Meisjes als vlees in de vitrine

Enkele reis Hongarije-de Wallen

Vrouwenhandel voor de seksindustrie is moderne slavernij. In Nederland staan de bestrijding en aanpak ervan hoog op de agenda. In de afgelopen jaren is een recordaantal daders berecht, de straffen worden zwaarder. Maar deze strafzaken zijn zeer taai.

Raamprostitutie in Amsterdam. De afgebeelde vrouw komt niet in het artikel voor © Maartje Geels / HH

Brigitta B. is net achttien jaar als ze via een schoolvriendin in contact komt met het echtpaar Gyuszi en Margit R. in haar woonplaats op het Hongaarse platteland. Op dat moment verkeert ze in een problematische thuissituatie. Ze heeft zeven broers en zussen, haar vader drinkt en ze wordt misbruikt. Als seizoensarbeider verdient ze in een tomatenkas in België wel eens wat geld. Het echtpaar belooft haar een betere toekomst. Ze kan in Nederland werken in een etalage. Brigitta B. denkt dat het een baan is in een winkel. Het verdiende geld zullen ze voor haar opsparen.

In Amsterdam komt ze terecht in een flat op het IJplein, direct aan de overkant van het IJ. Het wordt meteen duidelijk wat haar nieuwe leven inhoudt. Er wonen meer meisjes, het pand staat onder straffe controle van de Hongaren mevrouw Moni F. en een man met de bijnaam ‘Bandi’. Ze dwingen haar tot prostitutie achter de ramen op de Wallen en de inkomsten moet ze afgeven. Brigitta B. is een cashcow. Ze draait dubbele diensten, van tien uur ’s ochtends tot vijf uur ’s nachts, zeven dagen per week. Met gemiddeld veertig klanten per etmaal verdient zij tussen de 1500 en 1700 euro per dag.

In de woning heeft ze met het echtpaar R. regelmatig slaande ruzie. Over geld. Of over drugstesten die ze gedwongen moet ondergaan. Als ze daar niet aan meewerkt wordt ze tegen haar hoofd geslagen en moet ze op haar knieën excuses aanbieden. De andere meisjes horen haar een keer gillen vanuit de badkamer, terwijl Gyuszi R. naar binnen is gegaan met een elektrocutieapparaat. ‘Nee, vader ik heb geen drugs gebruikt’, schreeuwt ze terwijl het geluid van stroomstoten door de deur heen te horen is.

Deze feiten – en nog veel meer – worden bekend wanneer Alexandra K., een ander meisje uit de flat, begin mei 2011 aangifte doet. Alexandra K. weet al na een paar dagen werken het echtpaar R. en Bandi te ontvluchten en gaat naar de politie. Zij geeft aan dat op het IJplein een meisje woont dat al twee jaar gedwongen werkt en wordt mishandeld. Ze noemt de naam van Brigitta B. De politie gaat aan de slag. De door haar genoemde verdachten, hun geldstromen en reisbewegingen worden nagetrokken in internationale recherche- en politiesystemen. Buren op het IJplein worden gehoord, het pand zelf wordt geobserveerd. Er blijken dagelijks meer meisjes te vertrekken richting de Wallen.

Eind mei doet de politie ’s nachts een inval. Ze treffen een mensonterende situatie aan, aldus het requisitoir van de rechtszaak tegen de zes verdachten: behalve het echtpaar Gyuszi en Margit R. en Bandi, ook het echtpaar Gyuzo en Moni F. en hun zoon. In de krappe woonkamer en één slaapkamer worden zeven personen aangetroffen. Een van de meisjes, Monika B., heeft zich in paniek verstopt in een gootsteenkastje, de anderen liggen verspreid in het huis te slapen.

