de ael iets is gelanceerd.’ In 2008 publiceerden enkele jonge intellectuele Belgische allochtonen een opiniestuk in De Morgen waarin ze zichzelf onder de noemer ‘ael-generatie’ schaarden. ‘Ondergetekenden behoren tot de ael-generatie, die dankzij de ael het gedachtegoed van gelijk burgerschap en volwaardige inclusie is gaan begrijpen’, heet het. ‘Een generatie die ook zag dat dergelijke idealen geen vanzelfsprekendheid zijn, maar een strijd behoeven.’

‘Belkacem kun je absoluut tot de ael-generatie rekenen’, zegt auteur Rachida Lamrabet (44), die in Antwerpen opgroeide en die zich ook verwant voelt aan de ael-generatie. ‘De ael-leden hielden het niet alleen bij retoriek maar ondernamen ook actie. Ze organiseerden burgerpatrouilles om de racistische politie van Antwerpen in de gaten te houden. Ze gaven jongeren het gevoel dat ze ongelijkheid en racisme niet lijdzaam hoefden te ondergaan, maar dat ze zelf iets konden veranderen.’

‘Abou Jahjah wou gewoon een plaatsje voor die honderden duizenden moslims die nu in de kou staan’

Lamrabet belichaamt ook de teleurstelling die deze generatie ervoer toen de ael ten onder ging. ‘De manier waarop het establishment heeft gereageerd op de ael versterkte de opvattingen van jongeren dat beleidsmakers hen niet als gelijkwaardige partners beschouwen.’ Ze verhuisde zelf uiteindelijk uit Antwerpen om aan ‘het politiek cynisme’ en ‘defaitisme’ te ontsnappen. Andere jonge allochtonen die het tot de middenklasse schopten gingen haar achterna. Enkele achterblijvers zijn wel strijdbaar gebleven.

De basis van Belkacems activisme is ook voor een groot deel de sociaal-maatschappelijke ongelijkheid, meent Lamrabet. Hij heeft slechts de islam als mobiliserende kracht toegevoegd. Lamrabet: ‘Belkacem verwijst naar de discriminatie en de hoge werkloosheid onder jongeren. Maar hij gebruikt de islam als bindende factor. Dat is heel slim gezien van hem. De islam is de kapstok waar heel veel jongeren hun identiteit aan ophangen. Zij vinden dat de democratie hen verwerpt, de islam zal dat niet doen.’

In september schreef Belkacem vanuit de gevangenis een brief aan zijn sympathisanten. Hij schetst daarin en passant ook zijn religieuze en politieke bewustwordingsproces. In 2002 verdiept hij zich in de islam. Hij heeft ook bewondering voor burgerrechtenactivist Malcolm X. Met een mengeling van religieus en maatschappelijk engagement leidt hij in 2004 in zijn geboorteplaats Boom een plaatselijke jongerenbeweging, Al Islaah. In het buurthuis waar de jongeren van Al Islaah hun activiteiten kunnen ontplooien, komt het tot botsingen met een vereniging voor homoseksuelen. Daarna is Al Islaah daar niet meer welkom. Belkacem leert in deze periode dat ‘discriminatie op school, werk en in de maatschappij taboes zijn die moeten gebroken worden’. Daarom sluit hij zich in de loop van 2004 aan bij de ael. Hij komt zelfs op de lijst te staan van de politieke tak van de ael, de mdp (Moslim Democratische Partij). Belkacems politieke doel is ‘het veranderen van het systeem van binnenuit’. Maar de mdp wordt geen succes en de ael valt uit elkaar.

In zijn brief is Belkacem er nog altijd verontwaardigd over dat de ael en Dyab Abou Jahjah geen kans werd gegund. ‘De ael was een ideale partner voor de regering (…). Dyab Abou Jahjah was verre van een orthodoxe islamist die uit was op de islamisering van België, hij wou gewoon een plaatsje voor die honderden duizenden moslims die nu in de kou staan.’ Maatschappelijk en politiek engagement, overladen met een religieuze saus, blijft in de jaren daarna een belangrijke drijfveer voor Belkacem.

Een hypothese die in de afgelopen twee jaar regelmatig voorbij komt in het Belgische debat is dat met het wegvallen van de ael de frustratie onder Belgische moslimjongeren geen uitweg meer kon vinden in een beweging die binnen het democratisch bestel opereert. Het enige alternatief voor deze jongeren werd het radicale islamisme met zijn antiwesterse boodschap. De vroegere leider van de ael, Abou Jahjah, onderschrijft die verklaring met graagte. Maar ook relatieve buitenstaanders geloven dat het wegvallen van de ael veel moslimjongeren veroordeelde tot radicalere opvattingen.

