De methode-Van Thillo

Enzomegavoort

Persgroep-baas Christian Van Thillo houdt van kranten, maar als een krant niet van Van Thillo houdt, is het met de liefde snel gedaan.

ZOALS HIJ eerder deed bij Het Parool, De Tijd en De Morgen eiste Christian Van Thillo op 19 mei zijn ‘kwart’ bij het Algemeen Dagblad, de krant die hij eind vorig jaar van uitgever PCM kocht. Samen met hoofdredacteur Jan Bonjer en directeur Bernhard van der Heijden stelde hij in het Rotterdamse Groothandelsgebouw het verzamelde personeel op de hoogte: 124 van de 421 journalisten moeten vanaf september naar ander werk omkijken. De stemming was ‘beduusd’, heette het in een verklaring van de redactieraad.
De overige PCM-bladen deden er het redactionele zwijgen toe onder het motto dat journalistenleed geen nieuws is. Klopt, maar de kwaliteit van de geschreven pers is wel degelijk een thema. Nog op 10 januari zei Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes in Van Thillo’s ‘eigen’ De Morgen: ‘Als ik hoor dat hij bij De Morgen een kwart van het personeel wil schrappen, dan vrees ik dat hij zichzelf zal tegenkomen. Met vijftig man kun je geen kwaliteitskrant maken.’ Maar sinds de noodlijdende uitgever van de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw op 3 maart eigendom van Van Thillo’s Persgroep werd, zitten ook daar de aanstaande geschorenen muisstil.
De modus operandi van de Vlaamse multimiljonair op de Nederlandstalige krantenmarkt is tegelijk intimiderend en hoopgevend. Van Thillo maakt kwakkelende kranten winstgevend en hij gelooft in de toekomst van bedrukt papier. Dat is voor een moderne uitgever al heel wat. Anderzijds wekt zijn neoliberale aanpak de indruk dat hij geen wezenlijk verschil ziet tussen een dagblad en een koekjesfabriek. Bij De Morgen bijvoorbeeld bleef het niet bij ontslagen; Van Thillo wilde ook de redactie van de Brusselse Arduinkaai laten verhuizen naar het provinciestadje Kobbegem, hoofdzetel van zijn familiebedrijf. De maatregelen waren nodig omdat de krant afstevende op een verlies van drie miljoen.
Niet alleen het voetvolk protesteerde. Dat deed ook politiek hoofdredacteur Yves Desmet, onder wiens inspirerende leiding het noodlijdende dagblad in de jaren negentig was omgevormd tot een goed leesbare, goed verkopende krant met veel onthullingen, verrassende commentaren en vernieuwende bijlagen op economisch en cultureel gebied. In een vertrouwelijke brief aan de collega’s erkende hij dat De Morgen moest inleveren, maar niet op deze manier: ‘Dezelfde kwaliteit leveren met 26 man minder kan niet.’ Wat Desmet het meest stak, was de verhuizing: ‘Wanneer De Morgen zich in oplage heeft kunnen verdubbelen, is dat voor een groot stuk te wijten aan de transformatie van een wat bozige, links-en-wij-hebben-altijd-gelijk-krant naar een krant die als geen ander de stedelijkheid en alle waarden en voorkeuren die daaraan verbonden zijn heeft omarmd. Zo’n krant maak je niet op een industrieterrein in Kobbegem. De verhuizing is een statement tegen die identiteit.’
Of de ‘verhuis’ doorgaat, staat nog te bezien. De ontslagen zijn alvast in langdurige onderhandelingen tussen leiding en personeel teruggebracht tot vijftien. Maar toen op 15 mei daadwerkelijk dertien redacteuren werden ontslagen, kwam de klap dubbel hard aan. Onder de ontslagenen bevonden zich de hardnekkigste personeelsonderhandelaars: delegatieleider Georges Timmerman, sportjournalist en vakbondslid Hans Vandeweghe en Bert Bultinck, opinieredacteur en voorzitter van de redactieraad. Ook fotograaf Filip Claus was de pineut. Hij had net de Dexia-prijs voor de beste persfoto van 2008 gekregen, maar was zo brutaal om te protesteren tegen het uitdunnen van de fotoredactie van De Morgen, die terecht een goede naam heeft. ‘Hun ontslag is er niet gekomen vanuit een passie voor de lezer’, aldus een andere ontslagen redacteur: ‘Wel vanuit een passie voor het gekwetste gemoed van de hoofdredactie.’ Door zijn redactie organisatorisch te onthoofden, trachtte Van Isacker zijn impopulaire bewind veilig te stellen.