Drie meisjes worden overgebracht naar het opvanghuis voor slachtoffers van mensenhandel in Amsterdam. Brigitta B. verdwijnt daags daarna van de radar en kan pas na internationaal speurwerk worden getraceerd in november 2013 in Zürich, waar ze werkt op de tippelzone. Tijdens het eerste verhoor ontkent ze alles, maar uiteindelijk legt ze een belastende verklaring af waar uit kan worden opgemaakt dat ze gedurende een periode van ongeveer drie jaar is gedwongen tot prostitutie – wisselend in Nederland, Zwitserland en België – door de familie R., de familie F. en Bandi. De andere meisjes doen ook pas één tot drie jaar na de inval aangifte. Soms zijn hun verklaringen tegenstrijdig, soms trekken ze ze weer in. Stress, angst voor represailles, eenzaamheid, onzekerheid – het speelt allemaal een rol. Maar zoals vaker gebeurt bij vrouwenhandel neemt de bereidheid om aangifte te doen toe als er enige tijd is verstreken en het gevaar is geweken wanneer de verdachten in afwachting van het proces gedetineerd zijn.

Uit de verhoren van de slachtoffers ontstaat langzaam het beeld van een geoliede machine die begint in het provinciestadje Nyireghyhaza in het oosten van het Hongarije, een uithoek van Europa die wordt gekenmerkt door armoede, werkloosheid en sociale ontwrichting. Slachtoffers en daders uit dit gebied zijn vrijwel allemaal Roma, ze kennen elkaar via familienetwerken. De echtparen R. en F. stropen al jaren samen met hun handlangers de dorpen af om knappe meisjes uit zwakke milieus, ook via weeshuizen, te ronselen. Ze vertellen mooie verhalen over werken in de horeca of de schoonmaakbranche in Nederland. Als ze wel zeggen dat ze in de seksindustrie kunnen werken, dan zou het gaan om betere verdiensten en goede werkomstandigheden. Alexandra K. werkte bijvoorbeeld in Hongarije al als prostituee. Ze heeft een kind van twee jaar, haar moeder is overleden, haar vader is verdwenen en haar man zit in de gevangenis. In Amsterdam zou ze heel veel geld kunnen verdienen.

De meisjes worden per auto naar Nederland vervoerd, waar ze op het IJplein opeengepakt wonen. Voor de reis hebben ze vaak een lening afgesloten die ze eerst moeten terugbetalen. Na aankomst worden hun paspoorten afgenomen en moeten ze wenkbrauwen laten tatoeëren – als een herkenningsmerk. Ze krijgen geen huissleutel, mogen niet met elkaar praten en geen vrienden maken. Er is altijd iemand in de woning aanwezig om op hen te letten. Dagelijks worden ze geslagen en uitgescholden voor ondankbare straathonden. Regelmatig ontvangen ze geen eten en drinken. Voor het werk krijgen ze bikini’s en schoenen met hoge hakken overhandigd en worden ze met een pak condooms op pad gestuurd. Het adres: Oudezijds Achterburgwal 51.

Hoe geraffineerd de uitbuiting in elkaar steekt blijkt uit van alles. Moni F. controleert bijvoorbeeld vanuit een eettentje aan de overkant van hun werkplek of ze, als ze geen klant hebben, staan. Ze mogen niet zitten. Tussen de klanten door gaat voortdurend bij de meisjes de telefoon om van ze te horen hoeveel geld ze hebben verdiend. Dat zeggen ze in codetaal, rekening houdend met mogelijke aftapping; als ze vijftig euro hebben gekregen moeten ze door de telefoon zeggen dat ze om vijf uur thuiskomen. Is het zestig euro, dan komen ze om zes uur thuis. Ook wordt aan de hand van de gebruikte condooms bepaald hoeveel ze op een dag hebben verdiend. De meisjes moeten beide echtparen pappie en mammie noemen, waarschijnlijk om tegenover de buitenwereld niet verdacht over te komen.

Bandi wordt bij de inval aangehouden. Naar aanleiding van aangiftes van andere meisjes wordt pas later duidelijk dat het echtpaar F. en hun zoon een grote rol hadden in de uitbuiting. Ze worden in januari 2013 aangehouden. Het echtpaar R. wordt in september 2011 in Hongarije opgepakt. Tijdens de verhoren geven ze onschuldige verklaringen voor hun aanwezigheid in Nederland. Guyszi R. is hier om spullen te kopen en overnacht dan in zijn auto. Bandi zegt ondernemer te zijn in gebruikte kleding en zoekt werk in de vleesindustrie. Moni F. vertelt dat haar man dierenverzorger is en leeft van een uitkering in Hongarije. Zelf werkt ze incidenteel als schoonmaker of appelplukker. Zoon F. zegt dat hij werkt als tomatenplukker en dat een van de meisjes smoorverliefd op hem is.

