Ruggengraat 2

Ephimenco

Mijn stelling: een incompetente bestuurder moet op staande voet ontslagen worden.
Maar er mogen in beschaafde landen ook compromissen worden gesloten. Bijvoorbeeld door enige ruimte aan de incompetente bestuurder te verschaffen vanwege het verlenen van diensten in het verleden die allicht niet allemaal door incompetentie waren bevlekt. De maximale ruimte die ik in mijn hoofd heb, is drie dagen. Binnen drie dagen moet de incompetente bestuurder de eer aan zichzelf houden. Net als een samoerai die na de nederlaag zijn zwaard in zijn buik zet. Een vertegenwoordiger van het openbaar bestuur die door onkunde en incompetentie verantwoordelijk is voor een ramp moet nog sneller opstappen. Niet voor het aangename gevoel een politieke kop te zien rollen, maar vanwege de hygiëne. Een land zonder hygiëne is vanzelfsprekend vies en voos en geeft verkeerde signalen aan de geadministreerden en aan de andere bestuurders. Zo’n gevaarlijk signaal gaat voor een bestuurder uit die door zijn slordig werk verantwoordelijk is voor de dood van 22 mensen en desalniettemin op zijn stoel blijft zitten.
Soms willen de incompetente bestuurders niet opstappen, terwijl hun superieuren hen niet durven te ontslaan. Dan zit het land in een impasse. Zo kom ik bij Enschede. Sinds de vuurwerkramp van 13 mei 2000 word ik iedere ochtend rond zes uur wakker met een depressie in mijn hoofd. Ik weet dat ik straks, na het raadplegen van al mijn nieuwsbronnen, opnieuw zal moeten vaststellen dat burgemeester Mans uit Enschede en zijn wethouders nog steeds niet zijn opgestapt. Ik weet ook dat dit een unicum is voor het groepje landen die zich als beschaafd en democratisch beschouwen. Was Mans een Chinees of een Mexicaan, dan zou ik mijn mond houden.
Deze dagen — na verschijning van tal van rijksrapporten die bevestigen wat een kind van vijf jaar twee uur na de ramp al wist — heeft de depressie in mijn hoofd plaatsgemaakt voor een storm van woede. Wat zeiden trouwens de kinderen van vijf twee uur na de ramp? «Pap, een burgemeester die honderdduizenden kilo explosieven in een woonwijk tolereert, begaat een misdaad. Als hij van het bestaan van die explosieven niet wist, dan is hij incompetent.»
Nederland is een land dat zijn oordeel niet op de mening van vijfjarigen baseert maar op officiële ambtelijke stukken. Soms vind ik dat raar, maar ik accepteer de regels van het plaatselijke spel. Zo niet de incompetente bestuurders uit Enschede. Ondanks de rapporten vinden ze dat ze maar voor een fractie schuldig zijn aan de ramp. Ze willen nog meer rapporten, onderzoeken en hertellingen. Ze leggen de verantwoordelijkheid bij anderen. De bestuurders uit Enschede zijn cynisch en sluw. Door hun onbeschaamd weigeren op te stappen, genereren ze een van de grootste schandalen die het Nederlands openbaar bestuur in jaren heeft gekend. Daarbij vergeleken is de zaak-Peper een pepernoot. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?
Allereerst had men zich nooit tevreden moeten stellen met de leugen van Mans dat hij bereid was zijn politieke verantwoordelijkheid te nemen, maar dat hij eerst aan de ontstane noodsituatie moest werken. Zo kon Mans door zijn ijver, toespraakjes en aanwezigheid in de media zich een nieuwe maagdelijkheid verschaffen.
Nooit had er zes dagen na de ramp een fatalistische stille tocht plaats moeten vinden met Mans, Kok en Willem-Alexander aan kop. Die honderdduizend mensen hadden met spandoeken en megafonen voor het stadhuis moeten demonstreren en het ontslag van hun incompetente bestuurders moeten eisen.
Men moet niet meer bijna een jaar lang op de bevindingen van officiële commissies moeten wachten die met grote traagheid de evidentie zullen bevestigen. Luister liever naar de vijfjarigen onder ons.
De pers moet weer leren bijten. Niet alleen in de futiele declaraties van ex-alcoholisten en officiële rapporten, maar in de billen van incompetente bestuurders.
Maar dit is mosterd na de maaltijd. De ruggengraat is al verdwenen en we sluipen allemaal laf over de grond.