OP ELKE REDACTIE is het geregeld bonje, maar de verhalen die naar buiten komen bij De Morgen slaan alles. De krant is volgens huidige en voormalige medewerkers een ‘sociaal en emotioneel kerkhof’, een ‘machotent’ waar redactiechefs door de hoofdredactie worden afgeblaft, ervaren journalisten worden gedwongen door hun burn-out heen te werken en stagiairs van pure zenuwen of vernedering de lift onderkotsen. Aan uitingen van slaafsheid is evenmin gebrek. Opinieredacteur Bultinck had samen met zijn vriendin, eindredactrice Vicky Vanhoutte, een wisseltrofee ingesteld voor degene die ‘zijn hoofd het diepst in het achterste van Van Isacker wist te steken’. Ook Vanhoutte werd die zaterdag ontslagen. Kortom, in aller ogen was duidelijk dat Van Isacker bijltjesdag hield. 28 columnisten, onder wie grand old man van de Vlaamse journalistiek Walter Zinzen, legden uit protest het werk voor een maand neer. En op dinsdag 19 mei verscheen er geen krant, in weerwil van Van Isackers waarschuwing dat ‘Christian een staking niet apprecieert’.
‘Christian vindt’, ‘Christian heeft gezegd’ zijn rituele formules, gebezigd door een kleine kaste die bij de baas gehoor vindt. ‘Aan zo’n verbinding van schijnbare familiariteit met een keihard personeelsbeleid gaan mensen en kranten gelijkelijk kapot’, zegt ex-journalist van De Morgen Hans van Scharen. ‘Vroeger was de hoofdredacteur een primus inter pares, die als eerste binnenkwam en als laatste wegging. Nu luncht het kader urenlang met een mooie wijn, terwijl de journalisten achter hun terminals een broodje naar binnen proppen om hun targets te halen. Wie in de haast een foutje maakt, wordt afgebekt of ontslagen. Het is een sectorbreed probleem.’
Ongetwijfeld houdt Van Thillo op zijn manier hartstochtelijk van kranten, zoals hij niet moe wordt te verklaren. Maar als een krant niet van ‘Christian’ houdt, gaat hij kennelijk te werk als Rupert Murdoch, de Australische miljonair die in 1981 het tweehonderd jaar oude instituut The Times kocht en tot onbeduidens toe ‘saneerde’ door alle vakbondsmensen, ervaren redacteuren en onafhankelijke geesten eruit te schoppen. Het tekent de sfeer dat Hugo Camps en dichter Bernard Dewulf, die hadden afgesproken ombeurten een column op de voorpagina van De Morgen te vullen, ook al gescheiden zijn. De linksdraaiende dichter Dewulf werd ontslagen. Hugo – ‘In Christians gezicht juichen duizend tuinen’ – Camps schrijft onbekommerd voort alsof er geen ‘samen uit, samen thuis’-afspraak was.
Jarenlang maakte De Morgen een bescheiden winst. Volgens veel medewerkers ging het bergafwaarts nadat de Persgroep in 2006 haar drie uitgeverijen had samengebracht in één bedrijf: De Persgroep Publishing. Van Thillo wilde profiteren van een ‘reeks synergieën’ zoals het in de bekendmaking heette: voortaan zouden de uitgeverijen meer taken onderling verdelen. De NV De Morgen werd opgeheven. Vanaf dat moment was er geen buffer meer tussen redactie en raad van bestuur. En vanaf dat moment ging het fout, aldus de onderhandelaars van de redactie: binnen twee jaar ontstond een verlies van een half miljoen. Hans Vandeweghe: ‘Van Thillo legde een ander businessmodel aan de krant op, het businessmodel van een marktleider. De NV De Morgen was altijd zuinig, manoeuvreerde voorzichtig, een procentje hier, een besparinkje daar. Nu moesten we per se concurrent De Standaard voorbijstreven en werd er wild geïnvesteerd.’
De prijs werd volgens hem kunstmatig laag gehouden, terwijl er buitensporig veel geld werd uitgetrokken voor marketing, merchandising en personeelsbonussen. Twee nieuwe hoofdredacteuren, Van Isacker en Van Doorne, werden rechtstreeks ingevlogen van Van Thillo’s commerciële tv-zender VTM. Het duo verkondigde ad nauseam aan een ‘full blown relaunch’ van de krant te werken, maar intussen werd de financieel-economische berichtgeving overgedaan aan De Tijd en de website in handen gelegd van Het Laatste Nieuws, de grote publiekskrant van de Persgroep. Ook anderszins werd de krant inhoudelijk uitgekleed. Vandeweghe: ‘Die twee wilden geschreven tv maken. Achter de rel van de dag aanlopen in plaats van zelf nieuws maken. Ze lezen niet eens hun eigen krant. Ik kreeg eens een telefoontje van de centrale redactie of ik als de donder een stuk wilde schrijven over een kersverse onthulling in de sportwereld. Ik zei: kijk eens in onze krant van vanochtend, dan zie je daar driekwart pagina van mij over die zaak. Het is namelijk mijn onthulling.’
Christophe Convent, secretaris-generaal van de Persgroep, spreekt van een gepasseerd station: ‘Wij ontkennen niet dat de kosten fors zijn gestegen. Wat de personeelsdelegatie er niet bij vertelt, is dat omzet en oplage navenant stegen. En dat die merchandising winstgevend was en goed voor het imago. Menige lezer kreeg voor een habbekrats niet alleen een goede krant, maar ook een mooie cd of De Kapellekensbaan van Louis Paul Boon in huis. Zonder herstructurering was het verwachte verlies voor dit jaar drie miljoen euro. Daar gingen die onderhandelingen over, zoals ook de personeelsdelegatie moest erkennen. We kampen met laagconjunctuur en een instorting van de advertentiemarkt, en die laatste heeft de bodem nog niet bereikt. Het was duidelijk dat er bij een structureel overbezette krant als De Morgen onder die omstandigheden ontslagen moesten vallen. Vergeet niet dat de Persgroep jarenlang in die krant heeft geïnvesteerd, dus ook in die grote bezetting. Die laatste is nu niet langer vol te houden. Het is tragisch, maar degenen die het niet onder ogen willen zien, berokkenen ondanks hun goede bedoelingen enkel zichzelf en hun krant ellende.’