Monika B. verstopt zich tijdens de politie-inval in paniek in het gootsteenkastje

Ondertussen blijken ze gezamenlijk de maandhuur van het appartement – 1500 euro – te betalen met het geld van de meisjes en strijken ze al hun verdiensten op voor eigen gewin. Ze rijden in dure auto’s en leven in weelde in grote huizen. De handel in vrouwen is een professioneel bedrijf waarbij in Hongarije de hele familie betrokken is. Er worden woningen en hotelkamers gehuurd, er is een vervoersdienst die af en aan meisjes heen en weer rijdt naar werklocaties, behalve in Amsterdam ook in Zwitserland en België. Als het ergens te heet onder de voeten wordt, worden de meisjes verkast. De vrouwen mishandelen net zo ruw als de mannen.

De families staan als machtig bekend in hun geboorteplaats en hun macht reikt ook internationaal ver. Als Alexandra K. tijdens de verhoren door de politie foto’s van de verdachten te zien krijgt, gaat ze trillen en huilen. Ze geeft aan dat het een grote familie is, dat ze gevaarlijk zijn en in Hongarije drugsdealers en maffiosi zijn. Ook een ander meisje trilt bij het zien van foto’s van de verdachten. Ze wil eerst niet aangeven wie het zijn, want ze hebben haar gezegd dat ze haar hoofd van haar romp zullen slaan.

Helaas heeft het lang geduurd voor de berechting plaatsvond’, zegt officier van justitie N. Voorhuis tijdens de eerste zittingsdag begin februari 2015 in de rechtbank Amsterdam. ‘Maar wat het Openbaar Ministerie betreft zal een veroordeling volgen voor daders die de levens van minimaal vijf meisjes tussen de achttien en 24 jaar voor altijd hebben beschadigd en hun vertrouwen in de mensheid op jonge leeftijd op grove wijze hebben geschonden.’ Uit de slachtofferverklaringen blijkt volgens haar ‘hoe ze zijn gegroomd en op het verkeerde been zijn gezet. In wat voor hel ze zijn terechtgekomen. Hoe de mensen die ze als hun familie beschouwden hun levens hebben verwoest. Automutilatie, psychiatrische behandeling en zelfs opname in een kliniek is het gevolg. Ook levenslange verbanning van Hongarije. Ze zijn er niet meer veilig en zien hun familie niet meer. Dit is allemaal bijkomend leed.’

Door deze grote strafzaak krijg je even een kijkje achter de schermen van de seksindustrie. ‘Het is moeilijk een compleet beeld te krijgen van de omvang van deze vorm van misdaad in Nederland’, zegt Warner ten Kate, landelijk officier van justitie en belast met mensenhandel. Volgens hem werkt van de naar schatting dertigduizend prostituees ongeveer zeventig procent in mindere of meerdere mate gedwongen. Als je daar een voorzichtige berekening op loslaat, zou het gaan om zo’n tweehonderdduizend delicten per dag. ‘Ja, je kunt er zo tegenaan kijken, elke keer dat iemand een klant heeft, wordt ze verkracht.’

Sinds ongeveer tien jaar staat de aanpak van mensenhandel voor de Nederlandse overheid hoog op de agenda. In deze verborgen wereld wordt veel geweld gebruikt, er gaat veel zwart geld in om en ze is vaak verbonden met zware criminaliteit. Toen Ten Kate in 2005 met zijn functie begon dacht hij dat de verhalen erover overdreven waren. ‘Maar langzamerhand zag je in allerlei verschillende zaken hetzelfde patroon. Er gebeuren de meest onvoorstelbare dingen. Als je over de Wallen loopt, is het mensonwaardig om te zien hoe vrouwen als dieren op de markt worden tentoongesteld voor mannen die ze lopen aan te gapen. Moeten we dit met z’n allen willen?’