‘Het lijkt mij wel een hypothese die hout snijdt’, zegt Naegels. ‘Als je als autochtone jongere opgroeit in Vlaanderen, dan kun je tijdens je politieke bewustwordingsproces een heel palet van mogelijkheden beleven. Maar voor de thema’s waar veel allochtonen boos over worden – onder meer racisme – daarvoor is in dat hele palet bijna nergens ruimte. Er zijn wel partijen en bewegingen die zich daar een beetje op profileren, maar nooit heel erg. Met het verdwijnen van de ael is een gat gevallen dat nergens mee gevuld is.’

In 2009 wordt in Antwerpen een verbod ingesteld op het dragen van een hoofddoek voor ambtenaren. Een jaar later voert België een niqaabverbod in. Het is voor Belgische moslimjongeren het zoveelste teken dat het politieke establishment hen liever uitsluit dan insluit. Belkacem richt als reactie hierop Sharia4Belgium op. ‘België heeft een serieuze islamitische militante groep nodig die durft tegen schenen te schampen.’

In propagandafilmpjes die Sharia4Belgium op het internet plaatst, maakt Belkacem dezelfde maatschappelijke analyses die voorheen de ael-generatie ook maakte: de werkloosheid onder allochtonen is enorm, het racisme is alomtegenwoordig. Zijn oplossing hiervoor is een religieuze: de invoering van de sharia, islamitische wetgeving, zal de sociale rechtvaardigheid kunnen brengen waartoe de democratie niet in staat is gebleken. Ook legt Sharia4Belgium meer dan de ael de nadruk op internationale politiek als metafoor voor binnenlandse verhoudingen. Het conflict in Palestina, de westerse invallen in Afghanistan, Irak – het zijn voor Sharia4Belgium blijken van dezelfde westerse agressie en islamofobie als waar zij dagelijks mee te maken krijgen in België.

Leden van Sharia4Belgium gaan in Antwerpen en andere steden de straat op om de islam te propageren en voor de democratie te waarschuwen. Ook nemen leden van Sharia4Belgium het voortouw bij gewelddadige demonstraties tegen het hoofddoek- en niqaabverbod en verstoren ze lezingen van islamkritische auteurs. ‘Belkacem heeft de hoop laten varen dat je legitieme eisen op tafel kunt leggen en dat er dan geluisterd kan worden’, zegt Lamrabet. ‘De wensen van sociale gelijkheid van die generatie zijn vertrapt. Zonder vertrouwen in de democratie probeerden ze het op een eigen manier.’

In dagblad De Morgen van eind september voerde Jozef de Witte van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen deze samenballing van politieke deceptie en sociaal-economische problematiek aan als verklaring voor het verhoudingsgewijs grote aantal Belgische jihadisten. ‘In België is de kloof tussen oorspronkelijke bewoners en migranten op het vlak van werkgelegenheid en onderwijs groter dan waar ook in Europa. Voeg daar de uitlatingen van Filip Dewinter en anderen aan toe en je krijgt vaten vol frustratie op zoek naar een uitlaatklep.’

Als in 2011 Marie-Rosel Marel – Vlaams Belang – overlijdt aan kanker noemt Belkacem dat ‘een straf van God’

Ook de Syriëgangers zelf noemen hun ongelijkwaardige positie in België als belangrijke motivatie om af te reizen naar Syrië en Irak. ‘Sommige Vlamingen zijn xenofoben, latente racisten, achterdochtig en bekrompen’, tekende de Belgische terrorismeonderzoeker Montasser al De’emeh op uit de mond van een Antwerpse strijder die hij in Aleppo ontmoette. ‘Hoe kan ik me goed voelen tussen hen? (…) Populisten en racisten mogen zeggen wat ze willen. Wat heeft de overheid ondernomen toen Dewinter racistisch uithaalde? Niets!’

Maar zijn de xenofobie en sociaal-economische ongelijkheid die jongeren in België ervaren op zichzelf voldoende om hen in de armen van het islamitisch radicalisme en uiteindelijk het jihadisme te drijven? In andere Europese landen – Duitsland, Frankrijk, Engeland – heersen soortgelijke problemen, maar daar hebben verhoudingsgewijs minder moslimjongeren voor het jihadisme gekozen.

Een andere factor die in België bijdraagt aan het groeiende gevoel van vervreemding is de invloed van het salafisme, de puristische stroming binnen de islam die een afwijzende houding jegens moderniteit propageert. Voor het grootste deel houden aanhangers van het salafisme zich afzijdig van politiek en maatschappij, maar hun nadruk op afzondering en religieuze strengheid kan in sommige gevallen ook doorslaan in een antagonistische houding jegens het ongelovige Westen. In 2012 waarschuwde de Belgische veiligheidsdienst daarom dat het salafisme de grootste bedreiging vormt voor de Belgische democratie omdat het als stepping stone zou kunnen dienen naar het gewelddadige jihadistisch salafisme.

