Enneüs heerma uit tietjerksteradeel

Omdat ik uit principe altijd op de oppositie stem, acht ik het CDA voor het eerst in mijn kiesgerechtigde leven een serieuze overweging waard. Met hun fractieleider Enneüs Heerma is volgens mij niks mis: gezellig NCRV, een tongval die naar dampend Fries stamboekvee en Sonnema Berenburger klinkt, en een gelaat bekleed met ernstige eerlijkheid.

Iedere welsprekendheid is de gereformeerde boerenzoon uit Tietjerksteradeel vreemd en daarmee schaart hij zich in de beste tradities van de vaderlandse politiek. Boer Koekoek, dominee Abma, Bert de Vries, allemaal luizige sprekers en juist daarom zulke uitstekende volksvertegenwoordigers. Van zulke mannen houdt het Nederlandse volk. Op Enneüs Heerma kun je tien bataljons media consultants en een heel leger hairstylists verslijten, hij blijft goddank wie hij is.
Daarom begrijp ik niet dat die CDA-wethouders deze geboren leider willen lozen. Er moet iets grondig mis zijn met het christelijk grondpersoneel wanneer ze de stoere Heerma willen inruilen voor de wufte lady Lodders, of, erger nog, voor Elco Brinkman! Ik moet er niet aan denken dat die weer terugkeert op het Binnenhof, met zijn snelle pakken en dat eeuwig goed zittende haar. En het ergste: die belachelijke shuffle, dat malle modeshowdrafje van hem.
Oom Enneüs zie ik dus wel zitten. Er is alleen één probleem: hij voert geen oppositie. Of ik nu mijn stem aan een van de regeringspartijen geef of aan het CDA, het is lood om oud ijzer. Dat heeft Heerma vorige week zelf toegegeven. Akkoord, een paar centen meer kinderbijslag en wat minder tieten op de tv, maar dat is toch geen programma? Laat staan een alternatief voor paars.
Tijdens de zogeheten Algemene Beschouwingen werd duidelijk dat de Nederlandse politiek gezellig snurkt onder een dekbed van donzen consensus. Dat geneuzel over Limburgse vliegmachines, de klasseassistent en die drie benzinestuivers, dat waren toch geen beschouwingen, dames en heren leden van de Staten-Generaal? Tot voor kort deed iedere partij na Prinsjesdag ten minste een poging om iets te zèggen in het parlement, maar ook aan die traditie heeft paars een einde gemaakt. ‘Het gaat goed met ons’, liet Kok onze vorstin zeggen, en honderdvijftig parlementariërs - Janmaat wellicht uitgezonderd - bauwden het haar twee dagen lang tot vervelens na. Nederland staat klaar voor de eenentwintigste eeuw, voor de EMU, voor de hoge-snelheidslijn. Zelfs de intercityboemeltjes zullen dank zij minister Jorritsma van 120 kilometer per uur accelereren naar 140. De symboliek van deze maatregel zal weinigen ontgaan: plankgas vooruit! Nederland blaakt van de dynamiek en in het buitenland spreekt men niet langer van the Dutch disease maar van the Dutch miracle.
Het is in dit geval wel jammer dat Kok net als Heerma zo'n beroerde schrijver en spreker is; anders had de buikspreker van hare majesteit wat meer breukvlakretoriek in deTroonrede kunnen gooien: 'Het Nederlandse volk gaat scheep naar het volgend millennium! En niemand blijft aan wal staan!’
Ik wel. Ik weet zeker dat de mooiste toekomst achter ons ligt. Toen een pakje shag mèt vloei nog een gulden en een dubbeltje kostte, op de radio nog leerzame programma’s voor de jeugd te beluisteren waren - Vragen staat vrij op woensdagmiddag! - en je op de Veluwe nog kon verdwalen in de 'onzalige bossen’. Toen het Nederlandse landschap nog 'leesbaar’ was. Tegenwoordig ziet het er overal hetzelfde uit, een landschap zonder leestekens, zodat ieder oriëntatiebesef verdwijnt.
Ik weet dat het voor een sociaal-democraat geen pas geeft, maar wat me het meeste aan 'paars’ ergert, is dat hoogmoedige vooruitgangsdenken, dat arrogante maakbaarheidsgeloof. Wie leest over 'ecologische hoofdstructuur’ en de grootschalige infrastructurele modernisering van Nederland, krijgt de indruk dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat de macht heeft gegrepen.
Natuurlijk: geluk is altijd pas in de slow motion van de herinnering te betrappen en mijn kritiek is gemakkelijk af te doen als nostalgisch gemijmer. Maar dat is nog geen reden voor het omgekeerde: een geheugenloze omarming van de toekomst.
Nederland heeft nooit een conservatieve traditie in de politiek gekend, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Britse Conservatieven. Behalve in christelijk-fundamentalistische kringen (de SGP) heeft er altijd een globale consensus bestaan over de noodzaak van moderniteit en het verleden werd zelden om zichzelf verheerlijkt, dat wil zeggen als een soort Hiervoormaals. Dat gold hooguit voor de zeventiende, 'gouden’ eeuw, maar die lag in de periode dat zij werd geglorifieerd al zo ver achter ons dat een terugkeer naar die samenleving utopisch was.
Tegenwoordig is het Hiervoormaals volledig afgeschaft. Onze samenleving is onthistoriseerd en iedereen lijkt ofwel tevreden met het heden, of heeft al zijn kaarten op de toekomst gezet. Ook in de politiek speelt traditie geen enkele rol meer. Terwijl in Engeland de afschaffing van de dubbeldekker of de rode telefooncel voor grote commotie kan zorgen, bekreunt in Nederland geen enkel parlementslid zich om de almaar voortschrijdende verwoesting van het Nederlandse landschap. Enneüs Heerma uit Tietjerksteradeel, zo'n naam en zo'n komaf, dat verplicht toch tot iets, zou je zeggen.
Nee, ik heb hem zeker nog niet afgeschreven.