Nederland loopt met de multidisciplinaire aanpak van de drie p’s – prevention, prosecution, protection van de slachtoffers – internationaal voorop. In 2000 werd een Nationaal Rapporteur Mensenhandel aangesteld. Nederland is het eerste land waar gespecialiseerde rechters worden ingezet. Mensenhandelzaken worden bij de rechtbanken en gerechtshoven door gespecialiseerde rechters behandeld. Rechters worden extra opgeleid om het delict beter te onderkennen zodat ze scherper kunnen berechten en beter kunnen omgaan met de soms rammelende verklaringen van de slachtoffers. Ten Kate: ‘Je wilt dat ze door een strafzaak niet nog een keer geroosterd worden, en door het proces zelf opnieuw slachtoffer worden.’

De veranderde houding van de overheid is te zien aan het aantal rechtszaken. ‘Na 2006 dienden er twee baanbrekende en omvangrijke mensenhandelzaken, de zaak-Sneep en de zaak-Koolvis. Het verschijnsel was nog onbekend, maar het kwam toevallig langs’, vervolgt Ten Kate. ‘Er was in de Sneep-zaak, met tientallen slachtoffers, excessief geweld gebruikt door pooiers. We hoorden van een slachtoffer hoe ze was geronseld en misbruikt – het was allemaal nieuw voor ons.’ Het OM ging actief zaken forceren, want een aangifte van slachtoffers is niet per se nodig. ‘Er zijn niet veel spontane aangiftes. Het draaien van zo veel mogelijk onderzoeken is daarom de enige manier om meer zicht op uitbuiting te krijgen. Mensenhandelzaken worden met voorrang behandeld.’

Uit cijfers van de Nationaal Rapporteur blijkt dat in 2013 een recordaantal van 151 verdachten in eerste aanleg is veroordeeld wegens mensenhandel. In 2012 waren het er 107. Gemiddeld kwamen in de periode 2009-2013 jaarlijks 150 verdachten voor de rechter. In 2012 en 2013 kwam de rechter in ruim zeventig procent van de zaken tot een veroordeling voor mensenhandel. In de periode 2007-2011 lag dit percentage beduidend lager: tussen de vijftig en zestig. In 2012 werd de maximumstraf voor mensenhandel verhoogd van acht naar twaalf jaar cel. Die verhoging doet volgens het OM meer recht aan de ernst van dit strafbare feit. De Nationaal Rapporteur constateerde daarnaast dat de gemiddelde duur van de onvoorwaardelijke straffen sinds 2010 elk jaar toeneemt; van een jaar en acht maanden in 2010 naar twee jaar en twee maanden in 2013.

Stress, onzekerheid, angst voor represailles – meisjes doen niet graag aangifte

Aangiftes zijn niet strikt noodzakelijk om mensenhandel te vervolgen. De positie van slachtoffers is ingewikkeld: ze hebben niet alleen angst en schaamte om aangifte te doen, maar ook zien ze zichzelf vaak niet als slachtoffer. De meeste meisjes komen uit arme landen waar de behandeling van vrouwen zodanig slecht is dat ze niet weten wanneer bepaald gedrag strafbaar is.

De officier van justitie benadrukt dit tijdens het proces tegen de Hongaarse handelaren ook. ‘Voor hen is mensenhandel vaak pas mensenhandel als er geslagen en verkracht wordt. Ze weten vaak niet dat dwang, misleiding of misbruik van een kwetsbare positie ook al mensenhandel oplevert. Ook weten ze niet dat enkel aanwerven of medenemen van een persoon met het oogmerk een ander ertoe te brengen zich in een ander land beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling al mensenhandel oplevert – dan hoeft er nog geen dwangmiddel te worden toegepast.’