DE PAPIEREN krant heeft het ontegenzeglijk moeilijk. De vraag is of Van Thillo’s aanpak, uitmondend in meer van hetzelfde voor minder geld, het antwoord is. Origineel is hij alvast niet. Overal worden redacties uitgedund. Overal bedenken managers ‘synergieën’ en krantendokters ‘formats’ die om marketing en reclame draaien. En alom verschuift de redactionele ‘content’ bewust of tegen wil en dank naar sensatie, society-roddel en geripte persberichten. ‘Uiteraard lees ik nog steeds schitterende stukken in onze kranten en op onze websites, maar de karrenvracht aan nevennieuws begint stilaan verstikkend te werken’, schreef onlangs de Vlaamse filosoof David Van Reybrouck. Dat redacties soms echt geen verschil meer zien tussen nieuws, sensatie en gerucht bleek in België ten tijde van ‘Dendermonde’ en in Nederland na ‘Apeldoorn’, toen een dagblad inderhaast zelfs een foto van een onschuldige ‘dader’ afdrukte. ‘Enzomegavoort’, zou Bernard Dewulf zeggen.
Toch is er reden voor hoop, omdat krantenmagnaten als Murdoch en Van Thillo, die het krantennieuws op internet weer betaald willen maken, juist dankzij hun machtspositie dit beleid wellicht sectorbreed kunnen afdwingen. Dat zou enorm helpen om de redactionele uitholling een halt toe te roepen. Maar dan moet de winst niet enkel worden uitgedrukt in omzetgrafieken. Zoals Rimmer Mulder, hoofdredacteur van De Leeuwarder Courant, het vorig jaar uitdrukte: ‘Als betaalde kranten hebben we een structureel probleem. Onder een bepaalde leeftijd is het uitzonderlijk om een betaalde krant te lezen. Maar dat is versterkt doordat op cruciale posten mensen zaten die geen oog hadden voor journalistiek. De courantiers werden vervangen door managers. Er zijn idiote rendementseisen gesteld. Van een bloeiend krantenbedrijf als Wegener is een puinhoop gemaakt. PCM moest zo nodig de basis verbreden met een Engelse investeerder. Het bleek de slechtste mensensoort te zijn die er bestaat. Het is tijd dat de journalistiek terugmept in de richting van die managers.’