Economie

Enkeltje Luilekkerland

Terecht kijkt minister Plasterk voor de miljarden die zijn departement de komende jaren moet ophoesten naar het hoger onderwijs. Want hoezeer hij zijn critici ook de mond probeert te snoeren door erop te wijzen dat het nieuwe bekostigingssysteem budgetneutraal is, je hoeft geen helderziende te zijn om door te hebben dat het wel degelijk een bezuiniging is. Door universiteiten en hogescholen alleen het volle pond uit te betalen voor studenten die binnen de gestelde tijd hun studie afronden, kan Plasterk flink snijden in het geld dat naar de achterblijvers gaat. Bijna de helft van de studenten heeft namelijk meer tijd nodig. Ook nadat de meeste studies de laatste jaren eindeloos zijn platgewalst om de ‘studeerbaarheid’ te vergroten. In verder pletten zit de winst dus niet, wat Plasterk ook mag beweren. Nee, die zit hem in de 43 procent studenten die er zes, zeven of acht jaar voor nodig hebben om hun bul te halen - if at all - en waar Plasterk vanaf 2011 dus minder voor hoeft te betalen dan de 12.400 euro per jaar die een student nu kost.
Onbegrijpelijk is echter dat Plasterk de schuld voor deze inderdaad onacceptabele verspilling van belastingcenten bij de onderwijsinstellingen legt. Alsof zij er iets aan kunnen doen dat de Nederlandse student weigert een renteloze lening af te sluiten om zich volledig aan zijn studie te wijden. Alsof zij er iets aan kunnen doen dat de Nederlandse student het baantje in club, restaurant of café belangrijker vindt dan de studie waar hij maar een halve werkweek aan wijdt. Alsof zij er iets aan kunnen doen dat de Nederlandse student een geringe intrinsieke motivatie kent en vooral strategisch studeert. Alsof zij er iets aan kunnen doen dat studenten steeds opnieuw de randjes van het examenreglement opzoeken om met minimale inzet het maximale aantal punten te sprokkelen.
Het probleem is niet dat de studies nog altijd niet op elkaar aansluiten, te hoogdrempelig zijn, niet genoeg contacturen bevatten, anderstalige literatuur voorschrijven, te veel van studenten vergen, te weinig ondersteuning en uitleg bieden, en al die andere kwaliteitverlagende klachten die onder het mom van grotere studeerbaarheid de laatste jaren het universitair onderwijs hebben uitgehold. Nee, het eigenlijke probleem is dat Nederlandse studenten luie flikkers zijn die op kosten van de belastingbetaler leuk een verlengde puberteit genieten en ondertussen de internationale reputatie van de randstedelijke horeca om zeep helpen. Het moet maar eens gezegd: te veel van onze lieve zoontjes en dochtertjes zijn verwende kwasten die de grote gunst die de Nederlandse belastingbetaler hun verleent absoluut niet weten te appreciëren. En dat is al decennia zo.
Het meest verbijsterende is dat niemand dit hardop zegt. Als het gaat om het uitvretergedrag van onze studenten zitten we allemaal in het complot. Tenminste, de veertig procent Nederlanders die de hel van het vmbo heeft weten te ontlopen en dus aanspraak kon maken op een enkeltje Luilekkerland. Wie het waagt het verworven recht van zes jaar uitvretergedrag van de kinderen van de gegoede middenklasse ter discussie te stellen, stuit onmiddellijk op het cordon sanitaire van de topambtenaar, beleidsmaker en politicus die zelf ook vrijwel gratis hebben kunnen genieten van vele jaren publiek gesubsidieerde ontucht, dronkenschap en nachtbraken.
Laat er geen misverstand over bestaan: ik misgun niemand zijn gestoei met de seksen, zijn geëxperimenteer met drogerende middelen of het droog oefenen van voorzittersfuncties. Het is mij echter een raadsel waarom deze persoonlijke lusten publiek gefinancierd moeten worden. Waarom zouden de kinderen van de Nederlandse gegoede middenklasse niet een groter deel van hun studie zelf kunnen bekostigen? Al was het maar uit piëteit jegens al diegenen die door een slechte Citotoets het reisje Luilekkerland zijn misgelopen.
De ene helft van de academische elite schermt ter verdediging graag met Luceberts 'alles van waarde is weerloos’. Het gedrag van hun kroost leert echter dat het eerder zo is dat alles wat gratis is waardeloos wordt. Wellicht dat een universitaire studie pas weer wordt gewaardeerd als je er flink voor moet dokken, onder het motto: alles wat een prijs heeft moet van waarde zijn. En de andere helft zwaait ogenblikkelijk met de kenniseconomie, de Lissabon-agenda en de groeiende concurrentie met China. Maar die slag ga je met studenten die vooral bedreven zijn in elkaar ontgroenen en ontmaagden toch nooit winnen.
Laten we elkaar geen rad voor ogen draaien: Nederlandse universiteiten zijn al lang geen bron van economische voorspoed meer, noch dragen ze bij aan zelfontplooiing en meer van dat fraais. Nee, Nederlandse universiteiten zijn doodordinaire certificeringsmachines die ervoor moeten zorgen dat de leuke en lucratieve baantjes in handen blijven van de gegoede middenklasse.