Ergens op het IJ plein worden de meisjes vastgehouden. Ze krijgen geen huissleutel, mogen niet met elkaar praten en geen vrienden maken. Er is altijd iemand in de woning aanwezig om op hen te letten © Rachel Corner

Vanwege de specifieke problematiek en de vervlechting met de rechterlijke macht besloot de overheid in 2010 categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel (cosm) te starten en daarvoor in het hele land zeventig plaatsen te creëren. Het Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel (acm) kreeg 27 van deze cosm-plaatsen. Het acm bood al sinds 2007 gespecialiseerde opvang, begeleiding en voorlichting aan slachtoffers van mensenhandel. ‘Het idee voor deze gespecialiseerde opvang is ontstaan uit een samenwerkingsverband tussen politie, advocatuur en onze hulpverleningsorganisatie HVO/Querido’, zegt Anita Schaaij, directeur zorg en management, op het hoofdkantoor in Amsterdam. ‘Vroeger zagen we deze vrouwen niet. Ze vielen tussen de wal en het schip.’ In totaal zijn er nu 41 plekken in huis. Per jaar vangt het acm zo’n tweehonderd vrouwen op uit 22 landen. Ze zitten er drie tot zes maanden. ‘Wij zijn de grootste zorgaanbieder voor deze doelgroep in Europa. We krijgen mensen uit het buitenland op bezoek die kijken hoe het hier gaat.’

In het opvangcentrum in Amsterdam, waar ook de Hongaarse slachtoffers hebben gezeten, begint elke dag om 8.45 uur het verplichte ochtendprogramma met koffie. Vijftien vrouwen uit verschillende landen zitten aan een lange tafel. Ze krijgen hun weekgeld en moeten bedenken welk programmaonderdeel ze gaan volgen: yoga of kralen rijgen. Na een kwartier verlaten ze de tafel. ‘Morgen is er weerbaarheidstraining en kickboksen. Het helpt tegen depressie om uit bed te komen’, zegt persoonlijk begeleider Bernice (om veiligheidsredenen zonder achternaam).‘Vanochtend was het een goede ochtend, het was gezellig. Dat is wel eens anders, soms hebben een paar een slecht humeur. Ze peppen dan elkaar op. Ze leren ook van elkaar, bijvoorbeeld dat ze niet alleen zijn. Maar ze praten zelden over wat ze hebben meegemaakt.’

Vanaf elf uur hebben de vrouwen vrij. Vaak hebben ze ’s middags gesprekken met begeleiders, psychologen of advocaten. Ook zijn er allerlei activiteiten, zoals een opvoedcursus voor moeders, computerles, Nederlandse en Engelse les. Veel daarvan worden door lokale buurthuizen en partnerorganisaties verzorgd. Bernice: ‘Ons netwerk is groot. Een keer per maand hebben we een bespreking met hun vaste groep advocaten en het team mensenhandel van de politie.’

Een van de belangrijke partners is de Equator Foundation in Amsterdam, die weer nauw samenwerkt met Stichting Centrum 45. Equator is gespecialiseerd in psychosociale en psychiatrische hulp aan mensen met een oorlogsverleden, asielzoekers en aan slachtoffers van mensenhandel en recent seksueel geweld. ‘Daar leren ze omgaan met hun trauma’s’, zegt Bernice. ‘Veel vrouwen kampen met nachtmerries. Sommige vrouwen liggen de hele dag in bed, anderen gebruiken drugs of alcohol.’ Dat is niet verboden. Ze wonen hier en zijn volwassen. ‘Vaak hebben ze om hun werk vol te kunnen houden drugs of alcohol gebruikt, dat is niet zomaar te stoppen.’

Het is niet zo dat de vrouwen zelf aankloppen bij het opvangcentrum. De politie, die op veel plaatsen in Nederland eigen mensenhandelteams heeft, gaat actief op zoek naar vrouwen die mogelijk gedwongen in de prostitutie werken. Dat doen speciaal opgeleide rechercheurs bijvoorbeeld op internet of op bekende seksplekken. ‘Deze actieve opsporing is belangrijk’, zegt Corinne Dettmeijer, sinds 2006 Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Haar afdeling is onafhankelijk ‘om het vertrouwen van iedereen te hebben’ – Nederland is hier vrij uniek in, samen met Finland en België. ‘We noemen dat actief opsporen ook wel “halen”. Slachtoffers gaan zelden zelf naar de politie uit angst of omdat het ze onmogelijk wordt gemaakt.’