In Nederland stagneerde sinds 2010 de groei van het salafisme, maar in België heeft de stroming in de afgelopen jaren aan invloed gewonnen. ‘Het breidt in elk geval uit’, verklaarde een anonieme medewerker van de Belgische veiligheidsdienst in weekblad Knack (2012) over het salafisme. ‘Volgens ons zijn er nu al honderden militanten en duizenden sympathisanten in België. Ze zijn niet alleen meer in de grote steden aanwezig, maar overal in het land.’

In Antwerpen wordt al minstens sinds 2007 bezorgd toegekeken hoe het salafisme aan invloed wint. Daar is bijvoorbeeld sinds 2003 een organisatie actief, Jongeren voor Islam, die een salafistische inslag heeft. Ze ontstond aan het begin van het vorige decennium in Boom, waar Belkacem opgroeide. Jongeren voor Islam beweerde op haar hoogtepunt een duizendtal leden te hebben. Op de lezingen die ze organiseerde kwamen regelmatig enkele honderden mensen af. Eind 2002 werd er nog een lezing verzorgd over de ramadan door Abdul Jabbar van de Ven, die later als een van de inspiratoren van de Hofstadgroep ging gelden.

Jongeren voor Islam nodigt in de jaren daarna minder controversiële figuren uit voor lezingen, maar het salafistische karakter blijft behouden. De organisatie blijft gericht op verdieping in de islam en afkeer van de moderniteit. Jongeren voor Islam is niet het enige salafistische centrum dat in Antwerpen actief is, er zijn verscheidene salafistische centra waar onderling een levendige uitwisseling plaatsvindt van lectuur en predikers.

In filmpjes die Sharia4Belgium tussen 2011 en 2012 op het internet plaatst, refereert Belkacem aan dit salafistische milieu in België. Hij heeft er ook kritiek op omdat het een ingetogen en naar binnen gekeerd karakter heeft. ‘Waar staan al die organisaties die lezingen en conferenties geven? Wat is er veranderd aan de realiteit van de ummah (islamitische gemeenschap – hb)? Is er echt iets veranderd?’ Hij wil het salafisme voor politieke doeleinden aanwenden – de invoering van de sharia – en daarmee sociale ongelijkheid opheffen.

In de loop van 2009 en 2010 krijgt Belkacem een laatste zet om iets op te tuigen dat vorm kan geven aan zijn politiek-religieus engagement. Leden van Sharia4Belgium staan via internet en het lezingencircuit in contact met een wereldwijd netwerk van radicale moslims. Sommigen hebben het mobiele nummer van de internationaal bekende jihadideoloog Omar Bakri Muhammed. Belkacem komt via deze wegen in contact met de Britse moslimradicaal Anjem Choudary. Deze ex-advocaat is al sinds eind jaren negentig bezig de randen van de vrijheid van meningsuiting op te zoeken, met media-ophef als geregeld resultaat. Choudary is ook de geestelijk vader van Islam4UK dat de omverwerping van democratie nastreeft omdat alleen de sharia echte sociale rechtvaardigheid kan brengen. Hij levert Belkacem de blauwdruk voor een geoliede radicaal islamitische organisatie.

Choudary verfijnt ook Belkacems talent voor de provocatie. Hij leert Belkacem hoe hij met groteske uitspraken de aandacht van de media kan winnen. Als in 2011 Marie-Rosel Marel – lid van Vlaams Belang – overlijdt aan kanker noemt Belkacem dat ‘een straf van God’. Media-aandacht is na deze uitspraak verzekerd.

Belkacem wordt om zijn acties en uitspraken meewarig bekeken. Een ‘clown’ wordt hij door moslims en niet-moslims genoemd, iemand die slechts een klein groepje rare kwibussen vertegenwoordigt. Maar het succes na optredens van Belkacem is er niet minder om. Sharia4Belgium groeit traag maar gestaag. Het weet tientallen jongens aan zich te binden wier leven in het slop is geraakt of die zich uitgesloten en vernederd voelen door het Belgische politieke establishment. De ‘clown’ weet op basis van reëel bestaande maatschappelijke onvrede en met het behulp van het jihadistisch salafisme als rancuneleer een organisatie op poten te zetten die elementair zal blijken te zijn in de jihadgang van Belgische moslimjongeren. Eind december zal een rechter oordelen hoe zwaar Belkacem deze rol aangerekend kan worden.


Beeld: Antwerpen, 29 september. Fouad Belkacem (zittend, midden) op de eerste dag van het terrorismeproces rond Sharia4Belgium (Palix / Belga / ANP).