H.J.A. Hofland

Entree in de nieuwe wereld

Wat we ook van deze oorlog mogen denken, aan één conclusie valt niet te ontkomen. De wereld heeft, strikt objectief bezien, na 11 september opnieuw een leerzame week achter de rug. Toen is bewezen dat terroristen de hypermacht in het hart kunnen raken. Nu, anderhalf jaar later, is in een reeks van voortgezet causaal verband, verdeeld over een paar fasen, het volgende aangetoond: het is mogelijk oude bondgenootschappen feitelijk op te doeken, regels van het internationaal recht terzijde te schuiven, de Verenigde Naties voor irrelevant te verklaren en daarnaar te handelen. Dat is fase 1.

Deze theore tische voorbereidingen, de politieke en diplomatieke, hebben ongeveer een jaar geduurd. Toen was, naar het inzicht van de hypermacht, de weg vrij om de preventieve oorlog te beginnen. Met deze theoretische fase heeft Washington voor zichzelf een revolutionair precedent geschapen.

Niet lang nadat dit voorspel een aanvang had genomen, is de militaire voorbereiding begonnen. Die ging gepaard met een intensief proces tot het rijp maken van de geesten. Saddam Hoessein werd van een regionale, in bedwang te houden schurk opgebouwd tot de onduldbare dictator. Tegelijkertijd zag het wereldpubliek op televisie de vliegdekschepen naar het toekomstig strijdtoneel vertrekken en iedere dag wel een paar keer de straalvliegtuigen opstijgen. Voor een mediadeskundige zou het de moeite waard zijn na te gaan hoeveel keer die beelden zijn vertoond. Ze waren de onontkoombare voorbode van de even onontkoombaar naderende showdown Iraq.

Verwaarloos niet de rol van de militaire deskundigen. Ik twijfel niet aan hun goede trouw. Ze verklaarden alleen wat het Pentagon en de lekkages prijsgaven. De elektronica zijn vele malen chirurgischer dan in de vorige Golfoorlog en Kosovo. Het is een soort scherpschieten uit een bommenwerper die met een vaart van omstreeks achthonderd kilometer per uur op een hoogte van tienduizend meter vliegt. Het vertrouwen in de hyperelektronica is voor mensen, die met computers, nintendo en virtueel schijfschieten in de amusementspaleizen zijn opgegroeid, een complementair geloof geworden. De rest wordt, eventueel, door God zelf gedaan. Het elektronicageloof maakt de oorlog aanvaardbaarder. Van dit geloof zijn nu eenmaal de deskundigen de profeten, of ze dat willen of niet.

Tot de vooroorlogse eerste fase hoort tenslotte het verbreiden van de verwachting dat — in overeenstemming met ons beeld van Saddam — de snel oprukkende grondstrijdkrachten als bevrijders zouden worden binnengehaald. Om aan alle misverstand over het verloop van de oorlog een eind te maken, werden pamfletten uitgestrooid die de Iraakse soldaten moesten ontmoedigen en het volk hoop geven.

En dan, als apotheose — niet aan het einde zoals gebruikelijk, maar deze keer aan het begin — was daar altijd nog de MOAB, de Massive Ordnance Air Burst, de kolossale bom die door de ontploffing shock and awe moest verspreiden, een dusdanige schok en verbijstering dat alle verzet erdoor zou worden verlamd of als nutteloos ingezien. Het ding is waarschijnlijk nog niet gebruikt. In de luchtaanvallen op Bagdad is het bij de gewone chirurgische middelen gebleven. Als er een MOAB in het spel was geweest, hadden we er meer van gehoord.

Even leerzaam als de periode van voorbereiding, met alle voldongen feiten, is de eerste week van de oorlog zelf. Het chirurgisch uitschakelen van Saddam en zijn oorlogsleiding is mislukt. De oprukkende troepen zijn niet als bevrijders ingehaald. De soldaten van de vijand hebben zich niet massaal overgegeven. De bommenregen op Bagdad heeft geen shock and awe veroorzaakt. Overal ter wereld zijn wel grote demonstraties geweest, maar nergens hebben die een zittend bewind in verlegenheid gebracht. De wereldopinie is geen alternatieve MOAB gebleken. De Duitsers en Fransen zijn onverminderd tegenstander van Washington gebleven. De vijandschap tussen de vroegere vrienden is verscherpt. De Turken doen niet wat de Amerikaanse president zegt (evenmin trouwens als Sharon vorig jaar, als men zich dat nog herinnert). De Veiligheidsraad als het belangrijkste instituut tot het vermijden van geweld is uitgeschakeld.

In de «internationale gemeenschap» zijn drie partijen zichtbaar. Die van het neoconservatieve Washington met de coalition of the willing. Die van de Arabische, of misschien de islamitische wereld, waarvan we niet weten in welk stadium van ferment of mobilisatie die zich bevindt. En daartussen de gemengde groep, van Rusland, Duitsland en Frankrijk tot de oppositie in Amerika en Engeland. Dat is de nieuwe gedaante van de Derde Weg. Erkennend dat de oorlog een feit is, zoekt deze laatste naar een politiek, de middelen en de mogelijkheden om de nadelen van de oorlog onder controle te houden. Voorlopig vergeefs, omdat deze groep geen eenheid is, geen gemeenschappelijke alternatieven heeft, en geen macht om die te verwezenlijken.

Intussen is deze oorlog, zoals elke andere, een onvoorspelbaar werkende machine geworden. Er komen meer tegenslagen, bombardementen en doorbraken, er komt meer gezever over «de prijs die nu eenmaal moet worden betaald». Ten slotte komen de bewijzen van Saddams terreurbewind, de ontdekking van MVW’s en martelkelders, en uiteindelijk de capitulatie. De entree tot de nieuwe wereld is dan achter de rug en de regels, niet van maar voor de «internationale gemeenschap», zijn opnieuw geschreven. Dat is van dit Washington altijd de bedoeling geweest. Het probleem voor alle partijen is wel: of en hoe ze zich willen aanpassen.

En dan de laatste vraag. Hebben de Amerikaanse oorlogsleiders en oorlogsfilosofen werkelijk gedacht dat dit varkentje met een shock and awe-behandeling en wat daarbij hoort, binnen een paar weken gewassen zou zijn? Of hebben ze voorzien dat de operatie langer dan een paar weken zou duren? In het eerste geval is de eenvoud van hun wereldbeeld, het geloof in de chirurgische oppermacht van de elektronica zorgwekkend. In het tweede hebben we te maken met een cynische verkooptruc. Want deze oorlog ziet er iedere dag meer uit als een gewone en ouderwetse, zoals ik me die nog heel goed kan herinneren. Hoe dan ook, ze hebben hun zin gekregen.