De politie in Amsterdam brengt de vrouwen vervolgens naar het acm. Voor hun eigen veiligheid moeten ze daar direct hun mobiele telefoon inleveren. ‘Dan komen ze niet in de verleiding als ze gebeld worden door hun pooiers of andere verkeerde contacten’, verklaart Bernice. Als persoonlijk begeleider regelt Bernice de dagelijkse gang van zaken, de afspraken met de huisarts, het ziekenhuis, het maatschappelijk werk, psychiatrische hulp bij Equator. Het is crisisopvang. ‘Een belangrijk doel is om hun eigenwaarde terug te geven’, zegt Bernice. ‘En hun zelfstandigheid. Wij loodsen ze door het hele proces.’

In de Nederlandse multidisciplinaire aanpak heeft deze categorale opvang een dubbele functie. ‘De bescherming van de slachtoffers is een van de pijlers onder de aanpak van mensenhandel’, benadrukt Dettmeijer. ‘Een goede bescherming kan bijdragen aan de aangiftebereidheid van slachtoffers, met het doel daders en netwerken aan te pakken.’ Daarom is ook de B8-regeling van de Vreemdelingenseculaire 2000 ingevoerd; als ze door de politie worden erkend als mogelijk slachtoffer van mensenhandel verleent de Immigratie- en Naturalisatiedienst (ind) aan vrouwen van buiten de Europese Unie een tijdelijke verblijfsvergunning, op voorwaarde dat ze aangifte doen of op een andere manier medewerking verlenen aan het strafrechtelijk onderzoek. Alle vrouwen die zijn opgenomen hebben recht op juridische ondersteuning, medische hulp, verzekering en een uitkering van dwi of het coa. Ondertussen wordt hun zaak onderzocht en bekeken wat nodig is voor henzelf. ‘Zij moeten bij ons tot rust kunnen komen’, zegt Bernice. ‘Dus moeten zij niet inzitten over hun status.’

De meeste vrouwen doen uiteindelijk aangifte, aldus Bernice. ‘Wij stimuleren dat ook. We leggen uit wat het belang ervan is, dat we achter de daders aan kunnen, dat we zo de mensenhandel in kaart brengen.’ Veel vrouwen die hier komen zijn volgens Bernice heel strijdlustig: ‘Ze willen graag aangifte doen, om die mannen te laten boeten.’ Op grond van de Aanwijzing mensenhandel van het Openbaar Ministerie moeten rechercheurs die de aangifte opnemen speciaal opgeleid zijn. Het komt echter lang niet altijd tot een zaak. De politie heeft soms onvoldoende aanknopingspunten. ‘Het probleem is vaak het gebrekkige verhaal van de vrouwen’, zegt Bernice. ‘Met welke luchtvaartmaatschappij ze vlogen, waarheen? Ze weten het vaak niet. Soms weten ze niet eens in welke stad ze hebben gewerkt.’

Om die reden benadert het OM vervolging vooral vanuit daderperspectief, aldus landelijk officier van justitie Ten Kate. Formeel: de handelaren en pooiers maken misbruik van de kwetsbare positie van meisjes en willen over hun rug in korte tijd zo veel mogelijk verdienen. Instemming met de mensenhandel door het slachtoffer wordt in alle internationale verdragen als niet ter zake doende aangeduid. ‘Wij voeren een zaak tegen de daders, en of de getuigenissen van de meisjes daarbij helpen is nog maar de vraag en dus soms ook niet nodig.’ Ongeveer de helft van alle zaken is zonder aangiftes.

De straffen variëren van twee tot vijf jaar. Maar de daders zouden onvindbaar zijn

Maar ondanks alle opgebouwde expertise blijft het complex: voor de politie om een zaak te onderzoeken, voor het OM om te vervolgen en voor de rechter om te berechten. Het laatste heeft onder meer te maken met het artikel 273f, een ingewikkeld artikel dat ten dele is overgenomen uit internationale verdragen, onder meer het Palermo Protocol van de Verenigde Naties, en gedeeltelijk uit oude bepalingen van het Wetboek van Strafrecht. Het blijkt telkens moeilijk voor rechters om daar scherp mee om te gaan. Zo’n dertig procent van de strafzaken leidde niet tot een veroordeling, onder meer wegens gebrek aan bewijs. Met name het aantonen van dwang blijft moeilijk.

‘Er zijn vele vormen van dwang’, zegt Ten Kate. ‘Er is vermeende verliefdheid, de meisjes denken dat ze de ridder op het witte paard hebben ontmoet. De pooiers binden meisjes aan zich via schulden, of via eten, drinken en drugs. Maar er is ook sprake van gruwelijk geweld.’ Hij noemt het voorbeeld van vrouwen die met een ketting aan hun borsten werden vastgelegd. ‘En de advocaat van de daders heeft maar één belang: de cliënt. Dat levert soms ook schrijnende zaken op’, zegt hij.

Tijdens de rechtszitting in de Hongaarse zaak is dat inderdaad het geval. De zes advocaten hameren in urenlange betogen op het gebrek aan ondersteunend bewijs voor dwang. De meisjes wisten wat ze deden. Een meisje was verliefd, een ander meisje zat al in de prostitutie. De daders hebben het zwaar omdat ze zelf in armoede verkeren. Mevrouw F. heeft het in het huis van bewaring zo zwaar gehad dat ze depressief is geworden. De geldelijke transacties behoren tot de mores van Hongarije. Ze hoefden niet aan groepsseks te doen, anaal en zonder condoom te werken, hun borsten te vergroten. Iedereen heeft recht op een eerlijk proces.

Bernice ziet de vrouwen meestal gebroken binnenkomen. Maar na een week of twee knappen ze al op. ‘Alleen al door te douchen, te praten, goed te eten. Het is hier veilig. Na een maand spreken ze wat Nederlands of Engels. Ze krijgen enigszins de regie over hun eigen leven terug.’ Daarom houdt Bernice van haar werk. ‘Iedereen hier is gedreven’, zegt ze. ‘We draaien niet te lang om zaken heen. We laten de vrouwen veel zelf doen. Bijvoorbeeld zelf de huisarts bellen. Laatst was er een vrouw die überhaupt nog nooit had gebeld. Dan doe ik een rollenspel om te oefenen. Toen het was gelukt, was ze euforisch. Zo trots was ze.’

Het komt wel voor dat vrouwen voortijdig uit de opvang vertrekken. ‘Omdat ze terug willen naar het leven dat ze hadden’, zegt Mill Bijnen, zorgcoördinator bij het acm. ‘Sommige meisjes denken dat de mensenhandelaar echt van hen houdt, dat hij nu zijn lesje wel heeft geleerd, dat ze snel gaan trouwen. Anderen kunnen slecht omgaan met een mogelijk beter leven.’ Dit zijn vaak ook de vrouwen die weer terugkomen in de opvang. ‘Vrouwen uit Nederland of Europese landen die hier zitten via een loverboy of een netwerk vanuit een dorp zijn daar met name gevoelig voor. Zodra er persoonlijke relaties bij betrokken zijn, vallen ze eerder terug.’ Maar het gros van de vrouwen blijft volgens Bijnen na de opvang uit handen van de mensenhandelaar.

Als het onderzoek bij de politie klaar is, wordt ook de opvang gestopt. Lang niet iedereen mag in Nederland blijven. ‘Tenzij er een reden is voor langer verblijf, dan vragen we dat aan bij de ind’, zegt Bernice. ‘We bereiden ze voor op zelfstandigheid. We maken ze weerbaarder, laten ze bijleren, zodat ze beter voorbereid hun weg vervolgen. We hopen te voorkomen dat we de vrouwen hier na een tijdje weer terugzien.’

Mensenhandel aanpakken kan de overheid niet alleen. ‘Daarom kiezen we voor die bredere aanpak’, zegt Nationaal Rapporteur Corinne Dettmeijer, zelf oud-rechter. Haar missie: behalve data verzamelen en analyseren, kennis bundelen en de effecten van overheidsbeleid monitoren wil zij de hele maatschappij aanspreken: ‘Als je het niet wilt zien, dan zie je het niet. Maar het gebeurt allemaal elke dag gewoon om de hoek. Vrouwenhandel is zeer lucratief, je verdient er meer mee dan met wapens en met drugs. Wel moet je moreel een grens overgaan om mensen als vee te behandelen. Mensenhandel past niet in onze samenleving, slavernij werd hier anderhalve eeuw geleden afgeschaft.’

De brede aanpak betekent dat ook de private sector wordt betrokken bij de strijd tegen mensenhandel. Het OM is begonnen de horeca te informeren over hotelprostitutie en spreekt hen aan op hun verantwoordelijkheid. Officier van justitie Warner ten Kate: ‘Als er in een kamer voordurend mannen in en uit gaan, er steeds wordt gevraagd naar nieuwe handdoeken en schone lakens, er in de kamers veel tissues worden aangetroffen, zijn dat signalen. Het mooie is dat de hotelsector die verantwoordelijkheid goed oppakt.’ Ook wordt gekeken naar opvallende transacties via het bankverkeer.

‘Je moet overal je partners zoeken’, zegt Dettmeijer. ‘Opsporingsinstanties zijn gaan praten met woningbouwcorporaties, telefoonwinkels en tattooshops. Die waren opvallend bereid om mee te werken.’

En er is preventie in de bronlanden – met boven aan de lijst Hongarije en Bulgarije. In Hongarije voert de ambassade een voorlichtingscampagne. Er is een speciaal programma voor weeshuizen, in bushokjes hangen posters om te waarschuwen voor wat vrouwen te wachten kan staan als ze gaan werken in Nederland in bijvoorbeeld de horeca. ‘Voorlichting is toch moeilijk’, constateert Dettmeijer. ‘Veel meisjes denken altijd weer dat die ene leuke jongen echt van haar houdt en dat misbruik iets is voor dat domme buurmeisje. Slachtoffers van vrouwenhandel zijn over algemeen onzeker, ze leven in armoede en slechte thuisomstandigheden. Iedere andere situatie biedt al snel perspectief. En als ze eruit ontsnappen, wat is dan hun toekomst?’

Op vrijdag 13 maart deed de rechtbank in Amsterdam uitspraak in de zaak tegen de Hongaarse vrouwenhandelaren. Niet alle feiten worden bewezen geacht op basis van artikel 273f; van niet alle meisjes kan hun uitbuiting en mishandeling worden aangetoond en voor het witwassen van de bedragen ontbreekt bewijs. De straffen tegen de zes verdachten variëren van twee tot vijf jaar. Ze moeten schadevergoeding betalen. Brigitta B. krijgt ter compensatie van haar inkomsten 19.300 euro, berekend ‘volgens een voorzichtige schatting’, aldus de rechter. ‘Ze heeft aantoonbaar 193 dagen gewerkt maal honderd euro per dag.’ Daarnaast ontvangt ze tienduizend euro schadevergoeding. De daders moeten zonder uitstel hun straf ondergaan.

Na afloop blijkt: de daders zouden in Hongarije onvindbaar zijn. De rechter had bij de laatste zitting van het proces op verzoek van de advocaten de zes verdachten op vrije voeten gesteld, terwijl de officier van justitie bijna smekend had gewezen op een vluchtgevaar. ‘Heel frustrerend’, zegt de officier van justitie op de gang. ‘Brigitta B. heeft ons telkens weer gevraagd of de daders niet vrij zouden komen.’

Achter het raam op de Oudezijds Achterburgwal 51 draait een meisje in een gifgroene bikini met haar heupen naar iedere man die langs slentert. Ze heeft grote bruine ogen. Binnen hangt een geur van babyolie. De muziek staat keihard. Ze zegt dat ze uit Bulgarije komt. Haar wenkbrauwen zijn getatoeëerd.


De volledige naam van de medewerkster van het ACM is bij de hoofdredactie bekend